Fiqh en Shari’ah

Beschrijving

Dit artikel toont de lezer stapgewijs aan hoe men fiqh dient te bestuderen en dat simplistische benadering van de shari’a tot absurditeit kan leiden.

Download
Schrijf een commentaar naar de verantwoordelijk van dit pagina

De volledige beschrijving

    Fiqh en Shari’ah

    [nederlands - dutch-الهولندية]

    revisie: Yassien Abo Abdillah

    Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad)

    2014 - 1436

    Islam voor iedereen

    الفقه و الشريعة

    « باللغة الهولندية »

    مراجعة: ياسين أبو عبد الله

    الناشرالنا

    2014- 1436

    بسم الله الرحمن الرحيم

    Fiqh en Shari’ah

    (De realisatie van alomvattende rechtvaardigheid)

    Bismi Allah Ar-Rahmaan Ar-Raheem,

    De islamitische wetgeving beschouwt alle mensen gelijk m.b.t. hun verplichting zich aan de Goddelijke Wetten te onderwerpen en in hun verantwoordelijkheid ze te verbreken. De Wetten genoemd in de Koran zijn allemaal algemeen en maken geen onderscheid tussen de ene of de andere groep.

    “Allah heeft rechtvaardigheid en rechtschapenheid opgelegd..” (Surat An-Nahl: 90)

    “Allah beveelt dat jullie het aan jullie toevertrouwde teruggeven aan degenen die er recht op hebben en dat wanneer jullie tussen mensen een uitspraak doen jullie met rechtvaardigheid handelen.” (Surat An-Nisaa: 58)

    “O jullie die geloven! Wees oprecht voor Allah en wees rechtvaardige getuigen en laat vijandschap en haat van anderen jullie niet onrechtvaardig handelen. Wees rechtvaardig; dat is dichter bij vroomheid en vrees Allah. Voorzeker, Allah is Wel-Bekend met wat jullie doen.” (Surat Al-Ma’eeda: 8)

    Overgeleverd door Aisha (radiya Allahu ‘anha): "Tijdens het tijdperk van profeetschap stal een vrouw van de machtige stam van Makhzoem enige juwelen en bekende de misdaad toen de zaak aan de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) werd voorgelegd. Haar stamgenoten wilden de schande vermijden van de straf uit de Koran die op haar zou worden toegepast. Zij vroegen dus Ousama ibn Zayd (radiyallah ‘anhu) wie dicht bij de profeet was voor haar te bemiddelen. Toen Ousama de profeet benaderde, werd hij erg boos op hem en zei: “Durf je te bemiddelen in een van Allah’s bepaalde straffen?” De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) riep vervolgens de mensen bijeen en hield een preek waarin hij zei: “De mensen voor jullie waren vernietigd omdat zij de nobelen lieten gaan als zij stalen, maar pasten Allah’s bepaalde straffen toe op de zwakken wanneer zij stalen. Bij Allah, als mijn eigen dochter Fatima stal, zou ik haar straffen.” (Sahih Al-Bukhari, Muslim en Sunan Abu Dawud)

    Bronnen van de Islamitische wet

    De islamitische wet kwam tijdens het stadium van oprichting voort uit openbaring, ofwel in de vorm van de Koran en Soenna. De term Soenna verwijst naar de verklaringen en handelingen van de profeet Mohammed (sallallahu ‘alayhi wasalam), alsmede naar de verklaringen van anderen uitgevoerd in zijn aanwezigheid die niet zijn afkeuring kregen. De Soenna wordt beschouwd als tweede bron van openbaring gebaseerd op Allah’s verklaring in de Koran:“Hij (Mohammed) spreekt niet van zijn eigen verlangens. Voorzeker het is alleen de Wahy (inspiratie) die is geopenbaard.” (Surat An-Nadjm: 3-4)

    De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) kreeg de taak de uiteindelijke boodschap van Allah aan de mensheid te verkondigen.

