De islam is een alomvattende visie op de werkelijkheid

Beschrijving

De mens moet een alomvattende opinie hebben over wat we zijn, en hoe we ons leven in het geheel moeten schikken in het schema van het leven. De Islam biedt duidelijke antwoorden op al deze vragen.

Download
Schrijf een commentaar naar de verantwoordelijk van dit pagina

De volledige beschrijving

    De islam is een alomvattende visie op de werkelijkheid

    [nederlands - dutch -الهولندية ]

    revisie: Yassien Abo Abdillah

    bron: www.expliciet.nl

    Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad)

    2014 - 1435

    Islam voor iedereen

    الإسلام له رؤية شاملة للحياة

    « باللغة الهولندية »

    مراجعة: ياسين أبو عبد الله

    الناشر: www.expliciet.nl

    الناشر النا

    2014 - 1435

    بسم الله الرحمن الرحيم

    1. INLEIDING

    De mens realiseert zijn renaissance (herleving) door middel van denken. De meest belangrijke factor (element) van ons doen en laten in het leven is ons denken. Zonder denken dwaalt de mens doelloos rond van geval tot geval, van situatie tot situatie, wachtend tot de dingen gaan gebeuren, liever dan zelf initiatief te nemen.

    De mens moet een alomvattende opinie hebben over wat we zijn, en hoe we ons leven in het geheel moeten schikken in het schema van het leven. De mens is niet alleen geïnteresseerd in het oplossen van de algemene vragen, maar moet ook inzicht en een referentie punt hebben voor al zijn problemen, waarover hij in het leven struikelt. In het kort, de mens heeft behoefte aan een credo of een levensvisie, waarop hij zijn leven kan baseren.

    Er zijn antwoorden op belangrijke vragen zoals; wie zijn we? en waarom zijn we hier? Ook op onze relatie tot het leven niet alleen van nu en hier, maar ook voor en na.

    De uitdaging die we aan moeten gaan is ons denkvermogen tot het uiterste in te spannen, voor het vinden van de juiste oplossing die de test kan weerstaan tussen realiteit en fictie. Alleen zo'n oplossing is alomvattend en geschikt in alle situaties.

    Door het aannemen van een alomvattende visie en credo, zal de mens zowel individueel als collectief rust, en een basis voor zijn verdere vooruitgang hebben. Elke samenleving heeft een intellectuele leiderschap nodig, waarin problemen kunnen worden gerefereerd en waaruit een oplossing ontstaat. Het is onacceptabel om het leven zomaar te laten passeren zonder te overwegen en te besluiten op wat voor basis het leven gebaseerd en georganiseerd is.

    2. DE DENKENDE MENS

    We zijn ervan bewust dat ons denken ook ons leven beheerst in ons handelen en in onze besluiten, maar we staan er niet bij stil hoe dit in zijn werk gaat. Door middel van vijf zintuigen; zien, horen, voelen, ruiken en proeven is de mens in staat om het feit waar te kunnen nemen. Op het moment dat de hersenen het waarneembaar feit ontvangt, gaat het deze rangschikken en vergelijken met eerder opgeslagen voorkennis. Dus vier elementen zijn nodig voor de juiste wijze van denken.

    • 1. Het feit (woorden, informatie, foto's,materie, enz.)

    • 2. De zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken en proeven)

    • 3. De Gezonde hersenen.

    • 4. De Voorkennis. ( eerder opgeslagen informatie)

    Dus als een persoon een plant ziet welke hij als “plant” herkent, is dit dankzij eerder opgeslagen informative over hoe deze eruit ziet. Door het zien, voelen en ruiken kan hij het bestaan van de plant bevatten, maar zonder voorkennis over de soort kan hij niet beslissen of deze giftig of eetbaar is. Als we denken moeten we altijd met deze vier elementen rekening houden, zonder juiste voorkennis kunnen we geen juist oordeel geven. Alleen maar het feit zintuiglijk waarnemen is niet voldoende. Het denken is het kaf van het koren scheiden. Het zoeken naar juiste en complete informatie is vandaag de dag van cruciaal belang voor het slagen van de mens.

    3. HET BELANG VAN VERLICHT DENKEN

    Net zoals de behoefte voor het denken van belang is, is de wijze hoe men denkt ook belangrijk en heeft natuurlijk uitwerking op ons gedrag en voor de oplossing die we naar voren brengen. De mens heeft bepaalde instincten en organische behoeften en is constant bezig deze te bevredigen en te voorzien.

    De mens zal sterven, wanneer hij zijn organische behoeften – b.v aan voedsel en water - niet voorziet. Het niet bevredigen van zijn instincten van overleven of voortplanting of aanbidding leidt tot ellende. Ook dieren hebben instincten en organische behoeften, maar het verschil tussen mens en dier is het denken.

    De wijze van denken verschilt van mens tot mens. Het denken kan oppervlakkig, diep of verlichtend zijn. De oppervlakkige denker probeert met een beperkt inzicht, een oordeel uit te brengen, zonder dat hij het feit begrepen heeft. De diepe denker onderzoekt het feit gedetailleerd, als hij het echter heeft begrepen, dan brengt hij pas een oordeel uit. Een verlichte denker kijkt niet alleen naar het feit, maar hij legt ook het nodige verband. Alleen dan pas geeft hij oordeel.

