Vrouwen binnen de Islam versus vrouwen binnen de Judaeo Christelijke traditie.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

  Introductie

Vijf jaar geleden las ik in de Toronto star, uitgave van 3 juli 1990, een artikel met de titel: De islam is niet de enige met patriarchale leerstellingen, geschreven door Gwynne Dyer. Het artikel beschreef de woedende reacties van de deelnemers van een conferentie over de vrouwen en macht, welke gehouden werd in Montreal, op de kritiek van de beroemde Egyptische feminist Dr. Nawal Saadawi. Haar politiek onjuiste beweringen bevatten de volgende: ‘’de meesten beperkende elementen jegens vrouwen kunnen in eerste instantie gevonden worden binnen het jodendom in het Oude Testament, daarna binnen het Christendom en dan in de Koran”, ‘’alle religies zijn patriarchaal, omdat zij afstammen van patriarchale samenlevingen’’ en ‘’het bedekken van vrouwen is geen specifieke Islamitische gewoonte, maar een zeer oude culturele erfenis met overeenkomsten binnen de zusterreligies.’’ De deelnemers konden het niet verdragen om daar te blijven, terwijl hun geloof werd vergeleken met de Islam. Dus ontving Dr. Saadawi een stortvloed aan kritiek. ‘’Dr. Saadawi’s opmerkingen zijn onacceptable. Haar antwoorden onthullen een gebrek aan kennis betreffende het geloof van anderen,”  verklaarde Bernice Dubois van ‘World Movement of Mothers’. ‘’Ik protesteer,’’ zei panellid Alice Shalvi van ‘Israel women’s network’, ‘’er bestaat niet zoiets al seen hoofdstuk (sluier) binnen het Jodendom.” Het artikel schreef deze woedende protesten toe aan de (sterke) neiging van het Westen om de Islam als zondebok te gebruiken voor zaken die net zo goed een deel zijn van het culturele erfgoed van het Westen. ‘’Christelijke en Joodse feministen waren niet van plan om te accepteren dat ze op dezelfde wijze worden bediscussieerd, binnen hetzelfde categorie, als deze slechte Moslims,” schreef Gwynne Dyer.

Ik was niet verrast, dat de deelneemsters van de conferentie een zeer negatieve beeld hadden van de Islam, vooral betreffende vrouwenzaken. In het Westen wordt er veronderstelt, dat de Islam het symbool is voor de vrouwenonderdrukking. Om te begrijpen hoe sterk dit geloof is, is het voldoende om te zeggen dat de Minister van Onderwijs in Frankrijk, het land van Voltaire, onlangs heeft opgedragen om alle gesluierde jonge Moslimvrouwen van Franse scholen te sturen.[1] Aan een jonge Moslimstudente wordt het recht op onderwijs in Frankrijk ontzegt, wanneer zij een hoofddoek draagt, terwijl het een Katholieke student, die een kruis draagt, of een Joodse student, die een keppeltje draagt, niet wordt ontzegt. De gebeurtenis van Franse politiemannen, voorkwamen dat jonge hoofddoekdragende Moslimvrouwen hun middelbare school konden betreden, is onvergetelijk. Het doet herinneren aan een andere geljkwaardige schandelijke gebeurtenis van de Gouverneur van Alabama in 1962, George Wallace, toen hij voor de poort van een school stond en probeerde de toegang voor donkere studenten te blokkeren om de rassenscheiding te behouden op de scholen in Alabama. Het verschil tussen de twee gebeurtenissen is, dat de donkere studenten het medeleven hadden van vele mensen in de Verenigde Staten en in de rest van de wereld.

President Kennedy stuurde de ﷻ‬.S. National Guard om de toegang van de donkere studenten af te dwingen. Aan de andere kant, ontvingen de Moslimmeisjes geen hulp van wie dan ook. Hun zaak lijkt weinig sympathie op te roepen, zowel binnen als buiten Frankrijk. De reden is de wijdverspreide mistverstand en angst voor alles wat Islamitisch is in de hedendaagse wereld.

Wat mij het meeste intrigeerde betreffende de conferentie in Motreal was één vraag: Waren de uitlatingen die Saadawi had gedaan of de kritieken feitelijk juist? Met andere woorden: hebben het Jodendom, het Christendom en de Islam dezelfde denkbeelden betreffende vrouwen? Zijn zij verschillend in hun denkbeelden? Bieden het Jodendom en het Christendom werkelijk een betere behandeling aan vrouwen dan de Islam doet? Wat is de waarheid?

Het is niet gemakkelijk om te zoeken naar en antwoorden te vinden op deze moeilijke vragen. De eerste moeilijkheid is, dat men eerlijk en objectief dient te zijn, of op zijn minst zijn uiterste best moet doen om dat te zijn. Dit is overigens wat de Islam onderwijst. De Koran heeft de Moslims opdragen om de waarheid te spreken, zelfs wanneer het de verwanten tegen staat (ze het niet leuk vinden): “En wanneer jullie rechtspreken, weest dan rechtvaardig, ook al betreft het een verwant.” (Koran 6:152), “O jullie die geloven! Weest standvastigen ten aanzien van de gerechtigheid, als getuigen omwille van Allah. Zelfs tegenover jullie zelf of de ouders en de verwanten, of het nu een rijke of een arme is (waartegen getuigd moet worden)…” (Koran 4:135).

De andere moeilijkheid is de overweldigende breedte van het onderwerp. Daarom heb ik de afgelopen jaren vele uren besteed aan het lezen van Bijbel, de Encyclopendie van Religie (Encyclopaedia of Religion) en de Encyclopedie over het Jodendom (Encyclopaedia Judaica), zoekende naar antwoorden. Ik heb ook verschillende boeken gelezen die de positie van de vrouwen in verschillende religies bespreken, geschreven door geleerden, apologeten (geloofsverdedigers) en critici. Het materiaal wat wordt gepresenteerd in de volgende hoodstukken representeer de belangerijke bevindingen van dit bescheiden onderzoek. Ik beweer niet volledig objectief te zijn. Dit gaat boven mijn beperkte capaciteit. Hetgeen ik kan zeggen is, dat ik heb geprobeerd om gedurende dit onderzoek het Koranische ideal over het spreken van de waarheid te volgen.

Ik zou in deze introductie willen benadrukken, dat het niet het doel van deze studie is, om het Jodendom of het Christendom te denigreren. Als Moslims, geloven we in de goddelijke oorsprong van beide. Niemand kan een Moslim zijn zonder te geloven in Mozes en Jezus als grote profeten van God. Mijn doel is het verdedigen van de Islam en het leveren van een bijdrage aan de laatste waarachtige Boodschap van God aan de mens. Ik zou ook willen benadrukken, dat ik me enkel heb gebaseerd op doctrines (leerstellingen). Dus, mijn zaak is, hoofdzakelijk, de positie van vrouwen binnen de drie religies zoals deze blijkt uit hun miljoenen volgelingen in de hedendaagse wereld.

Daarom komt het grootste deel van het geciteerde bewijsmateriaal uit de Koran, de uitspraken van de profeet Mohammed, de Bijbel, de Talmud, en de uitspraken van een aantal van de invloedrijkste Kerkvaders, wiens standpunten onmetelijk hebben bijgedragen aan het definiëren  en het vormen van het Christendom. Deze belangestelling voor de bronnen is gerelateerd aan het feit dat het begrijpen van een zekere religie via de houdingen en het gedrag van een aantal van zijn volgelingen misleidend is. Vele mensen verwarren cultuur met de religie, vele anderen weten niet wat hun religieuze boeken zeggen, en vele anderen interesseert het niet eens.


 De fout van Eva

De drie religies zijn het met elkaar eens over één fundamentele feit, namelijk: vrouwen en mannen zijn beiden geschapen door God, de Schepper van het gehele universum. Daarentegen begint het geschil vlak na de schepping van de eerste man (Adam) en de eerste vrouw (Eva). Het Joods-Christelijke denkbeeld over de schepping van Adam en Eva is in detail overgeleverd in Genesis 2:4-3:24. God verbood hen beiden te eten van het fruit van de verboden boom. De slang verleidde Eva om er van te eten en Eva verleidde op haar beurt Adam om samen met haar te eten.

Toen God Adam berispte voor wat hij had gedaan, gaf hij alle schuld aan Eva, ‘‘De vrouw die u heeft gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.“ Met als gevolg dat God tegen Eva zei, ‘‘Jouw zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.“ Tegen Adam zei Hij, ‘‘Je hebt geluisterd naar je vrouw en gegeten van de boom...Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang....“

Het Islamitische denkbeeld over de eerste schepping wordt gevonden op verschillende plaatsen in de Koran, bijvoorbeeld: “En: ‘‘O Adam, verblijft in het Paradijs, jij en je vrouw, en eet wat jullie willen, en nadert deze boom niet, want dan zullen jullie tot de onrechtplegers behoren.“ Toen fluisterde de Satan hen in om te onthullen wat er van hun schaamte bedekt was, en hij zei: “Jullie Heer houdt jullie slechts van deze boom af, omdat jullie anders Engelen worden, of dat jullie tot de eeuwiglevenden zullen behoren.“ En hij bezwoer hun: “Voorwaar, ik behoor voor jullie zeker tot de raadgevers.“ Waarlijk, hij bedroog hen door misleiding. Toen zij dan van (de vruchten) de boom hadden geproefd, werd hun schaamte zichtbaar en zij begonnen zich te bedekken met aanééngeregen bladeren van het Paradijs. En hun Heer riep tot hen: ‘‘Heb ik jullie deze boom van jullie niet verboden en heb ik niet tot jullie gezegd: ‘‘Voorwaar, de Satan is voor jullie een duidelijke vijand?  Zij zeiden: ‘‘Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en wanneer ﷻ‬ ons niet vergeeft en ons geen genade schenkt, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren.“  (Koran, 7:19-23)

Een voorzichtige blik op de twee verklaringen over het verhaal van de Schepping laat ons enige essentiële verschillen zien. De Koran geeft, in tegenstelling tot de Bijbel, aan dat zowel Adam als Eva schuldig worden bevonden aan hun fout. Men kan nergens in de Koran zelfs de kleinste aanwijzing vinden dat Eva, Adam heeft verleidt om te eten van de boom of zelfs dat zij er voor hem van gegeten had. Eva is in de Koran geen verleidster en geen bedriegster. Bovendien kan Eva niet beschuldigd worden voor de pijn van de zwangerschap. Volgens de Koran straft God niemand voor andermans fouten. Zowel Adam als Eva hebben een zonde begaan en vroegen God toen om vergiffenis, en Hij vergaf hen beiden.


 De Erfenis van Eva

Het beeld van Eva als verleidster in de Bijbel, heeft gezord voor een extreem negatief effect op de vrouwen binnen de Joods-Christelijke traditie. Er werd gelooft, dat alle vrouwen erfgenamen waren van hun moeder, de Bijbelse Eva, betreffende zowel haar schuld als haar sluwheid. Het gevolg hiervan was, dat zij allen als onbetrouwbaar, ondergesschikt en slecht werden gezien. Geacht werd dat de menstruatie, de zwangerschap en de bevalling terechte straffen waren voor de eeuwige schuld van het vervloekte vrouwelijke geslacht. Om in te zien hoe negatief de invloed van de Bijbelse Eva op al haar vrouwelijke afstammelingen was, dienen we te kijken naar de geschriften van een aantal van de belangerijkste Joden en Christenen allertijden.

Laten we beginnen met het Oude Testament en kijken naar aanhalingen die Wijze literatuur  genoemd worden, waarin we het volgende aantreffen: ‘‘En ik vond iets bitterder dan de dood: De vrouw, zelf een strik, haar hart een net, haar armen ketenen. Wie bij God in gunst staat ontkomt haar, maar de zondaar wordt door haar gevangen. Zie, zo heb ik het gevonden, zegt de Prediker, het een bij het ander nemend om een eindoordeel op te maken. Wat ik voorts vurig gezocht maar niet gevonden heb: Op duizend heb ik een rechtschapen man gevonden, maar een rechtschapen vrouw heb ik onder zovelen niet gevonden.“ (Ecclesiastes 7:26-28)

In een ander deel van de Hebreeuwse literatuur, wat gevonden wordt in de Katholieke Bijbel, kunnen we lezen: ‘‘Alle kwaad valt in het niet bij het kwaad van een vrouw... Bij een vrouw is de zonde begonnen, door haar moeten wij allen sterven.“ (Ecclesiasticus 25:19,24)

Joodse Rabbijnen maakten een lijst van negen vloeken, waarmee vrouwen bestraft worden als gevolg van de Zondeval: ‘‘ Aan de vrouw gaf Hij negen vloeken en de dood: de belasting met het bloed van de menstruatie en het bloed van de maagdelijkheid; de belasting met de zwangerschap; de belasting met de bevalling; de belasting met het grootbrengen van de kinderen; haar hoofd is bedekt als bij iemand in rouw; zij doorprikt haar oren zoals een blivende slaaf of slavin die haar meester dient; zij wordt niet gelooft als getuige; en na al het voorgaande-de dood.“[2]

Vandaag de dag reciteren orthodoxe Joodse mannen in hun dagelijkse ochtendgebed: ‘‘Gezegend is God, de Koning van het universum, dat Gij geen vrouw van mij heeft gemaakt.“ De vrouwen daartentegen danken God iedere ochtend voor ‘‘mij maken volgens Uw wil.“ (voor het maken van mij volgens Uw wil) [3]

Een ander gebed wat gevonden kan worden in vele Joodse gebedsboeken: ‘‘Geprezen zij God dat Hij mij niet als een heiden heeft geschapen. Geprezen zij God Hij mij niet als een vrouw heeft geschappen. Geprezen zij God dat Hij mij niet als domkop (ontwetende) heeft geschapen.‘‘[4]

De Bijbelse Eva heeft een gtotere rol gespeeld binnen het Christendom, dan binnen het Jodendom. Binnen het Christelijke geloof staat haar zonde centraal, omdat de Christelijke voorstelling van de reden voor de missie van Jezus Christus op aarde, voortkomt uit de ongehoorzaamheid van Eva aan God. Zij had gezondigd en verleidde Adam daarna om haar daarin te volgen. Als gevolg daarvan, verdreef God hen beiden uit het Paradijs naar de Aarde, welke wegens hen was vervloekt. Zij hebben hun zonde, die niet vergeven was door God, nagelaten aan al hun afstammelingen, en dus zijn alle mensen in zonde geboren. Om de mensen van hun ‘erfzonde‘ te reinigen, moest God Jezus, die wordt beschouwd als de Zoon van God. Met andere woorden: één vrouw die eigenhandig handelde heeft de val van de mensheid veroorzaakt.[5] En hoe zit het met haar dochters? Zij zijn ook zondaren net zoals zij, en zij dienen ook zo te worden behandeld. Luister naar de strenge toon van St. Paul in het Nieuwe Testament: ‘‘De vrouw ontvangt zwijgend onderricht, in alle onderdanigheid. Onderricht te geven of zich boven den man te verheffen sta ik een vrouw niet toe; zij moet zich stilhouden. Immers Adam is het eerste geschapen, daarna Eva. En niet Adam werd verleid, maar de vrouw liet zich verleiden en kwam ten val.“ (I Timotheus 2:11-14)

St. Tertullian was zelfs nog botter dan St. Paul, terwijl hij sprak over zijn ‘meest geliefde zusters‘ in het geloof, zei hij:[6] “Weten jullie niet dat jullie ieder een Eva zijn? Het oordeel van God op jullie geslacht leeft in dit tijdperk: de schuld moet noodzakelijkerwijze ook leven. Jullie zijn de Duivelse poort: jullie zijn de openers van de verboden boom: jullie zijn de deserteurs van de goddelijke wetgeving: Jullie zijn degenen die hem overtuigd hebben, bij wie de duivel niet dapper genoeg was om aan te vallen. Jullie hebben God’s evenbeeld, de man, zo gemakkelijk vernietigd. Wegens jullie desertering heeft zelfs de Zoon van God moeten sterven.“

St. Augustine was trouw aan de wetgeving van zijn voorgangers, hij schreef aan een vriend: ‘‘Wat is het verschil of het in een vrouw of een moeder is, het blijft Eva, de verleidster, waarvoor we moeten uitkijken in iedere vrouw...Ik zie niet in wat er nuttig kan zijn voor een man in een vrouw, behalve het baren van kinderen.“

Eeuwen later beschouwt St. Thomas Aquinas de vrouwen nog als zwakzinnig: “Betreffende de persoonlijke aard is de vrouw zwakzinnig en slecht, want de actieve kracht in de zaad van de man neigt tot de productie van een perfecte gelijkenis in het mannelijke geslacht; terwijl de productie van vrouwen komt van een gebrek aan de actieve kracht of van een andere essentiële ongenegenheid of aan een invloed van buitenaf.‘‘

Tenslotte kon de vernaarde hervomer Martin luther geen enkele voordeel in een vrouw zien, behalve zoveel kinderen op de wereld brengen als mogelijk, ongeacht de eventuele bijwerkingen: “Wanneer zij vermoeid raken of zelfs sterven, dat maakt niet uit. Laat hen sterven tijdens de bevalling, dat is waarom zij hier zijn.‘‘

