Een dag in het huis van de Boodschapper van Allah – Vrede zij met hem

Alle lof komt Allah toe, Degene die Zijn Boodschapper heeft gezonden met de leiding en de ware godsdienst.

Moge de vrede en zegeningen van Allah met onze Profeet Mohammed zijn, de leider van de Boodschappers die slechts gezonden werd als een barmhartigheid voor de werelden. Moge Allah's vrede en zegeningen ook met de familie van de Profeet en met al zijn Metgezellen zijn. Dit gezegd zijnde:

Vandaag de dag overdrijven sommige mensen in hun liefde voor de Profeet . Ze overdrijven tot ze het niveau bereiken van shirk (polytheïsme) door smeekbeden tot hem te richten, zijn hulp te vragen enzovoort. En het is bij Allah dat we onze toevlucht zoeken. Anderen schieten dan weer tekort in deze liefde en verzuimen hun plicht om de weg en het gedrag van de Profeet ﷺ‬ te volgen. Ze nemen hem niet als levensvoorbeeld wanneer ze zijn pad wensen te volgen.

Deze woorden zijn als inleiding, met als doel de biografie en het leven van de Profeet ﷺ‬ eenvoudig te maken, opdat de gewone mens hem beter zal leren kennen. Deze weinige pagina’s brengen fragmenten en glimpen naar voren van de eigenschappen van de Profeet ﷺ‬ en zijn sterke punten. Dit werk is zeker niet volledig en beperkt zich eerder tot geselecteerde passages waarin we zullen stilstaan bij de eigenschappen en de ethiek van de Profeet ﷺ‬. Ik heb al zijn eigenschappen niet vermeld maar enkel deze die vandaag niet meer aanwezig zijn in het leven van de mensen. Voor iedere eigenschap en karaktertrek beperk ik me tot het vermelden van twee of drie Ahaadieth (overleveringen). Het leven van de Profeet ﷺ‬ is een voorbeeld voor de gehele Oemmah (moslimnatie) en de optimale levenswijze.

De Profeet was een voorbeeld van onderdanigheid en gehoorzaamheid (aan Allah), van aanbidding, van nobele zeden en goede omgang met anderen. Hij bekleedde bovendien een positie van hoge status. Dit vers waarin Allah de Almachtige de lof van de Profeet verkondigd is daar een voldoend bewijs van:

{“En zeker, jij beschikt over een hoogstaand karakter.”} [Koran 68:4]

De Ahloes Soennah wal Djama‘ah (de mensen van traditie en gemeenschap) hebben eerbied voor de Profeet ﷺ‬ en respecteren hem zoals ons door Allah de Almachtige werd opgedragen. Zij geloven dat de Profeet ﷺ‬ de Dienaar van Allah de Almachtige is, Zijn Boodschapper en vertrouweling. Maar ze overdrijven niet in (deze liefde voor) hem en ze zijn niet buitensporig wanneer ze hun lof voor hem verkondigen. En zo houden ze zijn juiste status in ere.

Wij, Ahloes Soennah wal Djama‘ah, volgen deze methode van de middenweg. Zodoende begaan wij geen religieuze innovatie zoals het vieren van Mouled (de verjaardag van de Profeet ﷺ‬). Maar wij houden van hem zoals ons is opgedragen, wij gehoorzamen zijn bevelen en vermijden wat hij heeft verboden.

De uiterste grens van kennis over de Boodschapper bereik je als je weet dat hij een mens was...

…en dat hij het beste schepsel was dat Allah ooit heeft voortgebracht.

Hij, de Almachtige, heeft hem toegestaan om de laatste Profeet te zijn.

Zijn licht schittert en hij getuigt.

De ware God heeft Zijn naam met de naam van de Profeet samengebracht…

…wanneer de muezzin oproept tot de vijf gebeden en zegt "ik getuig…".

Zijn Naam (d.w.z. die van Allah) werd gedeeld zodat hij (d.w.z. de Profeet) vereerd (in de zin van hoogachting, niet aanbidding) kan worden.

De Heer van de Troon (Allah) is "Mahmoed" (geprezen) en hij (Mohammed) heet "Ahmed".

Omdat wij onze geliefde Profeet ﷺ‬ in deze wereld niet hebben kunnen zien, smeken wij Allah de Almachtige om ons te laten horen bij degenen waarover de Profeet ﷺ‬ zei:

“Ik zou mijn broeders willen zien.” De Metgezellen, moge Allah tevreden over hen zijn, zeiden: “O Boodschapper van Allah! Zjjn wij niet uw broeders?” Hij zei: “Jullie zijn mijn Metgezellen, maar mijn broeders zijn degenen die nog niet geboren zijn en na mij zullen komen.” Zij zeiden: “O Boodschapper van Allah: Hoe zult u hen van uw Oemmah herkennen als ze nog niet zijn geboren?” Hij zei: “Zeg eens, als een man paarden heeft met witte voeten en witte voorhoofden tussen paarden die helemaal zwart zijn, zou hij dan zijn paarden niet herkennen?” Zij zeiden: “Ja dat is zeker, Boodschapper van Allah!” Hij zei: “Zij (mijn volgelingen) zullen komen met een licht gezicht en witte ledematen door de rituele wassingen; en ik zal vóór ze bij de Haudh (het Bassin) arriveren.” [Moeslim]

Ik smeek dat Allah de Almachtige om ons in staat te stellen de traditie van de Profeet, ﷺ‬ te bestuderen, om in zijn spoor te treden en om in zijn Soennah (tradities) rust en voldoening te vinden. Ook vraag ik Allah de Almachtige ons met de Profeet ﷺ‬ te verenigen in het Paradijs, en hem de grootst mogelijke beloning te geven. Moge de vrede en zegeningen van Allah met onze Profeet ﷺ‬, zijn familie en al zijn Metgezellen zijn.

Abdoel Malik Ibn Mohammed Ibn Abd al-Rahmaan al-Qaasim

 Op bezoek

Laten we verschillende eeuwen teruggaan. Laten we de boeken van vroeger weer tevoorschijn halen om erin te bladeren, te lezen en om hun inhoud, betekenis en woorden in ons op te nemen. Laten we zo een bezoek brengen aan de Boodschapper van Allah in zijn huis. We zullen zijn huis binnengaan en ontdekken hoe hij leefde. We zullen zien in wat voor omstandigheden hij verkeerde en luisteren naar zijn woorden. We zullen slechts één dag in het huis van de Profeet ﷺ‬ verblijven, om zo ontelbare lessen te leren. We zullen inspiratie putten uit de verlichtende woorden en handelingen van de Profeet ﷺ‬. Tegenwoordig hebben middelen van informatie zich sterk ontwikkeld, en hebben mensen meer kennis, en kan virtueel worden gereisd tussen het Oosten en het Westen via boeken, onderzoek, films en documentaires.

Wij (als moslims) hebben daarom meer recht dan deze mensen om een religieuze reis te ondernemen naar het huis van de Boodschapper van Allah ﷺ‬. We kunnen hem zo gadeslaan in het alledaagse leven met de oprechte intentie om deze waarnemingen en nieuwe kennis toe te passen. Aangezien we alle onderwerpen niet kunnen behandelen, zullen we onze aandacht enkel op bepaalde situaties in zijn huis concentreren. Hopelijk zullen we deze toestanden dan in het dagelijks leven toepassen en ons hiermee beter onderrichten.

Om het kort maar krachtig te houden, zullen we speciale aandacht besteden aan bepaalde situaties in het huis van de Profeet ﷺ‬ hopend dat we het bij onszelf hierdoor in onze huizen toe gaan passen.

Beste Moslimbroeders en -zusters,

We zullen niet slechts eeuwen teruggaan om leuk te lezen wat we niet zagen. Het lezen van zijn biografie, het volgen van zijn Soenna, methodeleer en weg zijn voor ons eerder daden waarmee we Allah de Almachtige aanbidden. Allah droeg ons op van de Profeet ﷺ‬ te houden, en het belangrijkste teken van deze liefde is door zijn geboden te gehoorzamen, en hiermee verenigbaar, zijn verboden te vermijden.

Allah de Almachtige droeg ons op de Profeet ﷺ‬ te volgen, en hem als een rolmodel te nemen, toen Hij zei:

{“Zeg (O Mohammed): ‘Als jullie van Allah houden, volg mij dan: Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.”} [Koran 3:31]

Allah de Almachtige zegt ook:

{Voorzeker, de Boodschapper van Allah is voor jullie een goed voorbeeld: voor wie op (de beloning van) Allah en het Hiernamaals hoopt, en voor wie Allah veelvuldig gedenkt.] [Koran 33:21]

Allah de Almachtige noemt gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ‬ en de plicht om hem te volgen in meer dan veertig Koranverzen[1]. Dit bevestigt dat men nooit geluk of veiligheid in het Hiernamaals kan behalen, behalve door het volgen van de Boodschapper ﷺ‬:

{Dit zijn de door Allah vastgestelde bepalingen, en hij die Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt: Hij (Allah) zal hem het Paradijs binnenleiden, waar onderdoor de rivieren stromen. Zij zijn eeuwig levenden daarin. En dat is een geweldige overwinning. En hij die Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is en Zijn bepalingen overtreedt, Hij (Allah) zal hem in de Hel binnenleiden. Zij zijn eeuwig levenden daarin. En voor hem is er een vernederende bestraffing. [Koran 4:13-14]

De Boodschapper van Allah ﷺ‬ heeft ons ook verteld dat onze liefde voor hem een middel is om de zoetheid van het geloof te proeven, door te zeggen:

“Er zijn drie goede eigenschappen en degene die ze bezit, zal de zoetheid van imaan (geloof) proeven: Te houden van Allah en Zijn Boodschapper, meer dan wie dan ook..” [Al-Boekhari en Moeslim]

Hij zei ook:

“Bij Hem in Wiens Handen mijn leven is (d.w.z. Allah), niemand van jullie zal (volledig) geloof hebben tot hij meer van mij houdt dan van zijn ouders en kinderen.” [Moeslim]

De sierah (biografie) van de Profeet ﷺ‬ is een rijke en zuivere levensbeschrijving, die we als leidraad gebruiken en waar we lering uit trekken.

 De reis

Op zich is een reis ondernemen naar het huis van de Profeet ﷺ‬ een zeer aantrekkelijke zaak omdat je zijn manier van omgang in specifieke omstandigheden kan beschouwen. Maar het wordt nog aantrekkelijker indien je met deze reis op de beloning van Allah hoopt. De tocht die we zullen ondernemen is meer dan een vermaning en een les. Het is een levensbeschrijving en een voorbeeld waarmee we de Profeet ﷺ‬ leren volgen.

Deze reis kan echter alleen worden ondernoemen d.m.v. boeken en de verhalen van de Metgezellen. Dit moet goed begrepen worden omdat het niet toegestaan is om daadwerkelijk te reizen met als doel het graf of het huis van de Profeet ﷺ‬ te bezoeken, of welke andere plaats dan ook, behalve de drie moskeeën die de Profeet ﷺ‬ noemde toen hij zei:

“Onderneem geen reis (naar een specifieke moskee) behalve naar één van deze drie moskeeën: de Haram (de Heilige Moskee), mijn moskee (d.w.z. de Moskee van de Profeet) en de Aqsa Moskee."  [Al-Boekhari en Moeslim]

Wij moeten gehoorzamen aan dit gebod van de Profeet, ﷺ‬ door geen reis (naar een moskee) te ondernemen ter religieuze aanbidding, behalve naar één van deze drie moskeeën, want Allah de Almachtige zei:

{…En wat de Boodschapper jullie geeft, neem dat; maar wat hij jullie verbiedt, onthoud jullie daarvan. En vrees Allah, voorwaar, Allah is hard in de bestraffing.} [Koran 59:7]

Het is niet toegestaan om naar de relikwieën van de Profeet ﷺ‬ te gaan om daar aanbiddingen te verrichten, want Ibn Waddaah leverde over: “Umar ibn Al-Khattaab, moge Allah tevreden over hem zijn, beval dat de boom waaronder de Metgezellen de eed van trouw aan de Profeet ﷺ‬ hadden gezworen, moest worden omgehakt, omdat mensen eronder waren gaan bidden, en hij vreesde dat ze in fitnah (bezoeking) zouden vallen.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn, zei m.b.t. de grot van Hiraa’:

De Profeet ﷺ‬ placht Allah de Almachtige daarin te aanbidden, Vóór zijn profeetschap placht de Profeet (SAS) Allah daar (in de Grote van Hira) te aanbidden. Het is ook in deze grot dat de eerste openbaring aan de profeet Mohammed werd neergezonden. Maar sinds hij er de eerste openbaring ontving, is hij er nooit meer in de buurt van gekomen. Noch hij, noch zijn Metgezellen zijn nog naar deze grot teruggekeerd. De Profeet ﷺ‬ bracht meer dan tien jaar in Mekka door nadat zijn Profeetschap begon, maar hij ging er nooit naartoe, en ook de gelovigen die bij hem in Mekka waren niet. Na de Hidjrah (migratie van Mekka naar Medina) ging de Profeet ﷺ‬ verschillende keren naar Mekka terug, zoals tijdens de ‘Oemrah (kleine bedevaart) van Al-Hoedaybiyah, de ‘Oemrah van al-Dji‘raanah of in het jaar van de Bevrijding van Mekka toen hij er zo’n twintig dagen verbleef. Tijdens al deze bezoeken (aan Mekka) heeft hij de grot van Hira nooit bezocht.[2]

We komen nu dichter bij Medina en hier is het meest in het oog vallende historische monument van de regio: de berg Oehoed waarover de Profeet ﷺ‬ zei: “Deze berg houdt van ons en wij houden van hem.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Voordat we het huis van de Profeet ﷺ‬ binnengaan, bestuderen we hoe zijn huis gebouwd en ingericht is. We moeten niet versteld staan van het simpele huisraad en van hoe klein de woning is. De Profeet ﷺ‬ leidde nu eenmaal het meest ascetische leven, zonder belang te hechten aan de wereldse glans en glitter. Zijn bron van genoegen was het gebed. Hij ﷺ‬ zei:

-          “Ik vind mijn genoegen in (het verrichten van) het gebed.” [An-Nasaa’i] (letterlijk “Het genoegen van mijn ogen is in het gebed.” vert.) Betreffende deze wereld heeft de Profeet ﷺ‬ gezegd:

-          “Wat heb ik te doen met het werelds leven? Ik ben als een ruiter op een zomerdag die voor een uurtje in de schaduw van een boom ging rusten en die daarna opnieuw vertrok en de boom achter zich liet.” [At-Tirmidhi]

We lopen nu in snelle pas door de straten van Medina richting het huis van de Profeet ﷺ‬. Nu zien we de verblijven van de vrouwen van de Profeet ﷺ‬. Sommige verblijven zijn gebouwd van palmbladeren met daarop een laag klei, terwijl andere verblijven van op elkaar gestapelde stenen zijn gemaakt. De daken van alle verblijven zijn gemaakt van het loof van palmbomen.

Al-Hasan, moge Allah hem genade tonen, zei: “Ik placht de kamers van de vrouwen van de Profeet binnen te gaan, tijdens het kalifaat van ‘Oethmaan, moge Allah tevreden over hem zijn, en kon dan het dak met mijn hand aanraken.”[3]

Het is zeker een bescheiden woning met daarin kleine kamers, maar het is gevuld met geloof, gehoorzaamheid aan Allah de Almachtige en de Goddelijke Openbaring en Boodschap.

Beschrijving van de Profeet ﷺ‬

We kloppen nu op de deur van het huis van de Profeet ﷺ‬. Laten we onze inbeelding samengaan met die van degenen die de Profeet ﷺ‬ echt zagen, om kennis te maken met zijn knappe voorkomen en glimlachende uitdrukking:

-          Al-Baraa’ ibn ‘Aazib, moge Allah tevreden over hem zijn, zei:

“De Boodschapper van Allah ﷺ‬ had het knapste gezicht van alle mensen en had het mooiste uiterlijk. Hij was niet erg lang noch kort.” [Al-Boekhari]

-          Hij vertelde ook: “De Profeet ﷺ‬ was van gemiddelde lengte en had brede schouders en (lang) haar dat tot zijn oorlellen reikte. Ik zag hem een keer toen hij een rode mantel droeg en ik heb nooit iemand gezien die knapper was dan hij.” [Al-Boekhari]

-          Aboe Ishaaq As-Sabie‘i, moge Allah hem genadig zijn, zei dat aan Al-Baraa’, moge Allah tevreden over hem zijn, werd gevraagd: “Was het gezicht van de Profeet (zo schitterend) als een zwaard?” Hij zei: “Nee, maar (zo schitterend of stralend) als de maan.” [Al-Boekhari]

-          Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Ik heb nooit een lap fluweel of zijde aangeraakt aangeraakt dat zachter was dan de handpalm van de Boodschapper van Allah ﷺ‬, noch heb ik een betere geur geroken dan de geur van de Boodschapper van Allah ﷺ‬.” [Al-Boekhari en Moeslim]

-          Bescheidenheid was één van de belangrijkste eigenschappen van de Profeet ﷺ‬. Abu Sa‘ied Al-Khoedri, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ was zelfs verlegener dan een maagd achter haar sluier. Wanneer hij iets zag dat hij afkeurde, konden we het van zijn gezicht aflezen.” [Al-Boekhari]

Dit waren een paar voorbeelden van de mooie fysieke en morele eigenschappen van de Profeet ﷺ‬, die de perfectste mens was in uiterlijk en karakter.