    Dus een persoon die een kleurige tafel koopt die bij zijn stijl past kijkt alleen naar het uiterlijk en is dus een oppervlakkige denker, terwijl een diepe denker geïnteresseerd is in de houtsoort, de constructie of de afwerking van de tafel. Alleen de denker die al deze factoren in ogenschouw neemt, naar zijn budget kijkt en of het in zijn interieur past is een verlichte denker.

    De mens zal zijn instincten door deze drie gedachten types bevredigen. Alleen de verlichte denker die rekening houdt met de realiteit en de kennis die hij bezit, zal vooruitgang boeken in zijn te nemen stappen. De gedachte dat de mens al zijn vragen kan beantwoorden vanuit zichzelf is een illusie. Men wil als individu niet inzien dat hij in al zijn doen en laten beperkt is. Men denkt dat hij geen rekening hoeft te houden met de omgeving en geen verband hoeft te leggen tussen heden en toekomst. Dit geldt alleen wanneer men de mens als vlees en bot ziet. De verandering in omgeving, of natuur wil niet zeggen dat dit het begin van de mens en zijn band met de rest is. Alleen verlicht denken kan zorgen voor alomvattende antwoorden en we moeten niks over het hoofd zien om deze antwoorden te vinden.

    4. DE BRUG VAN DENKEN EN HANDELEN.

    Wanneer we overtuigd raken van de juistheid van ons denken dan wordt deze gedachte of dit idee ons concept dat we meedragen in de zin dat het ons gedrag beïnvloedt. Wanneer we een verkeerd concept hebben over een persoon, dan wordt ons gedrag ten opzichte van deze persoon anders dan gewoonlijk. Wanneer we ons verantwoordelijk voelen voor ons gezin zal dat ons motiveren om hen te onderhouden. Concepten zijn belangrijk om (achteruitgaand) gedrag te veranderen.

    De mens moet steeds zijn ideeën en concepten evalueren. Wanneer er fouten worden geaccepteerd in iets dat zuiver of juist is dan zal dit gevolgen hebben, niet alleen individueel, maar ook voor de maatschappij, vooral wanneer dit wijd verbreid wordt aangenomen.

    De mens kan zijn renaissance alleen maar realiseren, wanneer hij een breed concept heeft dat alles duidelijk stelt, over ons bestaan. Zo'n concept moet de relatie mens, leven en heelal uitleggen, en alles wat voor en na ons komt. Zonder concepten, die ons verlicht denken heeft geleverd, zijn we niet in staat om de vragen en uitdagingen die constant in het leven op ons afkomen aan te kunnen. De mens die niet weet wie hij is, waar hij vandaan komt en wat hij tegemoet gaat bevindt zich in een akelige situatie.

    5. DE GROOTSTE VRAAG VAN DE MENS

    Waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe ligt op elke lip van een kind zo nu en dan. Wat is de relatie mens, leven en heelal. Wat is de band tussen het leven voor en na het leven. Dit zijn natuurlijke vragen waar hij een antwoord op wil hebben, hij heeft hier recht op, zodat het een basis kan vormen voor al z'n handelingen. Zonder een antwoord, dwalen we maar door het leven zonder er een kijk op te hebben. Met andere woorden, wat is het nut van hier en nu zonder een band te vormen met het verleden en de toekomst. Zo één kijk is vergelijkbaar met een persoon die naar een baan solliciteert zonder dat hij vraagt naar het ontstaan van het bedrijf, de geschiedenis, wat voor werk zij doen, waarom de vorige persoon is weggegaan, wat het werk inhoud, kansen etc. Zomaar naar de baan vragen zonder te informeren over het verleden en toekomst van het werk is achterlijk en naïef.

    6. DE VRAAG OPLOSSEN

    Een alomvattend antwoord op de vraag over de mens, leven en heelal en hun onderlinge verbanden door het verlichte denken, zal voor een oplossing zorgen voor alle problemen. Dit grootse probleem zal als een basis of een referentiepunt fungeren voor alle zaken of problemen die een mens tegen komt. Deze conclusive komt voort uit het feit dat de problemen splinter problemen zijn van het hoofd probleem. Bewapend met het antwoord van de basis vraag van de mens, zowel individueel als collectief is hij in staat om vooruit te komen. Bevrijd van het steeds zoeken naar een referentiepunt voor het vinden van een oplossing.

    We zijn op zoek naar een basisgedachte of credo van de ideologie voor ons leven. De basis of het alomvattend antwoord moet overeenstemmen met de realiteit en categoriaal als correct kunnen worden bewezen, elk antwoord dat afdwaalt van de basis kan verkeerd zijn.

    Voordat we verder gaan moeten we rekening houden met de volgende regels:

    • 1. Elk antwoord moet volledig zijn. We moeten een totaal antwoord hebben voor de mens, leven, en het heelal.

    • 2. Elk antwoord moet overeen komen met de realiteit en moet een verifieerbaar feit zijn. Om aan de eisen te voldoen moet het antwoord overeenkomen met de aard van de mens en moet het intellect overtuigen.

    • 3. Om verstandelijk antwoord te kunnen geven moeten we ons zelf beperken. We kunnen niet verstandelijk iets beoordelen wat onwaarneembaar of wat buiten onze capaciteit bevatting is.