Herhaaldelijk worden de vrouwen belasterd wegens het beeld van Eva, de verleidster, dankzij de verklaring in Genesis. Samengevat, kunnen we stellen dat de Joods-Christelijke voorstelling van vrouwen verdroven is door het geloof in de zondige aard van Eva en haar vrouwelijke nakomelingen. Als we nu onze aandacht richten op wat de Koran zegt over vrouwen, zullen we ons als snel realiseren dat de Islamitische voorstelling van vrouwen totaal (radicaal) anders is dan de Joods-Christelijke voorstelling. Laat de Koran voor zichzelf spreken: ‘‘Voorwaar, de mannen die zich hebben overgegeven (aan Allah) en de vrouwen die zich hebben overgegeven, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de waarachtige mannen en de waarachtige vrouwen, en de geduldige mannen en de geduldige vrouwen, en de ootmoedige mannen en de ootmoedige vrouwen, en de bijdragen gevende mannen en de bijdragen gevende vrouwen, en de vastende mannen en de vastende vrouwen die (daarover) waken, en de mannen die Allah veelvuldig gedenken en de vrouwen die gedenken: Allah heeft voor hen vergeving bereid en een geweldige beloning.“ (Koran 33:55). ‘‘ En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars helpers, zij roepen op tot het behoorlijke en verbieden het verwerpelijke en zij onderhouden de salat en geven de zakat en zij gehoorzamen Allah en zijn boodschapper, zij zijn degenen die Allah zal begenadigen. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.‘‘ (Koran 9:71)

En hun Heer heeft hun (smeekbede) verhoord, (zeggend:) “Voorwaar, ik doe het werk van de werkenden van jullie niet verloren gaan, of het nu van een man of vrouw is, jullie komen uit elkaar voort... „ (Koran 3:195)

“Wie een slechte daad heeft verricht wordt niet anders dan met haar gelijke vergolden. En wie een goede daad heeft verricht, man of vrouw; terwijl hij (of zij) een gelovige is: zij zijn het die het Paradijs zullen binnengaan...“ (Koran 40:40)

“Wie het goede doet, man of vrouw, en hij gelooft: voorwaar, aan hem geven Wij een goed leven. En Wij zullen hen zeker belonen met hun beloning, volgens het beste van wat zij plachten te doen.“ (Koran 16:97)

Het is duidelijk dat Koranische kijk op vrouwen niet anders is dan op mannen. Zij zijn beiden schepselen van God, wiens verheven doel op aarde is, het aanbidden van hun Heer, het verrichten van goede daden, en het vermijden van het slechte, en zij zullen beiden volgens dat beoordeeld worden. De Koran vermeldt nergens, dat de vrouw de duivelse poort is of dat zij van nature een bedriegster is. De Koran vermeld ook nergens dat de man het evenbeeld van God is, alle mannen en vrouwen zijn Zijn schepselen, dat is het. Volgens de Koran is de rol van de vrouw op aarde niet beperkt tot het baren van kinderen. Zij is verplicht om net zoveel goede daden te verrichten als iedere ander man (die hiertoe verplicht). De Koran zegt nergens dat er nooit oprechte vrouwen hebben bestaan. Integendeel, de Koran heeft alle gelovigen opdragen, zowel de vrouwen als de mannen, het voorbeeld te volgen van ideale vrouwen als de Maagd Maria en de vrouw van de Farao: “En (aan) de gelovigen heeft Allah de vrouw van Fir’aun als voorbeeld gegeven, toen zij zei: “Mijn Heer, bouw voor mij een huis aan Uw Zijde in het Paradijs, en red mij van Fir’aun en zijn daden en red mij van het onrechtvaardige volk.“ En (het voorbeeld) Maryam, de dochter van ‘Imran, die haar eerbaarheid bewaard had, waarop Wij in haar van Onze geest bliezen en zij getuigde van de Waarheid van de Woorden van haar Heer en Zijn schriften en zij behoorde tot de gehoorzamen.“ (Koran 66:11-12)


 Schandelijk dochters

In feite start het verschil tussen de Bijbelse en de Koranische houding tegenover de vrouwelijk sekse wanneer een vrouw is geboren. De Bijbel veklaart bijvoorbeeld, dat de periode van de rituele onreinheid van de moeder twee keer zo lang is wanneer er een meisje is geboren, dan wanneer er een jongen is geboren (Lev. 12:2-5). De Katholieke Bijbel verklaart daarbij uitdrukkelijk: “...De geboorte van een dochter is een verlies.“ (Ecclesiasticus 22:3). In tegenstelling tot deze schokkende verklaring, ontvangen jongens een speciale lofprijzing: “Een man wie zijn zoon onderwijst zal zijn vijanden jaloers maken.“ (Ecclesiasticus 30:3).

Joodse Rabbijnen maakten het verplicht voor Joodse mannen om nakomelingen te produceren om het ras te vermenigvuldigen. Tegelijkertijd verbogen zij hun duidelijke voorkeur voor mannelijke kinderen niet: ‘‘Het is goed voor degenen wiens kinderen mannelijk zijn, maar het is slecht voor degenen wiens kinderen vrouwelijk zijn“, “Wees bij de geboorte van een jongen allen blij.... Wees bij de geboorte van een meisje allen bedroefd“ en “Wanneer er een jongen ter wereld komt, komt er vrede ter wereld... Wanneer er een meisje komt, komt er niks.“[7]

Een dochter wordt beschouws als een pijnlijke last, een mogelijke bron van schaamte voor haar vader: “Bewaak een eigenzinnige dochter streng, anders maakt ze je belachelijk bij je vijanden, bezorgt ze je geroddel in de stad, een oploop van het volk en maakte ze je bij velen te schande.“ (Ecclesiasticus 42:11). En: “Bewaak een eigenzinnige vrouw streng, anders gooit ze haar eer te grabbel zodra ze de kans krijgt. Let goed op haar schaamteloze blik, wees niet verwonderd als ze zich tegenover je misdraagt.“ (Ecclesiasticus 26:10-11)

Dit zelfde idee over het behandelen van dochters als bronnen van schaamte leidde de heidense Arabieren, voor de komst van de Islam, tot het doden van de meisjes baby’s.

De Koran veroordeeld deze heidense praktijken streng: “En wanneer één van hen de verheugende tijding verkondigd wordt van (de geboorte van) een meisje wordt zijn gezicht somber en is hij vertoornd. Hij verbergt zich voor de mensen wegens het slechte nieuws wat hij kreeg! Zal hij het in weerwil van de schande behouden of zal hij het in de grond verstoppen? Weet: slecht is het waar zij over oordelen!“ (Koran 16:58-59).

Het dient te worden vermeldt, dat deze kwaadaardige misdaad nooit zou zijn gestopt in Arabië zonder de kracht van de vernietigende termen die door de Koran worden gebruikt om deze praktijken te veroordelen (Koran 16:58-59, 43:17, 81:8-9). Bovendien maakt de Koran geen onderscheid tussen jongens en meisjes. In tegenstelling tot de Bijbel, beschouwt de Koran de geboorte van een meisje als een geschenk en een zegening van God, hetzelfde geldt voor de geboorte van een meisje zelfs eerst: “Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde. Hij schept wat Hij wil en Hij schenkt meisjes aan wie Hij wil en Hij schenkt jongens aan wie Hij wil.“ (Koran 42:49).

Om alle sporen van de moorden op meisjesbaby’s uit te wissen binnen de nieuw vormende moslimsamenleving, beloofde de profeet Mohammed vzmh een grote beloning voor degenen die gezegend waren met dochters, indien zij hen goedaardig grootbrachten: “Hij die betrokken is bij het grootbrengen van dochters, en hen goed behandeld, zij zullen een bescherming voor zijn tegen het Hellevuur.“ (Bukhari en Muslim)

“Degene die twee meisjes onderhoudt tot zij de volwassenheid bereiken, hij en ik zullen op de Dag der opstand komen als dit; en hij hield zijn vingers bij elkaar.“ (Muslim)


 Vrouwenonderwijs

Het verschil tussen de Bijbelse en de Koranische voorstellingen over vrouwen is niet beperkt tot de pas geboren meisjes, het breidt zich uit tot ver voorbij dat. Laten we hun standpunten vergelijken tegenover een vrouw die probeert over haar religie te leren. Het hart van het Jodendom is de Torah, de wet. Echter, volgens de Talmud, ‘‘zijn vrouwen vrijgesteld van het bestuderen van de Torah.“  Sommige Joodse Rabbijnen verklaren bevestigd “Laat de woorden van de Torah eerder door vuur vernietigd worden dan dat het wordt overgebracht aan vrouwen“, en “Degene die aan zijn dochter de Torah onderwijst is alsof hij haar iets onzedelijks onderwees.“[8]

De houding van St. Paul in het Nieuwe Testament is niet helderder: “Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.“ (I Corinthians 14:34-35).

Hoe kan een vrouw leren als het niet toegestaan is voor haar om te spreken? Hoe kan een vrouw intellectueel groeien als ze verplicht is om in een staat van volledige onderwerping te zijn? Hoe kan zij haar horizon verbreden als haar enige informatiebron haar man thuis is?

Welnu, om eerlijk te zijn zullen we moeten vragen: is er een verschil met de Koranische positie? Één kort verhaal, welke in de Koran is overgeleverd, somt zijn positie beknopt op. Khawlah was een moslimvrouw waarvan haar man Aws de volgende verklaring uitsprak op een moment van boosheid: “Je bent voor mij als de rug van mijn moeder.“ Dit werd in stand gehouden door heidense Arabieren. Het was een veklaring om te scheiden, welke de echtgenoot onstloeg van enige echtelijke verantwoordelijkheid, maar deze verklaring liet de vrouw niet vrij om het huis van haar echtgenoot te verlaten of om met een andere man te trouwen. Khawlah bevond zich in een ellendige situatie, na het horen van deze woorden van haar echtgenoot. Zij ging rechstreeks naar de profeet van de Islam om te vragen over haar zaak. De profeet was van mening dat zij gedulidig moest zijn, aangezien er geen uitweg leek te zijn. Khawlah bleef discussiëren met de profeet in een poging om haar ontbonden huwelijk te redden. Kort daarna kwam de Koran tussen beiden; het verzoek van khawlah werd geaccepteerd. Het goddelijke oordeel schafte deze onrechtvaardige gewoonte af. Één volledige hoofdstuk (hoofdstuk 58) van de Koran, waarvan de titel ‘Almujadalah‘ of  ‘De Twistster‘ is, werd vernoemd naar dit voorval: “Waarlijk, Allah heeft de woorden gehoord van haar die bij jou twistte over haar echtgenoot en zij klaagt bij Allah. En Allah hoorde het gesprek van jullie beiden aan. En Allah is Alhorend, Alziend.“ (Koran 58:1)

Een vrouw in de Koranische voorstelling, heeft het recht om te discussiëren, zelfs met de profeet van de Islam zelf. Niemand heeft het recht om haar te bevelen om stil te zijn. Zij is niet verplicht om enkel haar echtgenoot te beschouwen als aanspreekpunt in zaken met betrekking tot wetgeving en religie.


 Onreine onzuivere vrouwen

Joodse wetten en voorschriften zijn met betrekking tot menstruerende vrouwen buitengewoon beperkend. Het Oude Testament beschouwt iedere menstuerende vrouw als onrein en onzuiver. Bovendien ‘‘infecteert“ haar onzuiverheid andere ook. Iedereen en alles wat zij aanraakt wordt voor een dag onzuiver: “Wanneer bij een vrouw bloed uit haar schede vloeit, duurt de periode van haar onreinheid zeven dagen. Ieder die haar gedurende die periode aanraakt is tot de avond onrein. Alles waarop ze tijdens haar menstruatie ligt of zit, wordt onrein. Ieder die haar bed aanraakt, of iets waarop ze gezeten heeft, moet zijn kleren en zichzelf met water wassen en blijft tot de avond onrein. Wie iets aanraakt dat op haar bed ligt of op een voorwerp waarop ze heeft gezeten, is tot de avond onrein.“ (Lev. 15:19-23)

Als gevolg van haar “besmettende“ aard, werd een menstuerende vrouw soms “verbannen“ om de mogelijkheid van enig contact met haar te vermijden. Zij werd naar een speciale huis gestuurd, genaamd “het huis van onreinheid“, voor de gehele periode van haar onreidheid.[9] De Talmoud beschouwt een menstuerende vrouw als “fataal“, zelfs zonder lichamelijke contact: “Onze Rabbijnen onderwezen: “...als een menstruerende vrouw tussen twee (mannen) passeert, wanneer het aan het begin van menstruatie is, zal zij één van hen doden, en wanneer het aan het einde van haar menstruatie is, dan zal zij een conflict tussen hen veroorzaken.“ (bPes. 111a).

Bovendien was het voor de echtgenoot van een menstruerende vrouw verboden om de synagoge binnen te treden wanneer hij door haar onrein was gemaakt, zelfs al was het door het stof van onder haar voeten. Een priester van wie zijn vrouw, dochter of moeder menstrueerde, kon geen priesterlijke zegeningen reciteren in de synagoge.[10] Geen wonder dat vele Joodse vrouwen de menstruatie nog altijd beschrijven als “de vloek“[11]

De Islam beschouwt een menstruerende vrouw niet alsof zij “besmettelijk en onrein“ is. Zij is niet “onaanraakbaar“ noch ‘vervloekt‘. Zij leidt een normaal leven met slechts één beperking, namelijk: het is voor een getrouwd paar niet toegestaan om seksuele gemeenschap te hebben tijdens de menstruatieperiode. Ieder andere vorm van lichamelijke contact tussen hen is toegestaan. Verder is een menstruerende vrouw vrijgesteld van sommige rituelen, zoals de dagelijkse gebeden en het vasten gedurende haar menstruatieperiode.


 Getuigenis

Een andere kwestie waarover de Koran en de Bijbel verschillen, is de kwestie over de getuigenis van vrouwen. Het is waar, dat de Koran de gelovigen die financiële transacties aangaan heeft bevolen om twee mannelijke getuigen of één man en twee vrouwen aan te stellen (Koran 2:282). Daarentegen is het ook zo, dat de Koran in ander situaties de getuigenis van een vrouw als gelijk aan dat van een man beschouwt. Het is zelfs zo, dat de getuigenis van de vrouw die van de man ongeldig kan maken. Wanneer een man zijn echtgenote bijvoorbeeld beschuldigd van overspel, is hij door de Koran verplicht om vijf maal plechtig te zweren als bewijs van de schuld van de echtgenote. Wanneer de echtgenote echter ontkent en op dezelfde wijze vijf maal zweert, dan wordt zij niet schuldig bevonden, en in ieder geval wordt het huwelijk ontbonden (Koran 24:6-11).

Aan de andere kant, was het voor vrouwen niet toegestaan om te getuigen in de vroege Joodse samenleving.[12] De Rabbijnen beschouwden het niet kunnen afleggen van een getuigenis door vrouwen als behorende bij de negen vloeken, waarmee alle vrouwen waren getroffen door de Zondeval (zie het deel ‘Eva’s vrouwen Erfenis‘). Het is voor de vrouwen in het huidige Israel niet toegestaan om een getuigenis af te leggen binnen de Rabbijnse gerechtshoven. [13] De Rabbijnen rechtvaardigen dat vrouwen niet kunnen getuigen, door Genesis 18:9-6 te citeren, waarin wordt vermeld dat Sara, de vrouw van Abraham, had gelogen. De Rabijnen gebruiken deze getuigenis als bewijs dat vrouwen ongeschikt zijn om te getuigen. Het dient te worden vermeldt dat dit verhaal, overgeleverd in Genesis 18:9-16, meer dan eens staat vermeldt in de Koran, zonder enige aanwijzing van een enkele leugen door Sara (Koran 11:69-74, 51:24-30). In het Christelijke Westen, sloten zowel de kerkelijke als de civiele wetgeving vrouwen uit van het afleggen van getuigenissen, tot laat in de laatste eeuw.[14]

Wanneer een man zijn echtgenote van overspel beschulidigd, zal haar getuigenis helemaal niet worden overwogen volgens de Bijbel. De beschuldigde echtgenote moet worden onderwerpen aan een godsoordeel. Gedurende deze beproeving, staat de echtgenote tegenover een comlpexe en vernederende ritueel, welke haar schuld of onschuld zou moeten bewijzen (Num. 5:11-31). Wanneer zij schuldig wordt bevonden na deze beproeving, dan zal zij ter dood worden veroordeeld. Wanneer zij onschuldig wordt bevonden, dan is haar man vrij van enige overtreding.

