Over de ordening van het economisch leven ()

 

|

 Over de ordening van het economisch leven

 Introductie

Iedere samenleving heeft ideeën over wat voor de samenleving als geheel het beste is, een ideaalbeeld. Over een ideaalbeeld kunnen mensen van mening verschillen. Evenzo over de vraag of een bepaald ideaalbeeld realiseerbaar geacht kan worden of niet. Echter, slechts weinig mensen zullen de stelling bediscussiëren dat verwezenlijking van een ideaal, of - zo men wil - benadering van een ideaal, de implementatie van een bepaalde ordening van de samenleving vereist. Politiek is een middel om de systemen (de ordening) geïmplementeerd te krijgen die het aangehangen ideaal werkelijkheid moeten doen worden. De wereld lijkt heden ten dage overtuigd van de superioriteit van de Kapitalistische ideologie. Feit is dat Kapitalisme aan het begin van de Eenenwintigste Eeuw verworden is tot de ideologie welke alle anderen domineert. Derhalve is het niet verwonderlijk dat de realiteit van vandaag de dag is dat het economisch leven van bijna al de mensen op aarde volgens de Kapitalistische ideologie is geordend. Over heel de wereld heeft de economische politiek die gevoerd wordt, zowel op nationaal niveau als op internationaal niveau door instellingen zoals het WTO, IMF, de Wereldbank en de EU, ten doel de ordening van het economisch leven te realiseren die voortvloeit uit het Kapitalistisch ideaalbeeld. Dit impliceert dat de mensheid overtuigd is van de juistheid van de Kapitalistische beschrijving en verklaring van het economisch gedrag van mensen. Immers, enkel indien men overtuigd is van de juistheid van de beschrijving en verklaring van het economisch gedrag van mensen, zal de ordening die voortvloeit uit deze visie overtuigen. De faculteiten alwaar de Economische Wetenschappen worden bestudeerd getuigen dat dit ook in werkelijkheid de situatie is. De onderwerpen van studie, de literatuur, de discussies, zij allen laten zien dat naast Kapitalistische visie op economie geen andere ideeën meer geaccepteerd worden. De vraag is nooit meer of Kapitalisme de oplossing aandraagt die juist is, maar enkel welke oplossing gebaseerd op Kapitalisme de juiste is. Zelfs in die gevallen waar men Kapitalisme bekritiseerd kan horen worden, daar nog blijven alle partijen het over een fundamenteel iets eens, zijnde de geruststellende gedachte "het is dan misschien niet perfect, maar wel gewoonweg het beste systeem voorhanden". De bedoeling van dit boek is om, in de Nederlandse taal, een deel van de intellectuele leegte te vullen die binnen het economisch vakgebied ontstaan is door de weigering Kapitalisme te zien en te bediscussiëren als een alternatief, naast anderen. Om dit doel te bereiken zal de kern van Kapitalisme uiteengezet en behandeld worden, naast haar enige overgebleven ideologische concurrent sinds de ondergang van het Communisme, zijnde de ordening van het economisch leven van Islam. Hiertoe is dit boek als volgt ingedeeld:

Boek 1: Introduceert een aantal van de fundamentele ideeën waarop de Kapitalistische ordening van het economisch leven van de mens gebaseerd is, analyseert en beschouwt deze kritisch, alvorens hun evenknie binnen het islamitisch economisch systeem kort te behandelen. Deze behandeling van Kapitalistische economie, haar essentie, basisprincipes en systeem, is om het artikel tevens toegankelijk te houden voor de mensen met minder voorkennis op het gebied van Kapitalistische economische theorie.

Boek 2: Zal deze ideeën behorende bij de ordening van het economisch leven in Islam meer inhoud geven, door deze ordening in detail uiteen te zetten.

De uiteindelijke hoop is dat dit boek bij zal dragen aan een beter begrip van Islam en een stap zal zijn in de correctie van het heersende idee van Kapitalisme als "natuurlijke staat van zijn"; opdat binnen het veld van de economische wetenschap de werkelijke "natuurlijke staat van zijn" mag terugkeren waaronder ideologische alternatieven naast elkaar behandeld en onderzocht worden, objectief en eerlijk.


 Boek 1: Introductie en Analyse van ideologische alternatieven

De mens realiseert zijn renaissance op basis van de ideeën die hij heeft geadopteerd over de mens, over het leven en over het universum, over relatie tussen dezen, over datgene wat aan voorafgegaan is en over datgene wat na dezen zal zijn

 1. Introductie tot Kapitalisme

 1.1 Basisprincipes en theorie

De mens wordt gekenmerkt door zijn instincten en behoeften. Hij verricht tijdens het leven handelingen in een poging deze instincten en behoeften te bevredigen. De Kapitalistische visie op het leven stelt dat al de behoeften van de mens, de behoeften waar deze het bevredigen van nastreeft, materieel van aard zijn. Deze aanname impliceert dat al de handelingen van individuen pogingen zijn materieel voordeel te vergaren. Kapitalistische economische theorie, derhalve, verklaart al de handelingen van mensen vanuit de materiele behoeften die horen bij het mens zijn.

Voor wat betreft het menselijk gedrag dat resulteert uit behoeften die niet door materie bevredigd kunnen worden, denk aan de menselijke behoefte aan gevoelens van trots of liefde of de behoefte tot heiligen, Kapitalisme verklaart ook dit door het te beschouwen als een poging materieel gewin te doen resulteren. Zo wordt een schenking een poging diefstal te voorkomen, en de kerk een plaats van handel. En dus, hoewel een economisch systeem zich begrenst tot het ordenen van dat deel van het leven van mensen dat gericht is op bevrediging van de materiele behoeften, ordent het Kapitalistische economisch systeem feitelijk het gehele leven van de mens. Dit omdat in Kapitalisme het leven als handelen ter vergaren van materieel voordeel gedefinieerd is.

De Kapitalistische economische theorie is gefundeerd op drie aannames:

1. Het principe van "relatieve schaarste": het fundamentele

economisch probleem binnen de Kapitalistische visie;

2. Het principe van "waarde": het voornaamste onderwerp van discussie en onderzoek binnen Kapitalistische economische theorie; en

3. Het principe van "prijs": de rol die prijzen worden toegedicht binnen productie, consumptie en allocatie van goederen en diensten.

Schaarste is een probleem waar en wanneer het zich voordoet. Er zijn voorbeelden die deze stelling bevestigen. Binnen de Kapitalistische economische theorie is relatieve schaarste het fundamentele economische probleem waarmee iedere samenleving geconfronteerd is. Relatieve schaarste is anders dan absolute schaarste. Absolute schaarste bestaat wanneer de beschikbare middelen ter bevrediging van de organische behoeften van de mens ontoereikend zijn en de mens in zijn bestaan dus vecht tegen de dood. Absolute schaarste is als zodanig een afwijking van de natuurlijke situatie voor de mens.

Relatieve schaarste, echter, is naar Kapitalistische visie de natuurlijke situatie voor de mens. In de Kapitalistische visie op de mens en het leven wordt de mens gekenmerkt door zijn behoefte tot consumptie van materie, en is het leven de periode van tijd waarin het individu actief op zoek gaat naar de materie ter bevrediging van de behoeften. Maar buiten deze eigenschappen van de behoeften van de mens, namelijk dat zij de verklaring zijn voor het menselijk gedrag en materieel van aard, heeft de Kapitalistische visie de behoeften nog een derde eigenschap meegegeven. In de Kapitalistische economie wordt namelijk gesteld dat de behoeften de mens aanzetten tot handelingen ter vergaringen van materie, en dat ze uiteindelijk onverzadigbaar zullen blijken te zijn. Uit deze beschrijving van de mens als onverzadigbaar wezen volgt dan het fundamentele economisch probleem volgens Kapitalisme:

Daar iedere economie geconfronteerd wordt met een eindige voorraad productie middelen en dus een eindige productie, kan totale bevrediging van de menselijke behoeften, die onverzadigbaar zijn en dus oneindig,nooit tot stand worden gebracht.

De redenatie achter dit basisprincipe is als volgt: uit een begrensde voorraad productie middelen kan per definitie enkel een begrenst aanbod van middelen ter bevrediging van de behoeften van de mens resulteren, terwijl de behoeften van de mens oneindig zijn. Als gevolg van het feit dat de vraag naar middelen die de behoeften kunnen bevredigen oneindig is, zal het aanbod van middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften altijd te kort schieten en zal er dus altijd sprake zijn van relatieve schaarste. Wat het niveau van het aanbod van middelen ook zal zijn, de vraag afkomstig van de mensheid zal altijd groter zijn.

Kapitalistische economische theorie maakt impliciet onderscheidt tussen "tastbare" behoeften en "niet-tastbare" behoeften, door te spreken over goederen en diensten. De niet-tastbare behoeften zijn de behoeften aan diensten. Hier wordt naar behoeft daar diensten de mens in staat stellen langer of beter in zijn tastbare behoeften te voldoen. Als voorbeeld wordt vaak verwezen naar de behoefte aan zorg of onderwijs. Datgene wat in goederen en diensten behoeften doet bevredigen hebben de Kapitalisten als "nut" gedefinieerd. Nut is de eigenschap van goederen en diensten die ze aantrekkelijk maakt aan te wenden ter bevrediging van behoeften. Kapitalistische economische theorie ziet nut als specifiek individueel: iedere oordeling over het nut van een goed of dienst is een subjectief oordeel, daar het voor hetzelfde goed of dienst bij ieder individu kan verschillen. Derhalve kan nut in principe schuilgaan in ieder goed of dienst.

Betreffende waarde stellen de Kapitalistische economen dat daar behoefte een verlangen tot consumptie is, alles dat geconsumeerd kan worden van waarde kan zijn. Bij de bepaling van de waarde van een goed of dienst is de behoefte die het bevredigd niet van belang. Evenmin wordt in overweging genomen of bevrediging van de behoefte met het goed of de dienst schadelijk is voor het individu dat behoeft of niet. Volgens hen, bezit een goed of een dienst economische waarde, indien er een individu is die het goed of de dienst enig nut toeschrijft. Dit houdt in dat volgens de Kapitalistisch visie een goed van waarde is indien er een individu is die er naar verlangt. Verder neemt de Kapitalistische econoom de verlangens zoals ze zijn en geeft geen oordeel over hoe de verlangens zouden moeten zijn. Als gevolg hiervan  spelen bij waardebepalingen de belangen van de samenleving geen rol.Waarde is een persoonlijk oordeel en dus is de invloed van het verlangen op de samenleving niet van invloed op het waarde oordeel. Dus voor een Kapitalist is opium van waarde daar er mensen zijn die er behoefte aan hebben, en is de drugsdealer van waarde daar de dienst die hij verleent tegemoet komt aan een binnen de samenleving bestaande behoefte.

 Figuur 1. De Indifferentiecurve

De indifferentiecurve ﷻ‬ verbindt de verschillende

combinaties van appels en peren met elkaar die een

individu gelijk nut verschaffen. Het individu is indifferent

tussen verzameling v1 en verzameling v2. Al de punten

op curve ﷻ‬ worden door het individu geprefereerd boven

verzameling v3, terwijl verzameling v4 het individu

 het meest nut zou verschaffen.

 1.2 Kapitalistische economie: een analyse

Aldus de essentie van zowel behoeften als de middelen ter bevrediging van deze behoeften binnen Kapitalistische economie. Ten gevolge van deze visie op de mens en het leven beperkt de Kapitalistische econoom zijn analyse van een samenleving tot het beschrijven van de beschikbare materiele middelen. De rol van de econoom binnen deze visie blijft daarom ook beperkt tot het optimaliseren van de beschikbaarheid van goederen en diensten, de middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften, zonder enige andere overweging in overweging te nemen.

Het beperkte aanbod van de middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften, goederen en diensten, is het natuurlijke gevolg van de beperkte voorraad productie middelen die een samenleving ter beschikking staat. Dientengevolge kunnen de behoeften van de samenleving nooit volledig bevredigd worden, daar dezen oneindig groot en groeiende zijn. Naast de essentiële behoeften die een mens bevredigen, bestaan er de overige behoeften. Al deze behoeften zullen toenemen en groeien naarmate de mens meer geürbaniseerd raakt en het aanbod van middelen ter bevrediging van de behoeften toeneemt, als gevolg waarvan complete verzadiging van de behoeften nooit tot stand kan worden gebracht. Hieruit volg het fundamenteel economisch probleem, namelijk een overvloedige behoefte aan goederen en diensten in vergelijking met het relatief beperkte aanbod van goederen en diensten als middel ter bevrediging van deze behoeften.

 Relatieve schaarste

Vanuit deze visie is een economie altijd geconfronteerd met een fundamenteel probleem, namelijk relatieve schaarste van middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften. Het onafwendbare gevolg hiervan is dat sommige van de behoeften slechts gedeeltelijk en anderen totaal niet bevredigd zullen kunnen worden. Om deze situatie het hoofd te kunnen bieden is het van belang dat binnen de samenleving afspraken gemaakt worden over welke behoeften wel, en welke behoeften niet bevredigd zullen worden. Met andere woorden, er moeten regels worden opgesteld waaraan men zich dient te houden bij de allocatie van de beperkte middelen ter bevrediging van de behoeften over de onbeperkte behoeften. De Kapitalisten zoeken de oplossing voor het fundamentele economisch probleem bij de behoeften van de mens en de middelen ter bevrediging van deze behoeften, niet bij de mens zelf. Volgens Kapitalisten ligt de oplossing voor dit probleem in het beschikbaar maken van de middelen ter bevrediging van de behoeften voor de samenleving, niet zozeer in het zorg dragen voor de bevrediging van de behoeften van de individuen die deel uitmaken van deze samenleving. De regels die opgesteld worden betreffende de allocatie van de middelen ter bevrediging van de behoeften dienen er derhalve tevens voor te zorgen dat het niveau van productie gemaximaliseerd wordt. Zodat de samenleving als geheel kan beschikken over een optimaal aanbod van goederen en diensten.

Echter dit houdt niet noodzakelijkerwijs in dat de individuen die deze samenleving vormen kunnen beschikken over de door hun benodigde goederen en diensten. Het probleem dat hoort bij de allocatie van de middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften over de samenleving wordt door Kapitalisme genegeerd. Al de aandacht richt zich op het probleem dat hoort bij productie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat economisch onderzoek zich voornamelijk richt op mogelijkheden de totale productie te verhogen, om op deze wijze het aanbod van goederen en diensten die door de samenleving geconsumeerd kunnen worden te vergroten. Als voorbeeld kan men aanhalen het feit dat binnen Kapitalistische economische theorie verreweg het belangrijkste veld van onderzoek de bepaling en bestudering is van de factoren die het Bruto Nationaal Product (BNP) of Bruto Nationaal Inkomen (BNI) van een economie beïnvloeden.

De Kapitalistische economen verdedigen dit gebruik door te stellen dat dergelijk onderzoek zich richt op het fundamentele economisch probleem waar een samenleving mee kampt, namelijk de beschikbaarheid van middelen ter bevrediging van behoeften. Volgens de Kapitalistische visie ligt de oplossing van het fundamentele economisch probleem immers binnen productie. Hieruit vloeit voort het

idee dat armoede en achterstand alleen opgelost kunnen worden door productie te verhogen en meer middelen beschikbaar te maken.

 Waarde

De waarde van een goed of dienst beschrijft het relatieve belang dat wordt gehecht aan het goed of de dienst. Deze term waarde wordt zowel gebruikt om de waarde van een bepaald goed voor een bepaald individu aan te geven, in deze context ook wel "nutswaarde" genoemd, als om de waarde van het goed ten opzichte van een ander goed aan te tonen. Hier spreekt men ook wel over "ruilwaarde".

Binnen de Kapitalistische economische theorie, waar de samenleving bestaat uit individuen van hetzelfde type (de rationele mens) is de nutswaarde de waarde van het voordeel dat resulteert als gevolg van het uitbreiden van het bestaande aanbod van een bepaald goed of dienst met één eenheid. Met andere woorden, de waarde van een goed of dienst wordt bepaald aan de hand van de het marginaal nut van het goed of de dienst. Dit is beter bekend als de "Theorie van Marginaal Nut".

Deze benadering komt voort uit de overtuiging dat nutswaarde bepaald dient te worden vanuit het oogpunt van vraag en aanbod tezamen, en houdt in dat de waardebepaling altijd plaats vindt op het moment dat de behoefte aan het goed of dienst minimaal is. Als enkel gekeken wordt naar de productiekost van de additionele eenheid van het goed of de dienst, dan wordt de waarde bepaling zuiver aanbod gerelateerd zonder dat de vraag in ogenschouw genomen wordt. Tegelijkertijd, als waarde wordt benaderd vanuit het oogpunt van de consument, dan zouden alleen zaken als nut en wenselijkheid van het goed of de dienst bepalend zijn en zou de waarde bepaling tot een zuiver vraag gerelateerd kwestie verworden. Door de waardebepaling te doen op het moment dat de behoefte minimaal is wordt zowel de vraagzijde als de aanbodzijde van de vergelijking in ogenschouw genomen. Maar, door marginaal nut te gebruiken bij de bepaling van nutswaarde bepaalt men de waarde op het moment dat de behoefte reeds maximaal bevredigd is binnen de beperkingen gesteld door relatieve schaarste. De nutswaarde van brood wordt dientengevolge bepaald door te kijken naar het nut van een additionele eenheid brood op het moment dat de honger minimaal is.

De ruilwaarde geeft de geschiktheid van een goed of dienst voor handel weer. Zij is de bepaling van de hoeveelheid graan die men bereidt is op te geven om in het bezit te komen van een bepaalde hoeveelheid maïs. Voor nutswaarde wordt in het algemeen de term nut gebruikt, en voor ruilwaarde de term waarde.

 Prijs

Handel vindt in zijn algemeenheid plaats tussen hoeveelheden goederen en / of diensten gelijk in waarde. Dit eigenschap maakt de waarde van een bepaald goed of dienst tot objectief meetbaar. Dit heeft er mede toe heeft geleid dat waardebepaling een voornaam veld van onderzoek zijngeworden binnen de Kapitalistische economische theorie. Waarde is tot een schaal verworden op basis waarvan men goederen en diensten met elkaar kan vergelijken en op basis waarvan men de productiviteit van een handeling kan bepalen.

Volgens de Kapitalistische economen kan door middel van productie, het resultaat van arbeid, nut gecreëerd of vergroot worden. Om de productiviteit van arbeid te kunnen bepalen en om de productiviteit van verschillende handelingen met elkaar te kunnen vergelijken, is een objectieve maatstaf nodig. Bij dergelijke vergelijkingen gebruikt men als maatstaf de waarde van de goederen en diensten die door productie voortgebracht zijn. Met andere woorden, men bepaalt de waarde van arbeid aan de hand van de waarde van de goederen en diensten die het voorbrengt. Dergelijke vergelijking zijn nodig geworden daar in het huidige economisch systeem productie voor eigen consumptie is vervangen door productie voor handel. Tegenwoordig ruilt vrijwel iedereen het resultaat van zijn arbeid met de resultante van de arbeid van andere personen. Bij ruilhandel wordt men gecompenseerd voor het goed of de dienst die men opgeeft. Dit maakt de bepaling van de waarde van goederen en diensten tot noodzakelijk, zodat men bij ruil kan bepalen of het aanbod aan de vereiste compensatie voldoet. Kennis van de waarde van goederen en diensten is derhalve een factor van essentieel belang bij de bepaling van productie en consumptie. En, dientengevolge, is kennis van waarde van essentieel belang in het leven van de mens bij de zoektocht naar bevrediging van de behoeften.

Heden ten dage is binnen de westerse samenleving de werkelijke ruilhandel (barter trade) merendeels vervangen geworden door verkoop transacties, met goederen en diensten enerzijds en geld anderzijds. De ruilwaarde van een goed of dienst ten opzichte van geld is bekend onder de naam prijs. De prijs is de ruilwaarde die de hoeveelheid geld weergeeft en bereid is om die op te offeren, om in het bezit te kunnen komen van een bepaalde hoeveelheid van een goed of dienst. Maar oorspronkelijk geeft de ruilwaarde de hoeveelheid aan die een individu voor een bepaald goed of dienst dienst kan opofferen om in het bezit te zijn van een ander goed of dienst. Met geld als derde element buiten goederen en diensten is het dus mogelijk dat de prijzen van alle goederen en diensten op enig moment gelijktijdig stijgen of dalen. Tegelijkertijd is het mogelijk dat de prijzen van goederen en diensten veranderen zonder dat de ruilwaarden binnen het economisch stelsel veranderen, terwijl het niet mogelijk is dat de ruilwaarden van al de goederen en diensten gelijktijdig in dezelfde richting bewegen.

Universeel is prijs verworden tot de maatstaf bij de bepaling en vergelijking van het nut van het handelen, alsmede bij het vergelijken van het nut van verschillende goederen en diensten. Men kan dus door de prijzen van verschillende goederen en diensten met elkaar te vergelijken vaststellen hoe een samenleving de uitbreiding van de beschikbaarheid van een der goederen of diensten zou waarderen en welke uitbreiding zij als het meest voordelig zou beschouwen. Dergelijke analyses laten de aard van de verschillende producten (agrarisch versus industrieel) en diensten (onderwijs, zorg, transport of handel) buiten beschouwing.

 De rol van prijzen

De rol die prijzen spelen binnen de totstandkoming van productie, consumptie en de allocatie van middelen is ekend als het prijsmechanisme. Volgens de Kapitalistische economen is het uiteindelijk de prijs die bepaald welke producenten actief zullen zijn, worden of blijven, en welke niet. Evenzo, stelt men, is het de prijs die bepaald in welke mate een consument in zijn behoeften kan voorzien. Bij de totstandkoming van productie spelen twee factoren een rol. Aan de ene kant is dat het aanbod van goederen en diensten, waarbij de aan productie gerelateerde kosten de voornaamste begrenzende factor is. Aan de andere kant is dat de vraag naar goederen en diensten, waarop het relatieve nut dat aan de goederen en diensten wordt toegeschreven door de samenleving de voornaamste invloed is. Beiden worden gemeten aan de hand van de prijs. Vraag en aanbod zijn fundamentele begrippen binnen het Kapitalistisch economisch systeem. Wanneer de term aanbod gebezigd wordt, bedoelt men het totale aanbod op de markt, terwijl met de term vraag de totale vraag op de markt bedoeld wordt; beiden voor de samenleving als geheel. En net zo als er niet over de vraag kan worden gesproken zonder prijzen in ogenschouw te nemen, dient er ook bij de bestudering van het aanbod met de prijs rekening te worden gehouden. Maar waar over het algemeen de vraag naar een bepaald goed of dienst afneemt als de relatieve prijs ervan stijgt, daar heeft het aanbod van dat goed bij een relatieve prijsstijging de neiging toe te nemen.