    Met deze criteria in ons denken, kunnen we de uitdaging met onszelf aangaan op deze meest belangrijke vragen. Een uitdaging welke we voor 100% kunnen oplossen, anders blijven we in het duister, en met een constante ondoelmatigheid en de zorgen die de onzekerheid brengt.

    7. HET BEGIN PUNT

    Om de vraag over de mens, het leven en het heelal op te lossen moeten we beginnen met de zekere waarneming van deze drie punten. We weten nu van het voorafgaande informatie dat ze een overeenkomst tonen en ook dat ze onveranderlijk zijn.

    We weten dat de mens, het leven en heelal zijn beperkt. Alles wat we kunnen waarnemen is beperkt.

    Wat we bedoelen met beperkt is dat alles een begin en een eindpunt heeft, en niet onbeperkt of eeuwig is. De mens wordt geboren en gaat weer dood, en tot een bepaalde maat groeit en beweegt. Al het overige leven is ook op deze manier beperkt, en dat de aarde, maan en de sterren op dezelfde manier een begin en een eindpunt hebben. Het leven van een ster of melkweg kan van lange of van korte duur zijn, maar zijn zeker beperkt in het feit dat zij een begin en een eindpunt hebben. Het universum is voor het oog niet te overzien, maar het is een eindigende ruimte, en is dus niet onbegrensd. Geen enkele wetenschapper heeft ooit het bewijs geleverd dat het heelal oneindig is. Dus om te suggereren dat het oneindig is betekent dat we buiten de grenzen gaan van wat we verstandelijk kunnen beoordelen. Dergelijke ideeën vragen van ons een uitdaging om een voorbeeld naar voren te brengen; in onze huidige gewaarwording van iets dat onbeperkt is, hoe hard we ook proberen te zoeken we kunnen niets onbeperkts vinden. Alles wat we kunnen waarnemen is beperkt en eindig.

    Een tweede attribuut van de mens, leven en heelal is dat ze behoeftig en afhankelijk zijn. Behoeftig om te leven, of medewerking van iets anders, ze zijn niet zelfvoorzienend. De mens heeft voedsel en water nodig om te overleven. Planten en dieren zijn afhankelijk van een watercyclus welke weer afhankelijk is van de zon welke weer afhankelijk is van het melkwegstelsel en de brandende massa etc. Niets van wat we waarnemen kan overleven zonder afhankelijk te zijn van de ander. Er is niets in onze waarneming dat onafhankelijk is. De dingen bestaan maar hebben geen macht of kracht om zelfstandig te overleven.

    Het feit dat het onlosmakelijk is verweven met deze feiten dat de mens beperkt is, eindig, afhankelijk en behoeftig is, uiteindelijk een bewijs dat er een schepper of een beginner is voor dit alles. De som van het eindige en afhankelijke dingen is iets wat zelf eindeloos en onafhankelijk is, onafhankelijk van wat? Onafhankelijk om een begin te maken en om in leven te blijven, en om de complexe verwantschap tussen de levende dingen te plannen en te ontwikkelen. We zien dingen die bestaan zonder problemen of vraag, maar niets leeft van zijn eigen creatie, of is in staat zich zelf te onderhouden. Er kan maar een oplossing zijn op de vraag van de schepping en dat is dat er een onbegrensde schepper is die ons toelaat wat we zien en waarnemen. Alles wat eindigt moet een schepping zijn, anders was het niet tot leven gekomen. Alle beperkte dingen zijn afhankelijk van iets dat hen onderhoudt. Er kan geen twijfel zijn over dit punt, ga het bij je zelf na en breng het tegenovergestelde.

    Een tweede weg om naar dit argument te kijken, laat zien dat als we gaan nadenken over alles wat beperkt en afhankelijk is, kunnen we het maar op twee manieren uitleggen.

    1. Alles wat we waarnemen is afhankelijk voor zijn wezen van iets anders, welk op zichzelf weer afhankelijk is van iets anders, of

    2. Alles wat we waarnemen leidt zijn bestaan, of iets anders dat bestaat vanuit zijn eigen natuur, dat eeuwig en onbeperkt is.

    Het eerste alternatief is fout, want het zorgt niet vooreen opheldering van hoe alles tot leven is gekomen, het legt de reden naast zich neer. Het levert geen reden waarom eindigende en beperkte dingen leven, of waar ze vandaan komen. Het is daarom onlogisch, onvolledig en laat ons zonder antwoord. Daarom trekken we de conclusie dat alle beperkte dingen afhankelijk van iets zijn dat bestaat uit zijn eigen natuur. Het argument begint wanneer een beschrijving of een waarneming van de Schepper is vereist.