Bovendien, als een man een vrouw huwt en haar vervolgens beschuldigd van het niet zijn van een maagd, dan haar eigen getuigenis niet van waarde zijn. Haar ouders hadden het bewijs van haar maagdelijkheid moeten brengen naar de stadsoudsten. Wanneer de ouders het onschuld van hun dochter niet konden bewijzen, dan werd ze gestenigd tot de dood voor de deur van het huis van haar vader. Als de ouders in staat waren om haar onschuld te bewijzen, dan werd de echtgenoot slechts een boete opgelegd van een honderd zilveren sjekels, en hij kon niet van zijn vrouw scheiden voor zolang als hij leefde: “Het volgende kan zich voordoen: Een man trouwt een vrouw, slaapt met haar en krijgt dan een afkeer van haar. Hij begint haar vals te beschuldigen en leugens over haar rond te strooien: ‘Ik ben met deze vrouw getrouwd, maar tijdens de huwelijksnacht ontdekte ik dat ze geen maagd meer was.‘ Laten haar vader en moeder dan met het bewijs van haar maagdelijkheid naar de oudsten in de stadspoort gaan. De vader van het meisje moet de oudsten vertellen: ‘ik heb mijn dochter aan deze man ten huwelijk gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. Nu beschuldigt hij haar er ten onrechte van dat ze geen maagd meer was. Maar hier is het kleed dat bewijst dat mijn dochter nog wel maagd was.‘ En vervolgens moeten de ouders het kleed voor de stadsoudsten uitspreiden. De stadsoudsten moeten die man hardhandig bestraffen en hem een boete van honderd sjekel zilver laten betalen aan de vader van het meisje, omdat hij twijfel heeft gezaaid over de maagdelijkheid van een Israëlitisch meisje. Verder zal hij haar als zijn vrouw moeten aanvaarden, en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden. Maar als het wel waar is en de maagdelijkheid van het meisje niet kan worden aantgetoond, moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.‘‘ (Deuteronomy 22:13-21).


 Overspel

Overspel wordt in alle religies beschouwd als een zonde. De Bijbel verordent de doodstraf voor zowel de echtbreker als de echtbreekster (Lev. 20:10). De Islam verordent ook gelijke straffen voor zowel de echtbreker als de echtbreekster (Koran 24:2). Echter, de Koranische van overspel verschilt erg van de Bijbelse definitie. Volgens de Koran is overspel, de betrokkenheid van een getrouwde man of een getrouwde vrouw als overspel (Leviticus 20:10, Deuteronomy 22:22, Proverbs 6:20-7:27).

‘‘Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden, zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft. Zo moet u het kwaad dat zich bij de israelieten aandient in de kiem smoren.‘‘ (Deut. 22:22).

‘‘Wie overspel pleegt met een getrouwde vrouw, een vrouw die een ander toebehoort, moet ter dood gebracht worden. Beide echtbrekers moeten worden gedood.‘‘ (lev. 20:10)

Volgens de Bijbelse definitie wordt het helemaal niet als een misdaad beschouwd, als een getrouwde man slaapt met een ongetrouwde vrouw. De getrouwde man die buitenechtelijke verhoudingen heeft met ontgetrouwde vrouwen is geen echtbreker en de .... vrouwen die erbij betrokken waren (met hem), zijn geen echtbreekster. De misdaad van overspel heeft alleen plaatsgevonden, als een man, of hij getrouwd is of ongetrouwd, slaapt met een getrouwde vrouw. In dit geval wordt de man beschouwt alszijnde een echtbreker, zelfs als hij niet getrouwd is, en de vrouw wordt beschouwt alszijnde een echtbreekster. Kortom: er is sprake van overspel bij iedere vorm van onwettige geslachtsgemeenschap waar een getrouwde vrouw bij betrokken is. De buitenechtelijke verhouding van een getrouwde man is niet per se een misdaad in de Bijbel. Waarom wordt er gemeten met verschillende maten? Volgens de Encycplodie Judaica werd de echtgenote gezien als het bezit van haar echtgenoot en is overspel een schending van het exclusieve recht van de echtgenoot, geen dergelijke recht op hem.[15] Dat betekent dat wanneer een man geslachtsgemeenschap had met een getrouwde vrouw, hij het bezit van een andere man zou schenden, en hij dus gestraft zou moeten worden.

Tot op de dag van vandaag is het in Israel zo, dat als een getrouwde man betrokken is bij een buitenechtelijke relatie met een ongetrouwde vrouw, dat zijn kinderen bij die vrouw als wettig worden beschouwd. Maar als een getrouwde vrouw een verhouding heeft met een andere man, ongeacht of hij getrouwd of ongetrouwd is, dan zijn haar kideren bij die man niet alleen onwettig, maar worden zij beschouwd als bastaarden en is het voor hen (de bastaarden) verboden om te trouwen met enige ander Jood dan met bekeerlingen en andere bastaarden. Dit verbod wordt gedurende tien generaties doorgegeven aan de afstammelingen van de kinderen, totdat wordt verondersteld dat het spoor van overspel is verzwakt.[16]

De Koran beschouwt een vrouw daarentegen nooit als het bezit van een man. De Koran beschrijft eloquent de relatie tussen de echtgenoten door te zeggen: ‘‘En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij voor jullie van jullie eigen soort echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie rust bij haar vinden en Hij bracht tussen jullie liefde en barmhartigheid. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt.“ (Koran 30:2)

Dit is de Koranische voorstelling van het huwelijk: liefde barmhartigheid en rust, geen bezitting en dubbele normen.

 Geloften

Volgens de Bijbel, moet een man iedere gelofte die hij aflegt aan God nakomen. Hij mag zijn woord niet breken. Anderzijds is de gelofte van de vrouw niet noodzakelijk bindend voor haar. Het dient namelijk eerst goedgekeurd te worden door haar vader, als ze in zijn huis leeft, of door haar echtgenoot, als zij getrouwd is. Als haar vader/ echtgenoot de geloften van zijn dochter/ echtgenote niet onderschrijft (bekrachtigt), dan worden alle geloften die door haar zijn gemaakt ongeldig en nietig: ‘‘Maar als haar vader bezwaar maakt zodra hij ervan hoort, verliezen al haar geloften en alle verplichtingen die ze op zich genomen heeft hun geldigheid.... Maar verklaart hij ze nadrukkelijk ongeldig als hij ervan hoort, dan draagt hij de volle verantwoordelijkheid.“ (Num. 30:2-15)

Waarom is het woord van een vrouw niet per se bindend? Het antwoord is simpel, namelijk: omdat ze het eigendom is van haar vader, voor het huwelijk, of die van haar echtgenoot na het huwelijk. De controle van de vader over zijn dochter is zodanig, dat hij haar zelfs zou kunnen verkopen, als hij dat zou willen. Het staat in de geschriften van rabbijnen vermeld dat: ‘‘De man zijn dochter mag verkopen, maar dat de vrouw haar dochter niet mag verkopen, de man zijn dochter mag verloven, maar de vrouw haar dochter niet mag verloven.“[17]

De rabbijnse literatuur geeft ook aan, dat het huwelijk, de overdracht van de controle (van de vrouw) van de vader aan de echtgenoot representeert: ‘‘de verloving maakt een vrouw de heilige bezitting – het onschendbare eigendom – van de echtgenoot...“ Het is duidelijk, dat als de vrouw wordt beschouwd als het bezit van iemand anders, ze geen enkele gelofte kan afleggen die haar eigenaar niet goedkeurt.

Het is interessant om op te merken, dat deze Bijbelse instructie met betrekking tot de geloften van vrouwen, negatieve gevolgen heeft gehad voor Judaeo-Christelijke vrouwen tot in het begin van de 20e eeuw. Een getrouwde vrouw had in de Westerse wereld geen wettige status (positie). Geen enkele handeling van haar had enige juridische (wettelijke) waarde. Vrouwen waren in het Westen (de grootste erfgenaam van Judaeo-Christelijke erfenis) niet in staat om bindend contract te maken, omdat zij zo goed als wel het bezit van iemand anders waren. Westerse vrouwen hebben bijna tweeduizend jaar geleden, ten gevolge van de Bijbelse houding ten opzichte van de positie van de vrouwen tegenover hun vaders en echtgenoten.[18] Binnen de Islam, is de gelofte van iedere Muslim, man of vrouw, bindend voor hem/haar. Niemand heeft de macht om de geloften van iemand anders te verwerpen.

Het nalaten van het zich houden aan een plechtige eed, gemaakt door een man of een vrouw, dient te orden beboet (gecompenseerd), zoals voorgeschreven in de Koran:(Bij het verbreken van jullie eden) geldt Kaffarah hiervoor: het voeden van tien armen, zoals jullie gemiddeld jullie families voeden, of het hen kleden, of het vrijlaten van een slaaf.  En wie dat niet vindt: het vasten van drie dagen. Dat is de Kaffarah voor (het verbreken van) jullie eden die jullie zwoeren. Maar weest jullie eden getrouw.“ (Koran 5:89).

Metgezellen van de Profeer Mohammed, mannen en vrouwen, gaven hun eed van trouw persoonlijk aan hem. Vrouwen, en ook de mannen, kwamen onafhankelijk naar hem eden  af te leggen: “Boodschapper, als de gelovige vrouwen tot jou gekomen zijn trouw aan jou te zweren, (zwerend) dat zij geen deelgenoot aan Allah toekennen, en niet stelen en geen ontucht plegen en hun kinderen niet vermoorden, en geen leugen verzinnen over wat tussen hun handen en hun voeten is, en dat zij jou niet in het goede ongehoorzaam zijn: aanvaard dan hun trouw en vraag voor vergeving aan Allah. Voorwaar, Allah is Vergevendsgezind, Meest Barmhartig.“ (Koran 60:12).

Een man kan geen eed afleggen namens zijn dochter of zijn vrouw. Noch kan een man de eed, afgelegd door iemand van zijn vrouwelijke familieleden, verwerpen.


 Bezit van de vrouw

De drie religies delen een onwankelbaar geloof in het belang van het huwelijk en in het gezinsleven. Zij zijn het ook eens over het leiderschap van de echtgenoot binnen het gezin. Desondanks bestaan er overduidelijke verschillen tussen de drie religies met betrekking tot de grenzen van dit leiderschap.  De Joods-Christelijke traditie heeft, in tegenstelling tot de Islam, het leiderschap van de echtgenoot uitgebreid tot het bezitten van zijn vrouw (zij is dus zijn eigendom).

De Joodse traditie, met betrekking tot de rol van de echtgenoot tegenover zijn vrouw, stamt af van de opvatting (denkbeeld) dat bij haar bezit zoals hij zijn slaaf bezit.[19]

Deze opvatting is de reden voor de dubbele maatstaven binnen de wetten van overspel en (de reden) achter het vermogen van de echtgenoot om de geloften van zijn echtgenote teniet te doen. Deze opvatting is eveneens verantwoordelijk voor het feit dat de echtgenote geen enkele controle heeft over haar bezit en hetgeen ze heeft vergaard (verdiend). Zodra een Joodse vrouw trouwde, verloor zij geheel de macht over haar bezit en hetgeen zij had vergaard aan haar echtgenoot. Joodse rabijnen beweerden dat het recht van de echtgenote, een gevolgtrekking is van het feit dat hij zijn echtgenote bezit: “Is het niet logisch dat, aangezien men de vrouw is gaan bezitten, hij ook haar bezittingen, gaat bezitten?“ en “Aangezien hij de vrouw heeft verworven, zou hij dan ook niet haar bezittingen verwerven?“ [20]  Het huwelijk zorgde er dus voor, dat de rijkste vrouw praktische arm werd. De Talmud beschrijft de financiële situatie van een echtgenote als volgt: “Hoe kan een vrouw iets hebben; wat van haar is behoort aan haar echtgenoot? Wat van hem is, is van hem en wat van haar is, is eveneens van hem... Haar verdiensten en wat zij in de straten vindt is wederom van hem. De huishoudartiklen en zelfs de kruimels van het brood op de tafel zijn van hem. Wanneer zij een gast zou uitnodigen in het huis en hem zou voeden, dan zou zij stelen van haar echtgenoot... “ (San. 71a, Git. 62a)

Het is in werkelijkheid zo, dat de bezittingen van een Joodse vrouw bedoelt waren om potentiële huwelijkskandidaten aan te trekken. Een Joodse familie droeg dan een deel van haar vaders bezittingen over aan hun dochter, om gebruikt te worden als bruidsschat in het geval van een huwelijk. Het was deze bruidsschat die joods dochters tot onaangename last maakte voor hun vaders. De vader moest zijn dochter jarenlang grootbrengen, en daarna moest hij voor haar huwelijk, een grote bruidsschat voorbereiden. Een meisje was in een Joodse familie dus geen voordeel, maar een betalingsverplichting.[21]

Deze (betalings)verplichting verklaart, waarom de geboorte van een dochter niet met vreugde gevierd werd in de Joodse samenleving (zie het deel ‘Schandelijke dochters?‘). De bruidsschat was een huwelijksgift welke werd gegeven aan de bruidegom, en dat onder het mom van pachten. De echtgenoot handelde als de werkelijke eigenaar de bruidsschat, maar hij kon het niet verkopen. De bruid verloor alle macht over de bruidsschat op het moment dat zij trouwde. Bovendien werd er van haar verwacht, dat zij na het huwelijk werkte, en al hetgeen ze had verdiend, moest zij afstaan aan haar echtgenoot als tegenprestatie voor haar onderhoud, wat zijn verplichting was. Zij kon haar bezit enkel in twee gevallen terugkrijgen: door scheiding of door de dood van haar echtgenoot. Wanneer zij eerder zou sterven, zou hij haar bezit erven. In het geval dat de echtgenoot doodging, kon de echtgenote haar voor-huwelijkse bezit terugkrijgen, maar zij had geen recht om enig deel van het eigen bezit van haar overleden echtgenoot te erven. Het dient toegevoegd te worden, dat de bruidegom ook een huwelijksgeschenk diende te geven aan zijn bruid, als was hij werderom de werkelijke eigenaar van dit geschenk zolang zij getrouwd waren. [22]

Christenen volgden, tot voor kort, dezelfde Joodse traditie. Zowel de religieuze als de privaatrechtelijke gezaghebbers in het Christelijke Romeinse Rijk (na Constantijn) eisten een bezitsovereenkomst als een voorwaarde voor het erkennen van het huwelijk. Families boden hun dochters uitstelden, tot later dan gewoonlijk.[23] Onder (het) Canoniek recht had een vrouw recht op schadeloostelling (teruggave) van haar bruidsschat, als het huwelijk was teniet gedaan, tenzij zij schuldig was bevonden aan overspel. In dat geval, verspilde zij haar recht op de bruidsschat, welke dan in de handen van haar echtgenoot bleef.[24] Onder (het) Canoniek en privaat recht verloor een vrouw is het Christelijke Europa en Amerika haar eigendomsrechten tot laat in de negentiende en in de vroege twintigste eeuw. De rechten van vrouwen onder (het) Engelse recht bijvoorbeeld, waren samengesteld en gepubliceerd in 1632. Deze ‘rechten‘ bevatten: “Datgene wat de echtgenoot bezit is zijn bezit. Datgene wat de echtgenote bezit is het bezit van de echtgenoot.“[25] De echtgenote verloor niet alleen haar bezit wanneer zij trouwde, zij verloor ook haar persoonlijkheid. Geen enkele handeling van haar was van wettelijke waarde. Haar echtgenoot kon iedere aankoop of geschenk door haar, verwerpen, aangezien het niet van bindende en wettige waarde was. Degene met wie zij een contract had, werd aangehouden als een crimineel voor het deelnemen aan fraude. Bovendien kon zij niet in haar eigen naam vervolgen (voor het gerecht dagen) of vervlogd worden, noch kon zij haar haar eigen echtgenoot vervolgen.[26] Een getrouwde vrouw werd in de ogen van de wet werkelijk behandeld als een kind. De echtgenote behoorde simpelweg aan haar echtgenoot toe en daarom verloor zij haar bezit, haar wettelijke persoonlijkheid en haar familienaam.[27]

De Islam heeft sinds de zevende eeuw A.D. getrouwde vrouwen de onafhankelijke persoonlijkheid toegekend, waarvan het Joods-Christelijke Westen hen tot voor kort had beroofd. Binnen de Islam zijn de bruid en haar familie niet verplicht om wat dan ook als geschenk te geven aan de bruidegom. Het meisje is in een Moslimfamilie geen betalingsverplichting. Een vrouw is zo waardig binnen de Islam, dat zij geen geschenken nodig heeft om potentiële echtgenoten aan te trekken. Het is de bruidegom die een huwelijksgeschenk moet voordragen aan de bruid. Dit geschenk wordt als haar eigen bezit beschouwd en noch de bruidegom, noch de familie van de bruid hebben en enig aandeel in of macht over.

In sommige Moslimsamenlevingen vandaag de dag, is een bruidsschat van honderdduizend dollar aan diamanten niet ongewoon.[28] De bruid behoudt haar bruidsschat, zelfs wanneer zij later is gescheiden. Het is de echtgenoot niet toegestaan om enig aandeel te nemen van het bezit van de echtgenote, behalve wanneer zij hem daar toestemming voor geeft.[29] De Koran heeft zijn positie in deze zaak duidelijk vermeld:

“En geeft de vrouwen hun bruidschatten als een schenking, maar wanneer zij zo goed voor jullie zijn iets ervan (van de bruidschat terug te geven): eet er dan met plezier en welbehagen van.“ (Koran 4:4)

Het bezit en de verdiensten van de echtgenote vallen onder haar eigen toezicht en zijn voor haar eigen gebruik, aangezien haar onderhoud en die van de kinderen onder de verantwoordelijkheid van haar echtgenoot vallen.[30] Hoe rijk de echtgenote ook mag zijn, zij is niet verplicht om te handelen als mede-kostwinner voor de familie, tenzij zij vrijwillig besluit om dit te doen. Beide echtgenoten erven van elkaar. Bovendien behoudt een getrouwde vrouw binnen de Islam haar onafhankelijke wettelijke persoonlijkheid en haar familienaam.[31] Een Amerikaanse rechter merkte over de rechten van de Moslimvrouwen eens op: “Een Moslimmeisje kan tienmaal trouwen maar haar eigen individualiteit wordt niet geabsorbeerd door haar verschillende echtgenoten. Zij is een zonneplaneet met een naam en haar eigen wettelijke persoonlijkheid. [32]


 Scheiding

De drie religies hebben opmerkelijke verschillen in hun standpunten met betrekking tot (het) scheiden. Het Christendom verafschuwd scheiden in zijn geheel. Het Nieuwe Testament bepleit ondubbelzinnig de onoplosbaarheid van het huwelijk. Het wordt toegeschreven aan Jezus dat hij gezegd zou hebben, ‘‘En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot (van haar scheidt), drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten (gescheiden) vrouw, pleegt overspel.“ (Mattheus 5:32). Dit starre ideaal is, zonder twijfel, onrealistisch. Het getuigt van een staat van morele perfectie dat maatschappij nooit heeft bereikt. Wanneer een getrouwde stel zich realiseert dat hun huwelijks leven niet hersteld kan worden dat de gehele Christelijke maatschappij is verplicht om scheidingen te sanctioneren.