Binnen de Kapitalistische economische theorie is het prijsmechanisme het voornaamste instrument dat zorg draagt voor een evenwicht van vraag en aanbod op de markt. Aan de aanbodzijde, namelijk, is het de prijs die de allocatie van de productie middelen beïnvloedt. De middelen ter productie zullen daar ingezet worden waar de vrucht van hun arbeid, de waarde van de goederen en diensten die worden voortgebracht, maximaal is. Dit betekent bijvoorbeeld dat de timmerman zal gaan schilderen als hij leert dat hem dat meer zal opleveren bij gelijke inspanning. Voor de Kapitalistische economen, derhalve, is de allocatie van productiemiddelen optimaal waar de waarde van de productie maximaal is.

De waarde van de productie wordt dan weer bepaald door de vraag naar de voortgebrachte producten. Op basis van het nut dat individuen aan een specifiek goed of dienst toekennen komt er op de markt bij iedere prijs een bepaalde vraag tot stand. Als gevolg van het prijsmechanisme zullen dan, op basis van de resulterende vraagcurven binnen de economie, de productiemiddelen gealloceerd worden op de wijze die de waarde van productie maximaliseert. Door de consumenten vrij te laten bij de besteding van hun inkomens, zodat ze het totale nut van de consumptie van hun inkomen kunnen maximaliseren en door de producenten vrij te laten bij de benutting van de middelen ter productie tot hun beschikking, zal op de markt evenwicht ontstaan tussen vraag en aanbod. Als de consument op een gegeven moment, om wat voor reden dan ook, ineens minder nut toeschrijft aan bijvoorbeeld wijn, dan zal de huidige vraag naar wijn alleen bij een lagere prijs gehandhaafd kunnen worden. Het huidige niveau van productie zal bij dergelijke lagere prijzen echter niet langer winstgevend zijn. De afname van het nut toegeschreven aan wijn zal als gevolg van de resulterende lagere vraag naar wijn de prijs van wijn doen dalen, wat er op zijn beurt toe zal leiden dat de allocatie van de productie middelen zal veranderen en minder middelen ingezet zullen worden voor de productie van wijn.

Dit is het prijsmechanisme: beïnvloeding van vraag en aanbod door prijsveranderingen. Volgens Kapitalisten zorgt het prijsmechanisme er derhalve voor dat ten allen tijden het aanbod van goederen en diensten gelijk is aan de vraag en dat de totale waarde van productie gemaximaliseerd is.

Binnen hun visie op het de mens en het leven verklaren de Kapitalisten dus door middel van het prijsmechanisme waarom een mens tot een specifieke handelingen komt. Een individu is enkel te motiveren tot handelen indien deze handeling leidt tot (gedeeltelijke) bevrediging van een van zijn of haar behoeften. Onder aanname dat al de behoeften materieel van aard zijn, is de bevrediging van de behoeften ofwel het directe resultaat van de handeling van de mens, zoals bij productie voor eigen consumptie, ofwel het indirecte resultaat van de handeling van de mens, zoals wanneer het materiele voordeel uit de handeling gebruikt wordt om die zaken te bemachtigen die hij wenst te consumeren. Volgens Kapitalistische economen is derhalve het enige dat mensen motiveert bepaalde handelingen te verrichten de materiele beloning die hij hiervoor verwacht te verkrijgen. Daar de mens ter bevrediging van zijn behoeften voornamelijk afhankelijk is van de productie van andere individuen ligt het motief voor zijn handelen meestal in geldelijk gewin. Dit geldelijk gewin stelt hem in staat de goederen en diensten te vergaren die hij behoeft. De reden dat de mens tot produceren komt ligt dus in het geldelijk gewin dat de vrucht van zijn arbeid met zich mee brengt - de prijs van het goed of de dienst die zijn handelen voortbrengt.

 Figuur 2. Vraag en

 Aanbod curves

Curve D geeft het verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid weer, terwijl curve S de relatie tussen prijs

en aangeboden hoeveelheid uiteenzet.

Deze Kapitalistische visie op het leven leidt ertoe dat Kapitalistische economen de mogelijkheid uitsluiten dat de mens een handeling onderneemt vanuit zuiver moreel of spiritueel motief. In hun visie verricht een mens ook de handelingen die op het eerste gezicht vanuit een moreel motief verricht lijken te worden, in werkelijkheid in de verwachting dat een materieel gewin zal resulteren.

 Figuur 3. Inkomensgrens

De lijn B geeft de inkomens-grens voor een individu weer. Al de punten op deze lijn geven combinaties van appels en peren weer die het individu mogelijkerwijs kan produceren. De lijn is daarmee het maximum aan bestedings-capaciteit voor dit individu. Productie op punt v3 betekent dat het individu ofwel inkomen opoffert voor vrije tijd, ofwel inefficiënt werkt; productie van de combinatie van appels en peren zoals weergegeven door punt v4 is, is niet haalbaar voor het individu. Net zo ordenen prijzen, of beter gezegd het prijsmechanisme, de allocatie van het resultaat van productie, zijnde de middelen ter bevrediging van behoeften. Ieder mens wenst zich volledige bevrediging van zijn behoeften en streeft derhalve de vergaring van de middelen die deze behoeften kunnen bevredigen na. Zou ieder mens vrij gelaten worden zijn behoeften te bevredigen zoals hij of zij wenst, dan zou ieder mens al de middelen ter beschikking wensen te bezitten en te benutten. Maar een mens kan zich slechts een hoeveelheid middelen veroorloven gelijk in waarde aan de vrucht van zijn productieve handelen. Aangezien de waarde van de vrucht van het handelen van de mens bepaald wordt door de prijs van de goederen en diensten die hij voortbrengt, verzorgt het prijsmechanisme tevens de allocatie van middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften over de mensen. Ieder individu zal een deel krijgen van de middelen ter bevrediging van de behoeften proportioneel gelijk aan zijn of haar inkomen. Het bestaan van prijzen doet de mens daarom nadenken, het dwingt hem zijn behoeften te evalueren en te rangschikken om de voor hem belangrijkste behoeften te bevredigen en de voor hem minder belangrijke behoeften te laten voor wat zijn. De prijs dwingt individuen genoegen te nemen met slechts gedeeltelijk bevredigde, of zelfs volledig onbevredigde behoeften.

Het prijsmechanisme zorgt dus onder andere voor een allocatie van middelen die de waarde van de productie maximaliseert. Tevens verzorgt het prijsmechanisme de allocatie van middelen ter bevrediging van de menselijke behoeften over de individuen binnen het economisch stelsel. Dit door middel van het inkomen, het uiteindelijke doel en de resultante van productie, dat maakt dat iedere consument zijn consumptie dient te beperken. Echter, dit leidt ertoe dat de middelen enkel ter beschikking staan van diegenen die zich deze kunnen veroorloven. Binnen iedere economie, derhalve, zullen sommige producten zo geprijsd zijn dat ze enkel geconsumeerd kunnen worden door een "happy few". Andere middelen ter bevrediging van de behoeften zullen, als gevolg van hun prijs, ter beschikking staan van het overgrote deel van de samenleving. En hier tussenin zullen middelen ter bevrediging van behoeften bestaan die als gevolg van hun prijs in principe wel ter beschikking staan van een groot aantal mensen, maar die, daar het inkomen mensen dwingt prioriteiten te stellen, desalniettemin niet door hen geconsumeerd zullen worden.

Het prijsmechanisme verzorgt evenwicht tussen vraag en aanbod en het is daardoor de relatie tussen producent en consument. De producent wordt beloond voor zijn inspanningen met een winst, zijnde de resultante van de prijs die de consument hem betaalt voor consumptive van de door hem voortgebrachte goederen of diensten minus de kost die productie van deze goederen of diensten met zich mee heeft gebracht. Voor de producent wiens producten niet geconsumeerd worden zal als vanzelfsprekend niets anders dan verlies resten. Maar, zeggen de Kapitalisten, de prijzen binnen het economisch systeem stellen de producenten op de hoogte van de behoeften van de consumenten – ze informeren de producenten over de producten waarnaar de voorkeur van de consumenten uitgaat. Uit de prijsstijging van een bepaald goed kan de producent afleiden dat de vraag naar dat goed, ceteris paribus (al het overige gelijk blijvend), is toegenomen. Een producent kan daaruit afleiden dat hij de waarde van zijn productie kan verhogen door de productiemiddelen die hem ter beschikking op een andere manier te alloceren over de productie van de verschillende goederen en diensten. Hij zal als gevolg van de verandering van de prijs van een bepaald goed meer van dat goed gaan produceren ten koste van de productie van de andere goederen en diensten, om de waarde van zijn totale productie te maximaliseren: zijn verliezen te verkleinen of om te zetten in winsten, of zijn reeds bestaande winsten te vergroten. Dit informeringsproces werkt in beide richtingen. Het leidt ertoe dat de middelen toegewezen aan de productie van een bepaald goed zullen toenemen als de prijs van dit goed stijgt en zullen afnemen als de prijs van dit goed afneemt. Aldus beïnvloedt het prijsmechanisme het aanbod en verzorgt het evenwicht tussen vraag en aanbod op de markt.

Uit de Bourgeoisie zelf komen de wortels van

haar vernietiging voort. Karl Marx

 2. Kritiek op Kapitalisme

 2.1 Economische wetenschap versus economischsysteem

De Kapitalisten zelf stellen dat het onderwerp economie begrensd is tot behoeften en de bevrediging van behoeften. Als gevolg van deze visie worden de productie van middelen ter bevrediging van behoeften en de allocatie van de middelen ter bevrediging van behoeften over de samenleving, en al hetgeen zij behelzen, behandeld al waren ze een en hetzelfde onderwerp. De behandeling van de menselijke behoeften en de middelen ter bevrediging van deze behoeften als zijnde één onderwerp rechtvaardigen de Kapitalisten door te wijzen op de verbondenheid tussen beide onderwerpen. De beide onderwerpen worden als zodanig verstrengeld aangenomen dat zij niet afzonderlijk behandeld horen te worden, in feite zelfs niet kunnen worden. Evenzo wordt het volledig negeren van de allocatie van middelen ter bevrediging van de behoeften over de samenleving als zelfstandig onderwerp, gerechtvaardigd door te stellen dat zij impliciet wordt behandeld als het onderwerp productie wordt behandeld. De daaruit voortvloeiende Kapitalistische gewoonte om de analyses van behoeften en middelen ter bevrediging van behoeften samen te nemen - of net zo, om de gewoonte analyses van productie van middelen ter bevrediging van behoeften en de allocatie van dezen over de samenleving samen te nemen - en ze te behandelen als een enkel onderwerp waar ze dit niet zijn, is onjuist. Het feit dat de Kapitalistische visie op economie zo eenzijdig is, zonder onderscheid aan te brengen tussen goederen en productie enerzijds en eigendom en allocatie anderzijds, geeft aan dat Kapitalisten economische wetenschap verwarren met het economische systeem. Dit, terwijl er wel degelijk een onderscheidt tussen economische wetenschap en het economische systeem is, en derhalve ook gemaakt dient te worden:

1. Het economisch systeem is het geheel van regels en verordeningen die ten doel hebben het economisch leven van individuen te organiseren. Het zet uiteen hoe de welvaart over de samenleving verdeeld dient te worden en het definieert de beginselen van eigendom, alsmede de methodes waarop men eigendom kan vergaren en uitgeven. Het economisch systeem volgt een bepaalde visie op het leven, oftewel een ideologie. Dientengevolge is binnen Kapitalisme het economisch system anders dan binnen Communisme of Islam.

2. Economische wetenschap houdt zich bezig met aan productie gerelateerde onderwerpen, zoals efficiency, innovatie en de andere factoren van invloed op het niveau van productie. Economische wetenschap, derhalve, is evenals al de overige wetenschappen universeel van aard en kan men niet associëren met een ideologie in het bijzonder.

Dus hoewel het begrip van eigendom verschilt tussen Kapitalisme, Communisme en Islam, wordt het vraagstuk toename van productie door allen op identieke wijze benadert. Dit is een zuiver technisch onderwerp; zuiver wetenschappelijk en gelijk voor ieder mens, ongeacht hun visie op het leven. Een eerste punt van kritiel op het Kapitalisme is dan ook dat het dit onderscheid tussen economisch systeem en economische theorie niet duidelijk heeft gemaakt. De werkelijkheid, namelijk, is dat het systeem, de allocatie van middelen ter bevrediging van de behoeften over de individuen in de samenleving, de resultante is van het basisidee waarop de systemen in de samenleving gebaseerd zijn. Het is afhankelijk van de ideologie van waaruit de natie haar systemen voort laat vloeien. Hiernaast bestaat het onderwerp van groei van het Nationaal Inkomen door middel van productie toename. Dit is afhankelijk van de specifieke situatie waarin een land verkeert en de middelen welke haar ter beschikking staan. Productietoename kan gerealiseerd worden door de beschikbare productie-middelen op meer efficiënte manier in te zetten, door middel van immigratie / emigratie, door middel van expansie van de staat of door samensmelting van de staat met andere staten. De mogelijke oplossingen voor dit problem zijn dus juist niet afhankelijk van het basisidee dat heerst binnen desamenleving, oftewel de ideologie die een natie aanhangt.

Buiten dat de afwezigheid van dit noodzakelijke onderscheid tussen systeem en wetenschap als resultaat heeft dat onderwerpen op een onjuiste manier benaderd worden, heeft dit tot gevolg dat in Kapitalisme de economen zich tevens bezighouden met onderwerpen die niet wetenschappelijk van aard zijn maar veel eerder politiek. Zij benaderen economische wetenschap en het economisch systeem al waren ze één.

 2.2 Kritiek op het economisch systeem

Als gevolg van de verwarring van economisch systeem en economische theorie zijn de Kapitalistische economen er niet in geslaagd te komen tot een juiste beschrijving van de realiteit. Hun stellingen betreffende de behoeften van de mens, bijvoorbeeld, geven dit aan. Immers, de Kapitalistische aanname is dat de behoeften van de mens zuiver materieel van aard zijn. Echter, deze aanname is duidelijk strijdig met de werkelijkheid van de menselijke behoeften. Het gedrag van de mens laat zien dat naast materiele behoeften de mens tevens behoeften ervaart die eerder moreel of spiritueel van aard zijn. En deze behoeften vereisen tevens bevrediging, en dwingen de mens net zoals de organische behoeften tot handelen. Ook kijkt de Kapitalist naar behoefte en nut zoals ze zijn, en niet zoals ze zouden moeten zijn. Hij ziet de mens als een wezen dat enkel en alleen door materiële motieven voortgedreven wordt, een wezen zonder spirituele behoeften, een wezen dat handelt zonder ethische motieven in overweging te nemen en nooit doelen voor hun morele waarden na zal streven. Op basis van deze beperkte visie op de mens en het leven baseert de Kapitalist zijn visie op de samenleving, en zijn ordening van het economisch leven in deze samenleving. De vraag of een handeling voor de samenleving moreel aanvaardbaar is, dan wel niet, wordt genegeerd; evenals de vraag of het menselijk handelen inderdaad enkel en alleen op materieel gewin gericht moet zijn, of dat toch de motivatie tot handelen zou moeten resulteren uit bijvoorbeeld de behoefte de schepper tevreden te stellen. Voor de Kapitalistische econoom zijn dergelijke vragen irrelevant - hij heeft immers zijn blikveld beperkt tot de bevrediging van materiele behoeften. Voor hem houdt het feit dat een individu niet steelt in, dat dit individu er van overtuigd is dat niet stelen hem uiteindelijk een materieel gewin zal opleveren. En het individu zal niet een arme voeden daar zijn schepper dit van hem verlangt, doch enkel omdat het direct in zijn voordeel is daar de arme anders van zijn bezit zal stelen. Mocht voor het individu echter materieel gewin geresulteerd hebben bij verhongering van de arme, dan was dit precies datgene geweest wat hij volgens de Kapitalistische econoom gedaan zou hebben. Voor de Kapitalist is de enige overweging bij het verklaren van handelingen van individuen het streven naar bevrediging van materiele behoeften. Maar het individu dat in zijn relaties met anderen enkel materieel gewin voor ogen heeft, en welke zijn economisch leven op deze basis inricht, iswerkelijk een bedreiging en gevaar voor de samenleving en de mensheid als geheel.

Dit is de voornaamste kritiek op het Kapitalistisch economisch systeem vanuit het oogpunt van haar visie op behoeften en bevrediging van behoeften. Net zo dient Kapitalisme bekritiseert te worden vanuit het oogpunt van haar visie op goederen en diensten:

De goederen en diensten waar de mens volgens de Kapitalisten ter bevrediging van de behoeften consumptie van nastreeft, zijn de resultante van menselijke inspanning (arbeid), eventueel in delven en bewerken van grondstoffen. De handel in goederen en diensten, oftewel de handel in grondstoffen en arbeid, realiseert relaties tussen mensen. Relaties die het fundament vormen waarop een samenleving is gebaseerd. Dit betekent dat men bij de beoordeling van de waarde van grondstoffen en arbeid tevens mee in overweging dient te nemen de invloed op de samenleving van de goederen en diensten waarvoor zij tijdens productie ingezet worden.

Gezien het feit dat relaties tussen mensen de essentie van een samenleving zijn, is het onnatuurlijk een goed of dienst te beoordelen zuiver op basis van nut, zonder haar invloed op de samenleving mee in overweging te nemen. Op deze manier negeert en ontkent men de natuurlijke relatie tussen deze twee. Het is niet juist een goed als nuttig of van waarde te beschouwen simpelweg omdat er iemand is die er behoefte aan heeft, zonder mee in overweging te nemen of het goed schadelijk is voor de persoon die het behoeft. Het is onjuist de invloed van het goed op de relaties tussen de mensen niet mee in overweging te nemen, of na te gaan of het goed geaccepteerd kan worden vanuit het oogpunt van de levensovertuiging van de mensen die de samenleving uitmaken. Integendeel, het oordeel over goederen en diensten zou gebaseerd moeten worden op basis van hun invloed op de samenleving.

Vooral in de huidige maatschappij, welke de resultante is van de Kapitalistische economische politiek gevoerd overal in de wereld, verworden de relaties tussen mensen meer en meer tot zuiver transactionele relaties. Meer en meer is de enige aanleiding voor mensen om met anderen in contact te treden het ten uitvoer brengen van handelstransacties. De Kapitalistische samenlevingen verworden tot transactionele samenlevingen waarin de relatie tussen mensen zuiver gebaseerd is op vraag en aanbod: "ik heb wat jij wilt, jij hebt wat ik wil". Juist in een dergelijke samenleving kan men een goed of dienst niet enkel beoordelen op basis van de mate waarin het een behoefte bevredigt. Men dient tevens mee in overweging te nemen hun invloed op de relaties tussen mensen.

De Kapitalistische economen trekken een verkeerde conclusie als ze stellen dat cannabis en opium van waarde zijn simpelweg omdat er in de samenleving individuen zijn die aan deze goederen behoefte hebben. De invloed van het goed op de menselijke relaties, in feite dus de invloed op de samenleving, zou als maatstaf gebruikt moeten worden bij de beantwoording van de vraag of het middel bij de bevrediging van de menselijke behoeften van nut kan zijn of niet. De discussie dient zich allereerst toe te spitsen op de vraag of een goed überhaupt als middel ter bevrediging van de behoeften gezien kan worden. Als enige maatstaf hiervoor behoort men de invloed van het goed op de samenleving, uitgaande van het door de samenleving geaccepteerde idee over hoe de samenleving behoort te zijn, te gebruiken. Simpelweg de middelen ter bevrediging van de behoeften te beoordelen zonder de samenleving mee in ogenschouw te nemen is onjuist, juist omdat het middel verweven is met de samenleving.

Doordat de Kapitalistische economen de middelen ter bevrediging van behoeften enkel als zodanig beschouwen en beoordelen en ze het onderwerp "bevrediging van behoeften" onder één noemer brengen met het onderwerp "middelen ter bevrediging van behoeften", is het apitalistisch economisch systeem gericht op het produceren (voortbrengen) van middelen ter bevrediging van behoeften en niet op de verdeling van dezen over de samenleving. Het belang van allocatie van welvaart over de samenleving wordt niet erkend. Het Kapitalistisch economisch systeem heeft slechts een enkel doel, en dat is de productie binnen de samenleving toe te laten nemen. Het systeem werkt om het Nationaal Inkomen toe te laten nemen. Het leeft in de overtuiging dat het maximaliseren van het welzijn van de individuen die deel uitmaken van een samenleving tot stand is te brengen door voor deze samenleving het Nationaal Inkomen te vergroten. Dit, op haar beurt, is alleen mogelijk door de Nationale Productie toe te laten doen nemen. Als de individuen in de samenleving in staat gesteld worden te produceren en hen geen belemmeringen wat betreft bezit van welvaart opgelegd worden, zo stelt de Kapitalist, dan faciliteert men enerzijds de gewenste toename van productie, terwijl men anderzijds de mensen in staat stelt zich de aldus gecreëerde welvaart toe te eigenen. In Kapitalisme bestaat het economisch systeem dus niet om een samenleving in staat te stellen de welvaart te vergaren die het nodig heeft voor de bevrediging van de primaire behoeften van de individuen binnen deze samenleving, alsmede om een allocatie van deze welvaart te verzorgen over deze individuen op een zodanige manier dat al de individuen (ten minste) in hun primaire behoeften voorzien zijn. In Kapitalisme bestaat het economisch systeem enkel en alleen ter vergaring van de welvaart die de behoeften van de individuen in de samenleving kan bevredigen. Dit economisch systeem is gericht op het vergaren van welvaart door middel van het vergroten van productie en het Nationaal Inkomen. Allocatie van dit inkomen over de individuen in de samenleving verwacht men te bereiken als gevolg van vrijheid van bezit en vrijheid van arbeid. Het wordt aan het individu zelf overgelaten hoeveel van de totale welvaart hij of zij vergaart. In het Kapitalistisch economisch systeem zal ieder een deel vergaren op basis van datgene wat hij of zij heeft bijgedragen in de creatie van de welvaart. Of met andere woorden, ieder zal een deel vergaren op basis van zijn of haar aandeel in de middelen van productie. Of dit nu al de individuen in hun behoeften zal voorzien, of slechts enkelen.