    8. DE ATTRIBUTIES VAN DE SCHEPPER

    Wanneer we denken over een Schepper, trekken we de conclusie dat het maar een van de drie volgende dingen kan zijn:

    1. Geschapen door een ander.

    2. Schepper en geschapen zijn tegelijkertijd.

    3. Eeuwig, en zelfonderhoudend.

    Geschapen zijn betekent beperkt zijn en daarom deel van de creatie en uiteindelijk niet de Schepper. Het is absurd dat iets zichzelf kan scheppen en al bestaan op hetzelfde moment. En daarom kan alleen de Schepper eeuwig en onafhankelijk zijn ten opzichte van tijd en ruimte. Deze eigenschappen van eeuwigheid, of van oneindigheid kan door ons niet ten volle worden begrepen. De mens is beperkt en kan niet alles bevatten. Als we een klop op de deur horen, dan hebben we een sterk gevoel dat er daar iemand is, maar we weten niet wie. We kunnen alleen maar gissen. Gissen over de essentie of over de karakteristiek van de Schepper is niet noodzakelijk en werkt onproductief. We doen moeilijk over z'n bestaan, terwijl we het bewijs niet kunnen leveren van het bestaan van een Schepper, eerder dan te gissen over de schepper welke op zichzelf buiten ons bevattingsvermogen ligt. Het verlangen om meer te begrijpen over iets belangrijks in ons leven is alleen maar natuurlijk. Om meer begrip van iets te krijgen wat we niet kunnen bevatten, en we kunnen iets dat eeuwig en totaal onafhankelijk is niet bevatten, vragen dat wij alleen maar zoeken naar verificatie data van de Schepper. Gissen over de Schepper kan alleen maar leiden tot ellende en fouten, want het onbekende kan niet gedoseerd worden door ons beperkt verstand.

    Verder, hebben we nog niet de alomvattende vraag beantwoord van de mens, leven en heelal, wat er voor en na het leven is, en wat is de relatie tussen dit alles. Het antwoord op deze alomvattende vraag, zal fungeren als een basis, of als een credo voor alle subproblemen die verbonden zijn met het leven, en handelen als een referentiekader voor het complexe leven dat de mens vult; het sociale systeem, economische politiek, buitenlandse politiek, rechtssysteem, etc.

    In het kort; het zal de mens zijn doel uitleggen in het leven, en ons leiden naar een ware vooruitgang. Tot zover het bestaan van de Schepper, wat is de relatie met hem, en de band met de mens, leven en wat is erna de schepping?

    9. HET ANTWOORD VAN DE ISLAM OP "DE VRAAG"

    De Islam heeft deze vraag beantwoord, door te stellen dat de mens en het heelal zijn geschapen door een Schepper en dat voor het ontstaan van het leven op aarde Allah al aanwezig was. Allah staat boven leven en het heelal, is eeuwig en zelfonderhoudend. Op een dag komt er een eind aan dit leven, waarna de mens terug zal keren naar zijn Schepper, en over hem of haar zal oordelen gevolgd door een onvergankelijk verblijf in hel of paradijs. Voor de intrede eiste de Islam een verstandelijke kijk. Daarom moeten we dit alles nauwkeurig bestuderen om te kunnen beoordelen of het juist of onjuist is. Voor we verder gaan doorlopen we de geloofsbelijdenis of het credo (‘Akida in het Arabisch) aan welke alle problemen en verdere vragen worden verwezen. De geloofsbelijdenis is dat er maar een God is dat hij de mens, djin en de engelen heeft geschapen en dat Mohammed (vzmh) de laatste van de reeks door God gezonden profeten als leidende voor de mensheid, en dat na dit leven de mens wordt opgewekt en zal worden geconfronteerd met een oordeel over zijn daden, en dat na dit oordeel het paradijs of hel volgt. De moslim (hij die zich overgeeft aan de wil van God) moet verstandelijk overtuigd zijn van deze begrippen als onweerlegbare feiten. Als dit zo is zal de moslim zich in al zijn handelen, zijn problemen groot of klein laten leiden door zijn credo.

    We gaan naar de grondregels die nodig zijn voor onze beoordeling voor dit of elk ander credo of andere totale oplossing. De oplossing moet zijn:

    1.Een totaal oplossing waarin geen enkele vraag onbeantwoord blijft.

    2.Overeenstemmend met het feit als waarneembare realiteit, overeenstemmend met de aard van de mens, en verstand overtuigend.

    3.Beoordeling gebaseerd op de beperking van onze waarnemingen.

    Een kwestie die net zo belangrijk is als de basis van ons leven, en hoe we deze moeten leiden, is dat men niet zomaar dingen aanneemt zonder de meest strenge beoordeling, gegrond op de criteria welk ons verstand kan overtuigen en ons hart kan gerust stellen.

    10. en 11. IS DE ISLAM ALS IDEOLOGIE COMPLEET EN JUIST? HET BESTAAN VAN GOD

    Vragen over het bestaan van God, Hel, Paradijs of Engelen veroorzaakt wat problemen, omdat we ze niet kunnen waarnemen, vooral op de bovengenoemde criteria. Is het mogelijk om het bestaan te bewijzen, ondanks dat het niet mogelijk is voor ons om ze waar te nemen. Laten we beginnen over het bestaan van God. Als eerder uiteengezet kan het bestaan van God worden bewezen door diep na te denken over alle dingen die we kunnen waarnemen en door te concluderen, dat zij alle beperkt en afhankelijk zijn. De som van alle beperkte afhankelijke dingen is begrensd en eindig en alle eindige dingen hebben een begin en een eind. Alle eindige dingen moeten zijn geschapen, door het opereren van deze relatie zien we dat de dingen die eindigen niet in staat zijn zichzelf te creëren. Alle afhankelijke dingen zijn niet zelfvoorzienend en daarom hebben ze iets nodig dat hen kan onderhouden, ze bestaan niet uit zichzelf. Door verstandelijk bewijs hebben we de onderhouder kunnen identificeren en wie we Allah (god) noemen. Dit bewijs komt voort uit nauwkeurig onderzoek van al onze waarnemingen. Dit komt overeen met onze waarnemingscriteria. Het feit dat Allah oneindig en zelfvoorzienend is, kunnen we hem gewoonweg niet waarnemen of beschrijven en het is ook niet van belang om zijn bestaan te bewijzen.