Anderzijdse staat het Jodendom scheiden toe, zelfs zonder enige oorzaak. Het Oude Testament geeft de man het recht om te scheiden van zijn vrouw, zelfs wanneer hij haar gewoon niet leuk vindt: “Het volgende kan zich voordoen: Iemand heeft een vrouw getrouwd, maar om een of andere reden is hij ontvreden over haar. Hij schrijft een scheidingsbrief, die hij bij haar vertrek aan haar meegeeft. Ze gaat bij hem weg en wordt de vrouw van een ander. Maar dan krijgt die tweede man een afkeer van haar, en ook hij schrijft een scheidingsbrief en geeft haar die bij haar vertrek mee; of de man die als tweede met haar is getrouwd, komt te overlijden. In zo’n geval mag de eerste man, die van haar gescheiden is, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nu zij voor hem onrein geworden is.“ (Deut. 24:1-4).

De boenstaande verzen hebben aanzienlijk wat debatten opgeleverd tussen Joodse geleerden door hun meningsverschillen over de interpretatie van de woorden ‘ontvreden‘, ‘afkeer‘ en ‘onaangenaam‘, welke genoemd zijn in de verzen. De Talmoed geeft de verschillende meningen weer: ‘‘De School van Shammat dat een man niet van zijn echtgenote zou moeten scheiden, tenzij hij haar schuldig heeft bevonden aan seksueel wangedrag, terwijl de School van Hillel zegt dat hij van haar mag scheiden, zelfs wanneer zij een schotel voor hem verpest heeft. Rabbijn Akiba zegt dat hij zelfs van haar mag scheiden wanneer hij enkel een andere vrouw vindt, die mooier is dan zij.“ (Gittin 90a-b).

Het Nieuwe Testament volgt het Shammaitaanse standpunt, terwijl de Joodse wet de standpunten van de Hillelites en R. Akiba volgt.[33]  Sinds de zienswijze van de Hillelites de overhand kreeg, werd het een blijvende traditie van Joodse wet om de man de vrijheid te geven te scheiden zonder dat daar een reden voor is. Het Oude Testament geeft de man niet enkel het recht om te scheiden van zijn “onaangename“ vrouw, het beschouwt het scheiden van een “slechte vrouw“ zelfs als een verplichting:  “Een slechte vrouw brengt vernedering, een treurig gezicht en pijn in het hart. Wie haar man ongelukkig maakt, bezorgt hem slappe handen en knikkende knieën. Bij een vrouw is de zonde begonnen, door haar moeten wij allen sterven. Laat water niet de vrij loop, laat een kwaadaardige vrouw niet vrijuit spreken. Als ze je niet gehoorzaamt, ban haar dan uit je leven.“ (Ecclesiasticus 25:23-26).

De Talmud heeft verschillende specifieke handelingen van vrouwen vastgelegd, welke hun mannen verplicht om van hen te scheiden: “Wanneer zij eet op straat, wanneer zij begerig drinkt op straat, wanneer zij zoogt op straat, in iedere zaak zegt Rabbijn Meir zij haar echtgenoot dient te verlaten.‘ (Git. 89a).

De Talmud heeft het ook verplicht gesteld, om een onvruchtbare vrouw te scheiden (een vrouw die geen kinderen heeft gebaard in een periode van tien jaar): “Onze Rabbijnen onderwezen: Wanneer een man een echtgenote neemt en hij leeft tien jaar met haar maar zij baart geen kind, hij zal van haar scheiden. (Yeb. 64a).

Vrouwen kunnen, aan de andere kant, geen scheiding starten binnen de Joodse wet. Wel kan een Joods vrouw het recht op scheiding bij een Joodse Hof eisen, onder de voorwaarde dat er een goede reden is. Er zijn echter weinig gegronde redenen vastgelegd, die kunnen leiden tot een toezegging aan de vrouw om te scheiden. Deze redenen bevatten de volgende: een man met een fysieke beperking of een huidaandoening, een echtgenoot die zijn echtelijke verplichtingen niet nakomt, etc. Het Hof zou de eis van de vrouw om te scheiding kunnen steunen, maar het kan het huwelijk niet ontbinden. Slechts de echtgenoot kan het huwelijk ontbinden door zijn vrouw een scheidingsbrief te geven. Het hof zou hem kunnen geselen, een boete geven, gevangen nemen, en excommuniceren als middel om de man te dwingen om de (noodzakelijke) scheidingsbrief aan zijn vrouw te geven. Wanneer de man echter koppig blijft, kan hij weigeren om zijn vrouw een scheiding te verlenen en kan hij haar voor onbepaalde tijd aan hem gebonden houden. Erger nog, hij kan haar verlaten zonder haar scheiding te verlenen en kan hij haar ongetrouwd en ongescheiden achterlaten. Hij kan een andere vrouw huwen of  zelfs leven in een huwelijksband met iedere ongetrouwde vrouw en kinderen van haar krijgen (deze kinderen worden door de Joodse wet als wettig beschouwd).

De verlaten vrouw kan daarentegen geen andere man huwen, aangezien zij volgens de wet nog getrouwd is, en kan zij dus niet met een andere man leven, omdat ze dan wordt gezien als overspelige en haar kinderen uit deze verhouding zullen dan tien generaties lang als buitenechtelijk worden beschouwd. Een vrouw in een dergelijke positie wordt een agunah  (getekende vrouw) genoemd.[34]  In het huidige Verenigde Staten zijn er ongeveer 1000 tot 1500 Joodse vrouwen die agunot zijn (meervoud van agunah), terwijl dit aantal in Israël zelfs rond de 16000 zou kunnen liggen. De mannen zouden hun getekende vrouwen voor duizenden dollaars kunnen afpersen in ruil voor een Joodse echtscheiding.[35]

De Islam bewandelt met betrekking tot de scheiding de middenweg tussen het Christendom en het Jodendom. Het huwelijk is binnen de Islam een heilige verbintenis, wat niet zou moeten worden verbroken, behalve wanneer er een dringende reden bestaat. Het echtpaar wordt opgedragen eerst alle mogelijke oplossingen na te gaan wanneer hun huwelijk in gevaar is.

Men zou de toevlucht niet moeten zoeken tot de scheiding, behalve wanneer er geen andere uitweg meer bestaat. In een notendop: de Islam erkent de scheiding, maar raadt het beslist af (ontmoedigt het). Laten we ons allereerst concentreren op de erkenning. De Islam erkent het recht voor beide partners om hun huwelijkse verhouding te beëindigen.

De Islam geeft de echtgenoot het recht op Talaq (scheiding). Voorts verleent de Islam, in tegenstelling tot het Jodendom, de vrouw het recht om het huwelijk te ontbinden door wat bekend staat als Khula‘.[36]  Als de echtgenoot tot het Jodendom, de vrouw te scheiden, kan hij niets van de bruidschat die hij aan haar heeft gegeven terugvragen. De Koran verbiedt de scheidende echtgenoot nadrukkelijk het terugnemen van de bruidschat, hoe waardevol deze geschenken ook mogen zijn: “En als jullie een vrouw in de plaats van een andere hadden, neemt daar niets van terug: zouden jullie het door laster en duidelijke zonde terugnemen?“ (Koran 4:20).

Als de vrouw ervoor kiest om het huwelijk te beëindigen, dan mag zij de bruidsschat aan haar echtgenoot teruggeven. Het teruggeven van de bruidsschat is dit geval een eerlijk compensatie voor de echtgenoot die zijn vrouw er voor kiest om te scheiden: “En het is jullie niet toegestaan om iets terug te nemen van wat jullie hen (de vrouwen) gegeven hebben, behalve wanneer beide vrezen dat ze niet de voorschriften van Allah in acht kunnen nemen. Dan is het geen zonde voor beide wanneer zij zich ermee vrijkoopt. Dat zijn de voorschriften van Allah, overtreedt die daarom niet.“ (Koran 2:229).

Ook kwam er een vrouw naar de profeet Mohammed vzmh, voor de ontbinding van haar huwelijk. Zij vertelde de profeet vzmh, dat zij geen klachten had over het karakter en de manieren van haar man. Haar enige probleem was, dat zij hem werkelijk niet leuk vond en daarom niet in staat was om nog langer met hem te leven. De profeet vzmh vroeg haar (in vertaling): “Zou jij hem zijn tuin teruggeven (de bruidschat die hij haar gegeven had)? Zij antwoordde: “Ja.“ De profeet vzmh beval de man vervolgens zijn tuin terug te nemen en de ontbinding van het huwelijk te accepteren. (Bukhari).

Het zou kunnen, dat de Moslimvrouw in sommige gevallen haar huwelijk graag zou willen behouden, maar dat zij zich verplicht voelt om een scheiding te eisen, vanwege bijvoorbeeld één van de volgende dringende redenen: wreedheid van de man, ervan doorgegaan zonder reden, een man die zij wettige verplichtingen niet nakomt, etc. In dit soort gevallen ontbindt het Islamitische gerechtshof het huwelijk.[37]

In het kort, de Islam geeft de Moslimvrouw enkele ongeëvenaarde rechten: ze kan het huwelijk beëindigen doormiddel van khula‘ en ze kan verzoeken om een scheiding. Een Moslimvrouw kan nooit worden vastgekend door een eigenzinnige partner. Het waren deze rechten, die Joodse vrouwen, die leefden in de vroege Islamitische gemeenschappen van de 7e eeuw C.E., hadden verleid om te pogen scheidingsbrieven (om te scheiden van hun Joodse mannen) te verkrijgen bij Islamitisch gerechtshoven. De Rabijnen verklaarden deze brieven ongeldig en nietig. Om deze praktijk te beëindigen, gaven de Rabijnen nieuwe rechten en privileges aan Joodse vrouwen, in een poging om de aantrekkingskracht van het Islamitisch gerechtshof te verzwakken. Aan de Joodse vrouwen die in Christelijke landen leefden, werden dergelijke rechten niet geboden, aangezien de Romeinse scheidingswet, die daar werd gepraktiseerd, niet aantrekkelijker was dan de Joodse wetgeving.[38]

Laten we ons nu focussen op, hoe de Islam het scheiden ontmoedigd (maar wel toestaat). De profeet zei tegen de gevoligen (in vertaling): “Van alle toegestane handelingen, is scheiden het meest gehate bij Allah.“ (Abu Dawood).

Een moslimman zou niet van zijn vrouw moeten scheiden, enkel omdat hij haar niet leuk vindt. De Koran beveelt Moslimmannen, goed te zijn voor hun vrouwen, zelfs in tijden, dat hij wat minder enthousiast is of wanneer hij gevoelens van afkeer heeft: “En behandelt hen volgens de voorschriften. En wanneer jullie een afkeer van hen hebben, dan het zijn dat jullie een afkeer hebben van iets, terwijl Allah daarin veel goeds gelegd heeft.“ (Koran 4:19).

De profeet Mohammed gaf gelijkwaardige instructies: “Een gelovige man dient een gelovige vrouw niet te haten. Wanneer hij zich stoort aan een van haar (karakter) eigenschappen, dan zal hij tevreden zijn met een andere.“ (Muslim).

De profeet heeft ook benadrukt, dat de beste Moslims degenen zijn, die het beste zijn voor hun vrouwen: “De gelovigen die het meest perfecte geloof tonen, zijn degenen die het beste karakter hebben, en de besten onder jullie, zijn degenen die het beste zijn voor hun vrouwen.“ (Tirmidthi).

Echter, is de Islam een praktisch geloof, en erkent het, dat er omstandigheden zijn waarin een huwelijk op instorten komt te staan. In dergelijke gevallen is enkel een advies van vriendelijkheid of het zichzelf inhouden geen haalbare oplossing. Wat kan er worden gedaan om een huwelijk in deze gevallen te redden? De Koran geeft een aantal praktische adviezen aan de echtgenoot of echtgenote, van wie de partner (vrouw of man) de overtreder is. De Koran geeft vier soorten adviezen aan de man, van wie het slechte gedrag van zijn vrouw het huwelijk bedreigd, zoals beschreven in de volgend verzen: “En wat betreft hen (echtgenotes) waarvan jullie ongehoorzaamheid vrezen: (1) vermaant hen, (als dat niet helpt) (2) negeert hen (in bed) en (als dat niet helpt) (3) slaat hen (licht). Indien zij jullie dan gehoorzamen; zoek dan geen voorwendsel (om hen lastig te vallen). Voorwaar Allah is Verheven, Groots. (4) En als jullie een breuk tussen hen heiden vrezen: stuurt dan een bemiddelaar van zijn familie en een bemiddelaar van haar familie, indien zij een verzoening willen, zal Allah tussen hen beiden een verzoening bewerkstelligen.“ (Koran 4:34-35)

De eerste drie adviezen dienen als eerste te worden uitgevoerd. Als dit niet werkt, dan dient de hulp van de familie te worden gezocht. Het dient ook vermeldt te worden, in het kader van de bovenstaande verzen, dat het (licht) slaan van de vrouw een tijdelijke oplossing is, wat als derde oplossing kan worden ingezet, in gevallen van extreme noodzaak, in de hoop dat daarmee het slechte gedrag van de vrouw zal worden opgelost. Als dat niet het geval is, dan mag de man onder geen enkele omstandigheid doorgaan met het hinderen van zijn vrouw, zoals wordt benadrukt in de vers. Als dat niet het geval is, dan mag de man dit middel alsnog niet langer meer gebruiken en dient de laatste weg onderzocht te worden, namelijk: een door de familie geassisteerde verzoening.

profeet Mohammed heeft de moslim echtgenoten geïnstrueerd dat zij geen toevlucht moeten zoeken tot deze maatregelen, behalve in extremen gevallen, zoals hij het begaan van openlijke obsceniteit door de vrouw. Zelfs in deze gevallen dient de straf licht te zijn, en als de vrouw ophoudt, dan mag de echtgenoot haar niet ergeren (in vertaling): “In het geval, dat zij zich schuldig maken aan openlijke obsceniteit, mag je hen alleen laten in hun bedden en een lichte straf geven. Als zij jou gehoorzamen, zoek dan tegen hen geen middelen om te ergeren.“ (Tirmidthi).

Verder, heeft de profeet vzmh van de Islam een straf, wat niet te verantwoorden is, veroordeeld. Sommige Moslimvrouwen klaagden bij hem, dat hun echtgenoten hen hadden geslagen. Nadat de profeet vzmh dat had gehoord, verklaard hij: “Degene die zo doen (hun vrouwen slaan), zijn niet de besten onder jullie.“ (Abu Dawood).

Het dient ook onthouden te worden, dat de profeet vzmh hierover ook zei: “De beste onder jullie is degene die de beste is naar zijn familie toe, en ik ben de beste onder jullie naar mijn familie toe.“ (Tirmidthi).

De profeet vzmh adviseerde een Moslimvrouw, genaamd Fatimah bint Qais, om een man niet te trouwen, die bekend stond om het slaan van vrouwen: “Ik ging naar de profeet en ik zei:“Abul Jahm en Mu’awiah hebben mij een huwelijksaanzoek gedaan.“ De profeet zei (bij wijze van advies): “Wat Mu’awiah betreft, is hij erg arm, en Abul Jahm is het gewend om vrouwen te slaan.“ (Muslim).

Het dient te worden vermeldt, dat de Talmud het slaan van een vrouw goedkeurt als straf, om discipline bij te brengen.[39] De echtgenoot is niet beperkt tot de extreme gevallen, zoals openlijke obsceniteit. Hij mag zijn vrouw zelfs slaan als zij enkel weigert om haar huishoudelijke taken te verrichten. Verder is hij niet beperkt tot het geven van een lichte straf. Het is hem toegestaan om de koppigheid van zijn vrouw te doorbreken door gebruik te maken van een zweep of door haar te verhongeren.[40]

Voor de vrouw van wie haar echtgenoot zijn slechte gedrag er de oorzaak van is, dat het huwelijk bijna op instorten staat, biedt de Koran het volgende advies: “En indien een vrouw van haar echtgenoot slechtheid of afkeer vreest, dan is er geen zonde voor hen indien zij onderling tot een verzoening komen, en de verzoening is beter.“ (Koran 4:128).

