Door: Faten Sabri

 1. Introductie

Dit boek is een korte samenvatting waarin ik de oorsprong van het christendom en zijn huidige realiteit wil verduidelijken. Het is aan de christenen om de wortels van hun geloof te kennen (om in één God te geloven en Hem alleen te aanbidden zonder enige tussenpersoon). In deze samenvatting heb ik me ingespannen om de koranverzen te citeren die het verhaal van Jezus Christus en zijn moeder vermelden, en om het bewijs te leveren uit de huidige teksten van de Thora en het Evangelie om de christelijke lezers te illustreren wat de Ware Boodschap van Jezus Christus is, met behulp van hun eigen bronnen.

Dit boek helpt ons allemaal, de ruimdenkende en de zoekers naar de waarheid, te weten dat we tot één boodschap zijn veroordeeld (het zuivere monotheïsme). Profeet Jezus was ook een van degenen die Zijn volk naar de waarheid wilde leiden.

Ik bid God (Allah)[1] dat dit boek heilzaam en een bron van leiding en zegen zal zijn, in dit leven en in

het hiernamaals.

 2. Het verhaal van Jezus Christus begon met de smeekbede van Maria's moeder

Koran[2] 3:33-37

"Zekerlijk, God heeft Adam en Noach en het gezin van Abraham en de familie Imram boven alle andere menschen gekozen.

"Het eene geslacht sproot uit het andere voort. God hoort en kent alles."

"Gedenkt dat de vrouw van Imram zeide: O Heer! ik heb u geofferd hetgeen in mijnen boezem is, om aan u te worden gewijd; neem het aan; want gij hoort en weet alles. "

"Toen zij gebaard had, zeide zij: Heer! waarlijk, ik heb een meisje voortgebracht (God wist wel wat zij voortgebracht had), en een knaap is niet gelijk een meisje. Ik heb haar Maria genaamd; haar en hare nakomelingschap stel ik onder uwe bescherming tegen den gesteenigden satan."

"God nam haar met welgevallen aan, en liet een uitmuntenden tak uit haar voortspruiten. Zacharias droeg zorg voor haar. Toen Zacharias  in hare kamer kwam, vond hij spijzen bij haar. O Maria! van wien bekomt gij dit? Zij antwoordde: Van God; want God spijst wien hij wil, zonder het te rekenen." 

 3. De status van de Maagd Maria en de blijde tijdingen

Koran 3:42-47

"De engelen zeiden tot Maria: God heeft u gekozen, gezuiverd en boven alle andere vrouwen der wereld uitverkoren."

"O Maria! wees uwen Heer onderdanig; vereer hem en kniel neder met hem, die voor hem nederknielen."

"Dit is eene geheime geschiedenis, die wij u openbaren. Gij waart er niet bij, toen zij hunne roeden wierpen, wie zorg voor Maria zou dragen; gij waart niet er bij, toen zij er om streden."

"De engelen zeiden verder; o Maria! God verkondigt u zijn woord; zijn naam zal zijn: Jezus Christus, zoon van Maria. Heerlijk zal hij zijn in deze en in de toekomstige wereld, en een van hen die in Gods nabijheid zijn."

"En hij zal tot de menschen spreken als kind in de wieg en als volwassen man, en zal een vroom man zijn."

"O Heer! antwoordde Maria: Hoe zal ik een zoon baren, terwijl geen man mij heeft aangeraakt!" De engel antwoordde: God doet wat en hoe hij wil; en heeft hij eene zaak besloten, dan zegt hij slechts: Wees, en het is." 

 4. De wonderbaarlijke conceptie en geboorte van Jezus

Koran 19:16-35

"Herdenk in het boek van den Koran het verhaal van Maria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde."

"En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken. Wij zonden onzen geest Gabriël tot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch."

"Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen."

"Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven."

"Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw."

"Gabriël hernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons[3] te doen zijn. Het is eene besloten zaak."

"Zij ontving hem dus, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats."

"En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware."

"En hij die beneden haar was, riep haar toe, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beek aan uwe voeten doen stroomen."

"Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen.

"Eet en drink en stel uw hart gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt. Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal."

"Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: O Maria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven."

"O Zuster van Aäron! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw. "

"Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?"

"Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt."

"En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven."

"Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden."

"Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt."

"Dit was Jezus de zoon van Maria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen."

"Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is." 

 5. De profeetschap van Jezus en zijn wonderen

Koran 5:75-76

"Christus, de zoon van Maria, is niets meer dan een apostel: andere apostels zijn hem voorafgegaan, en zijne moeder was eene vrouw van waarheid. Zij beiden gebruikten voedsel. Gij ziet hoe wij de teekenen Gods onder hen openbaarden, en ziet dan hoe zij zich afwenden."

"Zeg hun: wilt gij aanbidden naast God, wat u kan deren noch nuttig zijn? God hoort en ziet." 

Koran 3:48-50

"Hij zal hem ook onderwijzen in de schrift en de wijsheid, in de thora en het evangelie en hem tot de kinderen Israëls zenden."

"Zeggende: Ik kom tot u met teekens van uwen Heer. Ik wil u uit klei een vogel maken, ik zal er op blazen, en hij zal, met Gods verlof, een levende vogel worden, en ik zal den blindgeborene en den melaatsche genezen, en met Gods verlof dooden levend maken. Ik zal u zeggen wat gij eet en verder in uwe huizen verricht. Dit alles zal u een teeken wezen, indien gij geloovig zijt."

"Ik kom om de thora te bevestigen, die gij vóór mij hebt ontvangen; ik zal u het gebruik van eenige zaken veroorloven, die u vroeger verboden zijn. Ik kom tot u met teekens van uwen Heer. Vreest God en gehoorzaamt mij." 

Koran 5:112-115

"Gedenk, toen de apostelen zeiden: O, Jezus, zoon van Maria! is uw Heer in staat, ons eene tafel uit den hemel te doen nederdalen? Hij antwoordde: Vreest God, indien gij ware geloovigen zijt."

"Zij zeiden: Wij verlangen er van te eten, en dat onze harten voldaan mogen worden, en dat wij mogen weten, of gij ons de waarheid hebt verhaald, en dat wij er getuigen van mogen zijn."

"Jezus de zoon van Maria, zeide: O God, onze Heer! laat eene tafel tot ons uit den hemel nederdalen; dat de dag van hare nederdaling een feestdag voor ons worde: voor den eerste van ons en voor den laatste van ons, en een teeken van u; en voorzie haar van voedsel voor ons; want gij zijt de beste voorziener."

"God zeide: Waarlijk ik zal haar tot u doen nederdalen; maar hij van u, die daarna nog ongeloovig zal zijn, zekerlijk zal ik hem straffen met eene straf, en ik zal de andere schepselen ongestraft laten."

Koran 3:52-53

"Toen Jezus hun ongeloof zag, zeide hij: Wie wil mij voor Gods zaak helpen. De apostelen antwoordden: Wij willen Gods helpers zijn; wij gelooven aan God; betuig het, dat wij geloovigen zijn."

"Toen Jezus hun ongeloof zag, zeide hij: Wie wil mij voor Gods zaak helpen. De apostelen antwoordden: Wij willen Gods helpers zijn; wij gelooven aan God; betuig het, dat wij geloovigen zijn."

Koran 61:14

"O ware geloovigen! weest gij Gods helpers, gelijk Jezus, de zoon van Maria, tot de apostelen zeide: Wie wil mijn helper ten behoeve van God zijn? De apostelen antwoordden: Wij zullen Gods helpers zijn. Aldus geloofde een deel van de kinderen Israëls, en een ander deel geloofde niet; maar hen die geloofden, versterkten wij boven hunne vijanden, waardoor zij de overwinning over hen behaalden." 

 6. Het plan tegen Jezus en Gods bescherming

Koran 3:54-59

"De Joden verzonnen eene list; God bedacht beter tegen hen, en God is de listigste."