In hun economische politiek zijn de Kapitalisten dus duidelijk niet bereid / in staat onderscheidt aan te brengen tussen datgene waar het economisch systeem zich mee bezig dient te houden, en datgene waar economische wetenschap zich op dient te richten. Ten tweede kan gesteld worden dat de Kapitalisten de realiteit van menselijke behoeften verkeerd begrepen hebben, aangezien zij al de behoeften als zuiver materieel stellen. Dit is een onjuistheid die ertoe leidt dat de Kapitalisten altijd de motivatie tot handelen zoeken in een menselijk zoektocht naar materieel gewin. Deze te beperkte visie op de mens, de menselijke behoeften en de middelen ter bevrediging van de behoeften - of beter, het onjuiste begrip van deze onderwerpen - leidt er uiteindelijk toe dat de Kapitalisten bij waardebepalingen de invloed van de goederen en diensten op de samenleving volledig negeren. Het systeem dat zij poogt te implementeren, in stand te houden en te verspreiden, biedt dan ook geen oplossing voor het werkelijke economisch probleem waar de mens mee wordt geconfronteerd. Dit economisch systeem zal niet bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van het leven van de mens, noch zal het bevrediging van de basisbehoeften voor al de mensen verzekeren.

De fout in de redenatie van Kapitalisten is dat in werkelijkheid de behoeften van mensen die bevredigd moeten worden individuele behoeften zijn. Zij zijn de behoeften van Klaas, Sonja, Ahmed, Jan en Fatima, niet de behoeften van een groep, volk of natie als geheel. Degene die bevrediging van behoefte nastreeft is een individu. Dit is de realiteit, zelfs hoewel de bevrediging het resultaat kan zijn van zowel een individueel verrichte handeling, zoals eten of drinken, als van een handeling verricht in groepsverband, zoals het verdedigen van de natie. Het economisch probleem, derhalve, is niet de behoefte van de natie of het volk. Dit is een economisch probleem dat de behoeften van het individu negeert. Het werkelijke economisch probleem is de armoede waar het individu mee te kampen heeft en niet de armoede waar het land onder lijdt. Het probleem betreft de allocatie van de welvaart over

de individuen die deel uitmaken van de samenleving. Oftewel, de verdeling van de middelen ter bevrediging van behoeften over de behoeftige individuen. Waar het  economisch systeem zorg voor dient te dragen moet zijn de bevrediging van de primaire behoeften voor al de individuen die leven binnen het systeem, en niet enkel de productie van de handelsartikelen die zij nodig hebben.

Het valt niet te ontkennen dat er verschil is tussen het bestuderen van de factoren die productie beïnvloeden en het bestuderen van de bevrediging van de behoeften van het individu. Maar wat betreft het economisch systeem dient het onderwerp van studie de menselijke behoefte te zijn, alsmede de allocatie van de middelen ter bevrediging van deze behoeften over de individuen welke de samenleving uitmaken. Uiteindelijk om zorg te kunnen dragen voor volledige bevrediging van de primaire behoeften voor ieder mens. Immers, uit het feit dat een land de last van armoede van zich af heeft weten te werpen volgt niet automatisch dat ieder individu in het land in staat is geweest hetzelfde te doen. Andersom geldt wel: de aanpak van het probleem van de armoede van het individu en het verdelen van de welvaart van het land over allen, zal het individu motiveren te werken voor verhoging van de Nationale Productie. De factoren welke productie en Nationaal Inkomen beïnvloeden moeten onderzocht te worden, maar in een poging in kennis toe te nemen. Dit wil zeggen, als een onderwerp van wetenschappelijke discussie. Economische wetenschap dient haar onderzoeksveld te beperken tot productie, en het economisch systeem dient zich bezig te houden met de bevrediging van behoeften.

 2.3 Kritiek op economische theorie

 Relatieve schaarste

De Kapitalisten stellen dat de relatieve schaarste aan middelen ter bevrediging van de behoeften het fundamentele economisch probleem is waarmee de mensheid geconfronteerd wordt. Deze stelling is het resultaat van de aanname dat de menselijke behoeften oneindig zijn, in de wetenschap dat de middelen ter bevrediging van deze behoeften - goederen en diensten - allen eindig zijn en dus altijd ontoereikend. Maar, deze stelling is onjuist daar zij de werkelijkheid niet juist beschrijft. Sterker nog, zij is in strijd met datgene wat de mens in werkelijkheid ervaart. De werkelijkheid, namelijk, laat zien dat de menselijke behoeften in twee groepen opgedeeld kunnen worden. Enerzijds is er de groep van behoeften die een mens moet bevredigen wil hij in leven blijven, de zogenaamde primaire behoeften. Dit zijn de behoefte aan voeding, ontlasting, slaap en ademen, en kunnen derhalve ook wel de organische behoeften genoemd worden. De tweede groep van behoeften zijn de secundaire behoeften die voortvloeien uit de menselijke instincten. Daarom ook kunnen de behoeften in deze tweede groep ook wel de instinctieve behoeften worden genoemd. In feite zijn al de behoeften buiten de primaire behoeften, behoeften aan luxe – in ieder geval als luxe gedefinieerd wordt als al datgene wat de mens niet direct nodig heeft om in leven te blijven. De behoeften waar aan voldaan moet worden zijn de primaire behoeften en niet de secundaire behoeften. Misschien de meest voorname eigenschap van deze primaire behoeften is dat zij wel degelijk eindig zijn. De primaire behoeften zijn begrensd, en de middelen ter bevrediging van deze behoeften zoals heden ten dage beschikbaar op de wereld zijn wel degelijk toereikend om al de mensen in deze behoeften te voorzien. Dus voor wat betreft bevrediging van primaire behoeften is er geen probleem, laat staan dat dit het fundamentele probleem is waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Het probleem betreft de allocatie van de beschikbare middelen. Deze dient te geschieden op een zodanige wijze dat allereerst al de primaire behoeften van al de mensen bevredigd worden, zodat wat nadien aan middelen overblijft gebruikt kan worden om ietswat van de behoefte aan luxe te bevredigen.

En het zijn niet de primaire behoeften van de mens die variëren, en dus kunnen toenemen, maar enkel de menselijke behoefte aan luxe. De toename in behoeften die de mens ervaart sinds het begin van urbanisatie valt zuiver toe te schrijven aan een toename van de behoefte aan luxe. Kortom, enkel mensen in een bepaald gebied van een land, in een bepaalde situatie, ervaren een toename van behoeften. Deze ervaring wordt niet door iedereen gedeeld. Daar komt nog bij dat het probleem dat ontstaat als gevolg van deze ervaring (het opkomen van secundaire behoeften naar luxe) opgelost kan worden door de mensen zelf. De behoefte zet mensen aan het werken voor de bevrediging van deze behoeften, hetzij door de productie van het land te verhogen, hetzij door de productie van een ander land te verhogen, hetzij door annexatie of overname van een ander gebied. De mens verricht arbeid om zich zijn luxes te kunnen veroorloven, maar het onbevredigd blijven van de behoeften aan luxe veroorzaakt geen werkelijk probleem; het werkelijke probleem ontstaat bij het onbevredigd blijven van de basisbehoeften. Maar dit alles staat los van het onderwerp bevrediging van de basisbehoeften voor ieder individu in de samenleving.

De economische principes die noodzakelijk zijn, zijn principes die zorg dragen voor de verdeling van de welvaart van de natie over haar onderdanen op een zodanige wijze dat iedere onderdaan volledig in zijn basisbehoeften kan voorzien, en tevens de mogelijkheid heeft bevrediging van een deel van zijn behoefte aan luxe na streven. Het verhogen van de productie van een land vereist wetenschappelijk onderzoek, maar realisatie van dit onderzoeksdoel lost niet noodzakelijkerwijs het economisch probleem op. Het werkelijk economisch probleem is de volledige bevrediging van de basisbehoeften van ieder individu in de samenleving. Toename van productie kan leiden tot toename van welvaart maar niet noodzakelijkerwijs tot volledige bevrediging van basisbehoeften voor ieder individu. Een land kan rijk zijn in grondstoffen, zoals bijvoorbeeld Irak, Indonesië of Venezuela, maar desalniettemin kunnen voor de meeste van haar onderdanen de basisbehoeften niet volledig bevredigd zijn. Dit is wat armoede is. Armoede beschrijft de situatie van een individu wanneer deze minder dan volledige bevrediging van zijn primaire behoeften, zoals de behoefte aan voeding, schoon drinkwater en onderdak, weet te realiseren. Deze armoede waar individuen mee geconfronteerd worden is het ware economisch probleem en niet de armoede van de natie als geheel. Armoede is individueel en dient als zodanig benaderd te worden. Dit probleem van het individu wordt niet opgelost door de groep van meer middelen te voorzien. Met andere woorden, verhoging van het Nationaal Inkomen van een land is niet het antwoord op de armoede van het individu. Het antwoord ligt in de allocatie van de middelen beschikbaar over de individuen op een zodanige wijze dat geen van allen in een situatie van armoede achterblijft.

 Waarde

Kapitalisme stelt dat het waarde oordeel dat een individu geeft over een bepaald goed of dienst een subjectief oordeel is. Volgens haar is waarde relatief en nooit absoluut. De basis van waarde is namelijk nut, en nut is een relatief begrip. De waarde van een goed of dienst, bijvoorbeeld een baal katoen, is gelijk aan het marginaal nut van een additionele baal katoen op het moment dat de behoefte aan katoen reeds maximaal bevredigd is bij een bepaalde productie. Dit houdt in feite in dat het waarde oordeel tot stand komt op het moment dat de vraag naar katoen minimaal is. Evenzo kan de waarde van een goed of dienst uitgedrukt worden door te kijken naar de hoeveelheid overige goederen en diensten die men bereid zou zijn op te geven om in het bezit te komen van een additionele hoeveelheid van het goed of de dienst. Deze waarde wordt de prijs van het goed of de dienst op het moment dat het object van ruil geld wordt. In het kapitalsime zijn deze twee waarden verschillend, daarom worden ze in twee verschillende termen uitggedrukt zoals reeds aan gegeven.

De bovenstaande visie op nutswaarde is feitelijk onjuist. De nutswaarde van een middel, namelijk, is niet relatief: het is immers gedefinieerd als het voordeel dat in dit middel schuilgaat met betrekking tot behoeften. Men dient hierbij wel een element van schaarste mee in ogenschouw te nemen, maar stellen dat een middel naarmate men het meer consumeert minder in een behoefte kan voorzien, is onjuist. Het is niet dat het middel in steeds mindere mate een behoefte kan bevredigen naarmate men het meer consumeert. Het is eerder dat het verlangen dat resulteert van de menselijke behoefte afneemt naarmate men meer middelen ter bevrediging van deze behoefte nuttigt.

Betreffende de theorie van marginaal nut, deze is een theorie die hoort bij de prijs van een goed of dienst en niet bij de nutswaarde. Bij deze theorie wordt de waardebepaling gedaan op het moment dat het verlangen naar het middel minimaal is. De vergelijking wordt gedaan op een bepaald niveau van productie, waar de vraag gesteld wordt welk voordeel zou resulteren bij uitbreiding van dit productie niveau met een enkele eenheid. Deze theorie baseert zich derhalve een bepaald niveau van productie (een bepaald niveau van aanbod) en kijkt dan naar het niveau van de vraag. Maar, het is niet de nutswaarde welke tot stand komt als gevolg van vraag en aanbod, het is de prijs. Nutswaarde is een constante; het is de mate waarin een goed of dienst een behoefte kan bevredigen, welke men vaststelt op het moment van productie van het middel en waarbij men eventuele schaarste mee in ogenschouw neemt. Deze waarde is dus onafhankelijk van de prijs van het middel. Of deze op enig later moment nu stijgt of daalt is irrelevant voor wat betreft de nutswaarde van het middel.

 Waardecreatie

Binnen de Kapitalistische visie op economie is de winst die resulteert na productie het gevolg van de inspanning die de mens bij productie geleverd heeft. Dit houdt in dat als voor goed x de beloning niet in lijn ligt met de verrichte arbeid, dan zal deze arbeid op een andere - betere - plaats ingezet worden om de waarde van productie te maximaliseren. Van goed x zal als gevolg hiervan de productie afnemen. Hieruit concluderen de Kapitalistische economen dat de beste manier om welvaart te verdelen over de individuen die de samenleving uitmaken, de manier is die de productie binnen de samenleving maximaliseert. Deze benadering ziet over het hoofd het feit dat in veel gevallen de waarde van productie voortvloeit uit de eigenschappen van de grondstof gebruikt in productie. Eigenschappen, welke door de schepper gegeven zijn. De inspanning - hetzij fysiek, hetzij financieel - die gemoeid gaat met het verder optimaliseren van deze eigenschappen voor gebruik, of die het benutten van deze eigenschappen mogelijk maken, zijn die van waaruit een bepaald voordeel (winst) resulteert. Maar de visie dat enkel de inspanning van de mens waarde creëert is onjuist, daar zij de invloed van grondstoffen en andere essentiëlen binnen het totale productieproces negeert. In sommige gevallen resulteert winst als gevolg van de inspanning van mensen, maar soms ook is deze toe te wijzen aan de basismaterialen, of het gevolg van een combinatie van deze twee. In ieder geval is niet enkel het resultaat van menselijk handelen.

 Productie

Evenzo als waardecreatie niet enkel en alleen de vrucht van arbeid is, zo zijn ook schommelingen in productie niet altijd te verklaren door te wijzen naar de vergoeding voor arbeid. Evengoed kan de oorzaak voor een afname in productie liggen in een afname van de welvaart van de natie, of in oorlog. Zo kan bijvoorbeeld de afname in productie zoals waargenomen in Frankrijk en Groot-Brittannië na de Tweede Wereldoorlog niet volledig verklaard worden door een afname van de beloning voor arbeid. Deze werd voornamelijk veroorzaakt door de afnemende invloed van deze landen op de overzeese gebieden onder hun bestuur en hun betrokkenheid bij de oorlog. Evenzo verklaart de oorlog met Duitsland en Japan de afname in productie in de Verenigde Staten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, niet een afname in de beloning voor arbeid. En de economische achteruitgang van de Islamitische wereld is het gevolg van de intellectuele achteruitgang van de Oemmah[1], niet van een afname in de beloning voor arbeid. Hieruit blijkt dat een afname in productie niet enkel terug te voeren valt op een afname in de beloning van arbeid. En het is dus onjuist van hieruit te concluderen dat de beste methode voor de allocatie van middelen over de individuen in de samenleving die de productie maximaliseerd.. Het niveau van productie staat in grote mate los van de allocatie van middelen.

 De motivatie tot handelen (herlezen)

Een andere aanname binnen Kapitalistisch economisch theorie is dat voor de mens de enige motivatie tot handelen de materiele vergoeding is die hij verwacht te vergaren als gevolg van zijn handeling. Met andere woorden, volgens Kapitalisten is er zoiets als een prijsmechanisme dat de mensen aanspoort tot handelen en dat hun handelingen stuurt. Ook deze aanname is in strijd met de werkelijkheid en wordt door iedere analyse van het menselijk gedrag weersproken. Zo verrichten mensen tevens handelingen met een spiritueel motief, zoals het zoeken naar de tevredenheid van de schepper; alsmede handelingen met een zuiver ethisch motief, zoals het simpelweg bewijzen van een wederdienst. Inderdaad, de menselijke behoeften zijn materieel van aard, maar zij zijn ook spiritueel van aard, zoals de behoefte tot heiligen, zijn moreel van aard. Er van uit gaan dat de mens enkel behoeften kent van materiele aard is dus onjuist. In werkelijkheid laten veel mensen door middel van hun gedrag zien dat voor hen de spirituele of morele behoefte vele malen groter is dan de materiele behoefte, als zij het materiele wat zij vergaart hebben uitgeven om de immateriële behoeften te bevredigen. Daarom ook kan men niet stellen dat de prijs de enige motivatie tot handelen, tot produceren is. Zo kan een metselaar  een groot deel van zijn tijd besteden aan de bouw van een moskee, op vrijwillige basis, of kan een fabriek een (aantal) dag(en) van het jaar produceren om te kunnen verdelen onder de armen, of kan een natie al haar welvaart inzetten ter verdediging van haar territorium. Dergelijk gedrag wordt niet door prijzen geïnitieerd, en daarom is het onjuist te stellen dat enkel vanuit prijzen motivatie tot handelen komt.

 De allocatie van middelen

Een andere fout binnen de Kapitalistische visie op economie is dat men veronderstelt dat enkel door middel van het prijsmechanisme de welvaart van een natie over de samenleving verdeeld kan worden. Men stelt dat de prijs de limiterende factor is welke de mens dwingt zijn streven naar consumptie en bezit te beperken tot het een niveau gelijk aan zijn inkomen. Door de verschillen in prijzen tussen middelen ter bevrediging van behoeften, alsmede de verschillen in inkomens tussen individuen, komt op een natuurlijke wijze een verdeling van welvaart van de natie tot stand. Dit betekent dat de verdeling van de welvaart niet plaatsvindt op basis van behoeften, maar op basis van wat een individu bijdraagt aan productie. Met andere woorden, de allocatie van middelen over de samenleving vindt plaats op basis van wat een individu bezit aan productiemiddelen zoals land of kapitaal, of op basis van wat hij bijdraagt in de vorm van arbeid.

Op basis van dit principe hebben de Kapitalisten geconcludeerd dat een mens het niet verdient in leven te zijn, als hij niet in staat is bij te dragen aan productie. De persoon welke niet deelneemt aan productie, of hij nu kampt met aangeboren fysieke of mentale afwijkingen of niet, verliest zijn recht te delen in de welvaart van de natie ter bevrediging van zijn behoeften. En evenzo, de persoon geboren als intelligent en sterk, en welke dus in staat is meer bij te dragen aan productie, verdient het ook om meer te bezitten in luxe en, als gevolg van zijn rijkdom, over de minder bedeelde individuen te heersen. En het individu dat meer gemotiveerd is tot het vergaren van materiele welvaart komt ook grotere rijkdom toe dan diegene die zijn materiele behoeften beheerst en in plaats hiervan zich in zijn handelingen laat leiden door een spiritueel of moreel motief. Deze benadering verwijst deze motieven tot handelen naar de zijlijn en laat de mensen een leven leiden dat beheersd wordt door het verlangen, om materiele welvaart te vergaren. In ieder land dat Kapitalisme omarmd zal deze ontwikkeling zich voordoen. Effectieve monopolies zullen zich ontwikkelen in iedere markt, daar een kleine groep mensen zich de internationale "majors" in de grote industrieën als de olie industrie, de auto industrie, de computer industrie en zo verder, toe zal eigenen. Zo zal een kleine groep individuen het economisch leven van velen komen te bepalen.

Dit is precies de ontwikkeling die men heeft kunnen aanschouwen in Oost-Europa, waar Kapitalisme de regel is geworden na de ondergangvan het Communisme. Een klein groep mensen, individuen die zich in de Communistische tijd meestal dicht bij het centrum van de macht hadden bevonden, werden plots in staat gesteld zich grote delen van de industrie toe te eigenen. Ten tijde van de Koude Oorlog, het hoogtepunt van de strijd tussen de ideologieën Kapitalisme en Communisme, ondernamen de Kapitalisten pogingen deze "natuurlijke" ontwikkeling binnen Kapitalisme tegen te gaan. Overheden namen voor zich het recht onder bijzondere omstandigheden prijzen te stellen (prijscontrole) om deze tendens tegen te gaan. Om de consumenten te beschermen tegen de buitensporige invloed van monopolies, om nationale belangen te verdedigen, of om de consumptie van sommige middelen te beperken. Ook werden regels en wetten opgesteld welke de productie dienden te beïnvloeden. De staat nam de productie van sommige middelen voor haar rekening, vooral in de markten waar monopolies eerder geneigd waren zich te ontwikkelen of waar de markt van grote invloed is op het alledaags leven van de onderdanen van de natie. In feite gaan dergelijke maatregelen frontaal in tegen het fundament van het Kapitalistisch economisch systeem dat gebaseerd is op vrijheid in het economisch handelen. Veel Kapitalisten bestrijden deze visie van interventie dan ook (Conservatieven in de Angelsaksische landen, Liberalen in Europa). Zij stellen dat het prijsmechanisme de belangen van zowel de producenten als de consumenten zal waarborgen. Ingrepen van overheden hebben, volgens hen, eerder een averechts effect. De voorstanders van dergelijk "lijmwerk" (Liberalen in de Verenigde Staten) stellen dat deze noodzakelijk zijn in enkele speciale gevallen. Echter, ook na dergelijke ingrepen van overheden zijn niet voor al de individuen in de samenleving de primaire behoeften volledig bevredigd. Nu blijkt, na het uiteenvallen van de Sovjet Unie en met haar Communisme, dat dit overheidsingrijpen niet tot doel had de situatie van het volk te verbeteren. Nu Kapitalisme als enige optie voor de mensheid gepresenteerd wordt en er voor de mens geen andere opties meer lijken te bestaan, toont Kapitalisme weer haar ware gezicht en wordt in al de Westerse landen al wat "de markt" hindert, dat wil zeggen al de constructies die ten doel hadden de consument te beschermen, ongedaan gemaakt. Dit ingrijpen was ter bescherming van het systeem en nu het systeem als zodanig niet meer bedreigt wordt, is het weer ieder voor zich.