In dit geval wordt de vrouw geadviseerd, om naar verzoening te streven met haar echtgenoot (met of zonder hulp van familie). Het is opmerkelijk, dat de Koran de vrouw niet adviseert om haar toevlucht te zoeken tot de twee maatregelen: onthouding en slaan. De reden voor deze ongelijkheid zou kunnen zijn, om de vrouw te beschermen tegen een gewelddadige fysieke reactie van de man die zich al misdraagt. Zo een geweldadige fysieke reactie zal zowel de vrouw als het huwelijk meer kwaad dan goed doen.

Kort samengevat: de Islam geeft de gehuwde moslims veel waardevolle adviezen om hun huwelijk te redden, wanneer er sprake is van moeilijkheden en spanning. Als één van de partners het huwelijk in gevaar brengt, dan wordt de andere partner door de Koran geadviseerd om naar alle mogelijke efficiënte oplossingen te kijken, om deze heilige band te redden. Als alle middelen falen, dan staat de Islam het toe, dat de partners vreedzaam en vriendelijk scheiden.


 Moeders

Het Oude Testament beveelt op verscheidende plaatsen een vriendelijke en een attente behandeling jegens de ouders en veroordeelt degenen die de ouders onteren. Bijvoorbeeld: “Wie een vloek uitspreekt over zijn vader of zijn moeder (hen uitscheldt), moet ter dood gebracht worden.“ (Lev. 20:9) en “Een wijze zoon geeft zijn vader veel vreugde en een dwaas veracht zijn moeder.“ (Spreuken 15:20)

Hoewel het eren van de vader alleen op sommige plaatsen wordt vermeld, zoals:“Een wijze zoon luistert naar de lessen van zijn vader.“ (Spreuken 13:1), wordt de moeder alleen nooit vermeld. Voorts ligt er geen speciale nadruk op het vriendelijk behandelen van de moeder als teken van appreciatie voor haar grote lijden tijdens de zwangerschap en het zogen. Bovendien erven moeders niets van hun kinderen, terwijl[41] vaders dit wel doen.[42]

Het is moeilijk om het Nieuwe Testament als een Heilig Schrift te zien die oproept tot het eren van de moeder. Integendeel, je krijgt de indruk dat het Nieuwe Testament de vriendelijke behandeling van de moeder beschouwt als een belemmering op de weg van God. Volgens het Nieuwe Testament kan men geen goede Christen worden, die het waard is om een leerling van Christus te zijn, tenzij hij zijn moeder haat. Het is toegeschreven aan Jezus, dat hij gezegd zou hebben:“Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen en ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.“ (Lucas 14:26).

Voorts schildert het Nieuwe Testament een beeld van Jezus af dat onverschillig of zelfs oneerbiedig is naar zijn moeder toe. Bijvoorbeeld toen zij op zoek naar hem was, terwijl hij een preek gaf aan een menigte. Hij gaf er niets om, om haar te zien: “Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om hem heen, die zeiden tegen hem: “Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.‘ Hij antwoordde:‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?‘ Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei:‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God naleeft is mijn broer en zuster en moeder.“ (Marcus 3:31-35).

Men zou kunnen opperen, dat Jezus zijn menigte een belangerijke les probeerde te onderwijzen, dat religieuze banden niet belangerijker zijn dan familiebanden. Echter, kon hij zijn luisteraars dezelfde les onderwijzen, zonder hierin een absolute onverschilligheid te tonen jegens zijn moeder. Dezelfde oneerbiedige houding wordt beschreven, toen hij weigerde om een bewering van iemand uit zijn publiek te bevestigen, waarin zijn moeder werd gezegend om de rol die zij had in het baren en verzorgen van hem: “Terwijl hij (Jezus) dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: ‘gezegend is de schoot die u gedragen en verzorgd heeft!‘ Hij antwoordde: “Gezegend (echter) zijn zij die naar het woord van Jezus luisteren en er naar leven.“(Lucas 11:27-28)

Als een moeder met status van maagd Maria op zo een onbeschofte manier was behandeld door haar zoon Jezus Christus, zoals wordt getoond in het Nieuwe Testament, hoe zou een ‘normale‘ Christelijke moeder dan moeten worden behandeld door haar ‘normale‘ Christelijke zonen?

Binnen de Islam zijn de eerbied, achting en het respect voor het moederschap ongeëvenaard. De Koran plaatst het belang van de vriendelijkheid jegens de ouders op een hoge plaats, na het aanbidden van God, de Almachtige.

“En jullie Heer heeft bepaald dat jullie niets dan hem alleen aanbidden, en goedheid betrachten tegenover de ouders. Als een van de twee of beiden de ouderdom bereikt in jouw aanwezigheid, zeg dan nooit ‘foei‘ tegen hen, snauw hen niet af en spreek tot hen een vriendelijk woord. En wees zachtmoedig voor beiden, en nederig en liefdevol, en zeg:“O mijn Heer, schenk hun Genade, zoals zij mij opvoedden toen ik klein was.“ (Koran 17:23-24).

De Koran zet op meerdere plaatsen een speciale nadruk op de grote rol van de moeder bij het baren en het verzorgen: “En Wij bevolen de mens (goedheid) jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg hem in zwakheid op zwakheid, en het zogen van hem duurde twee jaren. Wees daarom Mij en jouw ouders dankbaar. En tot Mij is de terugkeer.“ (Koran 31:14).

De speciale plaats die de moeders binnen de Islam hebben gekregen, is welsprekend beschreven door de profeet vzmh: “Een man vroeg aan de profeet vzmh: “Wie moet ik het meest eren?“ De profeet antwoordde:“Je moeder.“ “En wie komt er daarna?“ vroeg de man. De profeet antwoordde:“Je moeder.“ “En wie komt er daarna?“ vroeg de man. De profeet antwoordde:‘‘Je vader.“ (Bukhari and Muslim).

Een van de weinig Islamitische voorschriften, die de Moslims tot op de dag van vandaag trouw zijn, is de vriendelijke behandeling van de moeder. De eerbied die moslimmoeders van hun zonen en dochters ontvangen is voorbeeldig. De intens warme relatie tussen moslimsmoeders en hun kinderen en de grote respect waarmee de moslims hun moeders benaderen, verbazen westerlingen gewoonlijk.[43]

 Vrouwen erfenis

Een van de belangerijkste verschillen tussen de Koran en de Bijbel is hun houding ten opzichte van het erven van het bezit van een overleden verwant door vrouwen. De Bijbelse houding is beknopt beschreven door Rabbijn Epstein: “De ononderbroken traditie geeft, sinds de komst van de Bijbel, de vrouwelijke leden van het gezin, de echtgenote en de dochters, geen recht op ontvangst van nalatenschap (erfenis). Volgens de primitievere regeling van erfopvolging, worden vrouwelijke leden van de familie beschouwd als een deel van de erfenis en zo verwijderd van de rechtspersoonlijkheid van een erfgenaam als de slaaf. Terwijl door de Misaic wet de dochters erkent werden als erfgenamen wanneer er geen mannelijke nakomelingen waren, werd de vrouw zelfs niet erkent als erfgenaam in zo een situatie.[44]

Waarom waren de vrouwelijke leden van de familie, onderdeel van het familiebezit? Rabbijn Epstein heeft het antwoord: “Zij zijn het eigendom- voor het huwelijk, van de vader, en na het huwelijk van de echtgenoot.[45]

De Bijbelse regels rondom het nalatenschap zijn beschreven in Numeri 27:1-11. Een vrouw heeft geen aandeel  gekregen in het nalatenschap van haar echtgenoot, terwijl hij haar eerste erfgenaam is, zelfs nog voor haar zonen. Een dochter kan slechts erven als er geen mannelijke erfgenamen bestaan. Een moeder is dus geen erfgenaam, de vader wel. De weduwen en de dochters aan de genade van de mannelijke achtergebleven kinderen indien zij er waren. Dat is waarom de weduwen en weesmeisjes de meest behoeftige personen binnen de Joodse maatschappij waren.

Het Christendom heeft het proces een lange tijd gevolgd. Zowel het kerkelijke als het burgelijke recht binnen het Christendom voorkwamen dat de zonen het vaderlijk erfdeel met de dochters deelden. Bovendien werden eventuele erfrechten waarover echtgenoten (vrouwen) beschikten van hen afgenomen. Deze (hoogst) onrechtvaardige wetten werden tot laat in de laatste eeuw toegepast.[46]

Eventuele erfrechten werden door heidense Arabieren, voor de opkomst van de Islam, uitsluitend beperkt tot mannen. De Koran schafte al deze onrechtvaardige gewoonten af en zorgde ervoor dat de vrouwelijke verwanten hun aandeel konden krijgen:

“Voor de mannen is er een aandeel in wat achtergelaten wordt door de ouders en de verwanten, of het weinig of veel is: een vastgesteld aandeel.“ (Koran 4:7).

Moslim moeders, vrouwen, dochters en zussen ontvingen erfrecht 1300 jaar voordat Europa erkende dat deze rechten überhaupt bestonden. Het hoofdstuk erfrecht is een zeer uitgebreid onderwerp met een enorme hoeveelheid details (Koran 4:7, 11, 12, 176). De algemene regel is dat het vrouwelijke deel de helft van het mannelijke deel is, behalve in gevallen waarin de moeder een even groot aandeel ontvangt als de vader. Deze algemene regel kan, wanneer we kijken naar ander wetgevingen betreffende mannen en vrouwen, onrechtvaardig overkomen. Om de reden hierachter te kunnen begrijpen, dient men rekening te houden met het feit dat financiële verantwoordelijkheid die de man binnen de Islam heeft, veel groter is dan de financiële verantwoordelijkheid van de vrouw (zie het ‘het eigendom van de vrouw‘ gedeelte). Een bruidegom dient zijn vrouw van een huwelijksgeschenk te voorzien. Deze gift wordt haar bezit en dit blijft zo, zelfs wanneer zij later zouden gaan scheiden.

De bruid is niet verplicht om enig geschenk aan haar man te geven. Verder is de moslim echtgenoot belast met het onderhoud van zijn vrouw en kinderen. Aan de andere kant is de vrouw niet verplicht om hem hierbij te helpen. Haar bezittingen en inkomsten zijn alleen voor haar gebruik, tenzij zij haar echtgenoot vrijwillig wat aanbiedt. Bovendien moet men onthouden dat het familieleven binnen de Islam een zeer belangerijke positie inneemt. Het moedigt het huwelijk aan wanneer men er klaar voor is, het raadt de scheiding af en het beschouwt het celibatair leven niet als een deugd. Daarom is het familieleven binnen een echte Islamitische maatschappij de norm en is het alleenstaande zijn een uitzondering. Binnen een Islamitische maatschappij zijn bijna alle mannen en vrouwen die de huwelijksleeftijd hebben bereikt, getrouwd.

Met in acht name van deze feiten, zou men het waarderen, dat Moslim mannen, over het algemeen, een grotere financiële last hebben dan Moslim vrouwen en wordt de onevenwichtigheid dus gecompenseerd door de erfregels. Op deze manier is de maatschappij vrij van alle conflicten op grond van geslacht en klasse. Na een eenvoudige vergelijking tussen de financiële rechten en plichten van de Moslimvrouwen, heeft één Britste Moslim vrouw geconcludeerd dat de Islam vrouwen niet alleen eerlijk maar ook edelmoedig behandeld.[47]


 Toestand van de weduwe

Wegens het feit dat het Oude Testament geen erfrechten aan hen toekende, bevonden de weduwen zich in de meest kwetsbare positie onder de Joodse bevolking. De mannelijke verwanten die het nalatenschap erfden van de overleden echtgenoot van de vrouw, moesten haar daarmee voorzien. Echter, hadden de weduwen geen zekerheid met betrekking tot de bestemming van deze voorziening en leefden hierdoor vaak van de genade van andere mensen. Hierdoor werden weduwen in het oude Israël beschouwd als behorend tot de laagste klasse en werd het weduwenschap beschouwd als een symbool van grote vernedering (Jesaja 54:4). De positie van een weduwe ging binnen de Bijbelse traditie verder dan enkel het uitsluiten van haar recht op bezit van het nalatenschap van haar echtgenoot. Volgens Genesis 38, moet een kinderloze weduwe de broer van haar echtgenoot huwen, zelfs als hij al reeds gehuwd is, zodat hij nakomelingen voor zijn dode broer kan voortbrengen, zo zal de naam van zijn broer in stand worden gehouden.

“Toen zie Juda tegen Onan:“Vervul je zwagerplicht: trouw met de vrouw van je broer en verwek voor je broer nakomelingen bij haar.“ (Genesis 38:8).

De toestemming van de weduwe voor dit huwelijk is niet vereist. De weduwe wordt behandeld als een deel van het bezit van haar overleden echtgenoot, waarbij de belangerijkste functie het verzekeren van het nakomelingschap van haar echtgenoot is. Deze Bijbelse wet wordt nog altijd uitgeoefend in het huidige Israël.[48] Een kinderloze weduwe wordt in Israël overgedragen aan de broer van haar echtgenoot. Als de broer te jong is om te trouwen, dan dient zij te wachten tot hij meerderjarig wordt. Indien de broer van de overleden echtgenoot weigert om haar te huwen, wordt zij vrijgegeven en kan iedereen haar huwen. Het is geen ongewone gebeurtenis in Israël, dat weduwen het slachtoffer worden van chantage door hun zwagers, om hun vrijheid te verkrijgen.

De heidense Arabieren in de pre-Islamitische periode praktiseerden hetzelfde. Een weduwe werd beschouwd als een deel van het bezit van haar man om (vervolgens) geërfd te kunnen worden door zijn erfgenamen. Ook werd zij meestal weggegeven aan de oudste zoon van de overleden man (van een van zijn andere vrouwen): “En huwt niet de vrouwen die jullie vaders huwden, tenzij dat al gebeurd is (voor deze openbaring) Voorwaar, het was een zedeloosheid en toornafroepend (gedrag) en slechte weg“ (Koran 4:22)

Er werd zodanig neergekeken op weduwen en gescheiden vrouwen in de Bijbelse traditie, dat de hoogte priester niet met een weduwe, een gescheiden vrouw of een prostituee kon trouwen: “De gezalfde priester moet trouwen met een vrouw die nog maagd is. Hij mag niet trouwen met een weduwe of een verstoten of door hoererij ontwijde vrouw. Hij moet een maagd uit de priesterfamilie trouwen, anders zou hij zijn nageslacht ontwijden. (Lev. 21:13-15).

In het huidige Israël kan ook een nakomeling van Cohen orde (de hoge priesters van de Tempeldagen) geen gescheiden vrouw, weduwe of prostituee huwen.[49] In de Joodse wetgeving wordt een vrouw die drie keer is gescheiden en waarvan de man drie keer aan een natuurlijke oorzaak is overleden als ‘rampspoedig‘ beschouwd en is daarom verboden om mee te trouwen.[50] De Koran kent geen kastensysteem en ook geen rampspoedige personen. Weduwen en gescheiden vrouwen hebben de vrijheid om te trouwen met wie zij willen.

Er bestaat in de Koran geen brandmerk met betrekking tot gescheiden vrouwen of tot weduwen: “Wanneer jullie de vrouwen scheiding (aankondigen) en zij hebben hun termijn (de wachttijd van drie menstruatie perioden) bereikt, neemt hen dan terug volgens de voorschriften of scheid van hen volgens de voorschriften. Houdt hen niet vast met de bedoeling hen te kwellen, wanneer jullie zouden overtreden. Degene die dat zou doen, die heeft voorzeker zichzelf onrecht aangedaan. En maak de Verzen van Allah biet tot bespotting.“ (Koran 2:231).

“En degene van jullie die worden weggenomen (overlijden) en echtgenoten achterlaten, zij moeten dan voor zichzelf een termijn in acht nemen van vier maanden en tien (dagen). En wanneer zij hun termijn hebben bereikt, dan rust er geen zonde op jullie ten aanzien van wat zij met zichzelf doen, volgens de voorschriften.“ (Koran 2:234).

“En degene onder jullie die weggenomen worden en echtgenotes achterlaten, moeten een testament maken voor hun echtgenoten, een voorziening voor een jaar, zonder uitzetting, maar als zij (de huizen) uit vrije wil verlaten, dan rust er geen zonde op jullie ten aanzien van wat zij voor zichzelf doen.“ (Koran 2:240).


 Polygamie

Wij zijn nu bij een belangerijkste kwestie aangekomen, de kwestie rondom polygamie. Polygamie is een zeer oude praktijk die in vele maatschappijen teruggevonden kan worden. De Bijbel heeft polygamie niet veroordeeld. Integendeel, het Oude Testament en de Rabbijnse geschriften getuigen herhaadelijk de wettigheid van polygamie. Koning Solomon had 700 vrouwen (1 Koningen 11:3) en 300 concubines. Dit geldt ook voor koning David (2 Samuel 5:13). Het Oude Testament geeft sommige bevelen over hoe er de bezittingen van een man verdeelt dienen te worden onder zijn zonen van verschillend vrouwen (Deut.22:7). De enige beperking bij polygamie is een verbod op het huwen van de zus van de echtgenote (Lev. 18:18).