"God zeide: o Jezus! ik wil u doen sterven en u tot mij verheffen, en u van de ongeloovigen bevrijden; en hen die u gevolgd zijn, wil ik boven de ongeloovigen plaatsen, tot den dag der opstanding. Gij zult allen tot mij terugkeeren, en ik zal tusschen u richten over de strijdpunten."

"Ik zal de ongeloovigen in deze en in de volgende wereld streng bestraffen, en niemand zal hen helpen."

"Maar zij die gelooven en doen wat goed is, zullen hun loon ontvangen; want God bemint de onrechtvaardigen niet."

"Deze teekens en wijze waarschuwingen maken wij u bekend. 

"In de oogen van God is Jezus gelijk aan Adam; hij schiep hem uit stof en zeide: Zij, en hij was." 

 7. De weerlegging van de moord en kruisiging van Jezus

Koran 4:157-159

"En gezegd hebben: Waarlijk wij hebben Christus Jezus, den zoon van Maria, den gezant van God gedood; doch zij sloegen hem niet dood en kruisigden hem niet, maar iemand, die hem geleek, werd in zijne plaats gesteld, en waarlijk zij, die nopens hem twistten, verkeerden in eene dwaling, en hadden geene bepaalde kennis daarvan, maar volgden slechts eene meening. Zij doodden hem niet werkelijk." 

"God heeft hem tot zich opgenomen, en God is machtig en wijs."

"En er zal geen enkele onder hen zijn, die de schriften hebben ontvangen, welke niet in hem zal gelooven, vóór zijn dood, en op den dag der opstanding zal hij een getuige tegen hen zijn."

 8. Het monotheïsme was de kern van de boodschap van Jezus

Koran 3:51

"Hij is mijn en uw Heer. Vereert hem; dit is de rechte weg." 

Koran 9:31

"Zij kiezen hunne priesters en hunne monniken tot hunne heeren naast God, benevens Christus, de zoon van Maria, hoewel het hun is geboden, slechts één God te aanbidden; en er is geen God buiten hem. Het zij verre van hem wat zij met hem vereenigen." 

Koran 5:116-118

"En als God tot Jezus zal zeggen: O Jezus, zoon van Maria! hebt gij tot de menschen gezegd: Neemt mij en mijne moeder als twee goden naast God? zal hij antwoorden: Geloofd zijt gij: verre zij het het van mij, te zeggen wat niet waar is; indien ik dit had gezegd, zoudt gij het zekerlijk weten; gij weet wat in mij is, maar ik weet niet wat in u is; want gij kent alle geheimen."

"Ik heb hun niets gezegd, dan wat gij mij hebt geboden; namelijk: Aanbidt God, mijn Heer, en ùw Heer; en ik was getuige van hunne daden, zoo lang ik onder hen bleef; doch sedert gij mij tot u hebt opgenomen, waart gij hun bewaker; want gij zijt getuige van alle dingen."

"Indien gij hen straft; gij hebt de macht en zij zijne uwe dienaren, en indien gij hun vergeeft; gij kunt het; want gij zijt machtig en wijs."

Koran 4:171-173

"O gij! die de schriften hebt ontvangen, overschrijdt de juiste grenzen van uwen godsdienst niet; zegt nimmer iets anders van God dan de waarheid. Waarlijk, Christus Jezus, de zoon van Maria, is Gods apostel, en zijn woord, dat hij in Maria overbracht, en een geest van hem. Gelooft dus in God en zijne gezanten, en zegt niet; Er zijn drie goden: doet dit niet; het zal beter voor u zijn. God is slechts één God. Het is verre van hem, dat hij een zoon heeft! Hem behoort wat in den hemel en op aarde is, en God is een voldoende beschermer."

"Christus versmaadt niet trotsch, Gods dienaar te zijn, noch de engelen, die hem naderen. En hij, die zijnen dienst versmaadt en die door hoovaardij is vervuld, God zal hen allen voor zich verzamelen."

" Hen, die gelooven en doen wat goed is, zal hij hunne belooning geven, en zal die met zijne mildheid vermeerderen, maar hen, die versmaden en trotsch zijn, zal hij gestreng straffen. Zij zullen niemand naast God vinden, die hen kan helpen of ondersteunen."