Globalisatie, de beweging waaronder wereldwijd wordt gestreefd naar terugdraaiing van al de mogelijke overheidsingrepen op de economie, wordt gepresenteerd als de oplossing voor het armoedeprobleem in de wereld, waar 60% van de mensheid leeft van minder dan 2 US Dollar per dag. Deze trend is een natuurlijke gevolg van de Kapitalistische overtuiging dat enkel het prijsmechanisme een juiste allocatie van middelen over productie en consumptie kan verzorgen. Met prijs als enige basis om beslissingen op te nemen, is er niets dat de Kapitalistische monopolies tegen houdt over de grens te kijken op zoek naar grondstoffen en naar nieuwe afzetmarkten. Wetgeving en regelgeving wordt gebruikt om dit voor de Westerse bedrijven eenvoudiger te maken. De westerse wereld misbruikt zijn machtspositie, welke gebaseerd is op haar rijkdom, om de armere landen te dwingen hun ingrepen op de nationale economie terug te draaien. Alles zodat de leegte die de afname van overheidsinvloed op de nationale economie achterlaat opgevuld kan worden door de  multinationale Kapitalistische ondernemingen. Het is duidelijk dat de trend van Globalisatie, zoals Kapitalisme meer algemeen, voornamelijk diegene ten goede komt die reeds middelen hebben. Het stelt de multinationale ondernemingen in staat om hun macht en technologische voorsprong uit te buiten, hun kapitaalkracht en ervaring, enkel voor de mensheid om te zien en te ervaren hoe de rijkdommen van de wereld in de zakken van slecht enkelingen vergaard worden. Deze onjuiste verdeling van welvaart resulteert uit het concept van vrijheid van eigendom, en de aanname dat alleen het prijsmechanisme een juiste verdeling van welvaart kan verzorgen. Deze onjuiste verdelingen van welvaart zal iedere samenleving kenmerken die Kapitalisme toepast


  

In de schepen die de zeeën bevaren met wat tot

voordeel is voor de mens.... zijn inderdaad

tekenen voor een volk dat nadenkt.

De Betekenissen van de Koran

 3. Introductie tot economie in Islam

Tot dusver is de Kapitalistische visie op economie centraal gesteld. Het systeem dat voortvloeit uit de Kapitalistische visie op het leven en dat ten doel heeft het economisch leven van de mens volgens deze te ordenen is uiteengezet en op verstandelijke wijze is dit systeem alsmede haar theoretische grondslag bekritiseerd en de onjuistheden die het bevat blootgelegd. Indien de maatstaf voor een juist systeem is dat het de belangen behartigt van al de mensen op wie het toegepast wordt en niet enkel een select gezelschap, dan valt enkel te concluderen dat het Kapitalistisch economisch systeem onmogelijk een juiste allocatie van de middelen ter bevrediging van de menselijke behoefte zal kunnen verzorgen.

Dit is een conclusie die niet alleen hier getrokken is, maar die breed gedragen wordt ook binnen intellectuele kringen in het Westen. Zoals reeds is aangehaald wordt vaak gesteld dat Kapitalisme inderdaad niet perfect is, maar dat het desalniettemin het beste is waar de mensheid over beschikt[2]. Maar, dit idee gaat er van uit dat men bekend is met al de verschillende mogelijke oplossingen voor het conomische probleem waarmee de mens geconfronteerd is. Echter, van de bestaande ideologieën in de wereld -Theocratie, Communisme, Kapitalisme en Islam - lijken in het Westen enkel de eerste drie als zodanig erkent. Theocratie heeft na de Franse Revolutie afgedaan als serieus alternatief. Niet verwonderlijk. gezien de onrechtvaardigheid die het oorstond en de uitbuiting die het tot gevolg had. Men kan na de Middeleeuwen in Europa onmogelijk volhouden dat de ordening van Theocratie een juiste ordening is voor de mensheid: juist enkel voor enkelen. Het alternatief Communisme heeft als systeem gefaald en is met het uiteenvallen van het Warschau Pact, de val van het IJzeren Gordijn en de ineenstorting van het Sovjet Rijk, mee ten onder gegaan. Derhalve is voor velen Kapitalisme tegenwoordig het enige overgebleven alternatief.

Islam wordt gezien als (slechts) een religie, mede waardoor het feit dat zij een alomvattende ordening van het leven van de mens biedt, een oplossing voor de problemen behorende bij het mens-zijn, veelal over het hoofd lijkt te worden gezien. Islam beperkt zich niet tot een ordening van de relatie mens versus schepper zoals een religie, maar zij staat een ordening voor van al de menselijke relaties: de relatie mens versus schepper, zoals deze bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in de ordening van de aanbidding van de mens; de relatie die een individu heeft met zichzelf, zoals deze bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in vraagstukken betreffende voeding en kleding; en de relatie mens versus mens, zoals deze tot uitdrukking komt in bijvoorbeeld een sociaal systeem, een strafrechterlijk systeem en in een economisch systeem. Het feit van Islam, derhalve, is dat daar zij een alomvattende ordening van het leven van de mens biedt, zij beter beschreven wordt als ideologie dan als religie.

Als zodanig, als enigste overgebleven alternatief voor de Kapitalistische ordening van het economisch leven van de mens, verdient en behoort het economisch systeem van Islam bestudeert te worden. Al was het maar omdat pas na kennis te hebben genomen van al de mogelijke alternatieven men werkelijk objectief kan oordelen over de stelling dat Kapitalisme het beste is waar de mensheid over beschikt.

 3.1 Introductie tot economie in Islam

De oorsprong van het woord economie (in het Arabisch Iqtisaad) voert terug tot de tijd van de oude Grieken. Het woord economie, namelijk, is afkomstig van een term die de oude Grieken gebruikten, welke letterlijk betekent "het plannen en organiseren van de huiselijke aangelegenheden op een zodanige wijze dat al de actieve leden binnen het huishouden deelnemen in de productie van de middelen ter consumptie en het verlenen van diensten, terwijl al de leden van het huishouden delen in consumptie van de middelen die op deze wijze vergaard worden". Met de tijd, echter, is het begrip economie verruimd en is "huishouden" in de definitie vervangen door "gemeenschap". Tegenwoordig verstaan we onder economie "het plannen en organiseren van de aangelegenheden van de gemeenschap op een zodanige wijze dat al de actieve leden binnen de gemeenschap deelnemen in de productie van de middelen ter consumptie en het verlenen van diensten, terwijl al de leden binnen de gemeenschap delen in consumptie van de middelen die op deze wijze vergaard worden". Onder gemeenschap wordt dan verstaan een groep mensen geregeerd door een staat, of door een stelsel van wetten en regels, als gevolg waarvan tussen de individuen binnen de groep continue relaties bestaan - ze hebben zich allen aan dezelfde wetten en regels te houden, waarop ze dientengevolge hun relaties baseren.

Economie binnen Islam is niet beperkt tot de letterlijk betekenis van het Arabische woord Iqtisaad, dat vertaald kan worden door zowel "sparen" als "eigendom" of "bezittingen". Binnen de context zoals die geschetst is staat het woord voor "het beheren van eigendom". Iqtisaad behelst dus zowel economische wetenschap - zijnde de methoden waarop bezit ingezet kan worden bij de voortbrenging van goederen en diensten, als economisch systeem - zijnde de methoden waarop eigendom verdeeld kan worden over de samenleving.

Hoewel beide onderwerpen, economische wetenschap en het economisch systeem, behandeld dienen te worden bij een bespreking van economie, dient onderkent te worden - zoals reeds eerder aangegeven bij de kritiek op de Kapitalistische visie op economie – dat tussen deze beide onderdelen van economie een onderscheidt gemaakt moet worden. Ter voorbeeld, de methode waarop eigendom verdeeld wordt in een samenleving, het economisch systeem, wordt immers niet beïnvloed door fluctuaties in de welvaart waarmee een samenleving bedeeld is. De methode waarop eigendom ingezet wordt bij de voortbrenging van goederen en diensten, echter, is wel degelijk afhankelijk van de initiële hoeveelheid productiefactoren waarover men beschikt. Het is daarom onjuist economie te benaderen en te behandelen als zijnde een enkel onderwerp. Het leidt ertoe dat zowel de economische problemen waarmee een samenleving geconfronteerd wordt, alswel de factoren welke van invloed zijn op de groei van de welvaart van een samenleving, niet of onjuist begrepen worden. Immers, en dit mag niet uit het oog verloren worden, waar de belangen van de samenleving gediend worden door te kijken naar de manieren waarop de bezittingen van de samenleving gebruikt kunnen worden bij de voortbrenging van goederen en diensten, daar kunnen de belangen van het individu alleen gediend worden door te kijken naar de manieren waarop de bezittingen van de samenleving verdeeld kunnen worden. En dus dient het beheer van de bezittingen afzonderlijk van de allocatie van bezittingen bestudeerd te worden. Het beheer van de bezittingen is direct gerelateerd aan het bezit, terwijl de allocatie van de bezittingen direct gerelateerd is aan de ideeën die de samenleving heeft geaccepteerd. Het economisch systeem moet behandeld worden als zijnde een idee dat terug te leiden valt op een specifieke visie op het leven, of met andere woorden het basisidee van de ideologie die aangehangen wordt, terwijl economische wetenschap ook werkelijk behandeld dient te worden als wetenschap, volstrekt onafhankelijk van de aangehangen visie op het leven.

Binnen economie is het belangrijkste onderwerp het economisch systeem. Het werkelijke economisch probleem draait om de menselijke behoeften en de middelen ter bevrediging van deze behoeften, alsmede de manieren waarop deze middelen benut worden. Productie en behoeften staan niet tot elkaar in relatie zoals de Kapitalisten stellen, waar de productie van goederen en diensten ter bevrediging van de behoeften het voornaamste obstakel is bij de bevrediging van de behoeften. De middelen ter bevrediging van de primaire behoeften van al de mensen zijn reeds aanwezig en voorhanden in het universum. De relatie tussen productie en behoeften is dat de behoeften de mens drijven tot het produceren van goederen en diensten, gebruik makend van de middelen die haar ter beschikking staan, waarna de productie uiteindelijk gebruikt wordt ter bevrediging van deze zelfde behoeften. Het werkelijke economisch probleem waarmee samenlevingen geconfronteerd worden, of anders gezegd het werkelijk probleem dat de relaties tussen de individuen binnen de samenleving beïnvloedt, resulteert uit de manier waarop deze individuen in staat worden gesteld respectievelijk verhinderd worden deze middelen te benutten. Dit is het economisch probleem waar de mens een oplossing voor dient te vinden. Dit probleem betreft eigendom van de middelen ter bevrediging van de behoeften, niet de productie van dezen.

 3.2 De realiteit

De begrippen die ten grondslag liggen aan het economisch systeem in Kapitalisme zijn reeds uiteengezet, ten dele om een juist begrip van het onderwerp mogelijk te maken. Tevens zijn deze begrippen bekritiseerd, en is duidelijk gemaakt welke onjuistheden ze bevatten. Als vanzelfsprekend is het onmogelijk voor te stellen dat een systeem dat gebaseerd is op een onjuist begrip van de werkelijkheid, wat tot uiting is gekomen in de aannames die zijn gedaan bij de vaststelling van het wetenschappelijk model van waaruit uiteindelijk het system voortvloeit (de fundamentele begrippen), op de juiste manier deze werkelijk kan ordenen.

Reeds in de aannames verschilt economie in de Islam van economie in het Kapitalisme. De realiteit van het bestaan is dat het beeld dat de Kapitalisten schetsen niet hetgeen is dat waargenomen wordt. Het nut van een goed of dienst weerspiegelt de mate waarin dit goed of dienst in staat is een behoefte te bevredigen, maar deze waarde is niet iets zuiver persoonlijk. Nutswaarde bestaat uit twee elementen: enerzijds wordt zij bepaald door de mate waarin een individu behoeft oftewel schaarste, anderzijds wordt zij bepaald door de mate waarin de eigenschappen van het goed of de dienst een behoefte kunnen bevredigen. De nutswaarde van een goed of dienst heeft dus zowel een persoonlijk als een algemeen aspect. Het algemene aspect van de waarde van een goed of dienst komt tot stand door menselijke inspanning, is natuurlijk voor het goed of de dienst of is het resultaat van een combinatie van beide. Menselijke inspanning in deze behelst tevens zowel de intellectueel inspanning als de fysieke inspanning die een individu onderneemt om voor zich een eigendom (in het Arabisch Maal) tot stand te brengen of om zich de baten welke voortvloeien uit eigendom toe te eigenen.

De term "goederen en diensten" bevat al die zaken die tot eigendom kunnen verworden en die benut kunnen worden; hetzij door middel van kopen, leasen of huren, hetzij voor consumptie of productie. Eigendom kan geld omvatten, mogelijk in de vorm van goud of zilver; alle mogelijke roerende goederen, zoals artikelen als kleding en voedsel; en onroerende goederen zoals huizen, fabrieken, et cetera. Aangezien bezit zelf een behoefte bevredigt en de menselijke inspanning de manier is om bezit ofwel de baten die voortvloeien uit bezit te vergaren, is in feite het eigendom de basis van het nut, waar de menselijke inspanning niets meer is als de manier om eigendom te vergaren. Daar bezit zelf een behoefte bevredigt en bezittingen behoeften kunnen bevredigen, street de mens volgens zijn natuur bezit na. Menselijke inspanning tezamen

met eigendom zijn de instrumenten ter bevrediging van de behoeften en zij zijn daarom de bezittingen die de mens nastreeft. Welvaart wordt daarom bepaald door het bezit van eigendom en het bezit van inspanning tezamen.

Een individu vergaart welvaart ofwel indirect, wanneer de door het individu vergaarde welvaart het resultaat is van giften van anderen; ofwel direct, wanneer de welvaart de resultante is van of de grondstoffen in het bezit van het individu of de inspanning welke het in individu heeft geleverd. Men streeft bezit van welvaart na om het te kunnen consumeren of om het op enige andere wijze te kunnen benutten. Men kan zowel een direct bezit benutten, zoals bijvoorbeeld het eigendom van een huis, als een indirect bezit, zoals bijvoorbeeld het geval is indien men het voordeel van een bezit nuttigt (zoals bijvoorbeeld bij het leasen van een huis waar men in feite het voordeel bezit dat resulteert uit bezit). Een mens vergaart bezit ofwel in ruil voor enigerlei compensatie, zoals bijvoorbeeld het geval is bij koop, verkoop, leasing of arbeid (wat men kan bezitten in ruil voor een arbeidsloon), ofwel zonder dat er enige compensatie plaatsvindt; denk aan giften, donaties, cadeaus, erfenissen of eventueel diefstal.

Te benadrukken is het feit dat het economisch probleem waar een samenleving mee geconfronteerd is betrekking heeft op het bezit van welvaart en niet op de creatie van welvaart. Het economisch probleem resulteert uit de visie op bezit welke een samenleving heeft geadopteerd, namelijk uit de onbehoorlijke benutting van bezit en uit de oneerlijke verdeling van de welvaart over de mensen. Het probleem stemt enkel en alleen van hieruit voort. Een economisch systeem, derhalve, dient deze kennis als uitgangspunt te nemen en dient voor dit probleem een oplossing aan te dragen.

Islam heeft onderscheid aangebracht tussen het bezit van welvaart en het benutten van welvaart. Evenzo worden in Islam de middelen van waaruit een voordeel kan resulteren separaat behandelt van het bezit van het voordeel, als twee afzonderlijke onderwerpen. Bezit en inspanning zijn de fundamenten van welvaart en zij zijn hetgeen van waaruit welvaart voortvloeit. In Islam verschilt het oordeel over deze beiden enerzijds afhankelijk van de rol die zij vervullen en anderzijds afhankelijk van de manier waarop beide benaderd worden. Men kan ten slotte bezit en inspanning benaderen vanuit hun bestaan als bezit, of in hun capaciteit welvaart te realiseren. Het toe-eigenen van bezit van de welvaart die bezit en inspanning voort kunnen brengen is wederom een ander onderwerp. Onderscheidt aanbrengen tussen deze twee mogelijke benaderingen van bezit en inspanning is in feite natuurlijk en daarom vereist.  Islam neemt voor wat betreft bezit als zodanig, voor alles wat tot bezit kan verworden, altijd een eenduidig standpunt in: het is ofwel toegestaan of verboden. Islam verbiedt de moslim bijvoorbeeld wijn te bezitten, maar het bezit van bronwater is toegestaan. Maar, Islam behandelt bezit en inspanning tevens in hun capaciteit welvaart te creëren. Het verbiedt de mens bepaalde handelingen te ondernemen om welvaart te vergaren, zoals in het voorbeeld van dansen of prostitueren, maar het spoort de mens aan andere handelingen om welvaart te vergaren te ondernemen, zoals het drijven van handel. Islam heeft door middel van wetgeving de manieren waarop een mens zich bezit toe mag eigenen bepaald, zoals duidelijk wordt uit het bestaan van wetgeving betreffende bijvoorbeeld het jagen, wetgeving betreffende eigendom van land, wetgeving betreffende leaseovereenkomsten, productie, nalatenschap, schenking, testament, enzovoorts.

Islam spoort, in zijn algemeenheid, de mens aan welvaart te creëren door het individu aan te sporen zijn inkomen te verdienen. Islam neemt echter geen standpunt in voor wat betreft de methode waarop productie plaats dient te vinden - het bemoeit zich niet met de specifiek technische zijde van productie / productietoename. Islam staat de mensheid toe hierover te beslissen zoals zij dit wenst.

Eigendom als zodanig bestaat reeds in de wereld. Allah heeft het geschapen en de mens ter beschikking gesteld. Allah zegt hierover in de Koran:

هُوَ الَّذِي خَلَقَ لَكُمْ مَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًاٌ

"Hij is het, Die alles, wat op aarde is, voor u schiep." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Baqarah, vers 29)

En Hij zegt:

اللَّهُ الَّذِي سَخَّرَ لَكُمُ الْبَحْرَ لِتَجْرِيَ الْفُلْكُ فِيهِ بِأَمْرِهِ وَلِتَبْتَغُوا مِنْ فَضْلِهِ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

"Allah is Hij, Die de zee in uw dienst heeft gesteld, zodat schepen er opvaren door Zijn gebod opdat gij naar Zijn overvloed zult zoeken en dat gij dankbaar moogt zjin." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Djaasi’jah, vers 12)

En Hij zegt:

وَسَخَّرَ لَكُمْ مَا فِي السَّمَوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا مِنْهُ إِنَّ فِي ذَلِكَ لَآيَاتٍ لِقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ

"En Hij heeft alles van Hem afkomstig in de hemelen en op aarde aan u onderworpen. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat nadenkt."(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Djaasi’jah, vers 13)

En Hij (swt) zegt:

فَلْيَنْظُرِ الْإِنْسَانُ إِلَى طَعَامِهِ أَنَّا صَبَبْنَا الْمَاءَ صَبًّا ثُمَّ شَقَقْنَا الْأَرْضَ شَقًّا فَأَنْبَتْنَا فِيهَا حَبًّا وَعِنَبًا وَقَضْبًا وَزَيْتُونًا وَنَخْلًا وَحَدَائِقَ غُلْبًا وَفَاآِهَةً وَأَبًّا مَتَاعًا لَكُمْ وَلِأَنْعَامِكُمْ

"Laat nu de mens naar zijn voedsel zien; hoe Wij water doen neerstromen, daarna de aarde splijten, en graan daaruit doen groeien.Ook druiven en groenten, en de olijfboom en de dadelpalm. En tuinen,dicht beplant. En vruchten en weiden, voorziening voor u en uw vee!" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Abasa, vers 24 - 32)

En Hij zegt:

وَأَنْزَلْنَا الْحَدِيدَ فِيهِ بَأْسٌ شَدِيدٌ وَمَنَافِعُ لِلنَّاسِ

"Wij hebben ijzer nedergezonden, waardoor grote strijd doch ook grotevoordelen voor het mensdom ontstaan." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Hadid, vers 25)

Allah maakt met deze versregels en anderen in de Koran duidelijk dat Hij de schepper is van alle eigendommen, en van de menselijke inspanning. Buiten de schepping bespreekt Allah niets anders betreffende de oorsprong van welvaart. Dit geeft aan dat Allah zich verder niet bemoeit met eigendom of de menselijke inspanning, behalve dat Hij duidelijk maakt dat ze geschapen zijn voor de mens te gebruiken. Evenzo bemoeit Hij zich niet met de creatie van welvaart; er is niets in de bronnen voor wetgevende oordelen (de geopenbaarde teksten) waarin Islam zich uitspreekt over productie. Eerder, de geopenbaarde teksten maken duidelijk dat Islam de mensen vrij laat in hun pogingen het resultaat van de inspanningen te verbeteren. Met andere woorden, Islam schrijft de mens niet voor hoe ze productiviteitsgroei en welvaartstoename dient te realiseren, dit is voor haarzelf. Het is, bijvoorbeeld, overgeleverd dat Profeet Mohammed betreffende de kunstmatige bestuiving van dadelpalmen heeft gezegd tegen de mensen:

"jullie zijn beter op de hoogte wat betreft de aangelegenheden van jullie dagelijks leven (amr dunyakum)" (Moeslim)

En evenzo is het overgeleverd dat de Profeet twee van de Moslims naar Jemen heeft gestuurd, wat op dat moment nog geen deel van de Islamitische Staat was, om aldaar het vak van wapensmid te leren. Deze twee voorbeelden geven aan dat de wetgeving van Islam (in het Arabisch sjari'a) welvaartscreatie heeft vrijgelaten voor de mensen en dat ze de mogelijkheid is te geven deze na te streven op basis van hun kennis en ervaring.

Deze observatie, op haar beurt, maakt duidelijk dat Islam zich richt op het economisch systeem en niet op economische wetenschap. Voor Islam zijn welvaart en de methode waarop het voordeel van eigendom wordt vergaard het onderwerp van verhandeling. Het behandelt als zodanig niet de methode waarop welvaart gecreëerd dient te worden.