    En onze tijd te verdoen aan dingen die we niet kunnen waarnemen, het is onproductief en geeft ons verstand geen rust.

    We hebben met verstandelijke overtuigende argumenten geprobeerd het bestaan van God naar voren te brengen. We moeten ook kijken of dit overeenkomt met de aard van de mens. De mens heeft organische behoeften en instincten. Hij streeft spontaan er naar deze constant te bevredigen. De organische behoeften zijn b.v voedsel en water, zonder dit zal hij sterven. Instincten kunnen we in drieën verdelen. Overleven, of zelf onderhoud, voortplanting en religiositeit of aanbidding. We kunnen duidelijke manifestatie of sporen in de mens waarnemen van zijn verlangens naar het bevredigen van zijn instincten. De mens heeft goederen en luxe nodig, zoals een huis, werk, en een inkomen. Hij kan gierig en vrekkig zijn, hij kan sparen voor zijn toekomst. Hij heeft mededogen, genegenheid, liefde, en seksuele neigingen etc. wat allemaal een uitvloeisel van zijn instinct is. Verheiligen, aanbidden, eren, willen benaderen van hogere machten zijn in de mens religieuze fenomenen.

    In een technologische seculaire maatschappij wordt het verlangen naar religie ontkend. De feiten op deze opinie zijn tegenstrijdig, zoals die van de communistische waar de geloofsleer het bestaan van de Schepper ontkent.

    We vinden borst- en standbeelden van personen die met trots worden vertoond en als een voorbeeld dienen voor de mens naar iets hogers. De mens veranderde het aanbidden van de Schepper naar het aanbidden van personen als Lenin of Karl Marx.

    In het westen is de situatie niet veel anders, want hier worden filmsterren, beroemdheden, koningshuizen, sporthelden verafgoodt. Deze toestand van verafgoding is niet automatisch bevredigend, daar de mensen allen gelijk zijn in beperkingen en afhankelijkheid en het lot van elkaar niet kunnen bepalen. We zien hoe politici, beleidsmakers en zakenlui regulier falen, en geen sportheld kan z'n lot bepalen.

    Als de mens zijn instinct van religie wil bevredigen, dan moet hij zich laten leiden door een macht die controle over hem heeft, en tot wie hij uiteindelijk zal wederkeren. De relatie die de mens heeft met God om hem te aanbidden of te genoegen, betekent dat de mens een bepaalde focus heeft op het leven, dat van zijn tekortkoming toegeven, en leiding zoeken voor zijn zaken in het leven, van een bron met absolute kennis en begrip. Alleen degene die absolute kennis en macht heeft is het waard om te worden aanbeden, dit is de enige bevredigende manier van aanbidden, in volledige overeenstemming met z'n religieus instinct, of kijken naar een ander mens of materiële dingen, zoals geld wat intellectueel zwak is en niet genoeg is om ons instinct te bevredigen. Daar de mens d.m.v. zijn instinctieve emoties in het bestaan van God kan geloven, is dit onbetrouwbaar en gevaarlijk, omdat emoties kunnen veranderen en bijdragen tot fouten in de levensovertuiging van een persoon. Uit de geschiedenis leren we hoe de mens faalt door zijn geloof in fantasie of bijgeloof, of het toekennen van Goddelijke macht aan een mens, Hem een zoon toeschrijven, reï ncarnatie van God, alles van dit is onwaar en kan leiden tot ongeloof.

    Daarom is het voor moslims niet alleen verplicht in God te geloven door zijn emotionele instinct, maar ook met zijn verstand. De gelovige moet intellectueel overtuigd zijn in het bestaan van God anders kunnen zijn emoties willekeurig worden veranderd. Concepten waarvan mensen overtuigd zijn zullen niet worden veranderd, tenzij een sterk intellectueel argument wordt voort gebracht, dus gebruik van het verstand is vereist voor een standvastig geloof.

    "ER ZIJN VOORZEKER IN SCHEPPING DER HEMELEN EN AARDE, EN IN DE WISSELING VAN DE DAG EN NACHT TEKENEN VOOR DE MENS MET BEGRIP:"(zie vertaling van de betekenissen van de Koran 3:190)

    De Koran voert honderden verzen aan om de mens aan te sporen om te kijken en te peinzen over het heelal en schepping, de samenhang, en de attributen die leiden tot het geloof in de schepper, door gebruik van verstand en redenering.