De Talmud adviseert een maximum van vier vrouwen.[51] De Europese Joden bleven polygamie tot de zestiende eeuw uitoefenen. De Oosterse Joden oefenden regelmatig polygamie uit totdat zij in Israël aankwamen waar het in het kader van burgelijke rechten verboden is. Het is echter op grond van de godsdienstige wet, die de burgelijke wet in dergelijke zaken tenietdoet, toegestaan.[52]

Hoe zit dat met het Nieuwe Testament? Volgens het inzichtelijke boek van vader Eugenen Hillman, wordt polygamie overwogen: Nergens, in het Nieuwe Testament is er een expliciet bewijs dat het huwelijk monogaam dient te zijn, zo is er ook nergens een expliet bewijs dat polygamie verbiedt.“[53] Jezus heeft polygamie nergens tegengesproken, hoewel het gepraktiseerd werd door de Joden in zijn maatschappij. Vader Hillman benadrukt dat de kerk in Rome polygamie verbood vanwege de Griekse-Romeinse cultuur (die slecht één wettelijke vrouw toeliet, terwijl buitenechtelijk relaties en prostitutie wel werd toegestaan). Hij haalde St. Augustine aan. “Inderdaad, in onze tijd en volgens het Romeinse gebruik, is het niet langer toegestaan meerdere vrouwen te nemen.“[54]

Afrikaanse kerken en Afrikaanse Christenen herinneren hun Europese broeders er vaak aan dat het Kerkelijke vebod op polygamie een culterele traditie is en geen authentiek Christelijk gebod. Ook de Koran staat polygamie toe, maar niet zonder richtlijnen: “En indien jullie vrezen de (vrouwelijke wezen) die jullie aanstaan, twee, drie of vier. Als jullie vrezen hen niet rechtvaardig te kunnen verzorgen, dan (alleen) één“ (Koran 4:3).

De Koran heeft, in tegenstelling tot de Bijbel, een limiet van vier vrouwen gesteld, mits deze vrouwen rechtvaardig en juist worden behandeld. Er dient hieronder niet te worden verstaan dat de Koran de gelovigen aanspoort om polygamie te beoefenen, of dat polygamie als een ideaalbeeld wordt gezien. Met andere woorden, de Koran heeft polygamie ‘getolereerd‘ of ‘toegestaan‘ en niet meer, maar waarom? Waarom is polygamie toegestaan? Dit antwoord is simpel: er zijn plaatsen en tijden waarin er dwingende sociale en morele redenen voor polygamie zijn. Zoals het bovenstaande Koran vers aangeeft, kan de kwestie polygamie binnen de Islam niet los worden gezien van maatschappelijke verplichtingen jegens de wezen en de weduwen. De Islam kan, als universele religie, geschikt voor alle plaatsen en tijden, deze dwingende verplichting niet negeren.

In de meeste maatschappijen zijn er meer vrouwen dan mannen. In de Verenigde Staten zijn er op zijn minst acht miljoen vrouwen meer dan mannen. In een land als Guinea zijn er 122 vrouwen voor iedere 100 mannen. In Tanzania zijn er 95,1 mannen per 100 vrouwen.[55] Wat dient een maatschappij te doen, kijkend naar een dergelijk verschil in aantallen tussen beide geslachten. Er zijn verschillende oplossingen: sommigen suggereren het celibataire leven, anderen preferen meisjes kindermoord (wat in sommige maatschappijen van vandaag de dag nog steeds gebeurd!). Weer anderen zouden kunnen denken dat de enige oplossing het tolereren van prostitutie, homoseksualitieit, het hebben van buitenechtelijke relaties etc. is (dus seksuele vrijheid op alle manieren). Voor andere maatschappijen, zoals de meeste Afrikaanse maatschappijen van vandaag, geldt het toestaan van polygaam huwelijk als de meest eerbare oplossing en dit is cultureel geaccepteerd en sociaal gerespecteerd. Iets wat vaak verkeerd wordt begrepen binnen de Westerse cultuur, is dat vrouwen van andere culturen polygamie niet altijd zien als een teken van vernedering. Bijvoorbeeld: veel jonge Afrikaanse bruiden, of ze nou Christelijk, Islamitisch of iets anders zijn, prefereren een getrouwde man, die zichzelf al heeft bewezen alszijnde een verantwoordelijke echtgenoot.

Veel Afrikaanse vrouwen dringen er bij hun mannen op aan om een tweede vrouw te nemen, zodat zij zich niet eenzaam hoeven te voelen.[56] Een onderzoek met meer dan 6000 vrouwen binnen de leeftijdscategorie van 15 tot 59 in de tweede grootste stad in Nigeria, toonde aan dat 60 procent van deze vrouwen tevreden zouden zijn als hun echtgeenoot met nog een vrouw trouwde. Slecht 23 procent toonde boosheid bij het idee dat hun man er een andere vrouw bij zou nemen. Bij een onderzoek in Kenia, bleek maar liefst 76 Procent van de vrouwen positief aan te kijken tegen polygamie.

In een onderzoek dat in heel Kenia werd gehouden, beschouwden 25 van de 27 vrouwen polygamie beter dan monogamie. Deze vrouwen zagen polygamie als een gelukkige en voordelige ondervinding, indien vrouwen met elkaar samenwerken. [57] Polygamie is in de meeste Afrikaanse maatschappijen zo een respectabele gebeurtenis, dat sommige Protestantse kerken steeds tolanter worden ten opzicht van polygamie. Een bisschop van Anglicaanse kerk in Kenia verklaarde: “Hoewel een monogaam huwelijk voor de uitdrukking van de liefde tussen de echtgenoot en de vrouw een ideaalbeeld kan zijn, zou de kerk moeten beschouwen dat polygamie in bepaalde culturen geaccepteerd is en dat het blijven vasthouden aan het idee dat polygamie in strijd is met het Christendom, niet langer haalbaar is.“[58]

Na een zorgvuldige studie over polygamie in Afrika, heeft Dominee David Gitari van Anglicaanse kerk geconcludeerd dat polygamie, indien het volgens het ideaalbeeld gepraktiseerd wordt, Christelijker is dan scheiden en opnieuw trouwen betreffende vrouwen en kinderen die dan verlaten worden.[59] Persoonlijk weet ik van een aantal hoogopgeleide Afrikaanse vrouwen, die vele jaren in het westen hebben gewoond, dat zij geen bezwaar hebben tegen een polygaam huwelijk. Één van hen, die in de Verenigde Staten woont, dringt bij haar man aan om een tweede vrouw te nemen die haar kan helpen bij het opvoeden van de kinderen. Het probleem van onevenwichtige geslachtverhoudingen wordt werkelijk een probleem in tijden van oorlog. De oorspronkelijke Amerikaanse Indiaanse stammen leden aan een grote oneventwichtigheid in de verhoudingen tussen beide geslachten na verliezen in oorlogstijden. De vrouwen in deze stammen, die in feite een redelijk hoge status genoten, accepteerden polygamie als beste bescherming tegen onfatsoenlijk gedrag. De Europese kolonisten veroordeelden de Indiaanse polygamie als ‘onbeschaafd‘, zonder een alternatief te bieden.[60] Na de tweede wereldoorlog waren er 7.300.000 meer vrouwen dan mannen in Duitsland (3.3 miljoen van hen waren weduwen).

Er waren 100 mannen in de leeftijd van 20 tot 30 voor 167 vrouwen in dezelfde leefstijdsklassen.[61] Veel van deze vrouwen hadden een man nodig, niet alleen als gezelschap, maar ook als onderhouder van het huishouden in tijden van ongekende ellende en moeilijkheden. De millitairen van de ‘Allied Armies‘ die overwonnen, buiten de kwetsbaarheid van deze vrouwen uit. Vele jonge meisjes en weduwen hadden een verhouding met leden van de bezettende machten. Vele Amerikaanse en Britse militairen betaalden het bevredigen van hun verlangens met sigaretten, chocolade en brood. De kinderen waren dolblij met cadeautjes die deze vreemdelingen brachten.

Een tienjarige jongentje die had gehoord van dit soort cadeautjes, wenste met heel zijn hart een ‘Engelsman‘ voor zijn moeder zodat ze niet langer honger hoefde te lijden.[62]

Een gewetensvraag komt hier bij kijken: wat geeft een vrouw meer waardigheid? Een geaccepteerd en respectvolle tweede vrouw, zoals dit bij de oorspronkelijke Indianen gebruikelijk was, of feitelijk een prostiuee zoals bij de benadering van de ‘beschaafde‘ bondgenoten? Met andere woorden, wat is er waardiger voor een vrouw: hetgeen de Koran heeft voorgeschreven of de theologie die is gebaseerd op de cultuur van het Romeinse Imperium?

Het is interessant om op te merken dat het probleem van de gebalanceerde geslachtsverhoudingen werd besproken op een internationale jeugdconferentie in München in 1948. Toen het duidelijk werd dat men niet tot een oplossing kon komen, werd er polygamie voorgesteld. De aanvankelijk reactie van de menigte was dat sommigen geschokt waren en anderen verafschuwd. Na een zorgvuldige onderzoek omtrent het voorstel, werden de deelnemers het er mee eens dat polygamie de enige mogelijke oplossing was. Dientengevolge, werd polygamie meegenomen als aanbeveling door de conferentie.[63]

De wereld van vandaag bezit meer massavernietigingswapens dan ooit tevoren, de Europese kerk zou, vroeg of laat, verplicht zijn polagamie als enige uitweg te accepteren. Vader Hillman heeft dit feit zorgvuldig erkent: “Het is denkbaar dat deze genocidale technieken (nucleair, biologisch, chemisch..) een dermate onevenwichtige verhouding tussen de beide geslachten kan veroorzaken, dat het polygame huwelijk een noodzakelijke manier van overleven wordt. Vervolgens zou, tegengesteld aan de voorgaande gewoonte en wet, zich een doorslaggevende natuurlijke en morele inclinatie (geneigdheid) ten gunste van polygamie kunnen voordoen. In zo een situatie zouden theologen en kerkleiders, in hoog tempo belangerijke redenen en Bijbelse teksten ontwikkelen om een nieuwe opvatting van het huwelijk te kunnen rechtvaardigen.“[64]

Vandaag de dag blijft polygamie een haalbare oplossing voor sommige sociale ziekten binnen de moderne maatschappijen. De maatschappelijke verplichtingen, die de Koran noemt in samenwerking met de toestemming van polygamie, zijn momenteel nog zichtbaarder in een aantal Westerse maatschappijen dan in Afrika.

Er is vandaag de dag bijvoorbeeld in de Verenigde Staten een ernstige gender (geslachts) crisis in de zwarte gemeenschap. Één op de twintig jongen mannen kunnen sterven voordat ze de leeftijd van 21 te hebben bereikt. Voor de leefdtijdcategorie tussen de 20 en de 35 is doodslag de belangerijkste doodsoorzaak. [65]

Bovendien zijn veel zwarte jonge mannen werkloos, in de gevangenis of aan de drugs. [66] Het gevolg hiervan is, dat één op de vier zwarte vrouwen, op een leeftijd van 40 jaar, nooit getrouwd is. Dit in vergelijking met één op de tien blanke vrouwen. [67]

Bovendien worden veel jonge zwarte vrouwen voor hun 20ste alleenstaande moeders en hebben ze iemand nodig die hen onderhoudt. Het eindresultaat van deze tragische omstandigheden is, dat een stijgend aantal zwarte vrouwen vervalt in het ‘delen van een man.‘ [68]

Dus veel van deze ongelukkige, alleenstaande vrouwen hebben een affaire met een getouwde man. De echtgenoten zijn vaak onbewust van het feit dat andere vrouwen hun echtgenoot met hen ‘delen‘. Sommige waarnemers van deze (‘mannen delen‘) crisis in de Afrikaans Amerikaanse gemeenschap adviseren heel sterk, polygamie met wederzijdse goedkeuring, als tijdelijk antwoord op het tekort van jonge zwarte mannen, totdat er veelomvattende hervormingen worden doorgevoerd in binnen de Amerikaanse maatschappij z’n totaliteit. [69]

Met polygamie met wederzijdse goedkeuring, bedoelen zij het soort polygamie dat door de gemeenschap wordt toegestaan en waarmee alle betrokken partijen in kwestie akkoord gaan. Dit in tegenstelling tot het gebruikelijke in het geheim delen van een man, wat zowel schadelijk (nadeling) is voor de andere vrouw als voor de gemeenschap in het algemeen. Het in het geheim delen van een man was het onderwerp dat werd besproken door een comité verbonden aan de Temple universiteit van Philidelphia op 27 januari 1993.[70] Enkele sprekers adviseerden polygamie als een potentiële oplossing voor de crisis. Ook stelden zij voor dat polygamie niet door de wet zou moeten worden verboden, zeker niet binnen een maatschappij die prostitutie en affaires toestaat. Het commentaar van een vrouw uit het publiek was dat Afrikaanse Amerikanen  moesten leren van Afrika, waar polygamie op een verantwoordelijke manier werd uitgeoefend. Zij kreeg een groot applaus (voor haar opmerking).

Philip Kilbride, een Amerikaanse antropoloog met een Rooms-Katholieke achtergrond, stelt in zijn prikkelende boek. Het meervoudige huwelijk voor onze tijd, polygamie als eens oplossing voor sommige tegenslagen die duidelijk aanwezig zijn binnen de Amerikaanse maatschappij. Hij argumenteert, dat het meervoudige huwelijk in vele gevallen als mogelijke alternatief kan dienen voor de scheiding, om het beschadigende effect van de scheiding op vele kinderen te voorkomen. Hij stelt, dat vele scheidingen worden veroorzaakt door onstuitbare buitenechtelijke affaires binnen de Amerikaanse maatschappij. Volgens Kilbride, is het beëindigen van een buitenechtelijke affaire door middel van een polygame huwelijk beter voor de kinderen dan de scheiding: “Kinderen zouden beter gebaat zijn, als een vergoting van de familie (ook) zou worden gezien als optie, dan alleen scheiding en ontbinding (van familie).“ Bovendien suggereert hij, dat andere groepen ook van een meervoudige huwelijk kunnen profiteren, zoals bejaarde vrouwen die tegenover een chronisch tekort aan mannen staan en Afrikaans Amerikaanse vrouwen die betrokken zijn bij het (buitenechtelijk) delen van een man.[71]

In 1987 werd er een opiniepeiling aangevoerd door de studentenkrant van de universiteit van Californië  in Berkeley. Deze studentenkrant stelde aan studenten de vraag of zij het ermee eens waren of mannen door de wet zouden moeten worden toegestaan om meer dan één echtgenote te hebben, gezien het tekort aan mannelijke huwelijkskandidaten in Californië. Bijna alle studenten keurden het idee goed. Een vrouwelijke student verklaarde zelfs dat een polygaam huwelijk haar emotionele en fysieke behoeftes beter zou vervullen door de grote vrijheid die ze dan heeft in vergelijking met een monogaam huwelijk.[72]  In feite wordt het betreffende argument ook gebruikt door de weinig resterende fundamentalistische Mormoonse vrouwen die polygamie nog praktiseren in de Vernigende Staten. Zij geloven dat polygamie een ideale manier is voor de vrouw om zowel carriere te maken als kinderen  te krijgen, omdat de vrouwen mekaar helpen bij het verzorgen van de kinderen.[73]

Men dient goed te verstaan dat polygamie binnen de Islam een kwestie van wederzijdse toestemming is. Niemand kan een vrouw dwingen om een gehuwde man te huwen. Bovendien heeft de vrouw het recht om te bepalen (in het huwelijkscontract) dat haar echtgenoot geen tweede vrouw mag huwen.[74] De Bijbel neemt aan de andere kant soms toevlucht tot gedwongen polygamie. Een kinderloze weduwe moet met de broer van haar gestorven echtgenoot huwen, zelfs wanneer hij reeds gehuwd is (zie het hoofdstuk “de positie van de weduwe“) (Genesis 38:8-10). Het dient te worden opgemerkt, dat het praktiseren van polygamie in vele Moslim maatschappijen vandaag de dag, zeldzaam is, aangezien het verschil in aantallen tussen twee seksen niet zo groot is. Men kan zelfs stellen, dat het aantal polygame huwelijken de Moslim wereld veel lager is dan het aantal buitenechtelijke affaires in de Westers wereld. Met andere woorden, zijn mannen in de Islamitische wereld, vandaag de dag veel monogamer dn mannen in de Westers wereld. Billy Graham, de eminent Christelijke evangelist heeft dit feit erkend: “Het Christendom kan niet tot een compromis komen in de polygamie kwestie. Als het huidige Christendom dit niet kan doen, is het in zijn eigen nadeel. De Islam heeft polygamie toegestaan als oplossing voor sociale ziekten en heeft de menselijke aard een bepaalde mate van vrijheid toegestaan, maar slechts binnen het strikt bepaalde kader van de wet. De Christelijke landen maken een grote show van monogamy, maar in feite praktiseren zij polygamy. Niemand is ontwetend over de rol die maitresses spelen binnen de Westerse maatschappij. In dit opzicht is de Islam een fundamenteel eerlijke godsdienst, en staat het een Moslim toe om een tweede vrouw te trouwen wanneer hij moet, maar verbiedt alle geheime liefdes affaires, om de morele rechtschapendheid van de maatschappij te beschermen.“[75]

Het is van belang, om op te merken dat vele landen in de wereld, zowel de niet-Islamitische landen als de Islamitische landen, polygamie hebben verboden. Het nemen van een tweede vrouw, zelfs met de toestemming van de eerste vrouw, is daar een schending van de wet. Anderzijds is het bedriegen van de vrouw, dus zonder haar medeweten of toestemming, volkomen wettig, wat de wet betreft! Is de wet ontworpen om bedrog te belonen en eerlijkheid te bestraffen? Het is een van de raadselachtig paradoxen binnen onze moderne ‘beschaafde‘ wereld.