De spraak van de Boodschapper van Allah ﷺ‬

Laten we nu eens kijken hoe de Profeet ﷺ‬ sprak. Volgens ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, haar woorden:

“De Boodschapper van Allah ﷺ‬ sprak nooit haastig en teveel. Hij sprak duidelijk in beknopte zinnen, zodat de toehoorders konden onthouden wat ze hadden gehoord.” [Aboe Dawoed]

Hij was medelevend en meegaand, en hij wilde graag dat mensen zijn woorden begrepen. Hij hield rekening met verschillen tussen de mensen in hun mate van begrip en geestelijk vermogen, iets wat geduld vereist.

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ sprak in beknopte zinnen zodat iedereen die naar hem luisterde hem begreep.” [Aboe Dawoed]

Kijk hoezeer de Profeet ﷺ‬ geduldig en verdraagzaam was door zijn worden te herhalen opdat men hem zou begrijpen.

Anas ibn Maalik, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ herhaalde gewoonlijk zijn woorden driemaal, zodat de toehoorders hem goed zouden begrijpen.” [Al-Boekhari]

De Profeet ﷺ‬ placht mensen die bang voor hem waren te kalmeren. Ibn Mas‘oed, moge Allah tevreden over hem zijn, zei bijvoorbeeld: Er kwam eens een man naar de Profeet ﷺ‬, om met hem over iets te praten. De man stond te trillen, waarop de Profeet ﷺ‬ tegen hem zei: “Wees kalm! Waarlijk, ik ben geen koning. Ik ben slechts de zoon van een vrouw die gedroogd vlees placht te eten.” [Ibn Maadjah]

 In het huis

Nadat we toestemming krijgen om binnen te komen in het huis van de Profeet ﷺ‬, zullen we naar de nobele Metgezellen luisteren, moge Allah tevreden over hen zijn, die het interieur van het huis en tevens het huisraad beschreven.

We weten dat het verboden is om vrijuit onze ogen de kost te geven in andermans huis, maar de Profeet ﷺ‬ is ons rolmodel, zodoende horen we de beschrijving van zijn huis te kennen, opdat we hem daarin kunnen volgen. De fundering van dit huis is nederigheid, en Geloof is het kapitaal (d.w.z. het deel met de meeste waarde). Merk op dat er geen afbeeldingen aan de muur hangen van levende wezens, het tegendeel van wat we nu in vele huizen zien.

De Profeet ﷺ‬ zei: “De engelen gaan niet een huis binnen waar een hond is of waar afbeeldingen zijn (d.w.z. afbeeldingen van schepsels die een ziel hebben).” [Al-Boekhari]

Laten we dan nu eens kijken wat voor keukengerei de Profeet ﷺ‬ gebruikte in het dagelijks leven.

Thaabit, moge Allah hem genadig zijn, zei: “Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, bracht een dikke houten beker waar een ijzeren band aan vastzat voor ons tevoorschijn en zei: ‘O Thaabit, dit is de beker van de Profeet.” [At-Tirmidhi]

De Profeet ﷺ‬ placht water, nabiedh[4], honing en melk uit deze beker te drinken. [At-Tirmidhi]

Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei ook: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ placht driemaal (buiten de beker) te ademen (tijdens het drinken).”[At-Tirmidhi]

Wat betreft het ijzeren harnas dat de Profeet ﷺ‬ droeg tijdens de Djihaad (tijdens het strijden) en tijdens veldslagen, dat zal je waarschijnlijk niet meer aantreffen, want dat heeft hij als pacht gegeven aan een jood voor dertig saa‘[5] gerst, zoals ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, vertelde (zie al-Boekhari en Moeslim). En hij stierf terwijl het harnas nog steeds als pacht bij de jood was.

De Profeet ﷺ‬ ging nooit onaangekondigd naar zijn vrouwen toe, moge Allah tevreden over hen zijn. Hij wantrouwde ze nooit, en ging naar hun toe wanneer ze hem verwachtten en dan begroette hij hen ook[6].

Kijk eens goed naar deze ahaadieth van de Profeet ﷺ‬:

“Gelukkig is iedereen die naar de Islam werd geleid, en genoeg proviand heeft voor de dag en daar tevreden mee is.” [At-Tirmidhi]

“Hij die zijn dag begint met een veilig gevoel, in goede gezondheid verkeert en genoeg proviand voor de dag heeft, zal het gevoel hebben dat hij de hele wereld bezit.” [At-Tirmidhi]

De familieleden

De Profeet ﷺ‬ was het best van alle mensen in het onderhouden van de familiebanden, tot in die mate dat de ongelovigen van de Qoeraish hem ‘As-Saadiq Al-Ameen’ noemden (de oprechte en betrouwbare), zelfs voordat hij de Boodschap ontving. Khadiedjah, moge Allah tevreden over haar zijn, beschreef hem door te zeggen: “…jij onderhoudt werkelijk de familiebanden…”

Laten we de Profeet ﷺ‬ gadeslaan, toen hij het graf bezocht van zijn moeder die stierf toen hij zeven jaar oud was. Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Op een dag bezocht de Profeet ﷺ‬ het graf van zijn moeder. Hij huilde en daardoor moesten de mensen om hem heen ook huilen. Hij zei: “Ik vroeg toestemming van mijn Heer om vergiffenis voor haar te vragen, maar dat werd mij geweigerd. Ik vroeg toestemming om haar graf te bezoeken, en dat stond Hij me toe. Bezoek dus de graven, want ze herinneren ons aan de dood.” [Moeslim]

Kijk eens hoe de Profeet ﷺ‬ erop gebrand was zijn familieleden te leiden en hen te redden van de Hel, ongeacht de ontbering en zware tijden hij hierdoor onderging.

Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Toen deze ayah (vers) werd geopenbaard: {En waarschuw jouw naaste familieleden.} [Koran 26:214] riep de Boodschapper van Allah ﷺ‬ de Qoeraish. Toen ze zich hadden verzameld, zei hij tegen hen: “O zonen van Banu ‘Abd Shams, O Banu Ka’b ibn Lu‘ay, red julliezelf van de Hel! O Banu Murrah ibn Ka’b, red julliezelf van de Hel! O Banu ‘Abd Manaaf, red julliezelf van de Hel! O Banu Haashim, red julliezelf van de Hel! O Banu ‘Abdul-Muttaalib, red julliezelf van de Hel! O Faatimah, red jezelf van de Hel, want ik heb geen macht (om jullie te beschermen) tegen Allah, in wat dan ook, maar ik zou mijn relatie met jullie onderhouden.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ heeft de moed nooit opgegeven en zijn oom Aboe Taalib herhaaldelijk uitgenodigd om de Islam aan te nemen, zelfs toen die op zijn sterfbed lag.

Toen het tijdstip van overlijden dichterbij kwam, ging de Boodschapper van Allah ﷺ‬ naar hem toe, en trof daar Abu Djahl ibn Hishaam en ‘Abdoellaah ibn Aboe Oemayyah ibn Al-Mughierah bij hem aan. De Boodschapper van Allah zei tegen Aboe Taalib: “O oom! Zeg: ‘Niemand is het waard te worden aanbeden behalve Allah’, een zin waarmee ik voor u zou kunnen bemiddelen bij Allah.” Abu Djahl en ‘Abdoellaah ibn Aboe Oemayyah zeiden: “O Aboe Taalib! Ga je het geloof van Abdoel Moettalib afkeuren?” Zij (Aboe Djahl en ‘Abdoellaah) bleven dit herhalen tot Aboe Taalib als laatste verklaring zei dat hij vasthield aan het geloof van Abdoel Moettalib. Toen zei de Profeet ﷺ‬: “Ik zal vergiffenis voor u blijven vragen bij Allah tenzij dat me wordt verboden (door Allah).” Daarna openbaarde Allah de Almachtige dit vers:

{Het past de Profeet en degenen die geloven niet dat zij vergiffenis vragen voor de veelgodenaanbidders, ook al zijn zij verwanten, nadat het hen duidelijk is geworden dat zij de bewoners van de Hel zijn.} [Koran 9:113]

{Voorwaar, jij kunt degenen die jij liefhebt geen leiding geven. Maar Allah leidt wie Hij wil, en Hij kent degenen die Leiding volgen het best. [Koran 28:56]

[Ahmad, Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ vroeg zijn oom tijdens zijn leven vele keren om zich te bekeren, en zelfs op zijn doodsbed. Hij begon toen met vergiffenis voor hem te vragen van Allah de Almachtige, tot hem dat werd verboden. De Profeet ﷺ‬ schikte zich in dit bevel en stopte te smeken voor zijn polytheïstische familieleden. Aan de ene kant was hij zeer begaan met zijn Oemmah, en aan de andere kant een vorm van distantiëring van de ongelovigen, zelfs als het familieleden betrof.

Na een lange tijd van wanhoop en onverschilligheid, is een Profeet tot ons gekomen.

Hij kwam als Boodschapper in een periode waarin afgoden werden aanbeden.

Hij werd voor zijn gemeenschap een verlichtende lamp en een leider

En hij schitterde als gepolijste juwelen

Hij waarschuwde ons tegen het Hellevuur en bracht het goede nieuws van een Paradijs

Hij leerde ons de Islam kennen en daarvoor prijzen we Allah

De Boodschapper van Allah ﷺ‬ in zijn huis

Het huis laat de ware aard, de ware manieren en zeden zien van de persoon die erin woont. Thuis is men achter de muren, verborgen voor de mensen. De Profeet ﷺ‬ behandelde zijn slaven, bedienden en vrouwen op een nederige en soepele manier. Hij was niet arrogant ondanks het feit dat hij thuis heer en meester was, en allen onder zijn gezag zwak waren.

Laten we eens verder kijken hoe de Boodschapper van Allah ﷺ‬, die de leider en onderwijzer van deze Oemmah is zich thuis gedroeg. Aan ‘Aa‘isha, moge Allah tevreden over haar zijn, werd eens gevraagd: “Wat deed de Boodschapper ﷺ‬ als hij thuis was?” Ze zei: ‘Hij was een mens zoals alle mensen. Hij ontluisde zijn kleding, molk de schapen en bediende zichzelf.’ [Ahmad en At-Tirmidhi]

Hij was het voorbeeld van bescheidenheid en bezat geen greintje arrogantie. Hij was zo nobel door zijn behulpzame karakter en hij hielp met het huishouden, ondanks het feit dat hij de beste mens is. In dit huis waaruit het licht van deze religie over de hele wereld werd gestraald, vond de Profeet ﷺ‬ niet altijd genoeg voedsel om zijn honger te stillen. An-Noe‘maan ibn Bashier, moge Allah tevreden over hem zijn, beschreef de toestand van de Profeet ﷺ‬ en zei: “Ik heb de Profeet ﷺ‬ gezien in een situatie waarin hij niet eens genoeg dadels van slechte kwaliteit had om zijn maag te vullen.” [Moeslim]

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Een complete maand ging voorbij waarin we geen vuur aanstoken (om te koken), en ons voedsel bestond dan slechts uit dadels en water.” [Al-Boekhari]

Toch leidde niets de Profeet ﷺ‬ af van de aanbidding en gehoorzaamheid aan Allah de Almachtige. Dus altijd wanneer hij de Adhaan (oproep tot het gebed) hoorde, gaf hij daar onmiddellijk gehoor aan en liet dan de hele wereld achter zich.

Al-Aswad ibn Yazied, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Hoe gedroeg de Profeet ﷺ‬ zich in zijn huis?” Ze zei: “Hij placht zijn gezin te helpen, maar zodra hij de Adhaan hoorde, vertrok hij (voor het gebed).”

Er is niet overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ‬ ooit de verplichte gebeden thuis verrichtte, behalve wanneer hij ziek was en koorts had, tijdens de laatste ziekte voor zijn dood.

Hoewel de Profeet ﷺ‬ zo begaan en barmhartig was met zijn Oemmah, toonde hij een zeer hard standpunt tegen degene die de gebeden niet gezamenlijk verrichtte zonder een aanvaardbaar excuus. Hij zei: “Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is (d.w.z. Allah), Ik had mij voorgenomen iemand op te dragen de Adhaan (oproep tot het gebed) te verrichten en dan iemand op te dragen het gebed te leiden. Daarna zou ik met een paar mensen brandhout verzamelen en de huizen afbranden van de mannen die niet naar de moskee zijn gekomen om er het verplichte gebed te verrichten. [Al-Boekhari en Moeslim]

Dit bewijst hoe belangrijk het gezamenlijke gebed is, want de Profeet ﷺ‬ zei ook:

“Degene die de Adhaan hoort en er geen gehoor aan geeft (door naar de moskee te komen om het gebed gezamenlijk te verrichten), zijn gebed (thuis) is niet geldig, tenzij hij een geldig excuus heeft (ziekte of angst). [Ibn Maadjah en Ibn Hibbaan]

Kijk naar de mannen die vandaag thuis bidden naast hun vrouw. Ze zijn niet ziek en ze leven niet in angst, maar toch hebben ze de moskee achtergelaten. Wat is hun excuus om het gezamenlijke gebed niet te verrichten?

Leiding en houding van de Profeet ﷺ‬

Iemands houding en gedrag geven blijk van zijn wijsheid, en vertegenwoordigen een sleutel naar de kennis van diens hart. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, is degene die het gedrag en de manieren van de Profeet ﷺ‬ het beste kende en die zijn situatie het nauwkeurigst heeft beschreven. Hetzij zijn manier van slapen, wanneer hij wakker was, tijdens ziekte of gezondheid, als hij boos was of vrolijk. Zij zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ was nooit onbetamelijk of schunnig, of grof. Noch was hij een herriemaker op de markten, en hij vergold nooit kwaad met kwaad, maar hij vergaf en gaf gratie.” [Ahmad]

Al-Hoesayn, de kleinzoon van de Profeet, moge Allah tevreden over hem zijn, beschreef bepaalde aspecten van het gedrag van de Profeet ﷺ‬, toen hij zei:

“Ik vroeg mijn vader hoe de Profeet ﷺ‬ zich tegenover anderen gedroeg, en hij antwoordde: ‘De Boodschapper van Allah ﷺ‬ was altijd opgewekt, gelijkmoedig en soepel. Hij was niet ruw, grof, onstuimig, vulgair, vitterig of overdreven grappig. Hij zag door de vingers wat hem niet aanstond en stelde een hoopvol iemand niet teleur noch bekritiseerde hij die. Hij kleineerde en berispte niemand, noch zocht hij naar andermans fouten. Hij sprak alleen over dingen waar hij een beloning voor wenste, en wanneer hij sprak, dan luisterden de aanwezigen aandachtig. Wanneer hij sprak, waren ze stil, en als hij stil was, spraken zij. Ze maakten geen ruzie in zijn bijzijn, en hij lachte om dat waar zij om lachten, en hij verbaasde zich over dat waar zij zich over verbaasden. Hij verdroeg de grofheid van een vreemde. Hij riep altijd op om de armen te helpen. De Profeet ﷺ‬ aanvaardde geen lofprijzingen van een goede Moslim, en hij onderbrak niemand tot diegene klaar was, of vertrok.”[At-Tirmidhi]

Kijk eens naar de manieren en het gedrag van de Profeet ﷺ‬ één voor één, en probeer ook zo te zijn, want ze zijn een belichaming van al het goede.