    "Voorwaar, in de schepping der hemelen en der aarde en de wisseling van nacht en dag, en de schepen die de zee bevaren met dat gene wat de mensen tot voordeel strekt, en in het water dat Allah van de hemel eer zendt, waarmede hij de aarde doet herleven na haar dood en daarop alle soorten dieren verspreidt en in de veranderingen der winden, en in de wolken die tussen de hemel en aarde in dienst zijn gesteld zijn, inderdaad tekenen voor een volk van begrip." (zie vertaling van de betekenissen van de Koran 2:164 )

    We hebben het bestaan van god bewezen door middel van intellectuele en instinctieve argumenten en het benutten van alle bewijzen van ons bevattingsvermogen. Vanaf deze positie moeten we verder zoeken in onze geloofsbelijdenis en kijken of deze punten waar zijn. We beginnen bij het onderzoeken van de vraag goddelijke leiding. Wat heeft God ons gegeven en welke instrumenten zijn er voor de mens om zijn problemen op te lossen.

    12. DE BEHOEFTE AAN BOODSCHAPPERS EN

    PROFETEN

    De mensheid wordt gedreven om zijn organische behoeften en instincten te bevredigen, en zonder enige criteria van goed of fout, wat hem uiteindelijk van de juiste weg laat dwalen. Boeken over de geschiedenis staan vol van onderdrukking door mens tegen over zijn medemens. Hebzucht, egoï sme, moorden, monopolie en verkrachtingen zijn uitingen van de mens om zijn overlevingsinstinct te vervullen. Als de mens bereid is tot het doden aan toe, dan heeft hij zeker controle nodig op zijn acties. Zonder criteria op het handelen, zal het streven van het verzadigen van zijn begeertes tot constante conflicten met anderen leiden. De een zijn vrijheid, de andere zijn onderdrukking. God heeft de mens niet achtergelaten om te handelen zoals het hem goed dunkt, de mens is nooit vrij geweest om zijn leven te leiden zoals het hem uitkomt. Het is in zijn geheel in overeenstemming met zijn bevattingsvermogen als beperkt, afhankelijk en onvolmaakt zijn eigen weg gaan of zijn eigen rechten te bepalen, het is daarom een schijn, daar de mens tekort schiet om het leven te kunnen begrijpen. De mens is altijd onderhevig aan vooroordelen, verschillen, afwijkingen, tegenstellingen en invloeden van zijn omgeving, dit is zelden een vorm voor een basis voor een complete onpartijdige en absolute vorm van waarheid. Elk door de mens gemaakt systeem zal leiden tot verschillen, afwijkingen, en tegenstellingen. Men kan zien hoe de huidige band van politici en zakenwereld is, en toch durven ze te stellen dat de politiek onpartijdig is, hier ziet men een vorm van misbruik.

    Het religieuze instinct in de mens dient als een herinnering voor ons hoe de mens kan worden afgeleid van zijn ware doel in het leven. We leren uit de geschiedenis dat de mens dingen heeft verafgood zoals de zon, sterren, vuur, stenen, beelden, en meer recent, boeken, schrijvers, leiders en materiële voorwerpen. Geleid door dit sterke instinct van afhankelijkheid streeft de mens om zijn behoeftes te bevredigen, maar zonder systeem, of duidelijke leiding in deze zaak. In het bijzonder kunnen intuï tieve, of instinctieve aanbiddingen ons afleiden van het rechte pad. De mens moet zijn verstand gebruiken op de juistheid van zijn heiligen of aanbiddingen. Het is voor een begrensd wezen onmogelijk een alomvattend wezen te bevatten, daarom heeft de schepper de mensheid een communicatie kanaal gezonden, omdat dit voor hem begrijpelijk is.

    God heeft profeten en boodschappers (profeten met een geopenbaarde wet) gezonden om hen te leiden in al hun zaken. Aan alle profeten zijn wonderen gegeven om het profeetschap authentiek te maken. Zo zien we hoe Mozes een wonderlijke macht had, toen hij zijn stok neergooide en die in een slang veranderde en de priesters van de Farao verstaarde. Jezus had de kracht om genezing te geven. Het wonder van Mohammed was de Koran, het woord van Allah. Daar alle profeten de geopenbaarde wet (Shari'ah) van God is gegeven dan moet Mohammed zeker een profeet en boodschapper zijn van God. Om dit te bewijzen moeten we de Koran bestuderen.

    13. DE KORAN HET WOORD VAN ALLAH

    Als de Koran het woord van God is en een wonder om het profeetschap van Mohammed te bevestigen, moeten we dit boek nauwkeurig bestuderen om twijfels over de authenticiteit uit te bannen. Het was algemeen bekend dat de Arabieren van die tijd grote dichters en schrijvers in de Arabische taal waren. Het was in die tijd zo dat men de woestijn in trok om Arabisch te studeren en gedic hten en poëzie te schrijven om elkaar ermee te vermaken. Zij hielden het Arabisch met al haar verscheidenheid en diepe uitdrukkingen op een hoog niveau. Toen Mohammed op zijn veertigste openbaringen begon te ontvangen was de stijl van de taal apart van wat men gewend was en tot op heden is het niet geëvenaard. Het onwrikbare bewijs van authenticiteit van de Koran als het woord van God is de stijl van de taal.

    Het eerste geopenbaarde vers: "Lees; In de naam van uw heer, de schepper. Die de mens uit geronnen bloed schiep verkondig, want uw heer is de meest eerbiedwaardige. Die (de mens) door middel van de pen onderwees. Hij leerde de mens datgene wat deze niet kende. (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 96: 1-5)

    Tot en met een van de laatste verzen: "En vrees de dag waarop gij tot Allah zult worden teruggebracht dan zal aan elke ziel ten volle worden betaald datgene wat zij heeft verdiend en onrecht zal hen niet worden gedaan" (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 2: 281)

    De Koran heeft een hoog peil van zeggingskracht, en is samenhangend in zijn uitdrukkingen. Het figureert als een compleet geheel, met een stijl alsof het een zin is. Met een perfect arrangement (opstelling) en sterke duidelijke tekst.