 De sluier

Laten we tot slot kijken naar datgene, wat in het Westen wordt beschouwd als grootste symbool van onderdrukking en onderwerping van vrouwen, namelijk: de sluier oftewel de hoofdbedekking. Is het waar, dat er niet zoiets is als de sluier binnen de Joods-Christelijke traditie? Laten we dit even recht zetten. Volgens het boek van Rabbijn Dr. Menachem M. Brayer (Professor van Bijbelse literatuur op de Yeshiya Universiteit), ‘The Jewish woman in in Rabbinic literature‘, was het de gewoonte van Joodse vrouwen om bij het naar buiten gaan het hoofd te bedekken en soms zelfs het gehele gezicht met enkel één oog vrij.[76] Hij haalt een aantal uitspraken van beroemde Rabbijnen van vroeger aan die zeggen: “Het is niets voor de dochters van Israël om onbedekt naar buiten te gaan“ en “Vervloekt zij de man die het toestaat dat het (hoofd)haar van zijn vrouw gezien wordt...een vrouw die haar (hoofd)haar toont om zichzelf te tooien, brengt armoede.“ De Rabbijnse wet verbiedt de recitatie van zegeningen of gebeden in het bijzijn van een gehuwde onbedekte (bloothoofdse) vrouw, aangezien het niet bedekken van het hoofdhaar van de vrouw wordt beschouwt als “naaktheid“.[77] Dr. Brayer vermeldt ook, dat “Tijdens de Tannaitische periode het nalaten van het bedekken van het hoofdhaar door de Joodse vrouw werd beschouwd als een belediging van haar bescheidenheid. Wanneer haar hoofd onbedekt zou zijn, dan zou zij beboet kunnen worden met vierhonderd zuzim voor dit vergrijp.“ Dr. Brayer legt uit, dat de sluier van de Joodse vrouw niet altijd als een teken van bescheidendheid werd beschouwd. Soms symboliseerde de sluier een bepaalde status (onderscheiding) en luxe in plaats van bescheidenheid. De sluier beeldde waardigheid en de superioriteit van edele vrouwen uit. Het vertegenwoordigde tevens de ontoegankelijkheid van een vrouw, alszijnde een heilig bezit van haar man.[78]

De sluier toonde de sociale status en het zelfrespect van een vrouw. De vrouwen van lagere klassen droegen vaak de sluier om de indruk te geven dat ze tot een hogere klasse behoorden. Het feit dat de sluier een teken van adelijkheid was, was de reden waarom het voor prostituees niet was toegestaan om hun haren te bedellen in de oude Joodse maatschappij. De prostituees droegen vaak echter een speciale hooddoek om er eerbiedwaardig uit te zien.[79] De Joodse vrouwen in Europa bleven sluiers dragen tot de negentiende eeuw, toen hun leven meer vermengende met de omringende seculaire cultuur. De externe druk van het Europese leven in de negentiende eeuw, dwong veel van deze vrouwen om onbedekt (bloothoofds) het huis te verlaten. Sommige Joodse vrouwen vonden het geschikter om hun traditionele sluier te vervangen voor een pruik, als een andere wijze om het haar te bedekken. Vandaag bedekken de meeste vrome Joodse vrouwen hun haar niet meer, behalve in de synagoge.[80] Sommigen van hen, zoals de Hasidische sekten, gebruiken de pruik nog.[81] Hoe zit het met de Christelijke traditie? Het is bekend dat Katholieke nonnen al eeuwenlang hun hoofden bedekken, maar dat is niet alles. St. Paul heeft in het Nieuwe Testament een aantal zeer interessante uitspraken gedaan met betrekking tot de sluier: “Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus. Iedere man die met bedekt hoofd bidt of profeteert, maakt zijn hoofd te schande. Maar een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want ze is in dat geval precies hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich maar beter laten kaalknippen. Wanneer ze dat een schande vindt, moet ze haar hoofd bedekken. “Een man mag zijn hoofd niet bedekken omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (De man is immers niet uit de vrouw voortgekomen, maar de vrouw uit de man, en de man is niet omwille van de man.) Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben.“ (I Korintiërs 11:3-10).

De (achterliggende) gedachte van St. Paul betreffende het bedekken van vrouwen, is dat de sluier een teken is van het gezag van de man, die het beeld en de glorie van God vertegenwoordigd, over de vrouw die uit en voor de man was geschapen. St. Tertulian schreef in zijn beroemde verhandeling ‘On The Veiling Of  Virgins‘: “Jonge vrouwen, u draagt uw sluiers op de straten, dus zou u hen in de kerk moeten dragen, u draagt hen wanneer u onder vreemden bent, draag hen dan onder uw broeders...“ Onder de wetten van Canon van de huidige Katholieke kerk, is er een wet die eist dat vrouwen hun hoofden in de kerk bedekken.[82] Sommige Christelijke genootschappen, zoals bijvoorbeeld de Amish en de Mennoniten, houden hun vrouwen tot op de dag van vandaag gesluierd. De reden voor de sluier, zoals dat door hun kerkleiders wordt uitgelegd, is dat “Het bedekken van het hoofd een symbool van afhankelijkheid van de vrouw van de man en God is.“ Hierbij wordt dezelfde logica aangehaald, die door St. Paul in het Nieuwe Testament is geintroduceerd.[83]

Uit al het bovenstaande bewijs, blijkt duidelijk, dat de Islam de sluier niet heeft uitgevonden. De Islam heeft het echter wel bevestigd. De Koran spoort de gelovige mannen en vrouwen aan om hun blikken neer te slaan en hun kuisheid te bewaken. Ook spoort deze de vrouwen aan om de bedekking van het hoofd te verlengen tot het bedekken van de hals en de boezem: “Zeg tegen de gelovige mannen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, dat is reiner voor hen. Voorwaar, Allah is Alwetend over wat zij bedrijven. En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun sieraad niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten de sluiers over hun boezems dragen...“ (Koran 24:30,31)

De Koran stelt vrij duidelijk, dat de sluier essentieel is voor (de) kuisheid (zedigheid), maar waarom is kuisheid belangerijk? Ook hierover is de Koran duidelijk: “O profeet, zeg tot jouw echtgenotes en tot jouw dochters en tot jouw vrouwen van de gelovigen dat zij hun (Djilbab) over zich heen laten hangen. Op die manier is het makkelijk hen te verkennen en worden zij niet lastig gevallen.“ (Koran 33:59).

Dit is het hele punt, kuisheid (zedigheid) is voorgeschreven om te beschermen tegen hinder, of simpel gezegd, bescheidenheid is bescherming. Het enige doel van de sluier binnen de Islam is dus bescherming. De Islamitische sluier is, in tegenstelling tot de sluier uit het traditionele Christendom, geen teken van autoriteit van een man over een vrouw, noch is het een teken van vrouwelijke onderwerping aan de man. De Islamitische sluier is, in tegenstelling tot de sluier uit het traditionele Jodendom, geen teken van rijkdom of aanzien van sommige adelijke vrouwen. De Islamitische sluier is enkel een teken van kuisheid (zedigheid), met als doel, de bescherming van de vrouw, alle vrouwen. De Islamitische filosofie gaat altijd uit van de gedachte: beter voorkomen dan genezen. In feite is de Koran zo begaan met het beschermen van het vrouwelijk lichaam en de begaan met het beschermen van het vrouwelijk lichaam en de reputatie van de vrouw, dat een man die een vrouw valselijk durft te beschuldigen van het plegen van ontucht, streng wordt bestraft: “En degene die eerzame vrouwen beschuldigen (van ontucht) en vervolgens geen vier getuigen laat brengen: slaat hen met tachtig slagen. En aanvaardt nooit getuigenissen van hen, want zij zijn degenen die zware zondes begaan.“ (Koran 24:4).

Vergelijk deze strenge Koranische houding met de extreem lakse straf voor verkrachting die in de Bijbel wordt voorgeschreven: “Als iemand betrapt wordt met een meisje, een maagd die nog vrij is, dan moet de man die zich aan het meisje heeft vergrepen vijftig sjekel zilver aan haar vader betalen. Bovendien moet hij met haar trouwen en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden, omdat hij haar onteerd heeft.“ (Deut. 22:28-30).

Men dient hierbij de vraag te stellen: wie wordt er werkelijk gestraft? De man die enkel een boete betaald voor het verkrachten of het meisje dat wordt gedwongen om te trouwen met de man die haar heeft verkracht, en met hem moet leven totdat hij sterft? Een andere vraag die hierbij gesteld zou moeten worden is: welke wetgeving is meer beschermend voor vrouwen: de strikte houding van de Koran of de lakse houding van de Bijbel?

Sommige mensen, voorval in het Westen, hebben de neiging om het hele argument van kuisheid (zedigheid) als bescherming, belachelijke te maken. Hun argument is dat de beste beschermig het verspreiden van educatie, beschaafd gedrag en zelfbedwang is. Wij zouden willen zeggen: Goed, maar niet voldoende. Wanneer ‘beschaafd gedrag‘ voldoende bescherming zou bieden, waarom durven vrouwen in Noord Amerika dan niet alleen in een donkere straat te lopen of over een leeg parkeerterrein? Als educatie de oplossing is, waarom is het dan zo, dat een gerespecteerde universiteit als Queen’s een ‘mee naar huis loop service‘ heeft, hoofdzakelijk voor de vrouwelijke studenten op de campus?

Als zelfbedwang het antwoord is, waarom worden er dan op het nieuws dagelijks gevallen van seksuele intimidatie op de werkvloer vermeld? Een voorbeeld van degenen die beschuldigd worden van seksuele intimidatie: marine officieren, managers, professoren, senatoren, officieren van justitie en zelfs de eerdere president van de Verenigde Staten!

Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik de volgende statistieken onder ogen kreeg, vermeld in een flyer uitgegeven door ‘the Dean of Women’s office‘ op de Queen’s universiteit:

* In Canada wordt er iedere zes minuten een vrouw seksueel aangerand.

* 1 op de 3 vrouwen in Canada zullen op een bepaald moment in hun leven seksueel aangerand (geintimideerd) worden.

* 1 op de 4 vrouwen lopen het risico verkracht te worden of om een poging tot verkrachting mee te maken in hun leven.

* 1 op de 8 vrouwen zullen sekesueel geïntimideerd worden tijdens de schooljaren of universiteit.

* En een studie heeft uitgewezen, dat 60% van de Canadese mannen die op de universiteit zitten, zeggen dat zij een aanranding zouden plegen wanneer zij er zeker van zouden zijn dat zij niet gepakt zouden worden.

Er is iets fundamenteel mis met de hedendaagse maatschappij waarin we leven. Een radicale verandering in de sociale levenstijl en cultuur is absoluut noodzakelijk. Een cultuur van bescheidenheid (zedigheid) is nodig, bescheidenheid (zedigheid) in kleding, in de manier van spreken en in de manieren van zowel mannen als vrouwen. Als dit niet gebeurt, dan zullen de onverbiddelijke statistieken steeds erger worden met de dag, en jammer genoeg zullen alleen de vrouwen hiervoor de prijs betalen. Eigenlijk lijden wij allemaal, maar zoals K. Gibran heeft gezegd: “...degene die de klappen ontvangt is niet zoals degene die de klappen telt.“[84] Daarom, een maatschappij zoals Frankrijk, waar jonge vrouwen van scholen worden gestuurd vanwege hun bescheiden kleding, beschadigt uiteindelijk simpelweg zichzelf.

Het is een van de grote ironieën op onze wereld vandaag de dag, dat dezelfde hoofddoek, die wordt door Katholieke nonnen, met als doel het gezag van de man te tonen, nu wordt bespot alszijnde een teken van ‘onderdrukking‘ wanneer het gedragen wordt ter bescherming door Moslim vrouwen. 


 Epiloog

De vraag die alle niet-Moslims, die een eerdere versie van deze hadden gelezen, gemeen hadden, was de vraag: ontvangen de Moslim vrouwen in de Moslim wereld van vandaag deze edelmoedige behandeling die hier wordt beschreven? Het antwoord is, jammer genoeg: Nee. Aangezien de vraag in iedere discussie, over de positie van de vrouw binnen de Islam, terug te vinden is, dienen we aandacht te besteden aan de vraag, om de lezer het complete plaatje mee te geven.

Als eerste dient er duidelijk gemaakt te worden, dat de enorme verschillen binnen de Moslim maatschappijen, ervoor zorgen dat de meeste generalisaties te simplistisch worden. Er zijn vandaag de dag veel verschillende houdingen ten opzichte van vrouwen in de Moslimwereld. Deze houdingen verschillen per maatschappij en binnen iedere maatschappij zelf. Desondanks, zijn er bepaalde algemene trends waarneembaar. Bijna alle Moslim maatschappij zijn afgeweken van idealen van de Islam, met betrekking tot de status van vrouwen. Deze afwijkingen zijn grotendeels in tegengestelde richtingen tot uiting gekomen. De eerste richting is conservatiever, restrictief en traditie- georiënteerd (cultureel), terwijl de tweede liberaler en Westers georiënteerd is.

De maatschappijen die zijn afgedwaald naar de eerste richting, behandelen vrouwen volgens de gebruiken en de tradities, die zij van hun voorvaderen hebben geërfd. Deze tradities beroven vrouwen van vele rechten, die door de Islam aan hen zijn gegeven. Bovendien worden veel vrouwen behandeld volgens andere normen dan de normen die worden toegepast op mannen. Deze discriminatie beheerst het leven van iedere vrouw: zij wordt bij haar geboorte al met minder vreugde ontvangen dan een jongen, de kans is kleiner dat zij naar school gaat, het zou kunnen zijn, dat zij van haar erfdeel wordt beroofd, zij staat continu onder toezicht, zodat zij zich niet onbeschaafd gedrag van haar broer wel wordt getolereerd, zij zou zelfs kunnen worden gedood, als zij datgenen doet, waar haar mannelijke familieleden gewoonlijk over opscheppen, zij heeft zeer weinig te zeggen betreffende familiezaken of maatschappelijke belangen, het zou kunnen zijn, dat zij zou geen volledige controle heeft over haar bezit en huwelijksgiften, en tot slot, zou zij als moeder jongens kunnen prefereren, zodat zij een betere positie binnen haar gemeenschap kan verkrijgen.

Aan de andere kant zijn er Moslim maatschappijen (of bepaalde klassen binnen sommige maatschappijen), die door de Westerse cultuur en hun manier van leven zijn overspoeld (dus, hen imiteren). Deze maatschappijen imiteren vaak ondoordacht wat zij van het Westen ontvangen, en hebben dan vaak uiteindelijk de rotste vruchten uit Westerse beschaving opgenomen. In deze maatschappijen, is de hoodste prioriteit binnen het leven van een typische ‘moderne‘ vrouw, het verbeteren van haar fysieke schoonheid. Daarom is zij vaak geobsedeerd door de vorm, de grootte, en het gewicht van haar lichaam. Zij is ertoe geneigd, om meer om haar lichaam te geven, dan haar verstand, en meer om haar charmes te geven dan haar intellect. Haar bekwaamdheid om te kunnen charmeren, aan te trekken en op te winden heeft meer waarde binnen de maatschappij, dan haar eductatieve prestaties, intellectuele hoogstandjes en haar maatschappelijke werk. Men verwacht geen exemplaar van de Koran in haar tas te vinden, aangezien het vol zit met schoonheidsmiddelen, die haar vergezellen waar ze ook naartoe gaat. Haar spiritualiteit heeft geen ruimte binnen een maatschappij, die zich geheel concentreert op haar aantrekkelijkheid. Daarom besteed zij haar leven met het streven naar het steeds verder realiseren van haar vrouwelijkheid, i.p.v. het vervullen van haar menselijkheid.

Waarom hebben (verschillende) Islamitische maatschappijen afstand genomen van de idealen van de Islam? Daar is niet gemakkelijk antwoord op te geven. Een diepgaande uitleg van de redenen waarom Moslims zich niet hebben gehouden aan de Koranische leiding, m.b.t. tot vrouwen, valt buiten de scope van deze studie. Het dient echter duidelijk gemaakt te worden, dat (verschillende) Moslim maatschappijen betreffende vele aspecten van hun leven, al jarenlang hebben afgeweken van de Islamitische voorstellingen. Er ligt een groot gat tussen wat de Moslims dienen te geloven en wat ze daadwerkelijk doen (praktiseren). Dit gat is geen recent verschijnsel.

Het is er al eeuwenlang geweest en het wordt met de dag groter. Dit steeds groter wordende gat heeft rampzalige gevolgen gehad op de Moslimwereld, in bijna iedere aspect van het leven: politieke tirannie en versplintering, economische achteruitgang, maatschappelijke onrechtvaardigheid, wetenschappelijke faillissement, intellectuele stagnatie, etc. De niet-Islamitische status (positie) van de vrouw binnen (een deel van) de Moslimwereld is slechts één symptoom van een ergere ziekte.

Iedere verandering van de huidige positie van Moslim vrouwen heeft naar verwachting geen zin, zolang het niet samengaat met grootschalige hervormingen van de gehele manier van leven binnen de Moslim samenlevingen. De Islamitsche wereld heeft behoefte aan een herleving, dat men dichter bij de idealen van de Islam brengt en er niet verder vanaf.