De Profeet ﷺ‬ onderwees degenen die met hem waren religieuze kwesties. Hier zijn daar een paar voorbeelden van:

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “Eenieder die sterft terwijl hij iemand anders dan Allah (als een bondgenoot van Allah) aanroept, zal de Hel binnengaan.” [Al-Boekhari]

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “De echte Moslim is degene die met zijn woorden en daden andere Moslims geen kwaad berokkent. En een Moehaadjir (emigrant) is degene die dat verlaat wat Allah heeft verboden.” [Al-Boekhari en Moeslim]

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “Geef goed nieuws aan degenen die in het donker naar de moskeeën lopen, want op de Dag der Opstanding zullen zij een volmaakt licht krijgen.” [At-Tirmidhi en Aboe Dawoed]

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “Strijd tegen de polytheïsten met jullie rijkdom, leven en tong.” [Aboe Dawoed]

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “Het kan (gebeuren) dat een dienaar (van Allah) gedachteloos een woord uit (d.w.z. zonder na te denken over de gevolgen ervan), waardoor hij dieper in de Hel valt dan de afstand tussen het oosten en het westen.” [Al-Boekhari en Moeslim]

-          De Profeet ﷺ‬ zei: “Ik werd niet gestuurd als iemand die vervloeking (op de mensen) oproept, maar ik ben juist gestuurd als een zegen voor hen.” [Moeslim]

-          ‘Omar, moge Allah tevreden over hem zijn, vertelde dat de Profeet ﷺ‬ zei: “Overdrijf niet in jullie loftuitingen voor mij, zoals de Christenen lof spraken over de zoon van Maryam (Maria) [Al-Boekhari en Moeslim]

-          Djoendoeb ibn ‘Abdoellaah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ‬ vijf dagen voor zijn dood zeggen: “Ik heb mijzelf voor Allah gevrijwaard tegen het feit dat ik iemand van jullie als innige vriend neem,  want Allah heeft mij als Zijn innige vriend genomen, zoals Hij Ibrahiem (Abraham) als innige vriend nam. Had ik iemand van mijn Oemmah als innige vriend genomen, dan zou ik Aboe Bakr hebben genomen. Trek lering uit de (volken) die jullie voorgingen, want zij maakten de graven van hun profeten als plaatsen van aanbidding, maar jullie mogen de graven niet als moskeeën gebruiken. Ik verbied jullie dat.” [Moeslim]

Zodoende is het verrichten van het gebed in een moskee waar één of meerdere graven zijn niet toegestaan.

De dochters van de Profeet ﷺ‬

Vóór de komst van de Islam was de dag waarop een meisje werd geboren een ramp in het leven van de ouders en zelfs voor de hele familie en stam. Het levend begraven van een meisje werd daarom een standaard gebruik in de Arabische maatschappij tijdens de Djahiliyyah (pre-islamitische periode van onwetendheid) uit vrees voor oneer en schandalen. Ze brachten deze verschrikkelijke en genadeloze misdaad in uitvoering op verschillende manieren. Bijvoorbeeld, als bij iemand een meisje werd geboren, liet hij haar tot ze zes jaar oud was, dan werd de moeder gevraagd haar mooi aan te kleden om haar naar haar familie te brengen. De vader bracht haar dan naar een graf dat hij in de woestijn had gegraven, en vroeg het meisje erin te kijken. Wanneer ze dat deed, duwde hij haar in het graf en be dolf haar dan met zand, zo vreselijk wreed.

De Profeet ﷺ‬ kwam uit deze onwetende maatschappij, en werd met deze geweldige religie gezonden die de vrouw eert als moeder, echtgenote, dochter, zuster en tante.

De Profeet ﷺ‬ hield erg veel van zijn dochters, in een overlevering wordt gezegd: “Wanneer zijn dochter Faatimah, moge Allah tevreden over haar zijn, hem bezocht, dan stond hij op om haar te begroeten, nam haar bij de hand, kuste haar en liet haar zitten waar hij zat. Zij deed hetzelfde als hij haar bezocht.” [Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en An-Nasaa’i]

Ondanks de grote liefde die de Profeet ﷺ‬ had voor zijn dochters, aanvaardde hij geduldig de scheiding van zijn twee dochters, Oemm Koelthoem en Roeqayyah, moge Allah tevreden over hen zijn, toen zij scheidden van ‘Oetbah en ‘Oetaybah, de zonen van Aboe Lahab. Hij deed dit omwille van Allah de Almachtige na de openbaring van Soerah Al-Masad:

{Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij.} [Koran 111:1]

De Profeet ﷺ‬ weigerde zijn da‘wah (de oproep tot de Islam) op te geven, ondanks de bedreigingen van de Qoeraish en de scheiding van zijn twee dochters. Hij was geduldig en onwrikbaar in zijn oproep tot deze religie.

De Profeet ﷺ‬ placht zijn dochters oprecht te verwelkomen. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De vrouwen van de Profeet waren bij hem verzameld toen zijn dochter Faatimah naar hem toeliep met dezelfde wandelgang als haar vader. Hij verwelkomde haar, zeggend: “Welkom, mijn dochter”, en liet haar rechts of links van hem zitten…” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ was heel vriendelijk tegen zijn dochters en hij placht hen te bezoeken en naar hen te vragen. Faatimah, moge Allah tevreden over haar zijn, ging naar de Profeet ﷺ‬ om te klagen dat ze het zwaar had door de handmolen, maar ze trof hem niet thuis aan. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, was daar aanwezig, en ze vertelde haar dat ze graag een knecht wilden. Toen de Profeet ﷺ‬ arriveerde vertelde ‘Aa’ishah hem over het bezoek van Faatimah, moge Allah tevreden over haar zijn. ‘Ali, moge Allah tevreden over hem zijn, voegde toe:

Dus kwam de Profeet ﷺ‬ naar ons toe, toen wij naar bed waren gegaan. Ik wilde opstaan maar de Profeet ﷺ‬ zei: “Blijf (op de plaats) waar je bent.” Toen ging hij tussen ons in zitten en ik voelde de koelte van zijn voeten tegen mijn borst. Vervolgens zei hij: “Zal ik jullie iets leren wat beter is dan wat jullie hebben gevraagd? Als jullie naar bed gaan, zeg dan: ‘Allahoe Akbar (Allah is de Grootste) 34 keer en Subhaan Allah (Allah is Verheven) 33 keer, en Alhamdoelillaah 33 keer, want dat is beter voor jullie beiden dan een knecht.” [Al-Boekhari]

Het geduld van de Profeet ﷺ‬ is een goed voorbeeld voor ons. Tijdens zijn leven verloor hij al zijn kinderen, behalve Faatimah, moge Allah tevreden over haar zijn. Hij sloeg zichzelf niet in het gezicht en scheurde zijn kleren niet stuk, noch hield hij een bijeenkomst voor het ontvangen van condoleances toen hij rouwde om de dood van zijn kinderen. Nee, hij was juist geduldig en tevreden met wat Allah de Verhevene had bepaald, en streefde naar een beloning van Hem.

De Boodschapper van Allah ﷺ‬ liet wat dit betreft belangrijke aanbevelingen en edele ahaadieth voor ons achter die een troost, een bemoediging en een redding inhouden voor de droevige persoon. Hij zei bijvoorbeeld. Hij zei bijvoorbeeld:

“Indien een Moslim door een ramp wordt getroffen, dan draagt Allah hem op het volgende te zeggen: ‘Waarlijk, wij behoren tot Allah en wij zullen zeker tot Hem terugkeren: O Allah, beloon mij voor dat waarmee ik getroffen ben en geef me er iets beters voor in de plaats.’” [Moeslim]

Allah de Almachtige maakte deze woorden tot een schuilplaats voor de bedroefde mensen, en beloofde een geweldige beloning voor de geduldige mensen. Allah de Almachtige zegt: {Het zijn de geduldigen die hun beloning zonder berekening zal worden gegeven.”} [Koran 39:10]

De omgang met de echtgenote

Binnen de grenzen van het gezin bekleedt de vrouw een centrale functie, want de Profeet ﷺ‬ zei: “Het wereldse leven is een genieting, en de beste genieting (ervan) is een rechtschapen echtgenote.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ was erg vriendelijk tegen zijn vrouwen. Hij sprak ‘Aa’ishah aan met een koosnaam (‘Aa’ish) en bracht haar op de hoogte van zaken die het hart deden zweven. Zij zei: “Op een dag zei de Profeet ﷺ‬ tegen mij: ‘O ‘Aa’ish! Djibreel (vrede zij met hem) begroet jou.’” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬, die de beste en eerbaarste mens was, was erg inschikkelijk, vriendelijk en zorgzaam met zijn vrouwen. Dit was zodanig dat het de mate toont waarin hij hun aard begreep, als echtgenote en vrouw. Hij kon zo met iedere vrouw op de gepaste manier omgaan en was daarom zeer geliefd bij zijn vrouwen.

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Op een dag dronk ik toen ik ongesteld was, dan overhandigde ik (de beker of kom) aan de Profeet ﷺ‬, en dronk dan met zijn mond daar waar ik met mijn mond had gedronken. Daarna at ik het vlees van een bot en overhandigde het dan aan de Profeet ﷺ‬, en hij plaatste zijn mond daar waar mijn mond was geweest.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ was niet zoals de hypocrieten en Oriëntalisten beweren in hun valse aantijgingen. Hij was heel vriendelijk en begaan met zijn vrouwen en hij behandelde hen op de best mogelijke wijze. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ kuste eens een van zijn vrouwen en ging daarna het gebed verrichten zonder (opnieuw) de rituele wassing te verrichten.” [Aboe Dawoed en At-Tirmidhi]

In vele situaties legde de Profeet ﷺ‬ enthousiast de nadruk op de geweldige status van de vrouwen in zijn leven. Hij verklaarde duidelijk zijn liefde voor zijn vrouw, en zag daar niets verkeerds in. ‘Amr ibn Al-‘Aas, moge Allah tevreden over hem zijn, vroeg hem: “Van welke persoon houdt u het meest?” Hij antwoordde: “‘Aa’ishah!” [Al-Boekhari en Moeslim]

Wie op zoek is naar echt geluk in het huwelijk, zou de hadieth in beschouwing moeten nemen waarin ‘Aa’ishah zei: “Ik en de Boodschapper van Allah ﷺ‬ baadden van hetzelfde watervat, we gebruikten er tegelijkertijd water uit.” [Al-Boekhari]

De Profeet ﷺ‬ van deze Oemmah liet nooit een gelegenheid voorbijgaan om zijn vrouwen blij te maken, met alles wat wettelijk is toegestaan volgens de sharia (Islamitische wet). ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Toen ik jong was en voordat ik aankwam (in gewicht), ging ik op reis met de Profeet ﷺ‬. Hij vroeg aan de mensen of ze vooruit wilden gaan, en riep me om een wedstrijd hardlopen met hem te doen. Ik versloeg hem daarin. Daarna ging een lange tijd voorbij waarin hij me niet meer vroeg om een wedstrijd hardlopen te doen. Veel later, toen ik dikker was geworden en had vergeten dat ik hem eens had verslagen in een wedstrijd, waren we weer op reis. Hij vroeg de mensen om een eind vooruit te gaan. Vervolgens vroeg hij me: “Kom, laten we een wedstrijd hardlopen doen!” Dus liepen we weer om het hardst en deze keer versloeg hij me. Hij begon te lachen en zei: “Nu staan we quitte!” [Ahmad]

Dat was een aangenaam en charmant spel waarmee de Profeet ﷺ‬ speciale aandacht aan zijn vrouw schonk. Hij stuurde de mensen vooruit zodat hij een wedstrijd met zijn vrouw kon doen en haar zo kon plezieren. Vervolgens herinnerde hij haar aan het spel dat eerder had plaatsgevonden en zei: “Nu staan we quitte.”

Iedereen die vandaag de dag door de wereld reist en nadenkt over de levensstijl van de mensen, zal versteld staan over wat de Profeet ﷺ‬ met zijn vrouwen deed, dit terwijl hij een eerbare Profeet ﷺ‬ was, een triomfantelijke leider, een afstammeling van de Qoeraish en Banoe Haashim, en een bevelhebber die een groots zegevierend leger leidde. Desalniettemin was hij teder en soepel met zijn vrouwen. Terwijl hij het leger leidde, deed de lange reis en zelfs de overwinning hem niet vergeten dat hij werd vergezeld door zwakke vrouwen, die een meelevend en vriendelijk gebaar nodig hadden, om het ongemak van de lange en moeilijke reis te vergeten.

Al-Boekhari, moge Allah hem genadig zijn, vertelde dat toen de Profeet ﷺ‬ op de terugreis was na de Slag van Khaybar, (nadat hij met Safiyyah bint Hoeyayy was getrouwd, moge Allah tevreden over haar zijn), omringde hij de kameel waar ze op wou zitten met een gewaad zodat de mensen haar niet konden zien. Vervolgens knielde hij neer naast de kameel zodat Safiyyah haar voet op hem kon zetten en zo op de kameel kon klimmen.

Dit indrukwekkende voorval toont hoezeer de Profeet ﷺ‬ nederig was. Hij was een zegevierende leider, en een Profeet ﷺ‬ die door Allah werd gezonden. Niettemin leerde hij zijn Oemmah dat zijn hoge rang net verminderde omdat hij in gebogen stand zijn vrouw hielp en haar vriendelijke behandelde. Een van de aanbevelingen aan zijn Oemmah was dan ook: “Behandel jullie vrouwen vriendelijk…” [Moeslim]

 Polygynie

De Profeet ﷺ‬ trouwde in totaal met elf vrouwen, die geëerd werden met de titel “Moeders van de Gelovigen.” Op het moment van zijn overlijden had hij negen vrouwen. Hij trouwde met oudere vrouwen, weduwes, gescheiden vrouwen en zwakke vrouwen. De enige vrouw die maagd was toen ze met hem trouwde was ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn.

De Profeet ﷺ‬ trouwde met deze vrouwen en hij was het voorbeeld van rechtvaardigheid en eerlijk verdelen. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ placht lootjes te trekken voordat hij op reis ging, en nam dan diegene mee van wie het lootje was getrokken, en hij placht een dag en een nacht met al zijn vrouwen door te brengen.” [At-Tirmidhi]

Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, vertelde een ander voorval dat ons laat zien hoe rechtvaardig de Profeet ﷺ‬ met al zijn vrouwen was. Hij zei: “De Profeet ﷺ‬ had negen vrouwen, dus als hij zijn verblijf bij hen verdeelde, dan was de beurt van de eerste vrouw weer op de negende dag. Zij (alle vrouwen) kwamen elke nacht bij elkaar in het huis waar hij die nacht zou verblijven. Het was de nacht waarin hij in het huis van ‘Aa’ishah zou verblijven, toen Zaynab daar kwam. De Profeet ﷺ‬  reikte zijn handen naar haar uit (naar Zaynab), waarop ‘Aa’ishah zei: ‘Dat is Zaynab.’ De Boodschapper van Allah ﷺ‬ trok zijn hand terug.” [Moeslim]

Dit geweldige thuis van de Profeet ﷺ‬ had niet zo kunnen zijn zonder de leiding van Allah de Almachtige. Daarom placht de Profeet  ﷺ‬ Allah de Almachtige de danken met zijn woorden en daden. Hij moedigde zijn vrouwen aan, moge Allah tevreden over hen zijn, om Allah de Almachtige te aanbidden. Door hen hierin te helpen leefde hij het Goddelijke Gebod na: {En beveel jouw familie (en de mensen) het gebed te verrichten en volhard daarin. Wij vragen van jou geen voorziening (te geven). Wij geven jou voorziening. Het goede einde is voor degenen die Allah vrezen. [Koran 20:132]

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ placht te bidden wanneer ik sliep in zijn bed tegenover hem. Als hij het Witr gebed zou gaan verrichten, maakte hij me wakker en verrichtte ik het Witr gebed.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ moedigde de Moslims aan om ’s nachts vrijwillige gebeden te verrichten, en spoorde zowel de man als de vrouw aan elkaar hierin te helpen. Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, vertelde dat de Profeet ﷺ‬ zei: “Moge Allah genade tonen aan de man die ’s nachts opstaat en het gebed verricht, zijn vrouw wakker maakt voor het gebed, en als ze weigert, haar wat water in haar gezicht sprenkelt (zodat ze opstaat). Moge Allah genade tonen aan de vrouw die ’s nachts opstaat en het gebed verricht, haar echtgenoot voor hetzelfde doel wekt, en als hij weigert hem wat water in het gezicht sprenkelt.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Een ware religieuze Moslim hoort zowel innerlijk als uiterlijk zuiver te zijn. Daarom had de Profeet ﷺ‬ een zuiver hart en een schoon lichaam met een fijne geur. Hij hield van miswaak en moedigde ons aan dat te gebruiken: “Als ik niet had gedacht dat het moeilijk zou zijn voor mijn Oemmah, dan had ik hun opgedragen om de miswaak (stokje om de tanden mee schoon te maken) vóór elk gebed te gebruiken.” [Ahmad]

Hoedhayfah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Wanneer de Boodschapper van Allah ﷺ‬ opstond (na te hebben geslapen), had hij de gewoonte om zijn tanden met miswaak schoon te wrijven.” [Moeslim]

Shoerayh ibn Haani’ zei: “Ik vroeg aan ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, ‘Wat is het eerste dat de Profeet ﷺ‬ deed als hij zijn huis binnenkwam?’ Ze zei: ‘Hij gebruikte de miswaak.’” [Moeslim]

Hoe mooi is dat, om schoon te blijven, en een goede manier om zichzelf klaar te maken om zijn gezin te ontvangen. Verder, wanneer de Profeet ﷺ‬ het huis binnenging zei hij het volgende: “In Allah’s Naam gaan we binnen en in Zijn Naam vertrekken we. En op Allah, onze Heer, vertrouwen wij.” Daarna begroette hij zijn vrouwen. (Moeslim)

Laat jouw gezin ook genieten van begroetingen en jouw schoon en aangenaam uiterlijk wanneer jij thuiskomt, en behoor niet tot degenen die, in plaats hiervan, hun gezin berispen, beschuldigen en afkeuren.