 3.3 Het economisch systeem in Islam

Politiek heeft ten doel een ordening van het leven van de mens, een systeem, te realiseren volgens een bepaald idee. Economische politiek in Islam heeft ten doel een ordening van het economisch leven van de mens tot stand te brengen waarin allereerst gezorgd wordt voor volledige bevrediging van de primaire menselijke behoeften van alle individuen in de samenleving, waarna ieder individu in staat gesteld wordt bevrediging van zijn of haar behoefte aan luxe na te streven, in ogenschouw houdend de manier van leven die de samenleving als geheel heeft geaccepteerd. Islam beschouwt ieder persoon allereerst als mens, voor wie volledige bevrediging van zijn of haar primaire behoeften noodzakelijk is, en daarna als individu, hem of haar in staat stellen zo veel mogelijk van de behoefte aan luxe te bevredigen. Islam benadert ieder niet als enkeling, maar als individu in continue relatie met de anderen in de samenleving, op een bepaalde manier volgens een bepaalde overtuiging. Het economisch beleid in Islam heeft niet ten doel de welvaart in de samenleving te vergroten zonder daarbij bevrediging van de behoeften van de individuen in de samenleving te garanderen. Het economisch beleid volgens de Islam heeft evenmin ten doel de samenleving te voorzien van de middelen ter bevrediging van de behoeften die zij nodig heeft, daarbij de verdeling van deze middelen aan de mensen zelf over te laten, zonder eerst het bestaansrecht te hebben gegarandeerd voor ieder individu in de samenleving. Integendeel, het economisch beleid in Islam richt zich juist op de problemen waar ieder individu als mens mee te kampen heeft. De problemen die voortkomen uit de absolute noodzaak voor ieder mens de primaire behoeften te bevredigen. Ze houdt in haar antwoord op deze problemen rekening met het feit dat de relaties tussen de mensen in de samenleving volgens een bepaalde zienswijze georganiseerd zijn, en stelt ieder in staat zijn of haar levensstandaard te verhogen en een bepaald niveau van comfort in zijn of haar leven te realiseren, maar altijd op een manier die in lijn ligt met de aangehangen visie op het leven. Derhalve is economische politiek in Islam anders dan de economische politiek van al de overige ideologieën.

De ordening van het economisch leven die een ideologie voor ogen staat uit zich in de economische politiek die het voert. Door middel van regelgeving en wetgeving wordt dit systeem geïmplementeerd en de mensen opgelegd op het moment dat de ideologie dominant wordt in een samenleving. Voor wat betreft de Islam -waar de regels betreffende economie- gekomen zijn voor de mensheid als geheel hebben al de geboden en verboden als uitgangspunt het individu. Het systeem heeft ten doel het bestaanrecht van ieder individu te garanderen en hem of haar in staat te stellen bevrediging van (een deel van) de behoefte aan luxe na te streven, aldoor bevestigend dat de samenleving een bepaalde manier van leven heeft geaccepteerd. Islam verliest nooit uit het oog hoe de structuur van de samenleving zou moeten zijn. Integendeel, het neemt dit tot fundament voor haar regelgeving betreffende individueel bestaansrecht en welvaart. Mede als gevolg hiervan vindt men dat de Goddelijke Regelgeving (in het Arabisch Ahkam Sjari'a) volledige bevrediging van de primaire behoeften van de mens (voeding, kleding en behuizing) garandeert, voor ieder individu onderdaan van de Islamitische Staat. De manier waarop dit bereikt wordt is door in eerste instantie ieder volwassen persoon die in staat is arbeid te verrichten te verplichten zichzelf en de personen onder zijn hoedde door middel van werk van onderhoud te voorzien. Waar een individu deze verantwoordelijkheid heeft maar niet in staat is deze te dragen, verplicht Islam de kinderen of de erfgenamen deze verantwoordelijkheid op zich te nemen. Uiteindelijk, indien dezen daar niet toe in staat zijn of er simpelweg niet zijn, gaat de verantwoordelijkheid over op de staat. Pas als de verplichting tot zorgdragen voor de bevrediging van de primaire behoeften van de ieder voor wie men verantwoordelijkheid draagt nagekomen is, spoort Islam het individu aan de bevrediging van de behoefte aan luxe na te streven, zoveel hij of zij kan.

Islam staat niet toe dat overheden zich naar behoeven bezit toe eigenen door belastingen te heffen. Enkel wanneer er zich situaties voordoen van waaruit verplichtingen resulteren voor iedere moslim, zoals bijvoorbeeld een situatie van hongersnood of oorlog, is het de staat toegestaan belasting te heffen. Maar zelfs in dergelijke situaties is het de staat enkel toegestaan belasting te heffen op dat deel van de rijkdommen van het individu dat het deel dat nodig is voor de bevrediging van de primaire behoeften te boven gaat. Wederom, om zorg te dragen voor de bevrediging van de primaire behoeften van al de individuen die onderdaan zijn van de Islamitische Staat.

Islam begrenst de manieren waarop het individu welvaart mag vergaren en waarop hij of zij dus relaties aangaat met anderen, tot slechts volgens de manier van leven welke de samenleving heeft geaccepteerd en geïmplementeerd. Daarom verbiedt Islam de moslims deel te nemen in de productie en consumptie van wijn en beschouwt het wijn niet als handelsartikel. En daarom verbiedt Islam het gebruik van rente bij handelstransacties voor iedere onderdaan van de Islamitische Staat. Het beschouwt rente niet als handelsartikel, noch voor de moslim onderdanen van de staat, noch voor de niet-moslim onderdanen van de staat. Islam neemt niet enkel in overweging of het goed of de dienst in een bepaalde behoefte voorziet wanneer ze het goed of de dienst beoordeelt. In Islam is de beoordeling van eigendommen voor wat betreft hun geschiktheid als handelsartikel altijd gebaseerd op het islamitisch oordeel over hoe de samenleving zou moeten zijn.

Dit houdt in dat Islam het individu-zijn niet los ziet van het mens-zijn, en evenmin het mens-zijn separaat van individu-zijn. Evenzo benadert Islam het onderwerp bevrediging van menselijke behoeften ook niet zonder mee in ogenschouw te nemen de structuur van de samenleving zoals die zou moeten zijn. In Islam zijn bevrediging van de behoeften en de structuur van de samenleving zoals zij zou moeten zijn twee onderwerpen onafscheidelijk van elkaar. De samenleving zoals zij zou moeten zijn is de basis waarop de manier van bevrediging van behoeften is gefundeerd.

Om bevrediging van de basisbehoeften te realiseren en om (gedeeltelijke) bevrediging van de behoefte aan luxe te kunnen realiseren, dienen de goederen en diensten beschikbaar te zijn voor het ieder individu. Maar ze zullen het individu nooit ter beschikking staan als hij het bezit ervan niet na streeft. Daarom spoort Islam de mensen aan te verdienen, de voorziening te zoeken en na te streven. Islam heeft het nastreven van de voorziening verplicht gesteld.

Maar zoals vermeld, Islam houdt zich niet bezig met de manier van creatie van welvaart. Islam schrijft de mens niet voor volgens welke technologie productietoename of productiviteitsverbetering gerealiseerd dient te worden. Islam heeft zich afzijdig gehouden van productie. Het heeft enkel het verrichten van arbeid om bezit te vergaren en / of te vergroten aangemoedigd. Er zijn vele overleveringen van de Profeet welke het streven naar het vergaren van bezit aanmoedigen. In een overlevering is overgeleverd dat de Profeet de hand van Sa'ad ibn Moeadh schudde waarbij hij merkte hoe ruw de handen van Sa'ad waren. Toen de Profeet Sa'ad vroeg vanwaar zijn handen zo ruw aanvoelden, vertelde Sa'ad: "Ik graaf met de schep om mijn familie van onderhoud te voorzien." Daarop kuste de Profeet de handen van Sa'ad en zei: "Deze zijn de handen waar Allah van houdt!" (Serkhassi in Mabsoet)

De Profeet zei ook: "Niemand zal ooit een beter maaltijd eten dan die welke het resultaat is van zijn eigen arbeid." (Boechari)

En zo is het ook overgeleverd dat 'Oemar bin Al Khattab eenmaals langs een groep mensen liep welke bekend stonden als "de Koran lezers". Hij zag hen zitten, met hun hoofden gebogen, en vroeg wie ze waren. Er werd hem geantwoord: "zij zijn diegenen die vertrouwen op Allah (diegenen die betreffende de bevrediging van hun primaire behoeften vertrouwen op Allah, Al Moetawwakiloen)." 'Oemar antwoordde: "Nee, zij zijn degenen die andermans eigendommen verteren! Zal ik voor jullie Al Moetawwakiloen beschrijven?" De mensen antwoorden bevestigend, waarop 'Oemar zei: "Het is degene die de zaden zaait en dan vertrouwd op zijn Heer, De Almachtige, De Verheven."

Aldus vinden we dat de Koranverzen en overleveringen van de Profeet het zoeken naar de voorziening van Allah - oftewel het verrichten van arbeid - aanmoedigt, net zoals ze het genieten van eigendom aanmoedigt. Allah zegt:

قُلْ مَنْ حَرَّمَ زِينَةَ اللَّهِ الَّتِي أَخْرَجَ لِعِبَادِهِ وَالطَّيِّبَاتِ مِنَ الرِّزْقِ

"Zeg: 'Wie heeft de tooi van Allah, die Hij voor Zijn dienaren heeft voortgebracht en zuiver voedsel, verboden?'" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al ‘Araf, vers 32)

Alsmede:

وَلَا يَحْسَبَنَّ الَّذِينَ يَبْخَلُونَ بِمَا ءَاتَاهُمُ اللَّهُ مِنْ فَضْلِهِ هُوَ خَيْرًا لَهُمْ بَلْ هُوَ شَرٌّ لَهُمْ سَيُطَوَّقُونَمَا بَخِلُوا بِهِ يَوْمَ الْقِيَامَةِ

"En laat degenen, die gierig zijn, ten opzichte van wat Allah hun van Zijn overvloed heeft gegeven, niet denken, dat het goed voor hen is, neen, het is slecht voor hen. Hetgene, waarmee zij gierig zijn zal op de Dag der Opstanding als een halsband om hun nek worden gelegd. En aan Allah behoort het erfdeel der hemelen en der aarde en Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Imran, vers 180)

Deze versregels en de hieraan gelijke maken duidelijk dat de Goddelijke Regelgeving voor wat betreft economie de mensen aansporen op zoek te gaan naar de vergaring van welvaart en te genieten van de goede zaken in het leven. Islam verplicht ieder individu welvaart te vergaren en verplicht hen te genieten van de welvaart die zij vergaren - met andere woorden, deze te consumeren of anders te benutten. Dit om welvaartsgroei in de Islamitische Staat mogelijk te maken zodat de primaire behoeften van al de individuen die deel uit maken van de staat gegarandeerd kan worden en de bevrediging van de behoefte aan luxe nagestreefd kan worden.

Om de verwerving van eigendom mogelijk te maken heeft Islam in haar regelgeving betreffende eigendom de mens geen ingewikkeldheden opgelegd. De manieren waarop Islam de verwerving van eigendom plaats laat vinden zijn eenvoudig. Islam heeft gedefinieerd wat eigendom is en wat tot privé eigendom kan verworden. En het heeft bepaald aan welke eisen een contract dat de overgang van eigendom van de ene rechtspersoon op de andere regelt dient te voldoen om rechtsgeldig te zijn. En het heeft de mens duidelijk gemaakt welke handelingen toegestaan zijn en welke niet bij de creatie en vergaring van welvaart.

De Islamitische Regelgeving omtrent contracten is op basis van algemene richtlijnen die definiëren waaraan contracten dienen te voldoen om als rechtsgeldig geaccepteerd te kunnen worden. Deze algemene richtlijnen bepalen tevens de wetgeving omtrent eigendom en overgang van eigendom. Willekeurig welk probleem wordt hierdoor beschreven en beoordeelt volgens het principe van analogie (in het Arabisch qiyas). Dus waar Islam het verrichten van arbeid verplicht heeft gesteld, heeft het arbeid als zodanig gedefinieerd, alsmede de rechten en plichten die hieruit voortvloeien, waarna het individu vrij gelaten is te kiezen voor werk als timmerman, metselaar, arts, handelaar, et cetera. De wetgeving omtrent schenkingen is zo dat een donatie op basis van analogie beoordeeld kan worden als zijnde een vorm van beheer van eigendom. En de wetgeving omtrent loondienst is geregeld op een zodanige wijze dat vertegenwoordiging (in het Arabisch wakala) vergeleken kan worden met arbeid waarvoor men recht heeft op een vergoeding. Eigendom en contracten zijn vastgelegd binnen de sjari'a op een zodanige wijze dat tevens problemen specifiek voor deze tijd ermee opgelost kunnen worden. Maar, zij staan de introductie van nieuwe manieren van transacties niet toe. Ieder individu is verplicht te handelen op basis van de transacties reeds beschreven in de sjari'a, terwijl de sjari'a in staat is een antwoord te bieden op al de specifieke vragen die horen bij de huidige tijd.

Op deze manier is de moslim in staat over tijd eigendom te vergaren zonder dat hij op enig moment geconfronteerd wordt met het probleem dat er voor hem geen manier is om binnen het toegestane, zijn onderhoud te verdienen. De bevrediging van de primaire behoeften is dientengevolge mogelijk voor allen, voor altijd. Maar Islam verplicht niet alleen het individu arbeid te verrichten, het maakt tevens de staat verantwoordelijk voor het onderhoud van al haar onderdanen. Het maakt het onderhoud van degenen die mentaal of fysiek niet in staat zijn arbeid te verrichten tot een verantwoordelijkheid van de staat. En het maakt het beschikbaar stellen van de middelen ter bevrediging van de primaire behoeften van de bevolking tot een van de taken van de staat, want het is voor de staat een verplichting te zorgen voor haar onderdanen. Zo is overgeleverd dat de Profeet heeft gezegd: "De Imam heeft de leiding en de verantwoordelijkheid over de onderdanen."[3] (Boechari)

Alleen om de staat de mogelijkheid te geven deze verplichtingen die de sjari'a haar gesteld heeft na te komen heeft de Wetgever de staat toegestaan belastingen te heffen, zoals de jizya (hoofdelijke heffing op iedere volwassen niet-moslim onderdaan van de Islamitische Staat) en de kharaj (heffing op zowel moslims als niet-moslims op basis van datgene wat van oorsprong niet-moslim land aan producten heeft voortgebracht). De staat heeft tevens de verantwoordelijkheid voor het innen en uitgeven van de zakat (afdracht aan de staat verplicht voor de moslim onderdanen van de staat, over hun eigendom). Verder heeft de staat het recht gekregen fondsen te verzamelen voor het verrichten van diensten die feitelijk een verplichting zijn op de moslims, zoals het repareren van wegen, het bouwen en onderhouden van ziekenhuizen, het voeden van de hongerigen, enzovoort.

De staat is door de sjari'a tevens verantwoordelijk gemaakt voor het beheer van de staatseigendommen. De sjari'a verbiedt individuen instellingen die publiek van aard zijn als privé bezit te beheren. Het heeft de verantwoordelijkheid over de publieke instellingen bij de Imam gelegd en geen van de onderdanen van de staat mag deze verantwoordelijkheid op zich nemen tenzij hij aangesteld is door de Imam. Zaken zoals water, petroleum, goud, diamanten en andere natuurlijke mineralen zijn, waar zij in grote hoeveelheden voorkomen, eigendom van de Oemmah als geheel. De staat moet, uit naam van de Oemmah, de verantwoordelijkheid voor het delven en verhandelen van deze goederen op zich nemen om de economische vooruitgang van de Oemmah mogelijk te maken. Wanneer de staat deze verantwoordelijkheden na komt, fondsen beschikbaar stelt en de belangen van het volk behartigt en ieder in staat zijnd individu werkt, dan zullen de middelen beschikbaar komen die ieder individu de mogelijkheid zal geven volledige bevrediging van zijn of haar primaire behoeften te realiseren, alsmede (een deel van) de behoefte aan luxe.

Desalniettemin, de economische vooruitgang die resulteert als gevolg van de motivering van de bevolking om te werken als zij daar toe in staat is, en het toewijzen van eigendommen aan de staat zodat deze het investeert, is slechts een manier om bevrediging van de behoeften te realiseren. Het heeft niet simpelweg ten doel eigendom te creëren waarover daarna gepocht kan worden of wat in zonde gespendeerd kan worden. De creatie van eigendom mag niet nagestreven worden om er daarna arrogant van te worden of om te gebruiken voor onderdrukking. De Boodschapper van Allah heeft gezegd: "Degene die het bezit van aardse zaken heeft nagestreefd rechtmatig en rechtschapen, hij zal Allah ontmoeten met een gezicht als een volle maan; maar hij die het bezit van aardse zaken heeft nagestreefd arrogant en overdadig, hij zal Allah ontmoeten terwijl Hij boos op hem is." (Ibn Abi Shayba in Moesanaf)

De Profeet heeft tevens gezegd: "Heb jij, o zoon van Adam, in jouw bezit buiten wat jij hebt gegeten en geconsumeerd, gedragen en uitgeput, weggegeven en voor jezelf hebt gehouden?" (Moeslim)

En Allah zegt:

وَلَا تُسْرِفُوا إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الْمُسْرِفِينَ

"O, kinderen van Adam, let op uw uiterlijk ter gelegenheid van aanbidding en eet en drinkt, maar verkwist niet. Hij heeft de verkwisters zeker niet lief." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran,soerah Al ‘Araf, vers 31)

Islam heeft het bezit van eigendommen tot een doel gemaakt in het licht van bevrediging van de behoeften, en niet als instrument voor grootspraak of trots. Het heeft het beheer van de economie in zijn geheel volgens de bepalingen van Allah verplicht gesteld. Het heeft de moslims verplicht een goede plaats in het Hiernamaals te zoeken door middel van zijn inkomen, zonder het huidige leven uit het oog te verliezen. Allah zegt:

وَابْتَغِ فِيمَا ءَاتَاكَ اللَّهُ الدَّارَ الْآخِرَةَ وَلَا تَنْسَ نَصِيبَكَ مِنَ الدُّنْيَا وَأَحْسِنْ آَمَا أَحْسَنَ اللَّهُ إِلَيْكَ وَلَا تَبْغِ الْفَسَادَ فِي الْأَرْضِ

"Maar zoek door hetgeen Allah u heeft gegeven het tehuis van het Hiernamaals; en vergeet uw deel aan de wereld niet, en doe goed (aan anderen) zoals Allah u goed gedaan heeft; en schep geen wanorde opaarde, want Allah heeft hen, die onheil stichten, niet lief." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Qasas, vers 77)

De levensbeschouwing volgens Islam gebiedt dat al de activiteiten verricht als economisch subject geschieden volgens de geboden en verboden van Allah, in bewustzijn van de relatie met Allah. Het idee waarop de organisatie van het leven van de moslims in de samenleving wordt gebaseerd organiseert tevens de economie. Alles op basis van de Goddelijke Regelgeving en als onderdeel van een volledige manier van leven (in het Arabisch dien). Evenzo worden de economische activiteiten van de niet-moslim onderdanen van de Islamitische Staat georganiseerd, volgens de Islamitische Wetgeving. De staat zal haar onderdanen toestaan datgene wat Islam hen toestaat en hen verbieden datgene wat Islam hen verbiedt[4].

Islam verzekert inachtneming van deze regels door de moslims te motiveren deze ordening van de economie te volgen op basis van hun vrees en liefde voor Allah (in het Arabisch taqwa). En het verzekert inachtneming van deze ordening door al de mensen in de samenleving door deze regels in de Islamitische Staat tot wet te verheffen en ten uitvoer te brengen.

Allah zegt:

يَاأَيُّهَا الَّذِينَ ءَامَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَذَرُوا مَا بَقِيَ مِنَ الرِّبَا إِنْ آُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ

"O, gij die gelooft, vreest Allah en doet afstand van de rest van de rente, als gij gelovigen zijt." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Baqarah, vers 278)

En Hij zegt:

يَاأَيُّهَا الَّذِينَ ءَامَنُوا إِذَا تَدَايَنْتُمْ بِدَيْنٍ إِلَى أَجَلٍ مُسَمًّى فَاكتُبُوهُ

"O, gij die gelooft, wanneer gij van elkander leent voor een vastgestelde periode, schrijft het dan op..." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Baqarah, vers 282)

En:

فَإِنْ كانَ الَّذِي عَلَيْهِ الْحَقُّ سَفِيهًا أَوْ ضَعِيفًا أَوْ لَا يَسْتَطِيعُ أَنْ يُمِلَّ هُوَ فَلْيُمْلِلْ وَلِيُّهُ بِالْعَدْلِ

Maar, indien de schuldenaar weinig verstand heeft, of zwak is, of zelf niet kan dicteren, laat dan zijn zaakwaarnemer eerlijk dicteren..." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Baqarah, vers 282)

Dit dient om duidelijk te maken dat Islam een ordening heeft gebracht, en de methode waarop deze ordening ten uitvoer gebracht dient te worden, alsmede de methode waarop inachtneming van deze ordening door de onderdanen van de staat gegarandeerd dient te worden.

Dit alles heeft gediend om aan te tonen dat economische politiek in Islam ten doel heeft een systeem te implementeren dat de bevrediging van de primaire behoeften garandeert voor ieder individu. Islam benadert ieder individu als een mens die leeft in een samenleving met een eigen visie op het leven. Van hieruit maakt Islam de creatie van de welvaart die nodig is om de behoeften te bevredigen mogelijk. Dit economisch beleid is gebaseerd op het basisidee dat al de handeling van de mens in lijn dienen te zijn met verordeningen zoals die gekomen zijn van de Schepper, Allah. Het wordt ten uitvoer gebracht door de staat, de Islamitische Staat de Khilafah, terwijl inachtneming van het systeem en continuering van het systeem gegarandeerd wordt door het individu te motiveren zijn handelingen te baseren op taqwa, en door middel van wetgeving.

 4. De weg voorwaarts

Het werk van een wetenschapper is waarnemingen te beschrijven op een zodanige wijze dat de waarneming begrepen en verklaard kan worden, zodat uiteindelijk van de verklaringen voorspellingen uit kunnen gaan.Voor velen van de gedragingen van de mens als economisch subject is de verklaringen die de Kapitalistische economen ervoor geven onjuist en in strijd met de waarneming. Het kan eenvoudigweg verbazingwekkend worden genoemd te zien dat zelfs in de gevallen waar de onjuistheid van de verklaring duidelijk is en algemeen erkend wordt, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de Kapitalistische visie op de behoeften van de mens, deze verklaring desalniettemin gehandhaafd wordt bij de modellering van het economisch leven, waarop dan ook nog het economisch systeem - de ordening van de het economisch leven van de mens - wordt gebaseerd.