    “O boodschapper, verkondig hetgeen aan jou is geopenbaard van jouw Rabb.” (Surat Al-Ma’eeda: 67)

    Aan hem werd ook de verantwoordelijkheid gegeven Allah’s bedoeling in de boodschap aan de mensheid te verklaren.

    “En wij hebben ook naar jou (Mohammed) Al-Dhikr (de Koran en Soenna) gestuurd, opdat je duidelijk aan de mensheid zult uitleggen wat aan hen is neder gezonden en opdat zij zullen nadenken.” (Surat An-Nahl: 44)

    Soms legde de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) de bedoeling van de teksten van de Koran uit door een verklaring te geven. Op andere momenten deed hij dit d.m.v een handeling en andere momenten deed hij d.m.v beiden. Bijvoorbeeld, de Koran beval de gelovigen de correcte Salaat (voorgeschreven gebed) te verrichten zonder de beschrijvingen hoe de Salaat gedaan moet worden. Dus bad de profeet (sallallahu alayhi wasalam) met zijn volgelingen en vertelde hen: “Bid zoals jullie mij hebben zien bidden.” (Sahih Al-Bukhari)

    Bij een andere gelegenheid kwam terwijl hij aan het bidden was, een man en groette hem, dus hief hij zijn rechterhand ter beantwoording. (Sunan Abu Dawud)

    Zijn vrouw Aisha (radiyallahu ‘anha) vermeldde dat wanneer hij de Sjujoed (neerknielen met voorhoofd op de grond) in de Salaat maakte, hij zijn hielen bij elkaar hield.” (Al-Bayhaqi, Al-Hakim, Ibn Khuzaymah)

    Bij nog een andere gelegenheid, passeerde hij (sallallahu ‘alayhi wasalam) ibn Mas’ud die met zijn linkerhand op zijn rechter bad. Hij verwijderde deze en plaatste zijn rechterhand op zijn linker. (Sunan Abu Dawud)

    Er is ook vermeld dat hij (sallallahu ‘alayhi wasalam) heeft gezegd: “Als een van jullie Soedjoed maakt, moet hij niet knielen zoals de kameel doet. Laat hem zijn handen (op de grond) voor zijn knieën plaatsen.” (Sunan Abu Dawud)

    De Soenna is dus een uitzondering van de Koran waarbij z’n algemeenheden werden verklaard en bedoelde betekenissen worden gespecificeerd. Dientengevolge is alles in de Soenna ofwel door gevolgtrekking of door directe verwijzing, vermeld in de Koran. De vermelding kan zo algemeen zijn zodat het de gehele Soenna omvat zoals in het geval van de Ayaah: “En wat de boodschapper jullie geeft, neemt het en wat hij verbiedt, onthoud jullie ervan.” (Surat Al-Hasjr: 7)

    Of de vermelding kan algemene bepaalde wetten aantonen, waarvan de details aan de Soenna worden overgelaten. Vandaar dat de Soenna de methodologie, redenen, vereisten en plaats kan uitleggen, of kan de insluitingen uitleggen die niet logisch afgeleid konden worden. Een voorbeeld hiervan is het geval van verboden voedsel naast wat in de Koran wordt genoemd. Allah (subhanahu wata’ala) verklaard m.b.t. de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam): “Hij maakte voor hen wettig At-Tayyibaat (alles, goed en wettig) en verbiedt hen als onwettig Al-Khaba’ith (alles, slecht en onwettig).” (Surat Al-A’raaf: 157)

    (Een voorbeeld is roken, het gebruik van drugs, welke niet expliciet bij naam worden genoemd, maar verboden zijn door bovenstaande Aya i.v.m. het woord ‘Al-Khaba’ith’ hetgeen betekent, alles dat slecht en schadelijk is.)