De geestigheid en humor van de Profeet ﷺ‬

De Profeet ﷺ‬ was de leider en hij had het druk met de zaken van zijn Oemmah, zijn legers, zijn familie, en daarnaast de openbaring, aanbidding en andere belangrijke verantwoordelijkheden. De gewone mens kan onmogelijk alle benodigde zaken in het leven vervullen, laat staan ze aan te vullen. De Profeet ﷺ‬ gaf echter alles en iedereen zijn/haar recht en deed dat nooit ten koste van iets of iemand anders. Ondanks al deze bezigheden en verantwoordelijkheden, reserveerde de Profeet ﷺ‬ een plaats in zijn hart voor kinderen, en speelde hij met ze (en met volwassenen), en maakte ze gelukkig. Hier volgen een paar voorbeelden van de Profeet ﷺ‬ toen hij luchthartig met kinderen praatte:

-          Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, vermeldde dat mensen tegen de Profeet ﷺ‬ zeiden: ‘O Boodschapper van Allah, u steekt ons de gek aan!’ Hij antwoordde: “Ja, toch zeg ik alleen de waarheid.” [Ahmad]

-          Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei dat de Boodschapper van Allah ﷺ‬ tegen hem zei: “O jij de man met de twee oren!” [Aboe Dawoed]

-          In een hadieth met bronvermelding van Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei hij: “Oemm Soelaym had een kind dat Aboe ‘Oemayr heette en de Profeet maakte altijd grapjes met hem als hij hem zag. Op een dag probeerde de Profeet ﷺ‬ hem aan het lachen te maken, maar de jongen zag er verdrietig uit. Dus vroeg hij hem: “Waarom ben je verdrietig?” Ze vertelden hem dat het vogeltje waar hij altijd mee speelde dood was gegaan. De Profeet ﷺ‬ zei toen tegen hem: “O Aboe ‘Oemayr! Wat heeft de vogel gedaan? (In het Arabisch is het grappig omdat het woord voor vogeltje: “Noeghayr” rijmt op ‘Oemayr, de naam van de jongen, vert.) [Al-Boekhari en Moeslim]

-          Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ hield van een man die Zaahir ibn Haraam heette, deze man had een onaantrekkelijk uiterlijk. Op een dag zag de Profeet ﷺ‬ hem terwijl bezig was zijn goederen te verkopen, en hij omarmde hem van achteren, zodat de man hem niet kon zien. Zaahir zei: “Laat me los, wie ben jij?” Nadat hij erachter kwam dat het de Profeet ﷺ‬ was, bleef hij met zijn rug tegen de borst van de Profeet ﷺ‬ leunen. Daarop zei de Profeet ﷺ‬: “O mensen! Wie van jullie wil deze slaaf kopen?” (Zaahir dus) Zaahir antwoordde: “bij Allah! ﷻ‬ zult zien dat ik onverkoopbaar ben.” De Profeet ﷺ‬ zei: “Maar in Allah’s Ogen ben je zo waardevol.” [Ahmad]

Jazeker, de Profeet ﷺ‬ placht soms grappen te maken met zijn familie en Metgezellen, moge Allah tevreden over hen zijn, maar dat was binnen bepaalde grenzen. Hij lachte nooit luid; het was meer een verfijnde glimlach. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Ik heb de Boodschapper van Allah ﷺ‬ nooit zo hartelijk zien lachen dat het achterste deel van zijn mond te zien was. Hij glimlachte alleen.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De opgewektheid en het goede gezelschap van de Profeet ﷺ‬ weerhield hem er niet van om kwaad te worden wanneer de heilige geboden van Allah de Almachtige werden overtreden.

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ kwam eens terug van een reis, en zag een gordijn dat ik aan de muur had opgehangen, en daar stonden wat afbeeldingen op. De kleur van zijn gezicht veranderde. Hij verscheurde het en zei: “O ‘Aa’ishah, de ergst gekwelde mensen op de Dag der Opstanding zijn degenen die wedijverden met Allah m.b.t. de schepping.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Dit bewijst dat afbeeldingen aan de muur hangen en beeldjes en standbeeldjes in huis neerzetten verboden is, en het weerhoudt de engelen van genade om het huis binnen te gaan.

Hoe de Profeet ﷺ‬ sliep

Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Wanneer jullie naar bed gaan, stof jullie bed dan af met (het uiteinde van) een kledingstuk, omdat men niet weet wat daar heeft gelegen nadat men het verliet. En zeg dan: “Subhaanaka Allahoema bika wadha‘toe djembi; wabika arfa‘oe. In emsekta nefsi faghfir lehaa, wa in arsaltaha fahfahdh-ha bima tahfadhoe bihi ‘ibaadak as-salihien.(O Allah, In Uw Naam heb ik op mijn zij gelegen, en in Uw Naam sta ik op. O Allah, als ﷻ‬ mijn ziel wegneemt, wees er dan genadig voor, en als ﷻ‬ haar terugplaatst, bescherm haar dan met dat waarmee ﷻ‬ Uw rechtschapen dienaren beschermt.) [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ raadde ons ook aan het volgende te doen wanneer we gaan slapen: “Verricht voor het slapen gaan altijd de kleine wassing, net zoals die voor het gebed, ga dan op je rechterzijde liggen…” [Al-Boekhari en Moeslim]

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Elke nacht wanneer de Profeet ﷺ‬ naar bed ging, bracht hij zijn twee handpalmen bij elkaar in de vorm van een kom, blies erin en zei deze verzen op: Soerat Al-Ikhlaas, Al-Falaq en An-Naas, en dan veegde hij met zijn handen over zoveel mogelijk van zijn lichaam, beginnend bij zijn hoofd, gezicht en dan het bovendeel van zijn lichaam. Hij deed dat driemaal.” [Al-Boekhari]

Anas heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ‬ zei wanneer hij naar bed ging: “Alle lof is aan Allah, Die ons voorzag van zowel eten als drinken, ons beschermde en ons beschutte. Er zijn zoveel mensen die niemand hebben die hun beschermt of beschut.” [Moeslim]

Abu Qataadah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Wanneer de Boodschapper van Allah ﷺ‬ op reis was en ’s nachts ergens kamp opsloeg, ging hij op zijn rechterzijde liggen, en wanneer hij voor zonsopgang ergens stopte om uit te rusten, dan tilde hij zijn onderarm op en legde zijn hoofd in zijn handpalm.” [Moeslim]

Tegenwoordig zijn de meeste van ons bedolven onder de zegeningen van Allah de Almachtige, maar laten we eens kijken naar het bed van de Profeet ﷺ‬, de beste mens. ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De matras van de Boodschapper van Allah ﷺ‬ was een stuk gelooid leer gevuld met palmvezels.” [Moeslim]

Eens kwamen een aantal van de Metgezellen van de Profeet bij hem thuis, waaronder ‘Omar, moge Allah tevreden over hem zijn. Toen hij hen zag stond de Profeet ﷺ‬ op, en ‘Omar zag aan zijn lichaam dat hij geen laken had om over zijn matje te spreiden. ‘Omar keek naar de afdruk van het matje op de zijkant van de Profeets lichaam, en begon toen te huilen. De Profeet ﷺ‬ zei: “Waarom huil je?” ‘Omar antwoordde: “O Boodschapper van Allah! Caesar en Khusro leiden hun leven (van luxe) terwijl u, de Boodschapper van Allah, in armoede leeft.” Daarop antwoordde de Profeet ﷺ‬: “Zou je er niet voldaan over zijn dat zij genieten van dit wereldse leven en van het Hiernamaals?” ‘Omar zei: ‘Ja.’ De Profeet ﷺ‬ bevestigde: “Dat is de werkelijkheid.” [Ahmad]

 Het nachtgebed

De duisternis is ingevallen in Medina, maar de Profeet ﷺ‬ verlicht zijn hart met het gebed en dhikr (gedenken van Allah). Hij bracht het grootste deel van de nacht door met het gebed en smeekbedes aan de Heer van de hemelen en de aarde, Die hem als volgt aansprak: {O jij in kleren gehulde!. Sta op in de nacht om het gebed te verrichten, met uitzondering van een kort gedeelte (van de nacht). De helft ervan of iets minder dan dat. Of maak het iets langer en draag de Koran voor, nauwkeurig.} [Koran 73:1-4]

Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ placht ’s nachts gebeden te verrichten tot zijn voeten zwollen. De mensen vroegen: “O Boodschapper van Allah! Verricht u het gebed op zo’n manier, terwijl Allah uw vroegere en toekomstige zonden heeft vergeven? De Profeet ﷺ‬ antwoordde: “Hoor ik niet een dankbare dienaar (van Allah) te zijn?” [Ibn Maadjah]

Al-‘Aswad ibn Yazied heeft overgeleverd dat hij ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, vroeg over het nachtgebed van de Profeet ﷺ‬. Ze zei: “De Profeet ﷺ‬ sliep gewoonlijk tijdens het eerste deel van de nacht, dan stond hij op. Als hij zin had in geslachtsgemeenschap met zijn vrouw, dan deed hij dat. Als hij de adhaan hoorde, haastte hij zich, spoelde zijn lichaam af als hij in onreine staat verkeerde (djanaabah). Anders verrichtte hij de kleine wassing en vertrok dan voor het gebed.” [Al-Boekhari]

Als je nadenkt over hoe lang het nachtgebed van de Profeet ﷺ‬ was, dan zal je je daarover verbazen. Wij zouden het als een voorbeeld moeten nemen. In een hadieth die door Hoedhayfah werd overgeleverd, moge Allah tevreden over hem zijn, zei hij: Op een nacht bad ik met de Profeet ﷺ‬ en hij begon Soerah Al-Baqarah op te lezen. Ik dacht dat hij zou buigen aan het eind van honderd ayahs (verzen), maar hij ging door met oplezen. Toen dacht ik dat hij misschien de hele soerah in één rak‘ah zou oplezen, maar hij ging door, en ik dacht vervolgens dat hij misschien zou buigen nadat die Soerah af was. Toen begon hij echter Soerah An-Nisaa’ op te lezen, daarna begon hij met Soera Aali ‘Imraan en hij was niet gehaast in het oplezen. En wanneer hij verzen oplas waarin Allah wordt verheerlijkt, dan verheerlijkte hij Hem, en wanneer hij verzen oplas waarin hulp bij Allah wordt gezocht, dan vroeg hij hulp van Hem. Daarna boog hij en zei: “Subhana Rabbi Al-‘Adhiem (Geprezen is mijn Heer, de Grootste!) Zijn buigen duurde ongeveer net zo lang als het staan (na het buigen ging hij terug naar de staande positie) en dan zei hij: “Sami Allaahoe liman hamidah, Rabbana laka alhamd (Allah luistert naar iedereen die Hem prijst en alle perfecte lof is voor ﷻ‬).” Dan stond hij ongeveer net zo lang als hij had gebogen. Daarna knielde hij neer en zei: “Subhana Rabbi Al-‘Ala (Verheerlijkt is mijn Heer de Allerhoogste!”) En zijn neerknieling duurde bijna net zo lang als het staan.” [Moeslim]

Na het Fadjr gebed

Na een rustige nacht in Medina verschenen de eerste tekenen van de zonsopkomst aan de horizon. Na het Fadjr gebed (gezamenlijk) te hebben verricht in de moskee, ging de Profeet ﷺ‬ er zitten om Allah de Almachtige te gedenken tot de zon was opgekomen en verrichtte dan twee rak ‘ahs (gebedseenheden).

Djaabir ibn Samoerah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ zat gewoonlijk op de plek waar hij het Fadjr gebed verrichtte tot de zon hoog was opgekomen.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ moedigde ons aan om deze grote daad uit de Soennah te verrichten, gezien er een grote beloning aan was verbonden. In een hadieth levert Anas ibn Maalik over dat de Profeet ﷺ‬ zei: “Degene die het Fadjr gebed gezamenlijk verricht, dan neerzit om Allah te gedenken tot de zon is opgekomen, en dan twee rak‘ahs verricht (nadat de zon is opgekomen), krijgt de beloning van de persoon die een Hadj en een ‘Oemrah verricht.” De Boodschapper van Allah ﷺ‬ voegde eraan toe: “Volledig, volledig, volledig (d.w.z. een volledige beloning).” [At-Tirmidhi]

Het Dhoeha gebed

Het is ochtend in Medina, wanneer de hete zon op de gezichten brandt en mensen naar hun werk gaan om in hun levensbehoefte te voorzien. De Profeet ﷺ‬ placht Allah de Almachtige echter te aanbidden, ondanks de grote verantwoordelijkheden die hij had, zoals afgevaardigden ontmoeten, de Metgezellen onderrichten, en voor zijn gezin zorgen.

Moe‘aadhah, moge Allah haar genadig zijn, zei: “Ik vroeg aan ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn: ‘Verrichtte de Profeet ﷺ‬ het Dhoeha gebed?’ Zij antwoordde: “Ja, hij verrichtte gewoonlijk vier rak‘ahs of nog meer dan dat, afhankelijk van wat Allah de Almachtige wilde.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ raadde Aboe Hoerayrah aan dit gebed te verrichten. Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Mijn innige vriend (de Boodschapper van Allah ﷺ‬) raadde me aan drie dagen per maand te vasten, twee rak‘ahs (vrijwillige gebeden) Dhoeha te verrichten in de ochtend, en het Witr gebed te verrichten voor het slapen gaan.” [Al-Boekhari en Moeslim].

 De vrijwillige gebeden thuis verrichten

Het huis van de Profeet ﷺ‬ was gevuld met geloof, aanbidding en dhikr, en hij raadde ons aan onze huizen zo te laten zijn. Hij zei: “Verricht een aantal van jullie vrijwillige gebeden thuis, en maak van jullie huizen geen graven.” [Al-Boekhari]

Ibn Al-Qayyim, moge Allah hem genadig zijn, zei: De Profeet ﷺ‬ verrichtte de meeste (vaste) Soennah gebeden en extra gebeden (die niet worden gebeden voor een specifieke reden) thuis. Er is bijvoorbeeld niet overgeleverd dat de Profeet ﷺ‬ het (vaste) Soennah gebed na het Maghreb gebed in de moskee verrichtte. De extra gebeden thuis verrichten brengt voordelen mee, waaronder het volgen van de Soennah van de Profeet ﷺ‬, vrouwen en kinderen leren hoe te bidden, het verdrijven van duivels door het gedenken van Allah en het oplezen van de Koran. Het versterkt tevens iemands oprechtheid en toewijding.

Het huilen van de Profeet ﷺ‬

Veel mannen en vrouwen huilen, maar de vraag die gesteld moet worden is: Hoe huilen ze, en waarom huilen ze? Onze Profeet ﷺ‬ huilde, hoewel hij de hele wereld had kunnen bezitten, als hij dat had gewild, en hem de hoogste rang in het Paradijs beloofd werd. De Profeet ﷺ‬ huilde inderdaad, maar het was het huilen van een aanbidder. Hij huilde wanneer hij tijdens zijn gebed tegen Allah de Almachtige sprak, en wanneer hij naar de Koran luisterde. Dit kwam door zijn tedere hart, zijn oprechte intenties, zijn erkenning van de grootsheid van Allah de Almachtige, en zijn vrees voor Hem.