In kritiek, het resultaat van de Kapitalistische ordening van het economisch leven wordt het best weergegeven door figuren 4 en 5 beneden. Ondanks het feit dat over ruim 40 jaar de economie van de Verenigde Staten vertienvoudigd is (figuur 4), en de welvaart die zij jaarlijks creëert ongeëvenaard is in de wereld, is over deze periode het aantal mensen die moeten leven van een inkomen onder de armoedegrens niet afgenomen (figuur 5). De toename van de welvaart gecreëerd in de Verenigde Staten heeft niets gedaan tegen armoede in de Verenigde Staten, zo geeft het stabiele percentage armen als onderdeel van de bevolking aan in figuur 5.

Bij de waarneming van deze feiten, kunnen we opmerken dat het resultaat van het Kapitalisme, de eigen bewering van dit syteem weerspreekt, namelijk dat groei de oplossing voor het economisch probleem is. Islam draagt een ordening van het leven aan die het economisch probleem zoals de mens deze werkelijk ervaart aangrijpt, en dat hiervoor oplossing biedt, als onderdeel van een complete ordening van het menselijk leven. Te stellen dat het Kapitalisme het enige overgebleven alternatief is na de ondergang van Communisme is daarmee duidelijk niet alleen voorbarig, maar tevens onjuist.

En het kan niet anders dan pijn doen bij de objectieve wetenschapper, om te realiseren dat een alternatief wordt genegeerd terwijl de gehanteerde oplossing laat zien geen werkelijke oplossing te bieden voor het gestelde probleem.

 Boek 2:Het economisch systeem van Islam

En heden heb Ik uw religie voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en Islam voor u als levenswijze (dien) gekozen De Betekenissen van de Koran

 5. Introductie

Iedere mens vindt zich heel zijn leven lang, naar zijn natuur, geconfronteerd met de ervaring van behoeften van organische en instinctieve aard die resulteren uit de behoeften en instincten die hem definiëren. Het zijn deze ervaringen die de mens, evenzo naar zijn natuur, aanzet tot werken aan het tot stand brengen van bezit. Bezit, namelijk, geeft de mens enerzijds de mogelijkheid de ervaren behoeften te bevredigen, door het aan te wenden voor ruil, sparen of consumptie; maar het bevredigt tegelijkertijd in zichzelf behoeften van instinctieve aard. Derhalve is het nastreven van bezit tevens onderdeel van de menselijke natuur. Naar zijn natuur zal de mens handelingen verrichten om zijn organische en instinctieve behoeften te bevredigen. De handelingen van de mens die ten doel hebben bezit te vergaren of aan te wenden zijn de economische handelingen.

De rol van een economisch systeem in het economisch leven van de mens beperkt zich tot de allocatie van de middelen ter bevrediging van de instincten en behoeften over de samenleving, oftewel de methoden waarop bezit tot stand mag worden gebracht en benut mag worden. In het verlengde hiervan houdt economische wetenschap zich bezig met de ontwikkeling en verbetering van methoden en technieken van productie, die de mens vooruit helpen in het leven. De economische wetenschap ligt in het verlengde van het economisch systeem daar het systeem onafhankelijk is van de welvaart of de toename van de welvaart in de samenleving, terwijl de welvaart en de toename in de welvaart van de samenleving wel afhankelijk zijn van het systeem.

De focus van een economisch systeem moet zowel het individu als de samenleving zijn. Deze twee zijn niet één en dezelfde. De realiteit van de samenleving, namelijk, laat zien dat deze meer is dan enkel een verzameling individuen. Van een samenleving is pas sprake als tussen een groep individuen permanente relaties bestaan, zoals het geval is wanneer individuen zich met dezelfde ordening van het leven geconfronteerd vinden. Een economisch systeem kan derhalve niet volstaan met het behartigen van enkel de belangen van de individuen wiens leven het ordent. Daar een samenleving meer is dan enkel een groep individuen dient een economisch systeem buiten behartiging van de belangen van de individuen tevens de relaties tussen de individuen te ordenen.

Islam richt zich op het in staat stellen van de mens de welvaart te nuttigen. Dit refereert direct aan het fundamentele economisch probleem waar iedere samenleving mee geconfronteerd is, namelijk de allocatie van middelen over de behoeftigen. Islam ordent derhalve de methoden waarop welvaart initieel vergaard mag worden, de methoden waarop men zich van welvaart mag ontdoen en de allocatie van welvaart over de samenleving; allen uiteengezet in het onderstaande.

Rijkdom is niet in bezit, maar in tevredenheid

Profeet Mohammed

 6. Bezit in Islam

Allah, als Schepper, is degene aan wie alles als bezit toebehoort. Echter, Hij heeft de mens toestemming gegeven zijn bezit te gebruiken. Bezit in Islam wordt derhalve bepaald door toestemming van de Schepper een bepaald feit te gebruiken voor consumptie, te benutten of te ruilen; tezamen met de toestemming om de benutting van het feit door anderen te beperken. Eigendom wordt gedefinieerd als toestemming van de Schepper een bepaald feit te gebruiken voor consumptie, te benutten of te ruilen. Mogelijk voordeel dat kan resulteren uit bezit of eigendom is hierbij geen overweging. In Islam is bezit van sommige feiten toegestaan en van andere feiten niet. Voor sommige feiten is bezit in sommige gevallen toegestaan, erkend en wettelijk beschermd; en in andere gevallen niet. Zo is bijvoorbeeld bezit van wijn of varkens (vlees) voor moslims in de Islamitische Staat niet toegestaan maar voor de nietmoslims wel. In andere gevallen is bezit alomvattend verboden, zoals

bijvoorbeeld in het geval van bezit verkregen door middel van gokken of rente (in het Arabisch riba) waarvoor geldt dat het voor iedere onderdaan van de Islamitische Staat niet rechtsgeldig is.

Een voorwaarde voor bezit is dat het niet conflicteert met de belangen van de samenleving of de belangen van een individu in de samenleving. Hieruit vloeit voort het onderscheidt dat Islam maakt tussen privaat bezit en publiek bezit. Een feit kan enkel tot bezit verworden indien zowel toestemming voor eigendom is verleend door de Schepper en dit bezit niet conflicteert met de belangen van de samenleving of met de belangen van een individu in de samenleving. Indien toestemming is gegeven voor eigendom van een feit, waarbij bezit zou conflicteren met de samenleving of individuen binnen de samenleving dan is dit feit een publiek bezit voor al de onderdanen van de Islamitische Staat.

 6.1 Privaat bezit versus publiek bezit

Het verschil tussen privaat bezit en publiek bezit uit zich in de rechten die voortvloeien uit het bezit. In het geval van privaat bezit is zowel het feit zelf als het voordeel dat mogelijkerwijs resulteert uit het feit bezit van enkel de bezitter van het feit. Dus het individu dat bezit heeft het recht zijn privaat bezit te benutten zoals het hemzelf belieft, binnen de grenzen gesteld door Islam met betrekking tot het benutten van bezit.

In het geval van publieke goederen is er geen sprake van bezit als zodanig, maar enkel van eigendom. Eigendom wordt hier gedefinieerd als een recht op een feit gegeven door de Schepper, en is algemeen geldig en niet specifiek voor een individu. Publiek bezit, derhalve, is een bezit dat gedeeld wordt door al de moslims, waarvoor geldt dat al de moslims het recht hebben het feit te benutten maar waarbij eigendom niet beperkt mag worden voor een moslim.

n de werkelijkheid valt het publiek bezit in drie categorieën uiteen. Ten eerste omhelst het publiek bezit de openbare voorzieningen waarzonder het individu niet kan in het dagelijks leven. Dit betekent dat zaken zoals watervoorziening of elektriciteit niet in bezit mogen zijn van een individu. Deze zijn feiten waar de samenleving als geheel van afhankelijk is. Waar bezit van deze feiten - in feite dus het recht te beslissen over het benutten van het feit - beperkt wordt tot een individu, zullen de relaties tussen de mensen, en daarmee de samenleving, verstoort raken.

Ten tweede omhelst het publiek bezit al de feiten waarvoor men redelijkerwijs bezit niet kan beperken als gevolg van hun schepping. Hiermee worden bedoeld feiten zoals rivieren, kanalen en zeeën. Mocht, ter voorbeeld, een deel van een rivier privaat bezit worden van een individu, dan zouden al degenen die deze rivier bevaren of die op enigerlei andere wijze in hun bestaan afhankelijk zijn van de rivier, hierdoor beïnvloedt worden. Ook al wordt slechts een klein deel van de rivier privaat bezit, het zou transport langs deze weg onmogelijk maken.

Anders geredeneerd, ook de mensen die stroomafwaarts van de rivier in privaat bezit deze benutten, zouden beïnvloedt kunnen worden door de manier waarop de privé bezitter zijn bezit benut. Een chemische fabriek zou bijvoorbeeld haar deel van de rivier kunnen benutten als afvalplaats.

De derde categorie van publiek bezit, bezit waarin al de moslims delen, behelst de natuurlijke mineralen. Dit, echter, in het geval de hoeveelheid van deze materialen niet precies vast te stellen valt. Te denken valt aan feiten als zout, olie, goud, uranium, ijzererts, etc. Dit betekent dat waar deze materialen in ongewonnen staat verkeren zij bezit zijn van al de moslims, maar dat waar zij gewonnen en verwerk zijn zij privaat bezit kunnen worden. Het voordeel van hun bestaan is dus een voordeel dat bezit is van al de moslims waar allen in moeten delen.

 6.2 Benutten van publiek bezit

Gezien het feit dat publiek bezit gedeeld wordt onder alle moslims, dient het voordeel dat resulteert uit deze goederen gedeeld te worden door de moslims. In sommige gevallen is dit eenvoudig realiseerbaar, zoals in het geval van openbare wegen, rivieren, kanalen en overage watervoorzieningen. Ieder individu is in staat direct het voordeel te benutten dat deze feiten bieden, zonder dat hij het recht op het voordeel dat een ander toekomt schendt. Hij kan drinken uit een bron en een rivier bevaren, een weg bewandelen en het kanaal benutten ter irrigatie van zijn land. Hij mag hierbij zelfs gebruik maken van machines, echter enkel zolang dit niet de rechten van anderen op het voordeel van deze goederen schendt.

Voor andere van de publieke goederen is het benutten van het voordeel niet zo eenvoudig voor een individu, zoals in het geval van de ongewonnen mineralen. Voor deze feiten heeft de staat de verantwoordelijk er voor te zorgen dat het voordeel dat bezit van deze feiten biedt gedeeld wordt onder de moslims. Dus de staat heeft in dit geval de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de winning, verwerking en verkoop van de mineralen waarover de moslims beschikken. De opbrengst die resulteert uit de verkoop van deze mineralen dient door de staat uitgegeven worden op een zodanige wijze dat het ten voordeel komt van de moslims. Een eerste vorm van besteding die de staat in deze geoorloofd is, de besteding ter dekking van de kosten die winning, verwerking en verkoop van de materialen met zich mee brengen. De staat heeft het recht voor deze activiteiten mensen en machines in te huren. Echter, het is haar niet toegestaan een van deze drie activiteiten uit te besteden door het recht op winning, verwerking of verkoop te verhandelen, omdat dit een feitelijk overdracht van publiek bezit in private handen zou betekenen. Al deze activiteiten moeten ondernomen worden door de staat zelf.

Ten tweede heeft de staat de mogelijkheid de inkomsten die het resultaat zijn van deze publieke goederen te besteden aan andere publieke goederen, zoals openbare wegen, openbaar vervoer, water- en elektriciteitsvoorzieningen, etc. Ten derde heeft de staat het recht deze inkomsten rechtstreeks over te dragen aan haar onderdanen. Hetzij door de gewonnen mineralen tegen kostprijs te verkopen aan de inwoners van de staat, hetzij in de vorm van een uitkering. Ten vierde en laatste, de staat mag deze middelen op al de andere manieren inzetten die uiteindelijk ten voordele van de samenleving zal zijn, zoals voor onderwijs, ziekenzorg, regeren, oorlogsvoering, armoedebestrijding en aanbidding. In feite voor alles waarvan de afwezigheid de samenleving zou schaden.

 6.3 Conclusie

Het onderscheid tussen privaat en publiek bezit dat Islam aanbrengt is natuurlijk gezien de verschillen in aard tussen goederen. De aard van sommige feiten die het individu in zijn bestaan nodig heeft is nu eenmaal dat privaat bezit van deze feiten het bestaan van andere individuen bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. Privaat bezit van deze feiten verstoort de relaties tussen individuen en daarmee de samenleving, omdat relaties van afhankelijkheid, onderdanigheid en macht creëert. Weliswaar bevredigt ook bezit van deze feiten de behoefte aan bezit, maar ten koste van de belangen van andere individuen en de ten koste van het belang van de samenleving.

Zoekt naar Zijn overvloed en weest dankbaar

De Betekenissen van de Koran

 7. Totstandbrenging van bezit in Islam

Het verlangen naar bezit is een onderdeel van het menselijk overlevingsinstinct. Derhalve zou vrijlaten van de bevrediging van dit verlangen de relaties tussen mensen verstoren en chaos doen heersen in de samenleving. In een economisch systeem dat de methoden waarop bezit tot stand mag worden gebracht niet ordent, geldt enkel het recht van de sterkste. De meest capabelen en meest verlangenden zullen hun sterke punten uitbuiten om zich al het bezit toe te eigenen. In de afwezigheid van grenzen aan verlangens en methoden van bevrediging van verlangens, zullen dezen zich alles toeëigenen, omdat delen met anderen in kan gaan tegen het overlevingsinstinct. Een dergelijk systeem zal nooit als rechtvaardig gekarakteriseerd kunnen worden. Niet omdat het geen gelijke verdeling van bezit over de individuen in de samenleving zal realiseren, maar omdat het individuen onbevredigd zal laten, en omdat het de relaties tussen mensen enkel op basis van "macht versus onmacht" en "sterk versus zwak" zal laten zijn.

Er zijn in Islam vijf methoden waarop bezit tot stand mag worden gebracht. Deze zijn:

1. De methode van werk;

2. De methode van nalatenschap;

3. De methode van overdracht;

4. De niet ruil-gerelateerde methode;

en

5. De methode van noodzaak.

 7.1 De methode van werk

Bestudering van de realiteit van de totstandbrenging van bezit laat zien dat veel ervan het resultaat is van inspanning in de vorm van werk. Echter, de term werk draagt in zichzelf vele mogelijke betekenissen. Islam heeft derhalve gedefinieerd welke typen van werk methoden zijn om bezit tot stand te brengen.

Bewerken van dood land (Ihya ul-Mawat)

De term "dood land" wordt gebruikt om land aan te duiden dat geen eigenaar heeft, dat niet bewerkt wordt en dat in deze staat niemand ten voordeel is. Het individu die dit type van land bewerkt en het ploegt om te beplanten of egaliseert om te bebouwen, heeft daarmee voor zich het recht verworven dit land tot bezit te nemen. Bewerking van dood land maakt het land tot individueel eigendom, oftewel bezit.

 Onttrekken van rijkdommen aan de aarde

Zoals is uiteengezet in het hoofdstuk over bezit in de Islam, zijn feiten verborgen in de aarde publieke goederen waar zij in de aarde bestaan en waar hun voordeel een recht is voor alle moslims. Onder deze richtlijn vallen ter voorbeeld feiten als olie en andere mineralen, feiten die benodigd zijn voor de gemeenschap en waarvan men de hoeveelheid die verborgen is niet exact kan vaststellen. Voor deze rijkdommen in de aarde dient het voordeel ten gunste te komen aan al de moslims. Echter, in de aarde bevinden zich tevens feiten die zich daar niet van oorsprong bevinden, en feiten die niet behoren tot de benodigdheden van de gemeenschap hoewel hun oorsprong in de aarde is. Een individu die zich inspant, werkt, en deze feiten vergaart, heeft ze daarmee tot zijn bezit gemaakt. In de praktijk betekent dit dat feiten die als schat (rikaz) geclassificeerd kunnen worden, feiten die zich in de aarde bevinden en die ofwel daar gepland zijn door mensen ofwel niet behoren tot de benodigdheden van de gemeenschap, bezit van een individu kunnen worden. Deze regel geldt evenzo voor feiten die uit de lucht gewonnen kunnen worden, zoals zuurstof en stikstof.

 Jagen

Een derde type van werk is jagen. Dit betekent dat feiten die gevangen kunnen worden, bezit van een individu kunnen en mogen worden. Deze regel is algemeen en dekt derhalve tevens activiteiten zoals vissen en het verzamelen van bessen en champignons van het land of sponzen en parels uit de zee. Vertegenwoordiging (samsara) Optreden als vertegenwoordiger van een verkoper of koper bij een handelstransactie is een van de manieren van werk waarop bezit mag worden vergaard. Voorwaarde is echter dat hetgeen dat door de vertegenwoordiger gekocht of verkocht dient te worden nauwgezet omschreven is, ofwel in termen van product of in tijd. Indien aan deze voorwaarde is voldaan, dan is de transactie die totstandgekomen is met de vertegenwoordiger als partij bindend en behoort de vertegenwoordiger de afgesproken vergoeding ten deel te vallen. Waar de koper vertegenwoordigd wordt is het de vertegenwoordiger niet toegestaan betalingen van de verkoper als commissie te accepteren en dit is dus geen bezit van de vertegenwoordiger. In dergelijke gevallen van vertegenwoordiging van de koper, vallen al de kortingen of reducties van de verkoopprijs ten deel aan de vertegenwoordigde en niet aan de vertegenwoordiger.

 Mudharaba

Waar twee personen tezamen deelnemen in handel, waarbij een het kapitaal inbrengt en de ander de arbeid, is sprake van een mudharaba. Het bezit dat als gevolg van deze overeenkomst vergaard wordt en dat op basis van afspraak verdeeld wordt onder de leden van de mudharaba is rechtmatig bezit voor de deelnemers aan de mudharaba.

Het bezit dat onder de mudharaba wordt vergaard dient beheerd te worden door het lichaam van de overeenkomst, dat wil zeggen de persoon die de arbeid levert onder de overeenkomst, omdat hem in de eerste plaats reeds het kapitaal ter beschikking is gesteld om mee te werken. De andere partner in de mudharaba heeft het recht om aan te geven welk deel van het vergaarde hem toekomt en het lichaam van de overeenkomst heeft de plicht het afgesproken deel over te dragen.

Derhalve is de mudharaba een van de toegestane manieren waarop gewerkt mag worden om bezit tot stand te brengen, en datgene wat in een mudharaba wordt vergaard is rechtmatig bezit voor de partners in de mudharaba. De mudharib (degene die arbeid in mudharaba) brengt eigendom tot stand als gevolg van zijn werk in overeenstemming met wat afgesproken is.

 Musaqat

Bij musaqat bewerkt (irrigeert) een individu de bomen van een ander in ruil voor een deel van de oogst. Dit is enkel toegestaan voor bomen die men houdt voor de oogst omdat de vergoeding voor het werk een deel van de oogst moet zijn. Voor de persoon wiens arbeid het oogsten mogelijk maakt is het deel van de oogst dat hem toekomt een rechtmatig bezit.

 Loondienst

Een individu "in dienst nemen" dient gedefinieerd te worden als een overeenkomst waarbij de werknemer de werkgever een bepaald voordeel doet toekomen, in ruil waarvoor de werkgever de werknemer een bezit doet toe komen. Het contract dat bij een overeenkomst als deze opgesteld dient te worden heeft als basis ofwel een bepaald voordeel dat resulteert uit de arbeid, of de arbeid zelf. In het eerste geval specificeert het contract het aantal eenheden waarvoor de overeenkomst geldig is, in het tweede geval een bepaalde tijdsduur. Verder dient de overeenkomst te beschrijven welk werk het is dat gedaan dient te worden, het loon en de inspanning die door de werkgever verwacht wordt (arbeidsuren); waarbij de werknemer niet boven zijn vermogen belast mag worden. Uiteindelijk geeft de werknemer zijn tijd en inspanning om voor zichzelf bezit tot stand te brengen.

 7.2 De methode van nalatenschap

Zonder in te gaan op de details van de wetgeving betreffende de nalatenschap in Islam, het is een feit dat erven een van de methoden is waarop bezit tot stand kan worden gebracht. Het is tevens een feit dat deze methode van nalatenschap circulatie van welvaart in de samenleving verzorgt. Nadat het de mens toegestaan is bezit te vergaren, is de nalatenschap de methode die ervoor zorgt dat het in het leven vergaarde bezit na de dood ingezet blijft bij de bevrediging van de organische en instinctieve behoeften. De nalatenschap continueert dus de circulatie van de welvaart door de samenleving om de samenleving als geheel ten gunste te blijven.

De manieren van circulatie zijn, als gevolg van de wetgeving betreffende nalatenschap in Islam, drie:

1. De erfgnamen eigenen zich de volledige nalatenschap toe,

2. De erfgnamen eigenen zich een deel van de nalatenschap toe, terwijl tevens een deel aan de staat toe valt; en

3. In afwezigheid van erven valt de gehele nalatenschap de staat toe.

Wie de nalatenschap ook ten deel valt, uiteindelijk bereikt de transfer van bezit onder nalatenschap dat de welvaart van nut blijft voor de samenleving en niet in handen blijft van het individu die de welvaart oorspronkelijk heeft vergaard.

 7.3 De methode van overdracht

De derde methode waarop bezit tot stand gebracht mag worden is de methode van overdracht. Dit behelst de overdracht van staatseigendom op onderdanen van de staat om hen in staat te stellen hun behoeften te bevredigen. De staat kan de mensen bijvoorbeeld door middel van een toelage de inkomsten uit het gemeenschappelijk bezit van de moslims, zoals de natuurlijke mineralen de delving waarover de staat beheert, ter beschikking stellen. Of land zonder eigenaar of in eigendom van de staat kan door de staat overgedragen worden aan individuen ter cultivatie.

 7.4 De niet ruil-gerelateerde methode

Er zijn vijf verdere manieren waarop bezit tot stand gebracht kan worden waarbij geen ruil plaatsvindt. Deze zijn:

1. Beloningen en giften die individuen elkander toekennen, in het leven of als onderdeel van de nalatenschap.

2. Bloed- of wondgeld, waarbij er een overdracht van bezit plaatsvindt ter vergoeding van de schade die individuen

elkander berokkenen.