    De uitdrukkingen hiervan waren bij de Arabieren in die tijd of daarvoor onbekend, kwesties kunnen niet worden uitgedrukt als men ze niet voelt. Een van de ongelovige Arabische dichters uit die tijd Walid ibn Moghira zij na het horen van tekst uit de Koran: "Bij God: niemand van jullie kan beter dan mij dichten, melodieën rijmen, zingen en bij God heb ik nooit iets gehoord wat hierop lijkt. Het is zo zoet, en zo gracieus dat het een hoogte punt blijft en niets zal het overtreffen."

    De Koran is een zo letterlijke stijl dat geen mens het kan benaderen of vatten. De Arabieren kunnen de stijl niet vatten en het is deze uitdaging die God naar voren heeft gebracht:"Zeg: indien de mens en de djinn samenspannen teneinde het gelijke van deze Koran voort te brengen, zullen zij het gelijke daarvan niet kunnen voortbrengen ook al zouden zij elkanders helpers zijn." (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 17:88)

    "Of zeggen zij: Hij (de profeet) heeft het verzonnen? Zeg breng dan hieraan gelijke Soera voort en roeptbuiten Allah gij kunt (om hulp aan) als gij waarheid zegt." (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 10:38)

    Het is deze uitdaging over de twijfel welke meer dan 1400 jaar sinds de openbaring onbeantwoord is gebleven. Geen ene Arabische letterkundige moslim of niet moslim is in staat geweest om maar een hoofdstuk of paragraaf met dezelfde stijl voort te brengen. Indien de Arabieren niet in staat zijn de Koran te imiteren, dan is het werk van een sterveling, zoniet dan is het werk van Mohammed (vzmh), of Allah.

    Mohammed (vzmh) was een Arabier maar heeft nooit geclaimd dat hij de auteur van de Koran is. In feite is hij nooit uitgeroepen als de auteur, dat kan duidelijk herleid worden van de Hadith Moetawatir (definitief bevestigde uitspraken van Mohammed (vzmh) overgeleverd woord voor woord) waar er honderden van zijn, waar de stijl van taal van Mohammed (vzmh) en van de Koran heel verschillend zijn. En hoe hard iemand het ook probeert of geprobeerd heeft; iemand zijn stijl van spreken kan men niet veranderen en dat zo op een constante manier volhouden, en zeker niet voor een periode van 23 jaar waarin de Koran geopenbaard is. De enige aanklacht die ooit is aangevoerd was dat Mohammed (vzmh) ontving van een Christen jongen genaamd Jabr. Als antwoord tegen deze bewering openbaarde Allah het volgende vers; "En wij weten inderdaad dat zij zeggen dat het slechtseen man is, die hem onderwijst (de profeet). Die taal van hem zij bedoelen is vreemd, terwijl dit de duidelijk Arabisch taal is." (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 16:103)

    Daar de stijl van de taal Arabisch is, het wonder van deze taal, hoe kan een niet Arabische spreker dit feit bevestigen. Zoals een buitenlandse student Shakespeare bestudeert van een Engels geleerde, zo ook zal een Engels spreker een Arabische geleerde raadplegen, voor de waarde van de bevestigingen van de hoge eloquentie en stijl van de Koran. De taal dient als een herinnering door de eeuwen heen, en ook bestaande stijl heeft er voor gezorgd dat er niets aan kan worden toegevoerd.

    Inderdaad God heeft beloofd dat hij het boek zal beschermen. Er zijn manuscripten uit de eerste eeuw van de Islam welke letter voor letter, dezelfde is als die van nu. "Voorwaar, wij hebben deze vermaning (Koran) gezonden en voorzeker wij zullen er de waker over zijn." (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 15:9)

    Als de Koran het woord van God is, geopenbaard als leidraad voor de mensheid voor al zijn zaken en het daar beschermd en algeheel door en door consistent is, dan moet alles wat het boek refereert aangenomen worden als de waarheid. Het bestaan van het paradijs en de hel kan niet afgeleid worden uit een rationeel bewijs, daar we deze niet kunnen waarnemen en er in geloven doen we op een traditionele manier, toch er in geloven doen we vanuit de rationele bron de Koran. Dit wordt gerefereerd door middel van transformatie bewijs. Daarom kan alles wat de Koran omschrijft als de waarheid worden aangenomen zonder te aarzelen. "En wij hebben u (Mohammed) slechts gezonden als een brenger van blijde tijdingen en een waarschuwer voor het gehele mensdom, maar de meeste mensen begrijpen het niet" (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 34:28)

    Voor de Islam is de Koran en Sunnah de bron van de Sharia het is een rationele bevestiging van Gods wetten, de mensheid is verplicht het in details na te volgen. Dit is de basis van het credo, waarop alle handelingen moeten zijn gesteld.