Moetarrif leverde over van zijn vader, Abdoellaah ibn Ash-Shikhier, moge Allah tevreden over hem zijn, dat hij zei: “Ik ging naar de Profeet ﷺ‬, en zag dat hij het gebed verrichtte, hij snikte terwijl zijn borst een geluid maakte als van een kokende ketel.” [Aboe Dawoed]

Ibn Mas‘oed, moge Allah tevreden over hem zijn, heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ‬ tegen hem zei: “Lees me wat op uit de Koran.” Ik zei: ‘O Boodschapper van Allah! Zal ik de Koran aan u oplezen, terwijl het aan u werd geopenbaard?’ Hij antwoordde: “Ik houd ervan ernaar te luisteren als een ander het opleest.” Dus las ik een deel op van Soerah An-Nisaa’. Toen ik bij het vers kwam waarin Allah de Almachtige zegt: {En hoe dan, indien Wij uit iedere gemeenschap een getuige (een Profeet) naar voren brengen en Wij jou (O Mohammed) als getuige tegen diegenen (van jouw gemeenschap die zondigden) naar voren brengen?} [Koran 4:41] Ik zag dan dat de tranen uit zijn ogen vloeiden.” [Al-Boekhari]

Kijk eens naar de grijze haren op het hoofd van de Boodschapper van Allah ﷺ‬, en ook in zijn baard had hij zo’n achttien grijze haren. Luister naar de Profeet ﷺ‬ wanneer hij uitlegt waarom die haren grijs werden. Aboe Bakr, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “O Boodschapper van Allah! ﷻ‬ heeft grijze haren gekregen!” De Profeet ﷺ‬ antwoordde: “De Soerahs Hoed, Al-Waaqi ‘ah, Al-Moersalaat, ‘Amma Yatasaa’aloen (An-Naba’) en Idha Ash Shamsoe Koewwirat (At-Takwier) daar is mijn haar grijs van geworden.” [At-Tirmidhi]

 Zijn bescheidenheid

De Profeet ﷺ‬ was de beste mens m.b.t. goede zeden en prestige. Zijn gedrag was de praktische toepassing van de Koran, zoals ‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Het gedrag van de Profeet ﷺ‬ was (het toepassen van) de Koran.” [Moeslim] De Profeet ﷺ‬ zei ook: “Ik ben gestuurd om de nobele zeden te perfectioneren.” [Ahmad]

Een van de tekenen van bescheidenheid van de Profeet ﷺ‬ was dat hij niet opgehemeld of overdreven gecomplimenteerd wenste te worden. ‘Omar ibn Al-Khattaab, moge Allah tevreden over hem zijn, heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ‬ zei: “Overdrijf niet in jullie loftuitingen voor mij zoals de Christenen overdreven in het loven van ‘Iesa ibn Maryam (Jezus de zoon van Maria) Waarlijk, ik ben slechts een dienaar (van Allah); zeg dus de Dienaar en Boodschapper van Allah.” [Aboe Dawoed]

Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, heeft overgeleverd, dat bepaalde mensen zeiden: “O Boodschapper van Allah! ﷻ‬ bent de beste onder ons en de zoon van de beste onder ons; u bent onze meester en de zoon van onze meester.” Toen hij dat hoorde droeg hij hen op: “O mensen! Spreek me aan op de manier zoals jullie me gewoonlijk noemen en laat de duivel jullie niet verlokken. Ik ben Mohammed, de Dienaar en Boodschapper van Allah. Ik hou er niet van dat jullie mij een hogere status geven dan die Allah de Almachtige mij gaf.” [An-Nasaa’i]

Sommige Moslims loven de Profeet ﷺ‬ op een extreme manier, en denken daardoor dat hij het ongeziene kent, dat hij de macht heeft om iemand voordeel te brengen of schade te berokkenen, dat hij in behoeftes voorziet en de zieken geneest. Maar Allah de Almachtige ontkracht al die beweringen in de Koran. Allah de Almachtige zegt: {Zeg: “Ik heb geen macht om voor mijzelf iets van nut te verwerven of schade af te wenden, behalve wat Allah wil. En als ik het onwaarneembare kende, dan zou ik het goede vermeerderd hebben en zou het kwade mij niet hebben getroffen.} [Koran 7:188]

Deze Profeet ﷺ‬ die door Allah gezonden werd en de beste mens is die ooit op de aardbol en onder de hemel heeft gelopen, was altijd nederig en berouwvol naar Allah de Almachtige. Hij hield niet van arrogantie; hij was de leider van de bescheiden mensen en de meester van degenen die nederigheid tonen voor Allah de Almachtige. Anas ibn Maalik, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “De Metgezellen hielden van niemand meer dan van de Profeet ﷺ‬, maar als ze hem aan zagen komen, dan stonden ze niet op voor hem omdat ze wisten dat hij daar niet van hield.” [Ahmad]

Kijk hier nog eens naar een voorbeeld, naar de wonderbaarlijke bescheidenheid en het unieke gedrag dat de Profeet van deze Oemmah ﷺ‬ liet zien aan een arme vrouw, terwijl hij haar wat van zijn tijd gaf, terwijl hij het ontzettend druk had. Anas ibn Maalik, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: “Een vrouw kwam naar de Profeet ﷺ‬ en vroeg of hij haar in haar behoefte kon voorzien. De Profeet ﷺ‬ zei: “Kies in welke straat van Medina je wilt zitten (om te praten) en ik zal bij je komen zitten.” [Aboe Dawoed]

De Profeet ﷺ‬ was een grootmeester in bescheidenheid en de leider van de bescheiden mensen. Volgens een overlevering van Aboe Hoerayrah, zei de Profeet ﷺ‬: “Indien ik uitgenodigd zou worden voor een maaltijd met een schapenpoot, dan zal ik die uitnodiging aanvaarden. En indien ik een schapenpoot als geschenk zou krijgen, dan zal ik dat geschenk aanvaarden.” [Al-Boekhari]

De Ahadieth (m.v. van hadieth of overlevering, vert.) van de Profeet ﷺ‬ dienen te allen tijde als een afschrikmiddel dat Moslims verhindert arrogant en hooghartig te zijn. Er is overgeleverd door ‘Abdoellah ibn Mas‘oed, dat de Profeet ﷺ‬ zei: “Wie ook maar het gewicht van een mosterdzaadje hooghartigheid in zijn hart heeft, zal het Paradijs niet binnengaan.”[Moeslim]

Arrogantie leidt naar de Hel – en we zoeken onze toevlucht bij Allah hiertegen – zelfs al is het maar zo weinig als een mosterdzaadje. Denk ook aan de bestraffing van Allah de Almachtige voor degenen die arrogant lopen. Volgens een overlevering van Aboe Hoerayrah, zei de Profeet ﷺ‬: “Er was een man die zichzelf bewonderde. Zijn haar was mooi gekamd en hij was gekleed in een tweedelig kledingstuk. Terwijl hij zo gekleed op een arrogante manier buiten liep, liet Allah hem in de aarde zinken en hij zal door blijven zinken tot aan de Dag der Opstanding.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De bedienden van de Profeet ﷺ‬

De Profeet ﷺ‬ plaatste de zwakke en behoeftige dienaar op zijn juiste positie, naargelang zijn godsdienstigheid en vroomheid, niet volgens zijn werk en zwaktes. De Profeet ﷺ‬ zei over dienaren en gehuurde hulpen: “Dat zijn jullie broeders. Allah heeft hen onder jullie gezag geplaatst. Dus jullie moeten hen voeden met wat jullie eten, en kleden met waar jullie je mee kleden, en leg ze geen zware taken op (die boven hun capaciteit gaan); en als je dat wel doet, help hen dan.” [Moeslim]

En luister nu eens op wat voor wonderbaarlijke manier een bediende over zijn meester spreekt. Hij geeft een uitstekende getuigenis voor hem en prijst hem ontzettend. Geen bediende heeft zijn meester zo geprezen als de bediende van de Profeet ﷺ‬. Anas ibn Maalik zei: “Ik diende de Profeet ﷺ‬ tien jaar lang, en hij zei nooit ‘oef’ (een uitdrukking van ongeduld) tegen me. Hij zei nooit: ‘Waarom deed je dat?’ over iets wat ik had gedaan. Noch zei hij ooit: ‘Waarom heb je dit en dat niet gedaan?’ als ik iets niet had gedaan.” [Moeslim]

Dit ging over een periode van tien jaar, niet een paar dagen of maanden, waarin hij alles tegenkwam, zoals geluk, leed, verdriet, boosheid, veranderingen, moeilijkheden, armoede en rijkdom. Ondanks dat alles voer de Profeet ﷺ‬ nooit tegen hem uit of gaf hem bevelen. Integendeel, hij beloonde hem en troostte hem, voorzag hem in zijn behoeften en in die van zijn familie en verrichtte smeekbeden voor hem. Anas heeft verteld dat zijn moeder zei: “O Boodschapper van Allah! Smeek bij Allah voor uw bediende.” Hij zei: “O Allah! Vermeerder zijn rijkdom en kinderen en zegen dat wat ﷻ‬ hem geeft!” [Al-Boekhari]

Ondanks zijn moed verweet of sloeg de Profeet ﷺ‬ nooit iemand, behalve voor een vroom doel, noch behandelde hij de zwakken en mensen onder zijn gezag op een wrede manier, zoals zijn vrouwen en zijn bediendes. ‘Aa’ishah zei: “De Profeet ﷺ‬ sloeg nooit iemand met zijn handen, behalve als hij vocht omwille van Allah. Hij heeft nooit een bediende of een vrouw geslagen.” [Moeslim]

‘Aa’ishah, de Moeder van de Gelovigen, getuigt nogmaals voor de beste van alle mensen. En dat deden alle mensen die spraken over zijn goede gedrag en zijn nobele gezelschap, dermate dat de ongelovigen van de Qoeraish hiervan getuigden. ‘Aa’ishah zei: “Ik heb de Profeet ﷺ‬ nooit wraak zien nemen op iemand die hem onrecht had aangedaan, behalve wanneer de heilige geboden van Allah de Almachtige werden overtreden, in dat geval werd hij ontzettend kwaad. Als de Profeet ﷺ‬ de keus werd gegeven tussen twee zaken, dan koos hij altijd de gemakkelijkste oplossing, zolang het geen enkele zonde inhield.” [Oorspronkelijke versie is van Boekhaari]

De Profeet ﷺ‬ spoorde aan tot zachtmoedigheid en geduld. Hij zei: “Allah is Zachtmoedig en houdt van zachtmoedigheid in alle zaken.” [Al-Boekhari en Moeslim]

 Geschenken en gasten

Door zijn leven heen ervaart de mens emotionele behoeftes en geestelijke gesteldheden binnenin de gemeenschap, de familie, en thuis. Een van de middelen waarmee de harten worden samengebracht en negatieve gedachten worden verdreven, is elkaar onderling geschenken geven. ‘Aa’ishah zei: “De Profeet ﷺ‬ aanvaardde geschenken en gaf daar een beloning voor terug.” [Al-Boekhari]

Elkaar geschenken geven en elkaar bedanken weerspiegelt de vrijgevigheid en het zuivere hart van de persoon.

Vrijgevigheid is één van de uitmuntende eigenschappen van de Profeten en Boodschappers ﷺ‬, en onze Profeet Mohammed ﷺ‬ kreeg wat dat betreft hier het grootste aandeel van. Hij zei: “Eenieder die in Allah en de Laatste Dag gelooft, zou zijn gast rijkelijk moeten bedienen en hem een dag en een nacht van de beste soort voedsel moeten geven. Een gast heeft het recht om drie dagen lang ontvangen te worden, en indien hij voor een langere periode wordt ontvangen, dan wordt dat beschouwd als (het geven van) liefdadigheid. Het is niet toegestaan dat een gast zolang bij zijn gastheer verblijft dat het een lastige situatie wordt (voor de gastheer).” [Al-Boekhari]

Bij Allah, nooit is de wereld niet getuige geweest van iemand met meer nobele zeden of meer eerbare trekken dan de Profeet ﷺ‬. Beste lezer, let goed op, want je zult nu één van de geweldigste voorvallen zien in het leven van de Profeet ﷺ‬.

Volgens een overlevering van Sahl ibn Sa‘d:

“Een vrouw bracht een lap stof voor de Profeet ﷺ‬ en zei: ‘Ik heb dit met mijn eigen handen geweven zodat u het zou dragen.” De Profeet ﷺ‬ aanvaardde het en op dat moment had hij het nodig. Hij droeg het dus als onderkleed en ging naar buiten. Een man gaf hem er een compliment over en vroeg: ‘Geeft u het aan mij? Het is zo mooi!’ De Profeet ﷺ‬ antwoordde bevestigend, en kwam later terug, vouwde het op en gaf het aan de man. De mensen namen het de man kwalijk en zeiden: “Wat je gedaan hebt is niet goed want de Profeet ﷺ‬ droeg het omdat hij het nodig had en jij hebt het gevraagd omdat je weet dat de Profeet ﷺ‬ nooit een verzoek van iemand afslaat.” De man antwoordde: ‘Bij Allah, ik vroeg er niet voor om het te dragen, maar ik wilde dat het mijn doodskleed zou zijn.’ En later werd het zijn doodskleed. [Al-Boekhari]

Verbaas je niet over de manieren van de man die Allah de Almachtige uitverkoos, voor wie Hij zorgde en die Hij tot een rolmodel maakte. De Profeet ﷺ‬ toonde ons een schitterende voorbeelden van goedheid en gulheid. Hakiem ibn Hizaam zei: “Ik vroeg de Boodschapper van Allah (om iets) en hij gaf het aan me. Ik vroeg hem weer (om iets) en hij gaf het aan me. En ik vroeg hem een derde keer (om iets) en hij gaf het aan me. Toen zei hij: “O Hakiem, rijkdom is (als) groen en zoet (fruit). Voor wie ervan neemt zonder hebzucht, zal het gezegend zijn. Maar voor degene die het neemt met hebzucht, zal het niet gezegend zijn en hij zal als een persoon worden die blijft eten maar zijn honger nooit kan stillen. De bovenste hand (die geeft) is beter dan de onderste hand (die ontvangt).” [Al-Boekhari en Moeslim]

Hij (de Profeet) bezit het meest volmaakte geloof en de hoogste vastbeslotenheid.

Zijn rang is zo overtreffend dat hij met niemand kan vergelijken worden.

Met zijn kennis heeft hij de mensheid verlicht.

Zijn kennis heeft zich zodanig verspreid dat ook de Djinns er lering uit trekken.

Van alle volkeren, bezit hij waarlijk de hoogste uitmuntendheid.

In hem heb ik alle goede eigenschappen gevonden die de mensen ooit kunnen bezitten.

Djaabir zei: “De Profeet ﷺ‬ sloeg nooit een verzoek van iemand af.” [Al-Boekhari]

De Profeet ﷺ‬ was niet te imiteren m.b.t. zijn vrijgevigheid, gulheid, goedheid, oprechtheid en goed gezelschap en oprechte liefde. Hij had de gewoonte om steeds te glimlachen naar degene die bij hem zat, tot die persoon het gevoel had dat hij de meest dierbare van zijn Metgezellen was.

Djarier ibn ‘Abdoellah zei: “De Profeet ﷺ‬ weerhield me nooit om bij hem thuis te komen, en sinds ik de Islam aanvaardde glimlachte hij altijd naar me als hij me zag.” [Al-Boekhari]

Het werd ook overgeleverd dat ‘Abdoellah ibn al-Haarith zei: “Ik heb nooit iemand gezien die meer glimlachte dan de Boodschapper van Allah.” [At-Tirmidhi]

Geen wonder! Het is de Profeet ﷺ‬ die zei: “Een glimlach naar je broeder is liefdadigheid.” [At-Tirmidhi]

Anas die de bediende van de Profeet ﷺ‬ was, beschreef de vele geweldige eigenschappen van de Profeet ﷺ‬, eigenschappen die zeldzaam voorkomen bij één man of zelfs een groep mensen. Hij zei dat de Profeet ﷺ‬ de vriendelijkste persoon was. Als iemand iets aan de Profeet ﷺ‬ vroeg, dan luisterde hij aandachtig naar hem, en vertrok niet voordat de vraagsteller was vertrokken. Als iemand de hand van de Profeet ﷺ‬ wilde schudden, schudde de Profeet ﷺ‬ zijn hand en trok zijn hand niet terug tot de man zijn hand had teruggetrokken. [Ad-Dalaa’il van Aboe Noe‘aym]

De Profeet ﷺ‬ was vriendelijk en gul voor zijn gasten, en hij was barmhartig voor zijn Oemmah. Zodoende verbood hij kwaadaardigheid en tolereerde hij dat niet. Volgens een overlevering van Ibn ‘Abbaas zag de Profeet ﷺ‬ een man die een gouden ring droeg. De Profeet ﷺ‬ nam de ring van de man, gooide die weg en zei: “Waarom zou iemand van jullie een brandend kooltje in zijn hand willen nemen?” [Moeslim]

 Zijn barmhartigheid voor kinderen

Hardvochtige mensen tonen anderen geen genade en ze hebben voor liefde geen plaats in hun hart. Ze zijn als harde stenen, ongevoelig bij het geven en nemen, ze zijn wreed in de omgang met anderen en tonen geen tedere gevoelens of menselijke emoties. Het tegendeel is waar bij mensen aan wie Allah de Almachtige een teder hart en genegenheid heeft gegeven. Zij hebben een ideaal liefhebbend hart dat gevuld is met barmhartigheid en gedreven wordt door emoties. Anas zei: “De Profeet ﷺ‬ hield zijn zoon Ibrahiem vast, kuste hem en rook aan hem.” [Al-Boekhari]