 9. De profetie van de komst van de Profeet Muhammed door Jezus

Koran 61:6

"En toen Jezus, de zoon van Maria, zeide: O kinderen Israëls! waarlijk, ik ben Gods gezant, tot u gezonden, om de wet te bevestigen, die voor mij werd geopenbaard, en brengende goede tijdingen nopens een profeet, die na mij zal worden gezonden, en wiens naam Ahmed zal wezen. En toen hij hun duidelijke wonderen toonde, zeiden zij: Dit is klaarblijkelijk tooverij." 

 10.  Notes

• Het verhaal van Jezus Christus begon met de smeekbede van de moeder van Maria tot haar Heer om haar een kind te geven, zodat ze hem kan opvoeden om God te dienen.

• De voogdijschap van Maria werd verleend aan de profeet Zacharias, Maria's oom van moeders zijde, nadat ze hadden betwist wie de leiding over haar zou nemen. Ze beschouwden deze voogdij als een religieuze plicht omdat Maria's moeder haar had opgedragen om in het huis van God te dienen.

• Zacharia staat bekend om zijn kennis en vroomheid, dus hij voedde haar op in Gods kracht en in onderwerping aan God.

• Een van de speciale gunsten die God aan Maria verleende vanwege haar vroomheid, was haar goed voedsel te geven, wat geen ander kreeg.

• Toen de engel Gabriël naar haar toe kwam in de gedaante van een man met de blijde tijdingen, zocht zij toevlucht bij God van hem. Dit was een bewijs van haar bescheidenheid en kuisheid.

• Toen ze zwanger werd van het kindje Jezus, gaf ze zich over aan God en ging ver weg van haar volk.

• De zorg en bescherming van God wordt geschonken aan Maria door het voorbereiden van veilige plek om te bevallen, bij aan palmboom, om haar van goede voeding te voorzien.

• Toen Maria ten onrechte werd beschuldigd van hoererij, beval God haar te zwijgen en het kind Jezus te laten spreken. De baby sprak met de toestemming van God en dat bewees de onschuld van zijn moeder.

• De baby bevestigde zijn profeetschap, zijn onderwerping aan God, zijn dienstbaarheid aan God en zijn status als een menselijke boodschapper. (Zie Koran 19: 30-33, [Johannes 7:40, 8:40], Mattheüs 12:18, Handelingen 3:13, Marcus 6: 4)

• Het monotheïsme was het belangrijkste punt van de boodschap van Jezus.

• Jezus heeft bevestigd dat er slechts één God is en dat Hij geen partners heeft, Jezus nodigde mensen uit om God alleen te aanbidden. (Zie Koran 19:36)

• De wonderen van Jezus werden door God geleverd om zijn profeetschap te bewijzen. (Zie Koran 3:49)

• Jesus kwam om de berichten van Mozes  te bevestigen en alle leugens en aanpassingen die gemaakt waren aan de Ware boodschap, te ontkrachten. (Zie Koran 3:50)

• Toen God Jezus redde van de kruisiging en hem opvoedde, beloofde Hij hem dat iedereen die in zijn boodschap geloofde, superieur zouden zijn aan hen die niet in zijn boodschap geloofde, tot de Dag des Oordeels. (Zie Koran 3:55)

• De gelovige kan begrijpen dat als God Adam kan creëren uit stof, zonder mannelijke en vrouwelijke ouders, hij gemakkelijk Jezus kan creëren zonder een mannelijke ouder. (Zie Koran 3:59)

▪ Jezus is niet gedood noch gekruisigd, maar God heeft hem opgewekt. (Zie Koran 4: 157-158)

▪ Jezus riep niemand om hem te aanbidden, maar hij riep zijn volk om alleen God te aanbidden, zijn Heer en de Heer van iedereen. (Zie Matteüs 4:10, Koran 3:51)

▪ De koran eert en verdedigt Jezus en zijn moeder tegen godslastering en obsceniteit. Het roept de Schepper (God) alleen op zoals Jezus en zijn moeder; het vraagt ons niet om tot hen te bidden (omdat het slechts schepselen van God waren).