    14. HET LEVEN EN DE VOORUITGANG

    Vooruitgang is voor de mens het leven te leven in al haar facetten. Alle grote wereldrijken of hoog ontwikkelde gemeenschappen hadden een ideologie waarop hun leven, zo goed of kwaad was gebaseerd. De mensheid van nu verschilt daar niet veel van. We moeten over onze situatie diep gaan nadenken en niet alles blindelings volgen. Op dit moment bestaat er een dominante ideologie op de wereld, Kapitalisme welke aangenomen is zonder kritisch onderzoek naar de basis waarop deze is gefundeerd. Is de mens van de twintigste eeuw bewust van, wat vrijheid en democratie echt is? Is hij vrij in zijn handelen? Er moet natuurlijk worden gecontroleerd, maar waar leidt de controle die door de democratie uitoefent heen? De controle van een gekozen minderheid gesteund door een gezichtsloze elite? Een snel achteruitgaande samenleving, toename criminaliteit, afbraak van familiewaarden, een onstelbare zelfzucht voor verrijking en individualism zijn allen vormen van man-made systemen. Seculaire systemen staan bloot aan misbruik, en zelfs oprecht leiderschap.

    Een probleem vandaag de dag is dat de mens niet aan zijn situatie denkt, en het beetje dat er over wordt gedacht om de problemen op te lossen is gebaseerd op consensus. Het is fundamenteel fout te geloven dat een opinie van de meerderheid of de opinie van de heersende elite het altijd aan het rechte eind trekt. We zien dat de gemiddelde opinie of van de meerderheid geen enkele overeenkomst met de waarheid verdraagt. In een samenleving waar de publieke opinie wordt gedomineerd door de media, is de controle op de opinie door consensus bijna compleet. Het resultaat is desastreus, zoals we kunnen waarnemen in onze omgeving. De mens moet opnieuw zijn intellect gaan gebruiken, en alleen, en niet minder dan met de

    waarheid genoegen nemen.

    De mens moet op onderzoek gaan naar, de optie die voor hem open staat, een geloof waarin de code voor zijn levenswandel duidelijk is uitgezet zonder onzekerheden en vooroordelen. Islam is gebaseerd op het bestaan van een Schepper, die ons heeft geschapen, het overige leven en heelal. Het bewijs van de Schepper ligt voor onze ogen, indien wij tijd willen steken in wat we kunnen zien, en waarnemen en hierover willen peinzen.

    Het is overgeleverd dat: "Een uur besteed om diep na te denken is meer waard dan een nacht in gebed."

    Veel dingen bestaan, maar geen enkele van wat we kunnen waarnemen brengt zichzelf voort en bestaat vanuit zijn eigen wil, alles is beperkt en afhankelijk. Beperkte en eindigende dingen moeten zijn geschapen. Alle afhankelijke dingen zijn afhankelijk van iets buiten hen om, voor hun bestaan en onderhoud. Onze instincten zeggen ons dat we naar iets hoger moeten kijken dat ons door het leven leidt, instincten hebben de mens bevredigd zo lang de geschiedenis terug kan gaan. Geloven in God is instinctief en rationeel. De mens is tot geloof in God gekomen omdat hij een antwoord wil hebben op de vraag waar hij vandaan komt en waarom hij hier op aarde is.

    Het ware geloof in God is gebaseerd op het verstand en rationeel bewezen feiten dat een mens overtuigd raakt van een idee, en dan overeenkomstig handelt. Het verstandelijk accepteren dat er maar een God is en dat Mohammed (vzmh) zijn boodschapper is, is vereist om moslim te worden.

    Er zijn ontelbare referenties in de Koran en de Sunnah van de profeet die de mensheid op haar verantwoordelijkheid wijst.

    "En ik heb de dijnn en de mensen slechts tot mijn aanbidding geschapen" (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 51:56)

    De mens zijn rol als verantwoordelijke op aarde wordt duidelijk in de Koran omschreven.

    "En toen uw heer tot de engelen zei, ik wil een stedehouder op aarde" (zie de vertaling van de betekenissen van de Koran 2:30)

    Ieder zijn leven moet in overeenstemming zijn met de voorschriften die ons door de Schepper zijn gegeven. Dit is wat aanbidden in het algemeen betekent. We zijn niet vrij om alles in het leven te ondernemen, we zijn onderdanig aan wetten die ons zijn gegeven om onze zaken te regulieren. Andere samenlevingen hebben systemen voor een zekere mate van harmonie en ontwikkeling.

    Islam geeft ons een basisidee of een credo van waaruit alle systemen stralen. De mens zijn sociale wetten, regering en regeren, economie, justitie gegeven vanuit deze basis door onze Schepper. Deze feiten ontkennen is ook onze verantwoordelijkheid in het leven ontkennen. Onze eigen weg gaan en de Schepper aan de kant schuiven is ellende en onderdrukking uitnodigen als individu en als natie. De mens is alleen echt vrij om te ontwikkelen, wanneer hij leeft in overeenstemming met de door God gegeven instincten en behoeftes, binnen in de door God’s openbaarde wetten, de tegenovergestelde weg opgaan is Gods boosheid op ons zelf afroepen en een ondoelmatig leven te leiden, daar de mens steeds naar een ander systeem op zoek gaat, de systemen van onveiligheid en twijfel...

    ***

    www.islamhouse.com

    Islam voor iedereen !