Deze barmhartigheid was niet uitsluitend voor zijn familie, maar hij uitte dat aan alle Moslims. Dja‘fars vrouw Asmaa’ bint Oemays zei: “De Profeet ﷺ‬ kwam bij ons en liet de Dja‘fars kinderen komen, rook aan hen en zijn tranen vloeiden. Ik vroeg: ‘O Boodschapper van Allah! Heeft u nieuws over Dja‘far ontvangen?’ Hij antwoordde: “Ja, Dja‘far is vandaag gesneuveld.” We begonnen te huilen en hij vertrok. Hij droeg op: “Maak eten klaar voor het gezin van Dja‘far, zij zijn overmand (door hun droefenis).” [Ibn Sa‘d, At-Tirmidhi en Ibn Maadjah]

Toen Sa‘d ibn Oebaadah de ogen van de Profeet ﷺ‬ vol tranen zag, vroeg hij hem daarover. Hij zei: “Dat is barmhartigheid die Allah in de harten van Zijn dienaren heeft geplaatst. Waarlijk, Allah toont barmhartigheid aan Zijn slaven die barmhartig zijn.” [Al-Boekhari]

Toen de Profeet ﷺ‬ huilde omdat zijn zoon Ibrahiem was overleden, was ‘Abdoerrahmaan ibn ‘Auf verbaasd en vroeg: “Huilt u ook, Boodschapper van Allah?” De Profeet ﷺ‬ zei: “O Ibn ‘Auf, dit is barmhartigheid.” Hij huilde weer en voegde toe: “Waarlijk, de ogen laten tranen vloeien en het hart treurt, en we zeggen slechts dat wat onze Heer belieft. O Ibrahiem! Waarlijk, we zijn treurig door jouw vertrek.” [Al-Boekhari]

De goede zeden van de Profeet ﷺ‬ zijn het waard te worden aangenomen en gevolgd, vooral in een tijd waarin het de Moslims ontbreekt aan een gevoel van liefde voor kleine kinderen, en hen niet genoeg aandacht te geven. De kinderen zijn nu eenmaal de toekomstige ouders, de beschermers van de Oemmah en de generatie van de nieuwe hoop. Wat zijn Moslims onwetend, eigenwijs, onverstandig en oninzichtelijk als ze hun hart afsluiten voor kinderen en jongeren! De Profeet ﷺ‬ hield de sleutel naar zijn hart altijd beschikbaar, via zijn woorden en daden. Hij won de liefde en waardering van kinderen en kende hen een hoge positie toe. Anas groette kinderen altijd wanneer hij langs ze liep, hij legde uit: “De Profeet ﷺ‬ had de gewoonte dat te doen.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Kinderen zijn soms lastig, omdat ze vaak rusteloos zijn. De Profeet ﷺ‬ werd echter nooit kwaad op een kind, noch gaf hij ze een standje of een uitbrander. Hij bleef vriendelijk, beheerste zichzelf en bleef kalm. ‘Aa’ishah zei: “De mensen brachten gewoonlijk hun baby’s naar de Profeet, opdat hij een smeekbede voor ze verrichtte. Op een dag plaste een baby op zijn kleding. Hij vroeg om wat water dat hij over de plek met urine goot, en hij waste zijn kledingstuk niet volledig.” [Al-Boekhari]

Beste lezer, heb je ooit gedacht om met je kinderen te spelen en grappen met ze te maken, naar hun gelach en woorden te luisteren, terwijl je de eer hebt om van hun aanwezigheid te genieten in het huis van de Profeet ﷺ‬? De Profeet  ﷺ‬ deed al deze dingen. Aboe Hoerayrah zei: “De Profeet ﷺ‬ placht zijn tong uit te steken naar Al-Hasan ibn ‘Ali, en wanneer het jongetje de rode tong van de Profeet ﷺ‬ zag, begon hij te lachen.” [As-Silsila as-Sahieha van Al-Albaani]

Anas zei: “De Profeet ﷺ‬ speelde gewoonlijk met Zayneb, de dochter van Oemm Salamah, en riep dan: ‘O Zoewayneb, o Zoewayneb (het verkleinwoord van Zayneb)’ en herhaalde dat vele keren.” [As-Silsila as-Sahieha van Al-Albaani]

De barmhartigheid van de Profeet ﷺ‬ voor kinderen kwam zelfs tot uiting tijdens belangrijke daden van aanbidding. De Profeet ﷺ‬ verrichtte het gebed terwijl hij zijn kleinkind ‘Oemaamah bint Zayneb droeg, de dochter van Aboe Al-‘Aas ibn Ar-Rabi‘. Wanneer hij stond (in gebed) droeg hij haar, en wanneer hij neerknielde zette hij haar neer. [Al-Boekhari en Moeslim]

Mahmoed ibn Ar-Rabi‘ zei: “Ik kan me nog herinneren toen ik een jongetje van vijf jaar was, dat de Profeet ﷺ‬ water in zijn mond deed en het dan in mijn gezicht spoot. Hij had dat water uit een emmer genomen die werd gebruikt om water uit de put te halen in ons huis.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ onderwees zowel oude als jonge mensen. Ibn ‘Abbaas zei: “Op een dag reed ik op een rijdier achter de Profeet ﷺ‬ , en hij zei: “Jongen, ik zal jou wat woorden leren: ‘Denk aan Allah en Allah zal je beschermen. Denk aan Allah en je zult Hem daar vinden voor jou. Als je iets vraagt, vraag het aan Allah. Als je hulp zoekt, zoek de hulp van Allah.’”[At-Tirmidhi]

Dit waren een aantal van de Profeets ﷺ‬ nobele karaktertrekken. Misschien dat ze harten zullen stimuleren en ons op de juiste koers in dit leven leiden. Onze huizen bloeien op met jonge kinderen en baby’s die hunkeren naar de aandacht van de vader en de liefde van de moeder. Hun jonge hartjes zouden moeten worden gevuld met geluk, opdat een kind emotioneel en moreel evenwichtig opgroeit en een man wordt die goed is voorbereid door de ouders, na leiding van Allah de Almachtige, en die in staat is de Oemmah te leiden.

 Verdraagzaamheid, vriendelijkheid en geduld

Met geweld en onder dwang iemands recht ontnemen is kenmerkend voor onderdrukkers en mensen van onrecht. Onze Profeet ﷺ‬ legde de funderingen van een systeem dat rechtvaardigheid en steun biedt voor de onderdrukte persoon tot hij zijn rechten terugkrijgt. Hij gebruikte de geboden en verboden die Allah de Almachtige oplegde om het goede in stand te houden. In het huis van de Profeet werd er nooit gevreesd voor onrecht, geweld, agressie of diefstal. ‘Aa’ishah zei: “De Profeet ﷺ‬ sloeg nooit iemand met zijn hand. Hij heeft nooit een bediende of een vrouw geslagen. Hij sloeg enkel wanneer hij vocht omwille van Allah. Hij nam nooit wraak op iemand wanneer hem onrecht was aangedaan, behalve wanneer één van de heilige geboden van Allah de Almachtige waren overtreden, dan nam hij wraak omwille van Allah de Almachtige.” [Ahmad]

Anas zei:

Op een dag liep ik met de Profeet ﷺ‬, en hij droeg een mantel van Nadjraan met een hele dikke kraag. We kwamen een bedoeïen tegen die de zijkant van de Profeets mantel greep en er dan hard aan trok. Ik merkte dat de kracht van de ruk de schouder van de Boodschapper van Allah had geschaafd. De bedoeïen zei: ‘O Mohammed! Geef mij van de rijkdom van Allah die jij bezit.’ De Profeet ﷺ‬ richtte zich tot hem en glimlachte, en beval om iets aan hem te gegeven. [Al-Boekhari en Moeslim]

 Toen de Profeet ﷺ‬ terugkeerde van de Slag van Hoenayn, volgde een aantal bedoeïenen hem die zo erg bij hem bedelden dat ze hem naar een doornachtige struik dreven waarin zijn gewaad verstrikt raakte. De Profeet ﷺ‬ stopte en zei: “Geef me mijn gewaad. Als ik zoveel kamelen had als deze struiken, dan had ik ze onder jullie verdeeld, en jullie zouden zien dat ik geen gierigaard, lafaard of leugenaar ben.” [Overgeleverd door Al-Baghawi en Sahieh verklaard door Al-Albaani]

De meest uitstekende aspecten van onderricht en onderwijzen worden gekenmerkt door gebruik van vriendelijkheid in alle omstandigheden, het begrijpen van de voordelen en het afwenden van schade. De Metgezellen stonden bekend om hun sterke enthousiasme, als ze iemand zagen die in de fout ging, gingen ze snel naar hem toe om hem dat te verbieden. Hun gedrag was correct. Maar in bepaalde gevallen hield onze verdraagzame en vriendelijke Profeet ﷺ‬ hen tegen, omdat de dader onwetend was of omdat hun actie zou nog een groter kwaad zou kunnen veroorzaken. Dus de beslissing van de Profeet ﷺ‬ (om hen te stoppen) in zo’n situatie bleek het juiste oordeel te zijn. Aboe Hoerayra zei: “Een bedoeïen plaste in de moskee waarna een aantal mensen snel naar hem toe ging om hem zwaar te berispen. De Profeet ﷺ‬ zei: “Laat hem met rust en gooi er (d.w.z. de urine) een emmer water overheen. Jullie zijn gezonden om dingen gemakkelijk te maken en niet om ze moeilijk te maken.” [Al-Boekhari]

Het geduld van de Profeet ﷺ‬, in het uitnodigen tot de Islam (da‘wah) motiveert ons om hem en zijn methodologie te volgen, en geen wraak te zoeken. Volgens een overlevering vertelde ‘Aa’ishah dat zij tegen de Boodschapper van Allah ﷺ‬ zei: “Heeft u ooit een zwaardere dag gehad dan de dag van de Slag van Oehoed?” De Profeet ﷺ‬ antwoordde: “Waarlijk, ik heb een ruwe behandeling van jullie volk ondergaan, en de slechtste behandeling die ik heb ervaren was op de dag van ‘Aqabah, toen ik mijzelf voorstelde aan Ibn ‘Abd-Yaliel ibn ‘Abd-Koelaal (met als doel hem uit te nodigen tot de Islam) en hij mijn verzoek niet inwilligde. Dus vertrok ik, overmand door diep verdriet. Ik kwam pas weer tot mijn zinnen toen ik Qarn Ath-Tha‘alib bereikte. Ik wendde mijn gezicht naar de hemel, en zag dat een wolk me plotseling schaduw gaf. Ik keek omhoog en zag Djibriel (Gabriël) daarin. Hij riep me, zeggend: ‘Allah heeft gehoord wat jouw mensen over je gezegd hebben, en wat ze jou hebben geantwoord. Allah heeft de Engel van de bergen naar je gestuurd. Je mag hem opdragen om met deze mensen te doen wat je maar wil.’ De Engel van de bergen riep en begroette me, en zei toen: ‘O Mohammed! Beveel wat je maar wilt. Als je wilt, kan ik deze twee gigantische bergen op hen ineen laten storten.’ De Profeet ﷺ‬ zei: “Nee, ik hoop dat Allah ze kinderen zal geven die Allah alleen aanbidden zonder Hem deelgenoten toe te kennen.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Sommige Moslims zijn vandaag de dag te haastig wanneer ze da‘wah verrichten, hopend dat ze meteen resultaat zullen zien.

Wraak nemen voor je eigen persoonlijke wensen besmet de oprechtheid bij het geven van da‘wah. Door dit soort gedrag mislukken heel wat da‘wah pogingen. Waar zijn geduld en verdraagzaamheid? Vele jaren later werd de wens van de Profeet ﷺ‬ bewaarheid na een lange weg van leed, geduld en strijd.

Hoe zou de beste man die deze aarde heeft bewandeld in opschepperij kunnen vervallen?

Iedereen die zijn hoge positie en eer wil verkondigen zal sowieso tekortschieten.

In zijn gezelschap wordt iedere nobele persoon bescheiden…

…en wordt ieder aanzienlijke man uit de twee steden (Mekka en Taa’if) nietig.

Ibn Mas‘oed zei: “Ik herinner het me nog alsof ik de Boodschapper van Allah ﷺ‬ voor me zie, hij vertelde het verhaal van één van de profeten wiens volk hem geselde en zijn bloed liet vloeien. Terwijl hij het bloed van zijn gezicht veegde, zij hij: ‘O Allah! Vergeef mijn volk, want zij weten het zeker niet.’” [Al-Boekhari en Moeslim]

Zayd ibn Sa‘nah, een Joodse man, kwam op een dag naar de Profeet ﷺ‬ toe die zich met zijn Metgezellen in een begrafenisstoet bevond.  De jood die gekomen was om zijn schuld te vorderen, greep de kleren van de Profeet ﷺ‬ met een gefronst gezicht, en zei op een heel ruwe manier: ‘O Mohammed, je wilt mij je schuld niet terugbetalen.’ ‘Omar keek hem boos aan en zei: “O vijand van Allah! Zeg jij tegen de Boodschapper van Allah wat ik hoorde en deed jij wat ik zag? Ik zweer bij Allah Die hem met de waarheid heeft gestuurd, dat als ik zijn verwijt niet vreesde, ik je hoofd met mijn zwaard had afgehakt.” De Boodschapper van Allah ﷺ‬ keek heel kalm naar ‘Omar en zei tegen hem: “O ‘Omar, deze persoon en ik hadden iets anders dan dit nodig. Je had me een betere manier om mijn schuld te betalen kunnen voorstellen, en hem een betere manier laten zien om zijn recht te claimen. O ‘Omar, neem hem mee en geef hem wat hem toekomt en geef hem een extra twintig sa‘a dadels.”

Toen ‘Omar Zayd de extra twintig sa‘a dadels gaf, vroeg hij: “Waar zijn deze extra twintig sa‘a voor ‘Omar?” ‘Omar antwoordde: “De Boodschapper van Allah beval me om jou meer terug te geven voor jouw woede.” Zayd zei: “‘Omar, ken je mij?” ‘Omar antwoordde: “Nee, wie ben jij?” Hij zei: “Ik ben Zayd ibn Sa‘nah.” Hij vroeg: “De rabbi?” Hij antwoordde: “De rabbi.” ‘Omar zei: “Waarom deed jij dat dan tegen de Boodschapper van Allah, en waarom zei je dat?” Zayd antwoordde: “ ‘Omar, ik herkende alle tekenen van het profeetschap in het gezicht van de Profeet, toen ik naar hem keek. Er bleven nog twee tekenen over, die ik niet kon zien. Het eerste is dat de verdraagzaamheid van de Boodschapper sterker is dan zijn woede. Het tweede is dat, hoe dommer iemand zich gedraagt tegenover hem, des te toleranter hij zal zijn. Nu heb ik ook deze twee gezien, en daarom zal jij mijn getuige zijn dat ik bevestig dat Allah mijn God is, Islam mijn religie, en Mohammed mijn Profeet. En je bent ook mijn getuige dat ik de helft van mijn bezit als liefdadigheid schenk aan de Oemmah van Mohammed.” ‘Omar zei: “Of een deel van de Oemmah, want je kunt ze niet allen bereiken.” Hij antwoordde: “Of een deel ervan.” Zayd ging terug naar de Boodschapper van Allah ﷺ‬ en zei: “Ik getuig dat niemand het waard is te worden aanbeden behalve Allah en dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is.” Hij geloofde erin en getuigde ervan bij de Profeet ﷺ‬. [An-Nasaa’i]

Laten we eens over dit voorval nadenken, over de uitkomst ervan en de discussie die plaatsvond. Dit zal ons misschien helpen om ons rolmodel Mohammed ﷺ‬ te volgen, in zijn geduld met de mensen en door hen op een vriendelijke en verdraagzame manier op te roepen.

De Profeet ﷺ‬ moedigde mensen ook aan wanneer ze goed handelden, en dat gaf ze dan een push van optimisme in het hart. ‘Aa’ishah zei: “Ik vertrok met de Profeet ﷺ‬ vanuit Medina om de ‘Oemrah te verrichten, en toen we in Mekka arriveerden zei ik: ‘O Boodschapper van Allah! Moge mijn vader en moeder voor u worden opgeofferd! Ik verkortte mijn gebed en verrichtte die volledig, en ik vastte en verbrak mijn vasten.’ De Profeet ﷺ‬ antwoordde: “Goed gedaan ‘Aa’ishah” en hij keurde dat niet af.” [An-Nasaa’i]

Het voedsel van de Profeet ﷺ‬

Er worden banketten gehouden in de huizen van de elite en mensen met gezag, maar laten we eens kijken naar het eten en drinken van de Profeet ﷺ‬. We weten dat hij over een groot gebied en vele inwoners heerste. De kamelen kwamen naar hem terug met enorm veel proviand, met goud en zilver dat rijkelijk door zijn handen vloeide. Maar leefde hij een leven van de koningen? At hij het voedsel van de welgestelde en rijke mensen? Of was zijn leven perfecter en idealer?