• Jezus predikte zuiver monotheïsme zoals te zien is in vele bijbelverzen:

"En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere." (Markus 12:29)

"En dit is het eeuwige leven, dat zij ﷻ‬ kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt." (Johannes 17: 3)

• De profetie van de komende profeet Mohammed maakte deel uit van de boodschap van Jezus. (Zie Johannes 14:16 15:26, 16:13, 16:14, Koran 61: 6)

 11. Conclusie

• De boodschap van Jezus was de boodschap van alle profeten (zuiver monotheïsme). De Schepper zond dezelfde boodschap aan de profeten van alle naties. De overeenkomsten tussen religies komen van God en de verschillen zijn ontstaan ​​door de mensheid.

• De boodschap van God is naar al Zijn schepselen gezonden. Het moet eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen zijn. Het moet ook gebaseerd zijn op een directe verbinding met God.

• Islam, wat betekent totale onderwerping aan de Schepper en de aanbidding van Zichzelf, is de religie van alle profeten gedurende de geschiedenis van de mensheid. Het is het recht van de Schepper om alleen te worden aanbeden.

▪ Aan het begin van de schepping van de mensheid werd een verbond gesloten tussen God en de mens. God verzamelde alle menselijke wezens samen en liet hen getuigen van Zijn Eenzijn en Eenheid. Daarom is er het hart van ieders bewustzijn, een erkenning van het Bestaan ​​en Eenzijn van God, zijn Schepper. De zon, vogels en alle schepselen van God onderwerpen zich natuurlijk aan Hem (een letterlijke vertaling van het woord Islam is Onderwerping).

De verschillen tussen religies hebben betrekking op de tussenpersonen en niet op de Schepper. Als iedereen de Schepper God alleen aanbidt zonder partners of tussenpersonen, zouden we allemaal verenigd zijn. Dit is de sleutel om harmonie en eenheid in de wereld te brengen. God zei: " Zeg: o gij! die de schrift hebt ontvangen, komt en laat ons de volgende vereeniging tusschen ons vinden: Laat ons slechts God vereeren, en geen schepsel met hem gelijk stellen, en dat geen van ons een ander, buiten God, als Heer erkenne en aanbidde. Weigeren zij dit, zeg dan: Wees getuige, dat wij trouwe geloovigen zijn. "(Koran 3:64)

• God is zelfvoorzienend, het past Zijne Majesteit niet om een ​​zoon of vrouw te nemen, of om te verwekken of om verwekt te worden, en er is geen gelijkenis met Hem.

• De term 'Zoon van God' werd niet letterlijk gebruikt, omdat in de Bijbel God naar veel van Zijn uitverkoren dienstknechten verwijst als 'zonen'. De Hebreeën geloofden dat God Eén is en dat hij noch echtgenote noch zoon heeft in letterlijke zin, dus de term 'Zoon van God' betekende dienaar van God. Sommige volgelingen van Jezus die uit een Griekse achtergrond kwamen, misbruikten deze term. In hun erfgoed betekent de term 'Zoon van God' een incarnatie van een god of iemand geboren uit een fysieke vereniging tussen een mannelijke en een vrouwelijke godin.

• God is perfect; Hij hoeft niet voor ons te sterven. Hij geeft leven en dood, dus hij stierf niet, noch werd hij herrezen. Hij redde zijn profeet Jezus en beschermde hem terwijl Hij zijn gelovigen helpt en beschermt.

• God is de Genadevolle voor Zijn schepselen, meer dan een moeder voor haar kinderen, dus vergeeft Hij hen wanneer zij zich tot Hem bekeren.

• De les die God de mensheid geeft wanneer hij Adam's berouw aanvaardt voor het eten van de verboden vrucht, is het eerste voorbeeld van vergeving van God aan de mensheid. Er is geen kwestie van de erfzonde. Elke ziel draagt de last van zijn eigen zonde. Dit toont de genadige natuur van God.