3. De bruidsschat, als onderdeel van de huwelijksovereenkomst, is een overdracht van bezit van de man op de vrouw.

4. De vondst, datgene wat een individu vindt, kan uiteindelijk rechtmatig bezit worden.

5. De beloning voor regeren is wat de Kalief en de overige ambtenaren ten deel valt ter vergoeding voor het feit dat regeren hen belet bezit te vergaren.

 7.5 De methode van noodzaak

In Islam is bevrediging van de organische en instinctieve behoeften een recht voor ieder mens. In eerste instantie is het een plicht op de man in het gezin te werken aan de bevrediging van dezen voor de mensen onder zijn hoede. Het is een plicht voor de staat ervoor te zorgen dat werk beschikbaar is voor al de mannen die tot werken instaat zijn, zodat hen de mogelijkheid wordt gegeven de bevrediging van de behoeften van de mensen onder hun hoede mogelijk te maken. Voor de mannen die als gevolg van ouderdom, ziekte of invaliditeit niet in staat zijn in het eigen onderhoud te voorzien, laat staan het onderhoud van de mensen onder hun hoede, heeft Islam de verantwoordelijkheid voor zorg toegewezen aan zijn familie. Mocht dit geen oplossing zijn voor het probleem waarmee de behoeftige (en afhankelijke) wordt geconfronteerd, zoals bijvoorbeeld bij afwezigheid van familie het geval is, dan gaat de verantwoordelijkheid voor zorg over op de staat. Waar nu de staat deze zorg na laat, of simpelweg niet in staat is de verantwoordelijkheid te dragen, en de samenleving niet de behoeftige en afhankelijke bijstaat, daar mag deze uit noodzaak nemen datgene wat hij nodig heeft voor de bevrediging van zijn organische behoeften. Zolang de middelen ter bevrediging van deze behoeften beschikbaar zijn in de samenleving, is het niet toegestaan dat een behoeftig maar afhankelijk individu zich wendt tot afval om te overleven. De bevrediging van zijn behoeften is een recht en waar de staat als verantwoordelijke of de samenleving als verantwoordelijke het behoeftige individu niet in staat stelt zijn behoeften te bevredigen, heeft het behoeftige en afhankelijke individu het recht te nemen wat hij nodig heeft. De methode van noodzaak is derhalve een rechtmatige manier om bezit tot stand te brengen wanneer de verantwoordelijken hun verantwoording niet na (kunnen) komen.

 7.6 Conclusie

De mens moet in staat worden gesteld bezit te vergaren. Maar ook deze economische activiteit, de vergaring van bezit, realiseert relaties tussen mensen en dient daarom meer in detail geordend te worden. Derhalve kan bezit in Islam enkel tot stand worden gebracht op de manieren die hierboven beschreven zijn. Elke grond die niet benut wordt, wordt eigendom van degene die het bewerkt. Dit zorgt ervoor dat het productief benut blijft en voorkomt relaties van afhankelijkheid. Waar bij overeenkomst relaties ontstaan zijn deze natuurlijke relaties en sluiten ze onzekerheid betreffende de rechten en plichten die eruit voort vloeien uit.

Inspanning moet bij de allocatie van middelen in de samenleving over individuen een rol spelen, ter stimulering van de creativiteit van de mens, wil de samenleving vooruitkomen op materieel vlak. Islam geeft ieder mens de mogelijkheid door middel van inspanning het bezit te vergaren dat nodig is voor het onderhoud van zichzelf en de mensen onder zijn hoede, door verschillende methoden toegestaan te maken. Het geheel van deze methoden voorkomt dat ook maar iemand buiten gesloten hoeft te worden bij de totstandbrenging van bezit. Het resultaat hiervan is dat rust heerst in de samenleving, omdat niemand de vrees hoeft te hebben dat hij of zij buiten gesloten zal worden bij de bevrediging van de organische behoeften, en omdat de prikkel tot bedrog weggenomen wordt door het gebod dat bezit enkel rechtmatig is indien het is gebaseerd op een overeenkomst zonder onzekerheid betreffende de daaruit resulterende rechten en plichten. Het is een ordening van de totstandbrenging van bezit die relaties op basis van afhankelijkheid voorkomt.

Al de overige mogelijke methoden zijn batil, wat betekent dat deze geen bezit tot stand brengen en voor het individu geen rechten over feiten zullen doen realiseren.

Eet en drinkt, maar verkwist niet. Hij heeft de verkwisters niet life. De Betekenissen van de Koran

 8. Benutting van bezit

Benutting van bezit in het economisch systeem van Islam is niet helemaal vrijgelaten aan de mens. Zoals in het hoofdstuk betreffende bezit in de Islam reeds is uiteengezet, wordt bezit gedefinieerd als "toestemming van de Schepper een bepaald feit of een voordeel van een feit te benutten, tezamen met toestemming benutting van het feit door anderen te beperken." Uit deze definitie van bezit blijkt dat de benutting van bezit beperkt is door de Schepper, omdat bezit het recht is een feit op een bepaalde manier te gebruiken. In feite heeft Islam de mens drie methoden toegestaan waarop bezit benut mag worden, en deze methoden zijn daarmee de enige toegestane methoden van benutting van bezit binnen het economisch systeem van de Islam. Deze methoden zijn: investeren, consumeren en weggeven in gift. Weggeven en consumeren spreken in deze voor zich - datgene wat men niet mag consumeren mag men tevens niet bezitten - vandaar dat hier de aandacht gericht zal zijn op de derde methode van besteding van bezit, namelijk de investering.

 8.1 Investeren

De realiteit van bezit is dat het ofwel aan het land ontsproten is, ofwel verkregen is uit ruil, ofwel een verandering van andere bezittingen is. Hieruit blijkt dat de eerste methode van benutting van bezit, investeren, ofwel het land betreft, ofwel de handel, ofwel de industrie.

 Land

Land dat onbewerkt is gebleven voor een periode langer dan drie jaar, zogenaamd "dood land", kan door een individu tot bezit worden genomen door het te omheinen of te bewerken. Dit betekent dat bewerken van land in bezit een verplichting is op de eigenaar van het land, wil men het in eigendom behouden. Land in bezit geeft de eigenaar in ieder geval de mogelijkheid het weg te geven of het te verkopen. Beide manieren van benutten beëindigen bezit, waarbij enkel in geval van verkoop nog iets rest, namelijk de verkoopopbrengst. Om het bezit van het land te continueren moet het land bebouwd worden, ingericht als weidegrond of ingericht als landbouwgrond. Waar land bebouwd wordt vervalt de classificatie dood land. Eenmaal bebouwd kan land nog altijd weggegeven worden, verkocht of verhuurd, omdat de eigendomsregel van drie jaar niet op bebouwd land van toepassing is. Hetzelfde geldt voor land dat ingericht wordt door de eigenaar als weidegrond. Hij mag dit weggeven of verkopen, gebruiken om zijn veestapel te laten grazen of verhuren aan derden zodat hun vee er kan grazen. Land dat ingericht is als landbouwgrond moet ook werkelijk bewerkt worden. Ofwel onderneemt men dit in eigen beheer, waarvoor het toegestaan is mensen in dienst te nemen om het werk te verrichten, of men geeft het weg aan anderen om te bewerken. Verhuur van landbouwgrond is niet toegestaan, evenmin als leasing. De eigenaar van landbouwgrond heeft drie jaar de tijd om voor het land een toepassing te vinden of om het te verkopen, maar waar de grens van drie jaren is verstreken zonder dat dit plaats gevonden heeft, neemt de staat het bezit af om te verdelen onder haar onderdanen die het wel productief kunnen gebruiken.[5]

 Handel

In werkelijkheid zijn niet al de feiten benodigd door de mens beschikbaar op het juiste moment, op de juiste plaats. Het bemachtigen van deze feiten door middel van dwang en geweld op het moment dat ze nodig zijn maar niet beschikbaar, is verdorven en allerminst rechtvaardig. Enkel chaos zou hieruit resulteren. Het is derhalve duidelijk dat een economisch systeem de mens een manier dient te geven om op de gewenste momenten in bezit te komen van wat benodigd is. Handel is deze manier. In Islam vallen twee manieren van handel te onderscheiden, de toegestane manier (in het Arabisch halal), zijnde de verkoop, en de niet toegestane manier van handel (in het Arabisch haraam), zijnde de rente. De verkoop is een overeenkomst tussen twee partijen, gebaseerd op het principe van "aanbod (in het Arabisch ijab) en acceptatie (in het Arabisch qabool)". Als zodanig is een verkoopovereenkomst afgesloten bij de uitspraak van de woorden "ik heb verkocht" en "ik heb gekocht", ofwel woorden of handelingen van gelijke betekenis. Zowel de verkoper als koper hebben het recht iemand als vertegenwoordiger in te huren, om namens hen de transactie te verrichten. Ook in deze gevallen is de overeenkomst geldig en bindend, op voorwaarde dat de vertegenwoordigers werken op basis van een vastgesteld loon anders dan een percentage van de winst of de waarde van de overeenkomst. De rente is gedefinieerd als een overeenkomst waarbij de ruil geld voor geld is, goud voor goud, zilver voor zilver, tarwe voor tarwe, gerst voor gerst, dadels voor dadels of zout voor zout; allen in dezelfde vorm. Dus een ruil van Euro's voor Dollars is toegestaan en is geen rente, mits de ruil effectief plaatsvindt op het moment van de transactie en niet in de toekomst. Echter een ruil goud nu voor meer goud in de toekomst is rente en daarmee verboden.

 Industrie

De industrie is een belangrijk onderdeel van de economie van ieder land. Waar in het verre verleden de industrie bestond uit eenmanszaken van voornamelijk handwerklieden heeft met de industriële revolutie de industrie haar hedendaagse de vorm gekregen, die van hoofdzakelijk bestaande uit grote ondernemingen waarin een massa mensen aan productie werken. In haar essentie is industrie "het veranderen van de eigenschappen van feiten", zoals in het voorbeeld van ruwe olie dat wordt omgezet in asfalt, stookolie, benzines en gassen; of "het combineren van eigenschappen van feiten", zoals wanneer verschillende oliën en mineralen tot een parfum gecombineerd worden. Deze beide vormen van industrie zijn toegestaan in de Islam en men mag deze activiteiten zowel in eigen beheer ondernemen als anderen verzoeken deze activiteiten te ondernemen, in welk geval de regelgeving betreffende werk van toepassing is. Maar, gezien het feit dat industrie tegenwoordig nauwelijks nog door individuen bedreven wordt en de eenmanszaken vele malen minder van belang zijn dan voorheen, is de voornaamste regelgeving betreffende industrie de Islamitische Regelgeving betreffende ondernemingen geworden.

 8.2 Vennootschap in Islam

Een vennootschap is een overeenkomst tussen twee (of meer) partijen en betreft de intentie samen te werken aan een bepaalde zaak, met als doel het maken van winst. Zoals altijd het geval bij overeenkomsten volgens Islam behoort ook een overeenkomst als deze zowel een aanbod als een acceptatie te bevatten, en dus de woorden "ik ben met jouw een vennootschap overeengekomen betreffende deze of gene zaak" en "ik heb geaccepteerd", of woorden of handeling van gelijke betekenis. Islam kent vijf soorten van vennootschapsovereenkomsten (ondernemingen):

1. Al 'Inan (vennootschap van gelijken)

2. Al Abdan (vennootschap van personen)

3. Al Mudharaba (vennootschap van kapitaal en personen)

4. Al Wujooh (vennootschap van naam), en

5. Al Mufawadha (vennootschap van onderhandeling)

 Al 'Inan

Een overeenkomst naar Al 'Inan is waar twee partijen kapitaal inbrengen in overeenkomst, en zowel het werk in als de winsten die resulteren uit de vennootschap delen. Een voorwaarde voor het ingebrachte kapitaal is dat het zowel liquide moet zijn alswel uit te drukken valt in monetair termen. Dit wil zeggen dat een van de partners een gebouw als kapitaal in mag brengen in de vennootschap, maar dat de waarde van het huis uitgedrukt in geld bepaalt welk percentage van het totale kapitaal van de vennootschap door middel van het huis is ingebracht. Onder Al 'Inan zijn de partners gelijken, ondanks het mogelijke verschil in kapitaal dat elk van hen in de vennootschap ingebracht heeft. Dit betekent dat beiden bevoegd zijn te kopen, te verkopen, te huren of te verhuren namens de vennootschap zonder dat verdere toestemming hiervoor van de overige partner(s) noodzakelijk is. De afspraak van een van de partners is bindend voor de vennootschap. De beide partners hebben gelijk en volledige zeggenschap over het kapitaal van de vennootschap omdat de vennootschap van Al 'Inan gebaseerd is op vertrouwen. Het is de partners niet toegestaan een persoon als persoonlijk afgevaardigde te laten werken in Al 'Inan, de partner moet zelf het werk in Al 'Inan ondernemen. De winsten die de vennootschap weet te realiseren worden verdeeld onder de partners zoals bij hun overeenkomst is afgesproken. Enkel verliezen worden gedeeld over de partners naar inbreng van het startkapitaal.

 Al Abdan

In Al Abdan komen twee of meer partners een vennootschap overeen zonder startkapitaal in te brengen, enkel hun arbeid. De arbeid kan zowel fysiek als intellectueel van aard zijn. De partners hoeven niet per se van gelijke beroep te zijn maar kunnen de verantwoordelijkheden die die voortvloeien uit een vennootschap- boekhouden, kopen, verkopen, et cetera - onder elkaar verdelen. Al de partners in Al Abdan hebben gelijk en volledig zeggenschap over de vennootschap. Dit betekent dat afspraken gedaan door een van de partners bindend zijn voor de vennootschap en dat betaling door afnemers aan een van de partners de afnemer zijn verplichtingen wegneemt. Wederom mogen de partners geen gebruik maken van afgevaardigden en moeten ze zelf het werk in Al Abdan verrichten. De winsten en verliezen die resulteren uit Al Abdan worden verdeeld zoals afgesproken.

 Al Mudharaba

Zoals reeds eerder is uiteengezet is de vennootschapsvorm bekend als Al Mudharaba een overeenkomst waarbij een van de partijen het kapitaal van de onderneming inbrengt en de andere partij het werk verricht. De winsten worden verdeeld over beide partners zoals afgesproken, mogelijke verliezen gaan ten laste van het kapitaal van de onderneming. De zeggenschap over het kapitaal gaat onder Al Mudharaba over van de partner die het kapitaal inbrengt in de vennootschap op de het lichaam van de vennootschap, de partner die het werk verricht. Dit is omdat onder Al Mudharaba in feite het kapitaal ter beschikking wordt gesteld aan het lichaam om mee te werken of te handelen. Wel kunnen de manieren waarop met het lichaam van de vennootschap om mag gaan met het kapitaal beperkt worden, bijvoorbeeld dat het lichaam enkel in wol mag handelen, of niets mag exporteren, maar dit dient onderdeel te zijn van de afspraak betreffende de Al Mudharaba. De Mudharaba neemt een aanvang niet met de totstandkoming van de overeenkomst tussen de beide partners maar met de overdracht van het kapitaal op het lichaam.

 Al Wujooh

Bij Al Wujooh stelt een partner het kapitaal ter beschikking aan twee of meer partners die de arbeid voor de vennootschap zullen verrichten. Dit is dus een vennootschap min of meer in lijn met de Al Mudharaba, zij die in dit geval twee of meer partners het lichaam van de vennootschap vormen. Winsten uit de vennootschap kunnen gelijk worden verdeeld over de partners of zoals afgesproken. De afwijking van gelijke verdeling kan gebaseerd zijn op de reputatie of de naam die een van de partners buiten zijn arbeid in de vennootschap inbrengt. Onder Al Wujooh hebben de partners die tezamen het lichaam van de vennootschap uitmaken gelijke en volledige zeggenschap over de vennootschap en zijn afspraken die zij maken bindend voor de vennootschap. Waar twee of meer partners een overeenkomst afsluiten om samen in te kopen zonder voor hun vennootschap kapitaal te zoeken bij een derde partij waarbij gebruik wordt gemaakt van de reputatie van een van de partners om tegen betere voorwaarden in te kunnen kopen, is tevens sprake van Al Wujooh. De partners kopen goederen om te handelen als partner in Al Wujooh op krediet en spreken af de winsten uit de verkoop van deze goederen te verdelen volgens een bepaalde sleutel. Verliezen bij deze vorm van Al Wujooh, echter, worden gedeeld door de partners op basis van hun aandeel in de initiële aankoop van goederen.

 Al Mufawadha

Al Mufawadha is de naam voor de vennootschapsvorm waarbij de karakteristieken van al de voorgaande vennootschapsvormen worden gemengd. Bijvoorbeeld, een partner brengt in de vennootschap kapitaal in, evenals de twee andere partners in de vennootschap van Al Mufawadha die echter tezamen met hun kapitaal tevens arbeid inbrengen. Bovendien kan de vennootschap gebruik maken van de reputatie van een van de partners om op krediet aan te kopen datgene wat nodig is. Een dergelijke vennootschaps-overeenkomst is door Islam toegestaan omdat zij is gebaseerd op vormen van overeenkomst die toegestaan zijn.

 Beëindiging van vennootschap

De vennootschapsovereenkomst tussen twee partijen vervalt op het moment dat een van de partners sterft, krankzinnig wordt of onder curatele wordt geplaatst als gevolg van bewijs van onbekwaamheid. Verder is het beide partners toegestaan de overeenkomst te beëindigen. Mocht de gestorven partner een erfgenaam achterlaten, dan is het deze toegestaan de vennootschap voort te zetten en zijn rol in de vennootschap op te eisen. Evenzo, echter, mag de erfgenaam ook de beëindiging van de vennootschap eisen om zijn deel van het kapitaal van de vennootschap in bezit te krijgen. Deze eis is een recht voor iedere partner in de overeenkomst en dus ook voor de erfgenaam van een overleden partner. Waar de overeenkomst meer dan twee partijen kent en een van de partners het eind van de overeenkomst eist terwijl de overige partners tevreden zijn over de overeenkomst, mag de ontevreden partner het kapitaal uit de vennootschap nemen dat hem toekomt en kunnen de overige partners onder een nieuwe overeenkomst op gelijke voet doorgaan. Hier is echter een verschil tussen de Al Mudharaba vennootschap en de overige vennootschapsvormen in Islam. In de Al Mudharaba, als het lichaam van de overeenkomst de verkoop van de onderneming eist, terwijl de verschaffer van het kapitaal de ontbinding van de onderneming verlangt, dan is het de eis van de mudharib die ingewilligd wordt en dient de onderneming verkocht te worden. De reden hiervoor is dat in Al Mudharib het recht van het lichaam van de vennootschap enkel een deel van de winst van de onderneming is en deze zal niet bekend zijn enkel in het geval van verkoop van de onderneming. Bij al de overige vennootschapsovereenkomsten geldt dat als een van de partners de onderneming verkocht wil zien, terwijl de ander(en) de onderneming ontbonden wil(len) zien worden, dan zal ontbinding van de onderneming plaatsvinden en niet verkopen.

 8.3 Conclusie

Wil een economie zichzelf ontwikkelen en wil de samenleving vooruitgang boeken, dan is een voorwaarde waaraan voldaan moet worden zodanig dat de welvaart van de samenleving circuleert en productief benut wordt. Deze realiteit doet de Islamitische wetgeving betreffende land begrijpen. Het moet benut worden, zo niet dan gaat bezit ervan over op een ander die het wel zal benutten. Islam verzorgt zo een circulatie van welvaart waarbij het ten alle tijde productief benut wordt en de ontwikkelen van relaties van afhankelijkheid voorkomt. Zo wordt het land waarover de samenleving de beschikking heeft ten optimale benut en komt een gezonde allocatie van bezit tot stand die de samenleving ten gunste is, en niet slechts enkelen in de samenleving. Betreffende de vennootschap, hiermee heeft Islam de mens de mogelijkheid gegeven zijn bezit productief in te zetten door arbeid, kapitaal en reputatie de mogelijkheid te geven samen te komen om elkanders productiviteit te verbeteren. De ondernemingen in Islam bevatten altijd een persoonlijk element. Het zijn individuen die als persoon een afspraak aangaan die hen daarna verplicht hun eigen arbeid in te zetten ten gunste van de overeenkomst. Dit betekent dat Islam ondernemingsvormen zoals de "naamloze vennootschap", de ondernemingsvorm waarbij participatie in de overeenkomst in aandelen wordt weergegeven, niet toestaat en niet erkent. Een van de redenen hiervoor is dat in deze ondernemingsvorm de overeenkomst zuiver tussen kapitaal is en niet tussen personen, terwijl geen van de deelnemers in de overeenkomst zijn arbeid hoeft in te zetten voor de onderneming. Zeggenschap in dergelijke ondernemingen is niet voor de persoon die heeft geïnvesteerd in de onderneming, maar voor het kapitaal dat is geïnvesteerd. En de persoon die heeft geïnvesteerd in de onderneming heeft geen zeggenschap binnen de onderneming, hij heeft met zijn investering niet de bevoegdheid gekregen afspraken te mogen maken namens de onderneming. Min of meer hetzelfde geldt voor de kapitalistische ondernemingsvorm "coöperatie", ook deze vorm van vennootschap is om dezelfde redenen niet toegestaan in Islam. In Islam moet kapitaal benut worden, en ze heeft het kapitaal hiertoe de mogelijkheid gegeven door middel van haar regelgeving betreffende vennootschappen. In het kapitalistisch systeem is de arbeid afhankelijk van het kapitaal, maar het kapitaal onafhankelijk van de arbeid. In Islam is dit anders. Het kapitaal dat niet productief wordt ingezet en dat wordt opgepot zonder omlijnd uiteindelijk doel, zal afgenomen worden en verdeeld worden onder degenen die haar wel productief zullen inzetten. Hiermee houdt Islam de relaties tussen de mensen in de samenleving gezond: het kapitaal heeft tevens de arbeid nodig, buiten dat de arbeid het kapitaal nodig heeft.

De risico's die horen bij ondernemen worden op eerlijke wijze verdeeld over de partners, wat iets anders is dan in gelijke delen. Het kapitaal dat ingebracht wordt in een onderneming is per definitie kapitaal dat niet gebruikt behoeft te worden voor de bevrediging van de primaire behoeften van haar bezitter. Dit maakt begrijpelijk waarom in Islam het kapitaal altijd het risico van verlies draagt, in tegenstelling tot het kapitalistisch systeem waarin het kapitaal altijd het minste risico draagt.