Samengevat, kunnen we zeggen dat het idee, dat de slechte status van Moslimvrouwen vandaag de dag, door de Islam komt, een grote misvatting is. De problemen van Moslims over het algemeen, zijn niet toe te schrijven aan het te veel gehecht zijn aan de Islam, maar deze zijn een ophoping van een lange en diepe scheiding (afstandelijkheid) van de Islam.

Het dient ook te worden vermeld, dat het doel achter deze vergelijkende studie absoluut niet is, om het Jodendom of het Christendom in diskrediet te brengen.

De positie van vrouwen binnen de Joods-Christelijke traditie zou beangstigend kunnen lijken door de normen van de twintigste eeuw. Het dient echter binnen de juiste historische context bekeken te worden. Met andere woorden: bij iedere objectieve beoordeling van de positie van vrouwen in de Joods-Christelijke traditie dient men rekening te houden met de historische omstandigheden waarin deze traditie zich ontwikkelde. Er is geen twijfel, dat de standpunten van Rabijnen en de Kerkvaders, betreffende vrouwen, werden beïnvloed door overheersende houdingen jegens vrouwen in hun samenlevingen. De Bijbel zelf werd geschreven door verschillende schrijvers in verschillende tijden. Deze schrijvers konden niet onvatbaar zijn voor de waarden en de levenswijzen van de mensen rondom hen. Zo zijn de wetten betreffende overspel, beschreven in het Oude Testament, zodanig bevooroodeeld ten opzicht van vrouwen, dat zij de rationele uitleg trotseren door onze mentaliteit.

Wanneer wij echter het feit in acht nemen, dat de vroegere Joodse stammen geobsedeerd waren door hun  genetische gelijksoortigheid en zich extreem graag onderscheidden van de omringende stammen en dat alleen seksuele wangedrag van de gehuwde vrouwen van de stammen deze geliefde aspiraties konden bedreigen, zouden wij in staat moeten zijn om te begrijpen, maar niet perse symphathiseren, waar de tendes vandaan komt.

Ook zouden de felle aanvallen (scherpe kritieken) van de Kerkvaders tegen vrouwen, niet uit de context van de vrouwhatende Grieks-Romeinse cultuur waarin zij leefden kunnen worden gerukt. Het zou oneerlijk zijn om de Joods-Christelijke erfenis te evalueren, zonder enige aandacht te schenken aan de relevante historische context.

In feite is een juiste begrip van de Joods-Christelijke historische context ook essentieel voor het begrijpen van het belang van de bijdragen van de Islam aan de wereldgeschiedenis en de menselijke beschaving. De Joods-Christelijke traditie was beïnvloed en gevromd door de verschillende omgevingen, omstandigheden en de culturen waarin het heeft bestaan. Zo tegen de zevende C.E. (Christelijke jaartelling), had deze invloed de oorspronkelijke goddelijke openbaring, aan Mozes en Jezus, buiten proporties gecorrumpeerd. De slechte status van vrouwen in de Joods-Christelijke wereld, zo tegen de zevende eeuw, is enkel één discussiepunt. Daarom was er een grote behoefte aan een nieuwe goddelijke bericht, dat de messheid terug zou leiden naar de rechte weg. De Koran beschreef de missie van de nieuwe Boodschapper als een ontlasting van de zware lasten, waar de Joden en Christenen mee werden geconfronteerd:(Zij zijn) degenen die de Boodschapper volgen, de ongeletterde profeet, die zij bij hen, in de Taurat en Indjil, beschreven vinden. Hij beveelt hun het behoorlijke en hij verbiedt hun het verwerpelijke, en hij staat hun de goede dingen toe en hij verbiedt hun de slechte dingen. En hij bevrijdt hun van hun lasten en van de boeien die op hen rustten...“ (Koran 7:157).

Daarom zou Islam niet moeten worden gezien als concurrent van het Jodendom of Christendom. Het moet als vervulling, voltooiing en perfectionering van de goddelijke berichten, die daarvoor waren geopenbaard, worden beschouwd.

Aan het einde van dit werk, zou ik het volgende advies willen geven aan de gehele Moslimgemeenschap. Van zo veel Moslimvrouwen, zijn hun fundamentele Islamitsche rechten afgenomen. De fouten die in het verleden zijn gemaakt, dienen te worden gecorrigeerd. Dat is een plicht die rust op iedere Moslim. De Moslimgemeenschap moet wereldwijd een verordening uitgeven, met betrekking tot de rechten van de vrouw, die gebaseerd zijn op de instructies uit de Koran en het onderwijs van de profeet van de Islam. Deze verordening moet Moslimvrouwen alle rechten geven, die aan hen zijn gegeven door hun Schepper. Vervolgens, dienen alle noodzakelijke middelen te worden aangewend, om de juiste implementatie van de verordering te verzekeren. Deze verordening had al veel eerder wereldwijd moeten worden verspreid, maar beter laat dan nooit. Als Moslims wereldwijd, de volledige Islamitische rechten van hun moeders, vrouwen, zusters, en dochters niet waarborgen, wie zullen dat dan wel doen?

Voorts, dienen wij de moed te hebben om ons verleden onder ogen te komen en de tradities en wetten van onze voorvaderen te verwerpen, wanneer deze de voorschriften van de Islam overtreden. Heeft de Koran de heidense Arabieren niet bekritiseert voor het blind volgen van de tradities van hun voorvaderen? Aan de andere kant, dienen wij een kritische houding te ontwikkelen ten opzichte van hetgeen wij van het Westen of van andere culturen ontvangen. De interactie met en leren van andere culturen is een belangerijke ervaring. De Koran heeft deze interactie als volgt beschreven: “O mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en en een vrouw en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen...“ (Koran 49:13). Het is echter vanzelfsprekend, dat de blinde imitatie van anderen een teken van uiterste gebrek aan eigenwaarde is.

Deze laatste woorden zijn opgedragen aan de niet-Islamitische, Joodse, Christelijke of welke lezer ook. Het is verbijsterend, dat de godsdienst, die de status van vrouwen radicaal heeft veranderd (verbeterd), wordt aangewezen en gedenigeerd alszijnde een onderdrukking voor vrouwen. Dit beeld over de Islam, is vandaag de dag een van de meest wijdverspreide mythen op onze wereld. Deze myhe wordt wordt gehandhaafd, door een onafgebroken spervuur aan senstionele boeken, artikelen, media beelden, en Hollywood films. Het onvermijdelijke resultaat van deze voortdurende misleidende beelden is een totale ongebrip en vrees van al hetgeen wat betrekking heeft op de Islam. Deze negatieve afbeelding van de Islam in de wereldmedia, moet worden beëindigd, indien we in een wereld willen leven dat vrij is van discriminatie, vooroordelen en onbegrip. Niet-moslims dienen zich te realiseren, dat er een groot gat bestaat tussen de overtuigingen (het geloof) en de praktijken van Moslims niet noodzakelijkerwijs de Islam representeren. Het labelen van de status van vrouwen in de Islamitische wereld, alszijnde “Islamitisch“, is net zo ver van de waarheid, als het zeggen dat de positie van de vrouw in het Westen, die van de Joods-Christelijke traditie weergeeft. Met deze inzicht in gedachte, zouden Moslims en niet-moslims de communicatie moeten beginnen, om zo alle misvattingen, verdenkingen en angsten te verwijderen. Een vreedzame toekomst voor de gehele maatschappij vereist een dergelijke dialoog.

De Islam zou moeten worden gezien als een religie, die de moderne wereld pas in deze eeuw heeft toegkend. De Islam heeft de hedendaagse vrouw ook veel te bieden: waardigheid, eerbied, en bescherming op alle fronten en in alle stadia van haar leven, van haar geboorte tot haar dood, tezamen met de erkenning, de balans, en middelen om te voorzien in haar spirituele, intellectuele, fysieke, en emotionele behoeften. Het is daarom niet raar, dat de meeste mensen, die ervoor kiezen om Moslim te worden, in een land als bijvoorbeeld Groot-Brittannië, vrouwen zijn. In de VS staat de verhouding van het aantal vrouwen dat de Islam omarmt in vergelijkimg met mannen op 4 staat tot 1 (dus 4 keer zoveel vrouwen omarmen de Islam daar).[85]

De Islam heeft onze wereld zoveel te bieden, die (dus de wereld) een grote behoefte heeft aan morele leiding en leiding en leiderschap. Ambassadeur Herman Eilts zei, in een verklaring (getuigenis) tegenover de commissie van Buitenlandse zaken van het Huis van Afgevaardigden van het Congres van de Verenigde Staten op 24 juni 1985, “De Moslimgemeenschap vandaag de dag, bestaat ongeveer uit een miljard mensen. Dat is een indrukwekkende getal. Maar wat voor mij even indrukkend is, is dat de Islam vandaag, de snelst groeiende monotheïstisch religie is. Hier dienen wij rekening mee te houden. Er is iets goeds aan de Islam. Het trekt een groot aantal mensen aan.“ Ja, er is iets goeds aan de Islam, en het is tijd om dat dit werk (deze studie) een stap in deze richting is.



[1] ‘The Globe and Mail‘,  Oktober 4, 1994

[2] Leonard J. Swidler, ‘Women in Judaism: the Status of Women in Formative Judaism‘ (Metuchen, N.J. Scarecrow Press, 1976) pagina 115.

[3] Thena Kendath, ‘Memories of an Ortodox youth‘ in Susannah Heschel, ed. Over een Joodse feministe zijn (New York: Schocken Books, 1983), pagina’s 96-97.

[4] Swidler, op. Cit., pagina’s 80-81.

[5] Rosemary R. Ruether, ‘Christianity‘, in Arvind Sharma, ed., Vrouwen in Wereldreligies (Albanie: Staatsiniversiteit van New York Press, 1987) pagina 209.

[6] Voor alle uitspraken van de vooraanstaanse Saints, zie Karen Armstrong, ‘The Gospel According to Woman‘ (Londen: Elm Tree Books, 1986) pagina’s 52-62. Zie ook Nancy van Vuuren, ‘The Subversion of Women as Practiced by Churches, Witch-Hunters, and Other Sexist‘ (Philadelphia: Westminister Press) pagina’s 28-30.

[7] Swidler, op. cit., pagina 140.

[8] Denise L.Carmody, ‘Judaism‘, in arvind Sharma, ed., op. cit., p.197.

[9] Swidler, op. cit., pagina 137

[10] Ibid., pagina 138.

[11] Sally Priesand, ‘Judaism and the New Woman‘ (New York: Behrman House, Inc., 1975) pagina 24.

[12] Swidler, op. cit., pagina 115.               

[13] Lesley Hazleton, ‘Israeli Women The Reality Behind the Myths‘ (New York: Simon and Schuster, 1977) pagina 41

[14] Gage, op. cit. Pagina 142.

[15] Jeffrey H. Togay, ‘Adultery, ‘Encyclopedie Judaica, Deel II, col. 313. Zie ook Judith Plaskow, ‘Standing Again at Sinai: Judaism from a Feminist Perspective‘ (New York: Harper & Row Publishers, 1190) pagina’s 170-177.

[16] Hazleton, op. cit., pagina’s 41-42.

[17] Swidler, op. cit., pagina 141.

[18] Mathilda  J. Gage, ‘Woman, Church, and State‘ (New York: Truth Seeker Company, 1983) pagina 141.

[19] Louis M. Epstein, ‘The Jewish Marriage Contract‘ (New York: Arno Press, 1973)

[20] Swidler, op. cit., pagina 142.

[21] Epstein, op. cit., pagina’s. 164-165

[22] Ibid., pagina’s 112-113. Zie ook Priesand, op. cit. Pagina 15.

[23] James A. Brundage, ‘Law, Sex, and Christian Society in Medieval Europe‘ (Chicago: Universiteit van Chicago Press 1987) pagina 88.

[24] Ibid., Pagina’s 480

[25] R. Thompson, ‘Women in stuart England and America‘ (London: Routledge & Kegan Paul, 1974) pagina 162.

[26] Mary Murray, ‘The Law of the Father‘ (London: Routledge, 1995) pagina 67.

[27] Gage, op. cit., pagina 143

[28] Zie bijvoorbeeld Jeffrey Lang, ‘Struggling to Surrender‘, (Beltsville, MD: Amana Publications, 1994) pagina 167.

[29] Elsayyed Sabiq, ‘Fiqh al Sunnah‘ (Cairo: Darul Fatah lile’lam Al-Arabi, elfde druk, 1994), deel 2 pagina’s 218-229.

[30] Abdel-Haleem Abu Shuqqa, “Tahreer al Mar’aa fi Asr al Risla‘ (Kuwait: Dar al Qalam, 1990) pagina’s 109-112.

[31] Leila Badawi, ‘Islam‘, door Jean Holm en John Bowker, ed., ‘Women in Religion‘ (London: Printer Publishers, 1994) pagina 102.

[32] Amir H. Siddiqi, ‘Studies in Islamic History‘ (Karachi: Jamiyatul Falah Publications, derde druk, 1967) pagina 138.

[33] Epstein, op. cit., pagina 196

[34] Swidler, op. cit., pagina’s 162-163

[35] The Toronto Star, Apr. 8, 1995

[36] Sabiq, op. cit. pagina’s 318-329. Zie ook Mohammed al Ghazali, ‘Qadaya al Mar’aa bin Al Taqaleed al Rakida wal Wafida‘ (Cairo: Dar al Shorooq, vierde druk, 1992) pagina’s 178-180.

[37] Ibid., pagina’s 313-318.

[38] David W. Amram, The Jewish Law of divorce According to Bible and Talmud‘ (Philadelphia: Edward Stern & CO., Inc., 896) pagina’s 125-126.

[39] Epstein, op. cit., pagina 219

[40] Ibid, pagina’s 156-157

[41] xxxx

[42] Epstein, op. cit., pagina 122

[43] Amstrong, op. cit., pagina 8.

[44] Epstein, op. cit., pagina 175.

[45] Ibid., pagina 121.

[46] Gage, op. cit., pagina 142

[47] B. Aisha Lemu and Fatima Heeren, ‘Woman in Islam‘ (London: Islamic Foundation, 1978) pagina 23.

[48] Hazleton, op. cit., pagina’s 45-46

[49] Ibid., pagina 47.

[50] Ibid., pagina 49.

[51] Swidler, op. cit., pagina’s 144-148

[52] Hazleton, op. cit. pagina’s 44-45       

[53] Eugene Hillman, Polygamy Reconsidered: African plural Marriage and the Christian Churches‘ (New York: orbis Books, 1975) p. 140          

[54] Ibid., pagina 17.

[55] Ibid., pagina’s 88-93

[56] Ibid., pagina’s 92-97.

[57] Philip L. Kilbride, ‘Plural Marriage For Our Times‘ (Westport, Conn.: Bergin & Garvey, 1994) pagina’s 108-109.

[58] ‘The Weekley Review‘ Augustus 1, 1987.

[59] Kilbride, op. cit., pagina 126.

[60] John D’Emilio and Estelle B. Freedman, ‘Intimate Matters: A history of Sexuality in America‘ (New York: Harper & Row Publishers, 1988) pagina 87.

[61] Ute Frevert, ‘Women in German History: from Bourgeois Emancipation to Sexual Liberation‘ (New York: Berg Publishers, 1988) pagina’s 263-264

[62] Ibid., pagina’s 257-258

[63] Sabiq, op. cit., pagina 191

[64] Hillman, op. cit. pagina 12

[65] Nathan Hare and Julie Hare, ed., ‘Crisis in Black Sexual Politics‘ (San Francisco: Black Think Tank, 1989) pagina 25.

[66] Ibid., pagina 26

[67] Kilbride, op. cit., pagina 94

[68] Ibid., pagina 95

[69] Ibid

[70] Ibid., pagina’s 95-99

[71] Ibid., pagina 118

[72] Lang, op. cit. pagina 172.

[73] Kilbride, op. cit., pagina’s 72-73

[74] Sabiq, op. cit., pagina’s 187-188

[75] Abdul Rahman Doi, ‘Woman in Shari’ah‘ (London: Ta-ha Publishers, 1994) p.76.

[76] Menachem M. Brayer, ‘The Jewish Woman In Rabbinic Literature: A Psychosocial Perspective (Hoboken, N.J.: Ktav Publishing House , 1986) pagina 239

[77] Ibid., pagina’s 316-317. Zie ook Swidler, op. cit., pagina’s 121-123

[78] Ibid., pagina 139

[79] Susan W. Schneider, ‘Jewish and Female‘ (New Jewish and Female‘ (New York: Simon & Schuster, 1984) pagina 237.

[80] Ibid., pagina 238-239

[81] Alexandra Wright, ‘Judaism‘, in Holm and bowker, ed., op cit., pagina’s 128-129

[82] Clara M. Henning, ‘Cannon Law and the Battle of the sexes‘ in Rosemary R.Reuther, ed., ‘Religion and Sexism: Images of Woman in the Jewish and Christian Tradutions‘ (New of Woman in the Jewish and Christian Tradutions‘ (New York: Simon and Schuster, 1974) pagina 272.

[83] Donald B. Kraybill, ‘The riddle of the Amish Culture (Baltimore: Johns Hopkins University Press, 1989) pagina 56.

[84] 

[85] ‘The times‘, November 18, 1993.