•Vergeving ontkracht het recht niet, en gerechtigheid sluit ook geen vergeving uit.

• Mensen worden vrij van zonden geboren; pas nadat ze de puberteit hebben bereikt, worden ze verantwoordelijk gehouden voor hun zonden.

•Er is geen superioriteit van het ene ras ten opzichte van het andere. God test elk individu op basis van hun vroomheid en gerechtigheid en dit weerspiegelt de manifestatie van de namen en attributen van God (de meest rechtvaardige, de meest wijze, etc.).

•Een van de grootste eigenschappen van God is de Alwijze; Hij schept niets tevergeefs, verheven zij Hij! Hij schept dingen om redenen die zijn grote wijsheid weerspiegelen. (Zie Koran 21:16)

•Mensen kunnen niet de schuld krijgen van zonden zie zij niet hebben begaan, noch kunnen ze verlossing krijgen omdat ze niet proberen goed te zijn. Iemands leven is een test en is verantwoordelijk voor zijn eigen acties, zoals we vinden in Deuteronomium 24:16 " De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.." (Zie Koran 35:18)

• Dit leven is niet onze eindbestemming. God heeft geen mensen geschapen om te eten, drinken en zich voort te planten. Als dat het geval zou zijn, zouden dieren als beter worden beschouwd dan mensen, omdat ze ook eten, drinken en reproduceren, maar ze zijn niet verantwoordelijk voor hun daden. God eerde mensen en begunstigde hen boven veel van Zijn schepselen.

Ik getuig dat er geen God is dan één God (Allah), dat Hij geen partner heeft, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn laatste boodschapper is. Ik getuig dat Jezus Christus zijn dienaar en zijn boodschapper is.



[1] De christenen, joden en moslims in het Midden-Oosten gebruiken het woord "Allah" om naar God te verwijzen, wat verwijst naar de enige ware God. Het woord Allah werd 89 keer genoemd in de eerdere versie van het Oude Testament. (Zie Genesis 2: 4, Boek van Daniel 6:20 Hebreeuwse en Arabische Bijbel)

[2] De Koran is het laatste heilige boek voelt door God, maar niet het enige boek, zoals moslims geloven in alle oudere openbaringen van God (de geschriften van Abraham, het boek van David, de Torah, het Evangelie, etc ..) Moslims geloven dat de oorspronkelijke boodschap in alle heilige boeken puur-monotheïsme is. In tegenstelling tot de Goddelijke geschriften die Voorafgegaan, is de koran niet in handen van het bijzonder groep van geestelijken moslims  geweest, die zou leiden tot de verkeerde interpretatie of wijziging van het geschrift. Integendeel, de koran is altijd in bereik van moslims geweest, die zij reciteren tijdens hun dagelijkse gebeden, en ze verwijzen ernaar voor al hun zorgen. Moslims lezen en reciteren van de Koran tekst zoals die werd gelezen en gereciteerd tijdens het leven van de profeet Mohammed en zijn metgezellen. Aan de Koran is niets toegevoegd of verwijderd. God de almachtige daagde de Arabieren en de niet-Arabieren een boek gelijk aan die Hij openbaarde voort te brengen, hoewel de Arabieren in die tijd meesters van de welsprekendheid en de retoriek, waren ze niet in staat om de uitdaging aan te gaan, en ze beseften dat de Koran wel van God moest zijn, de Heer van het universum.

[3] De verwijzing van God naar Zichzelf als Wij of Ons in vele verzen van de Koran duidt Grootheid en Kracht in het Arabisch aan. In de Engelse taal staat dit bekend als de koninklijke ‘WE’, waarbij een meervoudig voornaamwoord wordt gebruikt om te verwijzen naar een persoon met een hoge functie, zoals een monarch. Om twijfel te voorkomen, heeft de Koran ons consequent herinnerd aan het ENKELVOUDIG voornaamwoord met betrekking tot God, wanneer het door Zijn dienstknechten werd geroepen.