Voorwaar, de imam is als een schild

Profeet Mohammed

 9. De rol van de staat

 9.1 Verantwoordelijkheden voor de staat

Gezien de verantwoordelijkheden die de staat zijn toebedeeld bij de ordening van economisch leven van haar onderdanen kan men zeggen dat de rol van de staat in drie delen uiteenvalt. Enerzijds is het de verantwoordelijkheid van de staat de geboden en verboden van Allah, de sjari'a, ten uitvoer te brengen. Dit is een algemene regel en geldt dus evenzeer voor de geboden en verboden die horen bij de ordening van het economisch leven van de mens. De staat brengt de ordening van Islam ten uitvoer. Naleving van de wetten die horen bij deze ordeningen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de moslims zelf, op basis van hun taqwa. Echter, uiteindelijk is het de staat die naleving van de wetten dient te garanderen en die de bestraffingen bij overtrading van de wetten ten uitvoer brengt. Hiermee voorkomt de staat dat de mensen relaties aangaan die niet juist zijn voor de samenleving en niet toegestaan door Islam. De staat dient er dus voor te zorgen dat de mensen enkel op de juiste manieren bezit tot stand brengen en niet op methoden die niet zijn toegestaan, zoals door middel van fraude of misleiding. En de staat moet ervoor zorgen dat de mensen hun bezit op de juiste manieren benutten. Dit betekent bijvoorbeeld dat de staat ervoor dient te zorgen dat de mensen zich niet inlaten met gokken of rente, dat de welvaart niet opgepot[6] wordt door de mensen en dat er zich geen monopolievorming noch kartelvorming voordoet, omdat deze twee ten doel hebben relaties van afhankelijk te creëren tussen mensen.

Verder zijn prijsvoorschriften niet toegestaan daar zij zwarte markten doen ontstaan, plaatsen waar handel wordt gedreven buiten het zicht van de staat en dus buiten haar sfeer van invloed, en ook dit dient de staat te voorkomen.

De staat heeft tevens de verantwoordelijkheid voor het beheer van de publieke goederen toegewezen gekregen. Ze is daarmee verantwoordelijk ervoor te zorgen dat deze feiten ten gunste van de Oemmah benut worden. De staat mag haar eigen machines gebruiken en mensen inhuren om de delving van bijvoorbeeld de mineralen te realiseren, of de staat mag zowel mensen als machines inhuren om dit mogelijk te maken. Maar in geen geval mag de staat de delvingsrechten verkopen. Niemand heeft het recht de mineralen te delven buiten de staat en de staat moet dan ook deze activiteit in eigen beheer ondernemen. De winsten die resulteren uit delving en verkoop, of delving, verwerking en verkoop van de mineralen komen ten gunste van de staatskas, de Bait ul-Mal. Deze opbrengst zijn het voordeel dat resulteert uit de publieke goederen en dient daarmee haar "bezitters" ten goede te komen.

De manier waarop de staat deze inkomsten benut is naar haar eigen goeddunken, zolang maar de derde verantwoordelijkheid, de zorg voor haar onderdanen en Islam, ermee gediend wordt. Het mag geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van andere mijnen of bronnen, het mag

verdeeld worden onder de Oemmah in de vorm van een uitkering, het mag op enigerlei andere wijze ingezet worden ten bate van de Oemmah en Islam (scholen, wegen, defensie, et cetera). De staat dient ervoor te zorgen dat er werk is voor de mensen die het zoeken. Voor de mensen die niet in staat zijn te werken en die niemand hebben om voor ze te zorgen dient de staat op te treden als verantwoordelijke. Om deze verantwoordelijkheden na te kunnen komen dient de staat echter over de middelen te beschikken die haar hiertoe in staat stellen. Het hiernavolgende is derhalve een uitzetting van de methoden waarop het de staat is toegestaan de benodigde middelen te vergaren.

 9.2 Middelen voor de staat

 Publieke goederen

Een eerste bron van inkomsten voor de staat waarmee ze haar verplichtingen ten opzichte van haar onderdanen na kan komen vormen de publieke goederen. Deze goederen zijn eigendom van de Oemmah maar vallen onder de verantwoordelijkheid van de staat. Het voordeel dat deze goederen realiseren dient door de staat ingezet te worden ten voordele van de Oemmah.

 Kharaj

Over de opbrengsten van het land dat voor Islam geopend is ofwel door oorlog ofwel door overeenkomst mag de staat belasting heffen, de kharaj. Het maakt geen verschil of het land het bezit is van moslims of van niet-moslims, beide kunnen door de staat kharaj-plichtig worden gesteld. De waarde die betaald zal moeten worden als kharaj is afhankelijk van 5 factoren, namelijk de vruchtbaarheid van het land, hetgeen dat wordt geoogst, de kwaliteit en kwantiteit van hetgeen wordt geoogst, de methode waarop het land bewaterd raakt (op natuurlijke wijze als gevolg van regen of rivier, of door de mens) en locatie van het land. Al deze vijf namelijk beïnvloeden het voordeel dat resulteert uit het land.

 'Ushr

'Ushr is een belasting op de opbrengst van een specifiek land in bezit van moslims. 'Ushr mag enkel over een bepaald type land geheven worden, zijnde 'ushri land:

1. Het Arabisch Schiereiland;

2. De landen waarvan de bewoners zich hebben bekeerd tot Islam, zoals Indonesië en Zuidoost Azië;

3. Land dat door middel van oorlog is geopend voor Islam en dat verdeeld is geworden door de Islamitische Staat onder de moslimstrijders;

4. Land dat geopend is door middel van een overeenkomst,

waarbij overeengekomen is dat het land in het bezit blijft van haar oorspronkelijke bewoners. Wanneer deze bezitters zich bekeren tot Islam of hun bezit over doen gaan op een moslim wordt hun land 'ushri land;

5. "Dood" land dat door moslims door middel van bewerking weer tot leven wordt gewekt.

Betreffende het verschil tussen kharaj en 'ushr, kharaj wordt enkel geheven over land dat geopend is als gevolg van oorlog of door overeenkomst, ongeacht of de eigenaar van het land moslim is of niet moslim. 'Ushr omvat meer land, ook de landen die islamitisch zijn geworden zonder oorlog of overeenkomst, maar wordt enkel geheven indien de eigenaar van het land moslim is en niet indien de eigenaar van het land een niet-moslim is. Over een land dat geopend is als gevolg van oorlog of door overeenkomst, willekeurig of het land bewerkt is of niet en willekeurig wie het in bezit heeft, kharaj zal geheven moeten worden. Wanneer nu het bezit van dit land overgaat op een moslim – de bezitter wordt moslim of hij verkoopt het aan een moslim, dan veranderd dit niets aan de status van het land alszijnde "geopend door middel van oorlog of overeenkomst". Derhalve zal ook de moslim eigenaar kharaj-plichtig blijven. Maar het land is als gevolg van deze verandering 'ushri land geworden en dus zal nu tevens 'ushr betaald moeten worden over de opbrengst van het land. De moslim bezitter betaalt in een dergelijk geval over het land derhalve kharaj en 'ushr. Een niet-moslim zal nooit 'ushr hoeven te betalen.

 Jizya

Jizya is hetgeen de niet-moslim onderdanen van de Islamitische Staat in de vorm van een heffing dienen te betalen, in ruil voor de bescherming van hun eer en bezit en de vrije uitoefening van hun religie die de staat hen biedt. Het is de som die per jaar wordt geheven op diegenen die Islam niet willen accepteren, maar die wel onder de bescherming van de Islamitische Staat wensen te leven. De staat heeft de plicht het te vorderen van de niet-moslim volwassen mannen van gezond verstand. De staat heeft dus geen recht op jizya van kinderen, krankzinnigen of vrouwen. De waarde van de jizya is afhankelijk van de rijkdom van de

dhimmi (niet-moslim onderdaan van de Islamitische Staat). De rijken onder hen behoren meer te betalen dan de middenklasse, die op hun beurt weer meer behoren te betalen dan de arme mensen met een inkomen. De armen zonder inkomen zijn niet jizya-plichtig. In het verleden was de jizya voor de rijken vastgesteld op 4 dinar, oftewel 17 gram goud, per jaar. De niet-moslim middenklasse betaalt 2 dinar in jizya per jaar, en de arme niet-moslims met inkomen 1 dinar. In euro's vertaalt zich dit bij de huidige waarde van goud tot ongeveer 180 euro per jaar voor de rijken, 90 euro per jaar voor de middenklasse, en 45 euro per jaar voor de armen. Uiteindelijk, echter, zijn er twee overwegingen die de staat in haar besluit betreffende de waarde van de jizya mee dient te laten wegen. Enerzijds mogen de dhimmi niet overbelast worden, anderzijds mogen de rechten van de staat niet geschonden worden.

 Zakat

Onderdeel van de verplichte aanbidding die Allah de moslims heeft opgelegd is de zakat, een afdracht over bezit. Het is daarmee een afdracht die de staat int enkel van de moslims en niet van haar nietmoslim onderdanen, omdat die niet gedwongen mogen worden handelingen van aanbidding te verrichten. Zakat moet worden betaald over bezit in de vorm van vee, de oogst, goud, zilver en papiergeld. Maar de zakat is alleen verplicht indien het bezit van deze vijf feiten een bepaald minimum overschrijdt. In het geval van vee is dit vijf kamelen, of dertig runderen (waarbij de runderen die het land bewerken zijn vrijgesteld), of veertig schapen. Zakat over oogst geldt enkel in geval van tarwe, gerst, dadels en rozijnen, waarbij de oogst minimal 652,8 kilogram dient te zijn. Voor zilver geldt een minimum van bezit van 595 gram terwijl voor goud het minimum bezit 85 gram is. Juwelen zijn hierbij vrijgesteld indien zij gehouden worden enkel ter decoratie van de eigenaar. Voor papiergeld geldt als minimumbezit een waarde equivalent aan 595 gram zilver of 85 gram goud. Verder dient tevens zakat betaald te worden over het bezit aan handelsgoederen indien de waarde hiervan de grens van 595 gram zilver of 85 gram goud passeert. Echter, in tegenstelling tot de hierboven genoemde bronnen van inkomsten voor de staat is de zakat niet voor de oemmah maar hebben slechts zeven groepen van mensen er recht op:

1. De armen (in het Arabisch al foenqaraa), zijnde de mensen die niet in hun primaire behoeften (voeding, kleding en onderdak) kunnen voorzien;

2. De armlastigen (in het Arabisch al masakeen), oftewel de mensen nog armer dan de armen, de mensen wiens armoede men niet meer bemerkt[7];

3. De mensen die de zakat inzamelen (in het Arabisch al 'amileen 'alayha);

4. De mensen wier harten overtuigd dienen te worden (in het Arabisch al moeallafatoe qoeloeboehoem), zijnde de mensen in posities van invloed wiens geloof nog niet echt sterk in het hart verankerd is;

5. Slaven (in het Arabisch ar riqab), opdat zij zich vrij kunnen kopen;

6. Schuldenaren (in het Arabisch al gharimeen); en

7. De reiziger gestrand in de Islamitische Staat (in het Arabisch ibn oes sabeel).

Ten laatste mag de zakat worden uitgegeven "op de weg van Allah" wat betekent voor jihad, de oorlogsvoering:

8. In de weg van Allah (in het Arabisch fi sabeelillah).

Dit zijn de voornaamste bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat: de publieke goederen, kharaj, 'ushr, jizya en zakat. Verdere inkomsten waar de staat over kan beschikken zijn onder andere het geld dat op illegale manier is vergaard en daarom in beslag is genomen door de staat, maar waarvan de oorspronkelijke eigenaar niet kan worden achterhaald; hetgeen degenen die vechten tegen de moslims op het slagveld achter laten; het vijfde deel van schatten die gedolven worden in het land; het bezit van degene die overlijdt zonder erfgenamen; … . Waar dit voor de staat niet voldoende is om haar verplichtingen van na te komen is het de staat toegestaan belasting te heffen op het deel van het bezit van de moslims dat het minimum dat nodig is ter bevrediging van de primaire behoeften te boven gaat. Dit is omdat de verplichtingen die rusten op de staat feitelijk verplichtingen zijn op de Oemmah. Indien de staat uit de haar toegestane bronnen van inkomsten niet genoeg middelen kan genereren hiervoor en de moslims niet deze verantwoordelijkheden na komen, dan moet de staat nemen van de moslims wat nodig is om deze verplichtingen na te komen.

 9.3 Conclusie

Islam heeft de staat een duidelijke rol gegeven bij de ordening van het economisch leven van de mens - de staat is de uiteindelijke verantwoordelijke voor het welzijn van haar onderdanen. In de context van economie vereist welzijn twee zaken. Ten eerste dat de welvaart waarover de samenleving beschikt ook werkelijk door de samenleving circuleert. Niet onder enkel de rijken of de bevoorrechten in de samenleving maar onder allen, zodat eenieder werkelijk de mogelijk heeft bezit tot stand te brengen en de welvaart te creëren die hem en de mensen onder zijn hoede de mogelijkheid geeft een menswaardig bestaan te leiden, vrij van de behoefte aan voeding, kleding en onderdak. Ten tweede dat de relaties tussen de mensen niet een relatie van competitie is, van "jij of ik". Dergelijke relaties zijn het resultaat van oppervlakkig denken en zij leiden ertoe dat de mens zijn gehele leven achter het brood dat hij behoeft aanrent, vrezend dat een ander hem voor zal zijn en het in zijn plaats zal nemen. Dergelijke relaties leiden enkel tot onrust in de samenleving en bij de mens.

Islam heeft de staat de plicht toebedeeld het islamitische economisch systeem over haar onderdanen ten uitvoer te brengen, en hun economisch leven te ordenen volgens dit systeem. Opdat de welvaart circuleert, en dat aan ieder de middelen beschikbaar worden gesteld. Dit geldt niet alleen voor de allocatie van de middelen ter consumptie maar tevens voor de middelen ter productie. En waar dit alsnog mensen behoeftig achterlaat, daar zorgt de staat voor hen; opdat rust mag heersen in de samenleving en bij de mens, in de wetenschap dat uiteindelijk, altijd, de staat voor hem zal zorgen.

 Slotwoord

Islam is dus duidelijk meer dan wat gewoonlijk in de westerse wereld begrepen wordt onder religie. Islam ordent niet enkel het religieuze leven van de mens, maar Islam is een alomvattende oplossing voor de problemen die horen bij het leven. Hier is economisch systeem van de islam geintroduceerd, maar net zo zou men boeken kunnen schrijven - zoals gedaan is - over het sociaal systeem van Islam, het strafrechterlijk systeem van Islam, de ordening van de overheid volgens Islam, et cetera. Mijn hoop is dat dit boek, deze eerste introductie tot economie in Islam in het Nederlands, zal bijdragen aan realisatie van dit feit binnen wetenschappelijk Nederland. Opdat Islam in de toekomst door haar behandeld zal worden zoals het hoort; in onderkenning van haar realiteit, in objectiviteit, als alternatief.

Want Islam biedt de mens de ruimte zijn creativiteit te benutten, en ze geeft de mens de mogelijkheid zijn creativiteit te benutten door hem de mogelijkheid te geven bezit tot stand te brengen en door hem de mogelijkheid te geven zijn bezit aan te wenden. Uiteindelijk, namelijk, is het de creativiteit van de mens die de materiele vooruitgang in het leven doet realiseren. Onder Communisme wordt de menselijke creativiteit gesmoord en komt de ontwikkeling en de materiele vooruitgang van de samenleving tot stilstand. Maar Kapitalisme geeft het werkelijke potentieel van de mensen evenmin een kans. Het houdt mensen bezig met een continue strijd om te overleven. En het spoort egoïsme aan, wat uiteindelijk de massa doet lijden. Islam geeft de menselijke creativiteit de ruimte en spoort altruïsme aan. Zo wordt werkelijk vooruitgang geboekt, en alleen zo komt de ontwikkeling van de materie de mensheid ten goede.

Tegelijkertijd garandeert Islam een menselijk bestaan voor eenieder. En dit is werkelijk rechtvaardig. Een systeem dat geleverde inspanning negeert bij de verdeling van de welvaart over de samenleving is in haar diepste wezen reeds onrechtvaardigheid, alsmede onnatuurlijk. Bovendien ontneemt een dergelijk systeem het individu te motivatie te

werken. Daarmee ontneemt het de samenleving de mogelijkheid zich te ontwikkelen en maakt het vooruitgang in het leven onmogelijk. Net zo min is er rechtvaardigheid in een systeem dat bij de verdeling van de welvaart enkel verlangen en vermogen een rol laat spelen. In dit systeem zal het bestaan van de natuurlijke behoefte aan bezit in de mens er toe leiden dat al de middelen ter bevrediging van de behoeften door de meest verlangende en meest in staat zijnde mens vergaart zal worden, degenen die het minst verlangen of in staat zijn volkomen onbevredigd achter latend. Een rechtvaardig systeem baseert de allocatie van middelen over de samenleving op basis van inspanning en kunde, maar verzorgt tevens de behoeften van de minder verlangenden of de minder kundigen.

Ook mag niet uit het oog verloren worden dat economisch handelen relaties realiseert tussen mensen en daarmee invloed op de samenleving geeft. Een samenleving is namelijk meer dan enkel een verzameling individuen, maar een geheel van individuen en relaties; dit is een realiteit waarmee een ordening van een zo belangrijk onderdeel van het leven rekening mee dient te houden. De methoden waarop bezit tot stand gebracht en aangewend mag worden moeten hierbij op een zodanige wijze geordend zijn, dat de belangen van ieder individu en vande samenleving behartigd worden. Het is de reden dat Islam in haar ordening zich niet laat leiden door een beperkte visie waaronder ieder oordeel is gebaseerd op "invloed op productie" als enigste overweging. Voor welzijn van de samenleving, namelijk, moeten de primaire behoeften van ieder mens in de samenleving bevredigd worden, en moeten onnatuurlijke relaties van afhankelijkheid, onderdanigheid en macht in de samenleving afwezig zijn. De samenleving is waarin we leven, samen met anderen. Daarmee kan men niet genoeg waarderen het feit dat Islam relaties van afhankelijkheid en relaties gebaseerd op macht niet toestaat.

Ten slotte zou ik graag willen zeggen dat hiermee dat hiermee duidelijk is dat binnen de ideologie van de Islam de staat een belangrijke rol speelt. Binnen het economisch systeem speelt zij een belangrijke rol, en zij is het die de ideologie over de mensen ten uitvoer brengt, die de ideologie beschermt en die werkt om haar invloed te verspreiden. Zonder Islamitische Staat, met andere woorden, bestaat er geen islamitische manier van leven:

"God is het die de hemelen geschapen heeft en de aarde en uit de hemel water heeft doen nederdalen waarmede Hij vruchten heeft doen ontspruiten als onderhoud voor u. En Hij heeft voor u de schepen dienstbaar gemaakt om te varen op zee naar Zijn bevel en Hij heeft voor u de rivieren dienstbaar gemaakt. Hij heeft voor u de zon en de maan dienstbaar gemaakt als twee zwoegers en Hij heeft voor u de nacht en de dag dienstbaar gemaakt. Hij heeft u gegeven van alles wat gij Hem gevraagd hebt en indien gij de weldaden van God opsomt kunt gij die niet tellen. De mens is waarlijk onrechtvaardig en ondankbaar." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Ibrahim, vers 32 - 34)


 Bron vermelding

• An Nabhani, Taquiddin; "The Economic System in Islam", Al-Khilafa Publications Publications, 1990

• As Sadr, Mohammed Baqir; "Our Economy (Iqtisaduna)",

BookExtra Publications, 2002

• Gray, John; "False Dawn: The Delusions of Global Capitalism", Granta Books, 2002

• Katz, Michael L., en Rosen, Harvey S.; "Microeconomics", Irwin,1991

• Krugman, Paul, en Obstfeld, Maurice; "International Economics", Addison Wesley, 1997

• Leeflang, P.S.H; "Probleemgebied Marketing", Stenfert Kroese,1981

• Mankiw, N. Gregory; "Macroeconomics", Worth Publishers, 1992

• Screpanti, Ernesto, en Zamagni, Stefano; "An Outline of the History of Economic Thought", Clarendon Press, 1993

• Soros, George; "The Crisis of Global Capitalism", PublicAffairs, 1998

• Stiglitz, Joseph; "Globalization and its Discontent", Penguin Publishers, 2004

• Zaloom, Abdul Qadeem; "Funds in the Islamic State", Al-Khilafa Publications Publications, 1988



[1]  "Oemmah" is de naam voor de gemeenschap van moslims, waar ook ter wereld zij zich mogen bevinden.

[2]  Zie bijvoorbeeld George Soros: "The Crisis of Global Capitalism", en

John Gray: "False Dawn: the Delusions of Global Capitalism"

[3]  De term Imam kan het best worden vertaald met de Nederlandse term voorganger en is als zodanig iets anders dan een dominee, pastoor of rabbi. In de context van deze Hadith, echter, wordt Imam als synoniemgebruikt voor Khalief. De Khalief de gekozen leider van de Islamitische Staat.

[4] Als enigste ideologie houdt Islam in haar wetgeving rekening met het bestaan van verschillende overtuigingen. De wetgeving van Islam, namelijk, maakt onderscheidt tussen wetten met Islam als voorwaarde, en algeme geldende wetten. De wetten met Islam als voorwaarde gelden enkel voor de moslims en niet voor de niet-molims, om te voorkomen dat niet-moslims verplicht wordt wat hun overtuiging hen verboden heeft en om hen in staat te stellen het leven vorm te geven in overeenstemming met de eigen overtuiging.

[5] Dit laatste oordeel heeft de islamhouse niet nagekeken

[6] "Oppotten" is iets anders dan "sparen". Oppotten valt te definiëren als "verzamelen zonder intentie van besteden", sparen is in feite enkel een uitstel van besteding, oftewel "verzamelen met de intentie van besteden". Islam heeft sparen toegestaan maar oppotten verboden.

[7] Dit zijn de mensen die zo arm zijn dat ze geen enkel verlangen meer koesteren, niet bedelen en, ientengevolge niet opgemerkt worden door de mensen