Wees niet verbaasd om het povere en simpele voedsel van de Profeet ﷺ‬. Anas zei: “De Profeet ﷺ‬ had nooit brood en vlees als middag- of avondmaaltijd, behalve als hij gasten had.” [At-Tirmidhi] De hadieth toont ons dat de Profeet ﷺ‬ nauwelijks at tot hij verzadigd was. Het houdt ook in dat de Profeet ﷺ‬ nooit  at tot hij verzadigd was, behalve wanneer hij gasten op bezoek had. Alleen in dat geval at de Profeet ﷺ‬ tot hij verzadigd was, om gastvrijheid en beleefdheid te tonen aan zijn gasten.

‘Aa’ishah zei: “Het gezin van Mohammed ﷺ‬ at nooit twee dagen achtereen brood of gerst tot ze verzadigd waren, en dit was hun situatie tot aan zijn dood.” [Moeslim] In een andere overlevering zei ze: “Nooit at het gezin van Mohammed ﷺ‬ tot ze verzadigd waren van brood of gerst voor drie dagen achtereen, vanaf hun aankomst in Medina tot aan zijn dood.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Soms vond de Profeet ﷺ‬ niets te eten en dan ging hij dus hongerig naar bed. Ibn ‘Abbaas zei: “De Profeet ﷺ‬ en zijn gezin leden nachten achtereen honger, en ze konden niets vinden voor hun avondeten, en hun brood was meestal van gerst.” [At-Tirmidhi]

De Profeet ﷺ‬ leefde niet in zulke moeilijke omstandigheden uit schaarste en gebrek, want er ging veel geld door zijn handen en kamelen kwamen met ladingen proviand. De reden is echter dat Allah de Almachtige voor Zijn Profeet in de perfectste en meest rechtschapen staat koos. ‘Oeqbah ibn Al-Haarith zei: “Op een dag, nadat de Profeet ﷺ‬ ons in het ‘Asr gebed had geleid, haastte hij zich terug naar zijn huis en kwam daarna onmiddellijk terug. Ik of iemand anders vroeg hem hierover en hij antwoordde: “Ik had goudstukken bestemd voor liefdadigheid in mijn huis laten liggen, en ik wilde ze vannacht niet (in mijn huis) houden, dus heb ik ze verdeeld.” [Al-Boekhari]

Wat de Profeet ﷺ‬ van deze Oemmah uitgaf (aan de armen) was wonderbaarlijk en ongeëvenaard. Anas zei: “Wanneer iemand die de Islam nog niet had aanvaard iets aan de Profeet ﷺ‬ vroeg, weigerde hij dat nooit.

Een man kwam naar de Profeet ﷺ‬, en kreeg van hem een grote kudde schapen die het gebied tussen twee bergen vulde. De man ging terug naar zijn stam en zei tegen hen: “O mijn volk! Aanvaard de Islam, waarlijk, Mohammed geeft zoveel weg dat je geen angst voor armoede hoeft te hebben.” [Moeslim]

Laten we ondanks deze onnavolgbare vrijgevigheid eens nadenken over de levensomstandigheden van de Profeet ﷺ‬. Anas zei: “De Profeet ﷺ‬ at niet van een tafel, noch at hij mooi dun gebakken brood tijdens zijn hele leven.” [Al-Boekhari]

‘Aa’ishah vermeldde dat de Profeet ﷺ‬ soms naar haar toe kwam en vroeg: “Heb je voedsel?” Als ze ontkennend antwoordde, zei hij: “Dan zal ik vasten.” Volgens een authentieke overlevering leefden de Profeet  ﷺ‬ en zijn gezin gedurende één of twee maanden op alleen dadels en water. [Al-Boekhari en Moeslim]

Ondanks de schaarste en het gebrek aan eten, bleef de Profeet ﷺ‬ door zijn nobele gedrag en zijn Islamitisch karakter, dankbaar voor de zegening van voedsel dat Allah de Almachtige hem gaf. Hij bedankte altijd de persoon die het eten had klaargemaakt. Hij gaf diegene geen uitbrander als er iets fout was gegaan. Hij geloofde dat deze persoon slechts zijn best deed (bij het bereiden van het eten) maar dat het mislukt was. Zodoende had de Profeet ﷺ‬ nooit kritiek op het eten, noch verweet hij de kok. Ook weigerde hij nooit het beschikbare eten of vroeg hij iets wat niet beschikbaar was. Het eten en voedsel was nooit iets waar de Profeet van de Islam ﷺ‬ zich druk over maakte. Aboe Hoerayrah zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ‬ had nooit kritiek op het eten. Als hij het lekker vond, at hij het, en als hij het niet lekker vond, liet hij het staan.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Mensen die zich druk maken over verschillende soorten eten en drinken zouden naar deze samengevatte verklaring van Sheikh-oel-Islam Ibn Taymiyyah moeten luisteren:

Wat betreft voeding en kleding, is de beste leiding de leiding van de Profeet ﷺ‬. Zijn manier van eten was dat hij het beschikbare eten at als hij het lekker vond. Tevens sloeg hij het beschikbare eten niet af of streefde ernaar niet beschikbaar voedsel te laten brengen. Met andere woorden, wanneer brood en vlees, of fruit en vlees, of alleen dadels of alleen brood naar hem werd gebracht, dan at hij dat. Wanneer twee soorten voedsel naar hem werden gebracht, zei hij niet dat hij geen twee soorten voedsel tegelijkertijd at. Ook onthield hij zich niet van een bepaald soort voedsel omdat het lekker of zoet was. De Profeet ﷺ‬ zei: “Zeker, ik vast en ik verbreek het vasten. Ik verricht het gebed en ik slaap ’s nachts. Ik heb vrouwen en ik eet vlees. Dus wie zich afkeert van mijn Soennah hoort niet bij mij.”

Allah de Almachtige beval ons goed, toegestaan voedsel te eten en Hem te danken. Daarom schendt eenieder die goed en toegestaan voedsel verbiedt de grenzen van de sharia, en wie Allah de Almachtige niet bedankt veronachtzaamt Zijn Rechten.

De methode van de Profeet ﷺ‬ is de beste manier en de gulden middenweg, en door hiervan af te wijken kan je in twee extremen vallen:

·         Mensen die overdreven uitgeven en eten waar ze zin in hebben en daarbij de wettige (sharia) verplichtingen verwaarlozen.

·         Mensen die goed en wettig voedsel verbieden en een monnikenleven leiden dat ze zelf hebben uitgevonden. Allah de Almachtige zoiets nooit heeft bevolen en er bestaat geen monnikenleven in de Islam.

Hij voegde toe:

Al het wettige voedsel is goed, en goed voedsel is wettig omdat Allah de Almachtige het goede voedsel wettig heeft gemaakt voor ons, en hij heeft het slechte voor ons verboden. Dus ligt het goede van het voedsel in het feit dat het voedsel voedzaam en lekker is. Allah de Almachtige verbood alles wat schadelijk voor ons is, en stond alles toe wat goed voor ons is.

Hij zei verder:

Mensen verschillen met betrekking tot wat ze eten, hoe ze zich kleden, wanneer ze honger hebben of verzadigd zijn. De toestand van eenzelfde persoon verschilt zelfs van tijd tot tijd. Maar de beste daad is welke het meest in overeenstemming is met Allah’s geboden en het nuttigst is voor degene die het verricht. [Madjmoe al-Fataawa 22/310]

 De eer van anderen verdedigen

Bijeenkomsten van kennis en dhikr zijn de beste bijeenkomsten. Wat denk je dan van de bijeenkomsten die worden geleid door de onderwijzer van de mensheid met zijn toespraken, leringen en instructies? De zuiverheid van de bijeenkomsten van de Profeet ﷺ‬ en van zijn innerlijk hielpen hem diegenen te corrigeren die fouten maakten, de onwetenden te onderwijzen, de onvoorzichtigen te waarschuwen, en alles wat niet goed was te verwerpen. Hij luisterde aandachtig naar de persoon die hem aansprak, maar tolereerde geen laster, roddel, kwaadsprekerij of zwartmaken. Zo verdedigde hij andermans eer in hun afwezigheid.

In een overlevering van ‘Itbaan ibn Maalik wordt verteld dat de Profeet ﷺ‬ opstond om het gebed te verrichten, hij vroeg: “Waar is Maalik ibn Ad-Doekhshoem?” er iemand antwoordde: ‘Dat is een hypocriet en hij houdt niet van Allah en Zijn Boodschapper.’ Dat horende zei de Profeet ﷺ‬: “Zeg dat niet. Hebben jullie niet gezien dat hij zei: ‘Niemand heeft het recht te worden aanbeden behalve Allah’ en dat hij daarbij slechts het genoegen van Allah zocht?” Allah heeft de Hel verboden voor degenen die zeggen: ‘Niemand heeft het recht te worden aanbeden behalve Allah’, als hij daarbij slechts het genoegen van Allah zoekt.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ waarschuwde tegen het afleggen van valse getuigenissen en het schenden van andermans rechten. Volgens een overlevering van Aboe Bakr, zei de Profeet ﷺ‬: “Zal ik jullie op de hoogte brengen van de ergste zonden?” Ze vroegen: “Welke zijn dat Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Iets anders toekennen in aanbidding naast Allah en ongehoorzaam zijn aan de ouders.” Hij ging zitten nadat hij op zijn zij had gelegen en voegde toe: “Ik waarschuw jullie tegen het afleggen van een valse verklaring of getuigenis.” De Profeet ﷺ‬ bleef dat herhalen tot we wensten dat hij zou zwijgen (uit sympathie voor hem). [Al-Boekhari en Moeslim]

Ondanks zijn sterke liefde voor de Moeder der Gelovigen, ‘Aa’ishah, bekritiseerde de Profeet ﷺ‬ haar voor roddel en liet haar zien hoe erg dat was. ‘Aa’ishah zei tegen de Profeet ﷺ‬: “Het is genoeg voor u dat Safiyyah zo en zo is.” (sommige overleveraars zeggen dat ze bedoelde dat Safiyyah klein van stuk was). Daarop zei de Profeet ﷺ‬: “Je hebt iets heel ernstigs geuit. Indien je uitlating met het water van de zee zou worden vermengd, dan zou diens kleur veranderen.” [Aboe Dawoed]

De Profeet ﷺ‬ gaf goed nieuws aan de Moslim die de eer verdedigt van zijn medemoslims tijdens hun afwezigheid. Hij zei: “Eenieder die de eer van zijn broeder verdedigt tijdens zijn afwezigheid, zal het recht hebben om door Allah van de Hel te worden gered.” [Ahmad]

 Het regelmatig gedenken van Allah de Almachtige

De voornaamste onderwijzer, de Profeet van de Islam ﷺ‬, gaf veel aandacht aan aanbidding en aan de verbinding (van het hart) met Allah de Almachtige. Hij liet geen moment voorbijgaan zonder Allah de Almachtige te gedenken, Hem te prijzen, Hem te bedanken, Zijn vergiffenis te vragen en berouw aan Hem te tonen. Hoewel Allah de Almachtige hem zijn vroegere en toekomstige zonden had vergeven, was hij een dankbare dienaar van Allah de Almachtige en een erkentelijke Profeet ﷺ‬, die Allah de Almachtige constant vereerde. Hij gaf zijn Heer de achting die Hem toekomt door Hem te loven, te smeken en door zich tot Hem te keren. Hij kende de waarde van de tijd en maakte er goed gebruik van door zijn dagen en nachten te vullen met aanbidding en gehoorzaamheid aan Allah de Almachtige.

‘Aa’ishah zei: “De Profeet ﷺ‬ placht Allah de Almachtige in alle omstandigheden te gedenken.” [Moeslim]

Ibn ‘Abbaas zei: “In één bijeenkomst hoorden we de Boodschapper ﷺ‬ honderd maal zeggen: “O Allah, vergeef me en aanvaard mijn berouw. Zeker, ﷻ‬ bent Degene Die berouw aanvaardt en de Barmhartige”, honderd maal in één bijeenkomst.” [Aboe Dawoed]

Volgens een overlevering van Aboe Hoerayrah, hoorde hij de Profeet ﷺ‬ zeggen: “Meer dan zeventig maal per dag vraag ik Allah om vergiffenis en toon ik Hem berouw.” [Al-Boekhari]

Ibn ‘Omar zei: “In één bijeenkomst hoorden we de Boodschapper ﷺ‬  honderd maal zeggen: “O Allah, vergeef me en aanvaard mijn berouw. Zeker, ﷻ‬ bent Degene Die berouw aanvaardt en de Barmhartige” honderd maal in één bijeenkomst.” [At-Tirmidhi]

Oemm Salamah zei dat de Profeet ﷺ‬ vaak in haar huis de volgende smeekbede zei: “O Allah! Beheerser van de harten! Maak mijn hart standvastig in Uw religie.” [At-Tirmidhi]

 Buren

Wat een eer voor de buurt van de Boodschapper van Allah ﷺ‬! De buren hadden een hoge status bij de Profeet ﷺ‬. De Profeet ﷺ‬ zei: “Djibriel ging maar door om me op te leggen mijn buren vriendelijk en beleefd te behandelen, dat ik dacht dat hij me op zou dragen ze mijn erfgenamen te maken.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ droeg Aboe Dharr het volgende op: “O Aboe Dharr, wanneer je bouillon klaarmaakt, doe er dan water bij en geef ervan (als geschenk) aan je buren.” [Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ waarschuwde tegen het schaden van de buren, toen hij zei: “Hij zal het Paradijs niet binnengaan, voor wie zijn buren niet veilig zijn voor zijn slechte gedrag en kwaadaardigheid.” [Moeslim]

Wat een aangename buur is degene over wie de Profeet ﷺ‬ zei: “Eenieder die waarlijk in Allah en de Laatste Dag gelooft, zou zijn buren vriendelijk moeten behandelen.” [Moeslim]

 Goed gezelschap

‘Aa’ishah zei: “Wanneer de Profeet ﷺ‬ erachter kwam dat iemand iets (verkeerds) had gedaan, dan zei hij niet: ‘Waarom heeft die en die zo en zo gedaan (door hem met naam en toenaam bij de mensen bekend te maken), maar hij zei: “Waarom doen sommige mensen zo en zo…” [At-Tirmidhi]

Anas ibn Maalik zei dat een man bij de Profeet ﷺ‬ kwam, met saffraanvlekken (op zijn kleding). De Profeet ﷺ‬ gaf zelden iemand op een directe manier kritiek om iets dat hem niet aanstond. Hij zei dus toen de man was vertrokken: “Laat iemand deze man vertellen dat hij die vlekken weg moet wassen.” [Abu Dawoed en Ahmad]

Volgens een overlevering van Ibn Mas‘oed, zei de Profeet ﷺ‬: “Zal ik jullie op de hoogte brengen voor welke persoon de Hel verboden is? Het is verboden voor de man die dicht bij de mensen is (dankzij zijn bescheidenheid), die een fatsoenlijke en tedere natuur heeft (in zijn omgang met de mensen) en gemakkelijk in de omgang is.” [At-Tirmidhi]

 De rechten van de mensen vervullen

De mens moet vele rechten vervullen: de rechten van Allah de Almachtige, de rechten van het gezin, de rechten van de mensen en zijn eigen rechten. Hoe beheerde de Profeet ﷺ‬ zijn tijd en hoe maakte hij het beste gebruik van zijn dagen?

Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei dat drie mannen naar het huis van de Profeet ﷺ‬ kwamen om hem te vragen over zijn aanbidding. Toen hen over zijn aanbidding werd verteld, beschouwden ze dat als te weinig en zeiden: “Hoe kunnen we met de Profeet ﷺ‬ worden vergeleken, wanneer Allah zijn vroegere en toekomstige zonden heeft vergeven?” Toen zei een van hen: “Wat mij betreft, ik zal de hele nacht het gebed verrichten voor de rest van mijn leven.” De andere zei: “En ik zal het hele jaar door vasten en zal nooit mijn vasten verbreken.” De derde zei: “En ik zal vrouwen vermijden en nooit trouwen.” Toen de Profeet ﷺ‬ naar hen toe kwam zei hij: “Zijn jullie degenen die dit en dat zeiden? Bij Allah, ik ben me meer bewust van Allah en hoed me meer voor Allah dan wie dan ook van jullie. Maar ik vast en verbreek mijn vasten, ik verricht het gebed en ik slaap, en ik trouw met vrouwen. Dus eenieder die mijn Soennah niet volgt hoort niet bij mij.” [Al-Boekhari en Moeslim]

Moed en geduld van de Profeet ﷺ‬

Niemand was ooit zo moedig als de Profeet ﷺ‬ in het verspreiden van de Islam en in de strijd om om de woorden van Allah de Almachtige te laten overheersen. Hij maakte op de juiste manier gebruik van de zegeningen die Allah de Almachtige hem schonk. ‘Aa’ishah zei: “De Profeet ﷺ‬ sloeg niemand met zijn hand, behalve wanneer hij voor de Zaak van Allah vocht. Hij heeft nooit een bediende of een vrouw geslagen. Hij sloeg enkel wanneer hij vocht omwille van Allah.” [Moeslim]

De moed van de Profeet ﷺ‬ hielp hem om helemaal alleen de Qoeraish op te roepen tot de Islam en deze hechte ongelovigen te confronteren. Hij bleef standvastig in zijn Islam tot Allah de Almachtige hem de overwinning gaf. Hij klaagde niet over het feit dat hij helemaal alleen was en dat iedereen zich tegen hem had verzameld, maar hij verliet zich op Allah de Almachtige, vertrouwde op Hem en volhardde openlijk in zijn oproep tot de Islam. De Profeet ﷺ‬ was de moedigste en meest vastberaden van alle mensen. Mensen trokken zich terug, maar hij bleef standvastig. Toen de Profeet ﷺ‬ Allah de Almachtige aanbad in de Grot van Hiraa werd hij nooit lastiggevallen. De Qoeraish bestreden hem niet en onder de ongelovigen had niemand hem ooit met maar één enkele pijl beschoten. Maar de zaken veranderden toen hij openlijk tawhied (islamitisch monotheïsme) verkondigde, en opriep om de daden van aanbidding enkel en alleen aan Allah de Almachtige te wijden.

 Allah verklaarde dat de ongelovigen hier stomverbaasd over waren: {Heeft hij de goden tot één God gemaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets.”} [Koran 38:5] Dat is omdat zij de afgoden en idolen als bemiddelaars opzetten tussen hen en Allah de Almachtige. De ongelovigen citerend, zegt Allah de Almachtige: {Wij aanbidden hen slechts opdat zij ons zo dicht mogelijk tot Allah brengen.} Niettemin erkenden ze de Eenheid van de Heerschappij van Allah de Almachtige. Allah de Almachtige zei: {Zeg: “Wie schenkt jullie voorzieningen uit de hemelen en de aarde?” Zeg: “Allah! En voorwaar, wij zijn het of jullie zijn het die zeker de rechte Leiding volgen of in duidelijke dwaling verkeren.”} [Koran 34:24]

Kijk naar de daden van polytheïsme die zich in de moslimlanden op grote schaal hebben verspreid, zoals het oproepen van de doden en het zoeken van hun hulp, eden afleggen voor hen, hen vrezen en hopen op hun beloning. Mensen waren zodanig verzonken in dit kwaad dat ze de relatie met Allah de Almachtige hadden verbroken. Dit gebeurde omdat ze (naast Hem) afgoden aanbaden en de doden dezelfde positie toekenden als die van de Eeuwig-levende Die niet sterft.

Allah de Almachtige zegt (wat betekent): {Voorwaar, hij die deelgenoten aan Allah toekent: Allah heeft hem waarlijk het Paradijs verboden. En zijn bestemming zal de Hel zijn. En voor de onrechtvaardigen zijn er geen helpers.} [Koran 5:72]

We zullen ons nu naar de berg begeven die zich noordwaarts tegenover het huis van de Profeet ﷺ‬ bevindt, Dit is de berg van Oehoed, waar de Grote Slag van Oehoed plaatsvond. Tijdens dit gevecht werd de moed en de standvastigheid van de Profeet ﷺ‬ zichtbaar en werd duidelijk hoe geduldig hij was in het verduren van de wonden die hij had opgelopen. Zijn nobele gezicht bloedde, één tand werd gebroken en zijn hoofd werd opengereten.

Sahl ibn Sa‘d vertelt ons over de wonden van de Profeet ﷺ‬:

Bij Allah! Ik weet wie de wonden van de Boodschapper van Allah ﷺ‬ waste, wie er water over goot en hoe ze behandeld werden. Fatimah, de dochter van de Boodschapper van Allah ﷺ‬ waste de wonden, en ‘Ali goot er water over uit een schild. Toen Fatimah zag dat het bloeden hierdoor erger werd, stak ze een stuk van een stromat in brand en legde dat op de wonden zodat het bloeden stopte. Op die dag brak de tand van de Profeet ﷺ‬, zijn gezicht raakte verwond en ook zijn hoofd als gevolg van een klap op zijn helm. [Al-Boekhari]

Al-‘Abbaas ibn Abdoel Moettalib beschreef de Boodschapper van Allah ﷺ‬ tijdens de Slag van Hoenayn, en zei: “Toen de Moslims zich vluchtend terugtrokken, begon de Boodschapper van Allah ﷺ‬ zijn rijdier aan te sporen en zich richting de ongelovigen te begeven. Ik hield het hoofdstel van het rijdier van de Boodschapper van Allah vast, opdat het niet te snel zou gaan. Ondertussen zei de Boodschapper van Allah ﷺ‬: “Waarlijk, ik ben zonder twijfel de Profeet, ik ben de zoon van Abdoel-Moettalib.’” [Moeslim]

We kennen allen ‘Ali ibn Abi Taalib, de moedige strijder die meedeed aan de bekende veldslagen en beroemde voorvallen uit de Islamitische geschiedenis. Hij sprak over de Profeet ﷺ‬ als volgt: “Wanneer de strijd hevig werd en de twee partijen tegen elkaar bezig waren, zochten wij dekking achter de Boodschapper van Allah ﷺ‬. Niemand was dichterbij de vijand dan hij.” [Al-Baghawi]

Het geduld dat de Profeet ﷺ‬ uitoefende in het oproepen tot de religie is een schitterend voorbeeld dat gevolgd moet worden. Allah de Almachtige legde hiermee de grondslag voor de Islam waarop Zijn ruiterij het Arabisch Schiereiland, de landen van Shaam (de Levant) en Transoxanië. Er was geen enkel stedelijk of landelijk gebied waar de Islam niet zijn intrede deed. De Profeet ﷺ‬ zei: “Ik werd geïntimideerd omwille van Allah toen niemand geïntimideerd was; er is mij kwaad aangedaan omwille van Allah toen niemand kwaad werd gedaan, Bilaal en ikzelf hadden gedurende dertig nachten en dagen niets om te eten, behalve wat voedsel waarvan de hoeveelheid zo klein was dat Bilaal het onder zijn oksel kon bewaren (m.a.w. een zeer kleine hoeveelheid).” [At-Tirmidhi]

Ondanks het geld en de oorlogsbuit die Allah de Almachtige de Profeet verleende, liet hij geen Dinar noch Dirham na. In plaats daarvan liet hij kennis na, dat is de nalatenschap van iedere Profeet ﷺ‬. En eenieder die van deze nalatenschap wil nemen is welkom!

‘Aa’ishah, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “De Profeet ﷺ‬ liet geen Dirham of Dinar na, geen schaap of kameel, noch maakte hij een testament voor zijn bezit voor hij stierf (omdat hij niets bezat).” [Moeslim]

Smeekbeden van de Profeet ﷺ‬

Het smeekgebed is een grote daad van aanbidding die aan niemand anders dan aan Allah de Almachtige mag worden gericht. Het smeekgebed toont de behoefte van de mens aan Allah de Almachtige en getuigt van het gebrek aan macht dat de mens heeft. Het is het teken van iemands nederigheid en onderworpenheid aan Allah de Almachtige. Het smeekgebed omvat het prijzen van Allah de Almachtige en de erkenning van Zijn welwillendheid en vrijgevigheid. Daarom zei de Profeet ﷺ‬: “Het smeekgebed is (de kern van) aanbidding.” [At-Tirmidhi]

De Profeet ﷺ‬ verrichtte regelmatig het smeekgebed en riep Allah vaak aan, hij toonde zijn behoefte aan Allah de Almachtige en hield ervan Hem aan te roepen met bondige woorden. De smeekgebeden van de Profeet ﷺ‬ waren onder andere:

·         “O Allah, verbeter mij in mijn religie waarmee ik mijn deugd kan betrachten. En verbeter mij in deze wereld waarin mijn levensonderhoud zich bevindt. Verbeter mij ook voor het Hiernamaals waarnaar ik terug zal keren. En zorg ervoor dat het goede in dit leven enkel zal toenemen en dat de dood een rust zal zijn van al het kwade.” [Moeslim]

·         “O Allah, Schepper van de hemelen en de aarde, Die het ongeziene kent en dat waarvan wordt getuigd, Heer en Bezitter van alles. Ik getuig dat er niets is dat het waard is te worden aanbeden behalve ﷻ‬; ik zoek toevlucht bij ﷻ‬ tegen het kwaad in mijzelf, tegen het kwaad van Satan en zijn (aansporing tot het toekennen van partners (aan Allah) en tegen het verrichten van het kwade aan mezelf of aan een andere Moslim.” [Aboe Dawoed]

·         “O Allah, geef mij genoeg van hetgeen ﷻ‬ wettig heeft gemaakt en niet van wat u verboden heeft, en laat me met Uw voorziening niet afhankelijk worden van anderen.” [At-Tirmidhi]

·         “O Allah, vergeef mij, schenk mij Uw genade en verenig mij met de Profeten in de hoogste plaats van het Hiernamaals.” [Al-Boekhari en Moeslim]

De Profeet ﷺ‬ verrichtte regelmatig smeekgebeden aan zijn Heer, zowel tijdens moeilijke tijden als tijden van gemak. In die mate dat zijn mantel van zijn schouders placht te vallen toen hij Allah de Almachtige smeekte tijdens de Slag van Badr, om de Moslims de overwinning te schenken en de polytheïsten te verslaan. De Profeet ﷺ‬ smeekte ook voor zichzelf, zijn gezin, zijn Metgezellen, en de rest van de Moslims.

 Het einde van het bezoek

Nadat je hebt kunnen genieten van het lezen van ahadieth over de Profeet ﷺ‬  en zijn geweldige biografie waarin hij voor Allah streed en leed, heeft de Profeet ﷺ‬ een aantal rechten over ons die wij moeten vervullen. Zodoende zullen we meer van het goede kunnen verrichten en verdergaan op het rechte pad. Dit zijn een paar rechten die de Profeet ﷺ‬ over zijn Oemmah heeft:

Een waar geloof in hem hebben dat uit woorden en daden bestaat. We moeten geloven in alles wat hij bracht, hem gehoorzamen (in wat hij heeft bevolen) en mijden wat hij verboden heeft. We moeten ons oordeel naar hem terugvoeren en zijn oordeel aanvaarden. We horen de Profeet ﷺ‬ de gepaste achting te geven, zonder overdrijving of nalatigheid, hem te volgen, hem als rolmodel te nemen in alle vlakken van het leven. We horen meer van hem te houden dan van ons bezit, familie, kinderen en alle andere mensen. We horen de Profeet ﷺ‬ te respecteren, diep te eerbiedigen, de Islam te steunen, zijn Soennah te verdedigen en het onder de Moslims te laten herleven. We horen ook te houden van zijn nobele Metgezellen, Allah vragen tevreden over hen te zijn, hen te verdedigen en hun biografieën te lezen.

Liefde voor de Profeet ﷺ‬ vergt dat we Allah de Almachtige vragen vrede en zegeningen aan hem te geven. Allah de Almachtige zei: {Voorwaar, Allah geeft Barmhartigheid en Zijn Engelen smeken om vergeving voor de Profeet. O jullie die geloven, smeek om genade voor hem en spreek de vredeswens over hem uit.} [Koran 33:56]

De Profeet ﷺ‬ zei: “Bij de meest uitstekende van jullie dagen is de vrijdag. Op die dag werd Adam geschapen, op die dag stierf hij, op die dag zal de bazuin worden geblazen, éénmaal om de dood van iedereen (die zich nog op aarde bevindt) aan te kondigen en een tweede maal voor de Herrijzenis. Verricht dus meer gebeden voor mij op die dag, want jullie gebeden zullen aan mij worden getoond. Een man vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, hoe kan het dat onze gebeden naar u worden gebracht terwijl u vergaan zal zijn?’ Hij antwoordde: ‘Allah de Verhevene heeft de aarde verboden om het lichaam van Profeten te verteren.’” [Aboe Dawoed en Ibn Maadjah en Sahieh verklaard door Al-Albaani]

De Oemmah van de Profeet ﷺ‬ moet niet gierig zijn in het vervullen van de rechten van de Nobele Profeet. De Profeet ﷺ‬ zei: “Een vrekkige Moslim is diegene die mijn naam hoort en geen smeekgebed (vredesgroet) voor mij uitspreekt.” [At-Tirmidhi]

Hij zei ook: “Mensen in een bijeenkomst zitten zonder de Naam van Allah te noemen of een smeekgebed voor hun Profeet ﷺ‬ te verrichten, zullen dat betreuren. Als Allah de Almachtige het wil, zal Hij hen straffen, anders zal Hij hen vergeven.” [At-Tirmidhi]

 Het afscheid

Voordat we dit huis verlaten dat gevuld is met geloof en gefundeerd is op gehoorzaamheid, blijft de Soennah van de Profeet ﷺ‬ er om zij die naar verlossing zoeken te onderwijzen, en de weg te wijzen aan degene die leiding zoekt. We kennen vele gevallen van de geleerden die deel uitmaakten van de rechtschapen voorgangers, die enthousiast deze geweldige Soennah volgden. Moge Allah ons hen doen volgen en hen op de best mogelijke manier proberen te evenaren!

De imaam van Ahloes Soennah Ahmad ibn Hanbal zei: “Ik heb nooit een hadieth opgeschreven die ik niet navolgde. Op een dag wist ik dat de Profeet ﷺ‬ hidjaama (cupping) onderging en daarvoor één Dinar betaalde aan Aboe Taybah. Zodoende betaalde ik ook een Dinar toen ik dat liet doen.”

Abdoerrahmaan ibn Mahdi zei dat hij Soefyaan hoorde zeggen: “Ik ben nooit op de hoogte gebracht van een hadieth van de Profeet ﷺ‬, of ik handelde ernaar, zelfs al was het maar voor één keer.”

Moeslim ibn Yasaar zei: “Ik verricht het gebed met mijn schoenen aan, hoewel het gemakkelijker voor me is om ze uit te trekken. Ik doe dit enkel omdat ik de Soennah van de Profeet ﷺ‬ te volgen.”

En om af te sluiten is hier een geweldige hadieth die de geachte in beschouwing moet nemen. De Profeet ﷺ‬ zei: “Iedereen van mijn Oemmah zal het Paradijs binnengaan, behalve degenen die weigeren.” De Metgezellen waren verbaasd en vroegen: “Wie zal weigeren?” Hij antwoordde: “Iedereen die mij gehoorzaamt zal het Paradijs binnengaan, en iedereen die mij niet gehoorzaamt, weigert (om het Paradijs binnen te gaan).” [Al-Boekhari]

Wij smeken Allah de Almachtige om ons liefde voor de Profeet ﷺ‬ te geven, en zijn rechte pad te volgen, noch te misleiden of te worden misleid. We vragen Allah de Almachtige zegeningen aan de Profeet Mohammed ﷺ‬ te geven zolang de dag en de nacht doorgaan en zolang de rechtschapen mensen hem noemen. We vragen Allah de Almachtige om ons te verenigen met de Profeet ﷺ‬ in de hoogste Firdaus (in het Paradijs), onze ogen laat verrukken door hem te zien, en ons te laten drinken uit zijn haudh (bassin) waarna we nooit meer dorst zullen hebben. Mogen vrede en zegeningen van Allah met onze Profeet Mohammed zijn, met zijn familie en al zijn Metgezellen.

Referenties:

·         Madj’oe al- Fataawa van ibn Taymiyyah

·         At-Tabaqaat Al-Koebra door Ibn Sa‘d

·         As-Sierah An-Nabawiyyah door Ibn Kathier

·         Zaad Al Ma‘aad door Ibn Al-Qayyim

·         Sahieh Al-Jaami‘ door Sjeikh Al-Albaani

·         As-Silsilah As-Sahiehah door Sjeikh Al-Albaani

·         Sharh As-Soennah door Al-Baghawi

·         Kitaab As-Siyar

·         Kitaab Az-Zuhd door Imaam Ahmad

·         Sahieh Al-Bukhaari

·         Sahieh Moeslim

·         Sunnan At-Tirmidhi

·         Sunnan An-Nasaa’i

·         Sunnan Ibn Maadjah

·         Sunnan Aboe Dawoed



[1] Zie Madjmoe al-Fataawa Ibn Taymiyyah 1/4

[2] Madjmoe al-Fataawa Ibn Taymiyyah 27/251

[3] Al-Tabaqaat al-Koebra van Ibn S’ad 1/399, 501. Zie ook al-Sierah al-Nabawiyyah van Ibn Kathier 2/274

[4] Al-Haafidh Ibn Hadjr al-Askalaani heeft in zijn boek ‘Fath al-Baari’ gezegd : “Nabiedh is een drank waar dadels in water worden geweekt en gegist om het een zoetige smaak te geven.”

[5] Een Arabische maatstaf die overeenkomt met ongeveer 2,5 liter.

[6] Zaad al-Ma’aad 2/381