    Anas ibn Maalik (radiyallahu ‘anhu) zei: “Op de dag van de oorlog van Khaybar kwam een bezoeker en zei: “O boodschapper van Allah, er zijn ezels gegeten.” Daarna kwam een ander en zei: “O boodschapper van Allah, de ezels worden vernietigd.” De boodschapper van Allah (sallallahu ‘alayhi wasalam) stuurde iemand om een aankondiging te maken: Allah en zijn boodschapper hebben jullie verboden het vlees van getemde ezels (huisdieren) te eten, want het is slecht en onrein.” (Sahih Al-Bukhari)

    De vermelding kan ook algemene principes aantonen waarvan de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) regels kan afleiden. Zulke regels kunnen bevestigd worden door Allah indien ze correct zijn, of gecorrigeerd worden door Allah als ze niet correct zijn. Onder bevestigde afgeleide regels is het geval van het huwelijk met een vrouw en haar tante van moeders- of vaderszijde. De Koran verbiedt het met een vrouw en haar dochter te trouwen of een huwelijk met de twee zusters. De Koran verklaart vervolgens: “Behalve voor dezen, alle anderen zijn wettig.” (Surat An-Nisaa: 24)

    Abu Hurayra (radiyallahu ‘anhu) vertelde echter dat de boodschapper van Allah (sallallahu ‘alayhi wasalam) zei: “Men moet niet een vrouw en haar vaders zuster in een huwelijk combineren, of een vrouw en haar moeders zuster.” (Sahih Al-Bukhari)

    Deze regel kan afgeleid zijn omdat de reden van het verbod van een vrouw en haar dochter of twee zusters te combineren, aanwezig is in de combinatie van een vrouw en haar tante. Want onder de overleveringen van de verklaring van de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) is de uitleg, “Als je dat doet, zul je de familiebanden verbreken.”

    Dat betekent, op dezelfde manier dat de vroomheid van de relatie tussen zusters, of een moeder en haar dochter vernietigd zou worden door rivaliteit tussen medevrouwen, zou het ook vernietigd worden tussen een vrouw en haar tante. Onder de voorbeelden van afgeleide regels die niet bevestigd werden is die van ‘Dhihaar’ scheiding. Khaulah bint Tha’labah zei: “Mijn echtgenoot, Aus ibn As-Saamit, sprak de woorden uit: “Jij bent voor mij zoals mijn moeders rug.” Dus kwam ik bij de boodschapper van Allah om over mijn man te klagen. De boodschapper van Allah echter was het oneens met mij en zei: “Vrees Allah, hij is je neef.” Ik ging door met klagen totdat de Ayaah werd geopenbaard: Allah heeft het woord gehoord van degene die met u aangaande haar man twistte en tot Allah klaagde. En Allah heeft uw gesprek gehoord. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziende. (1) Degenen onder u, die hun vrouwen moeders noemen – dezen zijn hun moeders niet; hun moeders zijn alleen degenen die hen baarden, – en voorzeker zij zeggen iets onbetamelijks en een leugen; doch Allah is Verdraagzaam, Vergevensgezind. (2) Degenen, die hun vrouwen moeders noemen en willen terugnemen wat zij zeiden, moeten hiervoor een slaaf bevrijden voordat zij elkander aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet. (3) Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat gij moogt geloven aan Allah en Zijn boodschapper. Dit zijn de verordeningen van Allah; en er is een pijnlijke straf voor de ongelovigen. (4)(Surat Al-Mudjadalah: 1-4)

    De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) had ‘Dhihaar’ geaccepteerd als een geldige vorm van scheiding en had Khaulah verteld het te accepteren, Allah echter verklaarde het ongeldig.

    Er bestaat ook een andere categorie van onbevestigde afgeleide regels die laten zien dat de Soenna beperkt is tot bevestigde religieuze regels en persoonlijke gewoontes van de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) uitsluiten die hij niet aan zijn volgelingen opdroeg te volgen.

    Raafi ibn Khadiedj vertelde dat Allah’s boodschapper (sallallahu ‘alayhi wasalam) naar Medina kwam en de mensen hun dadelpalmbomen zag samenbinden. Hij vroeg hem wat zij aan het doen waren en zij informeerden hem dat zij de bomen kunstmatig aan het bevruchten waren. Hij zei vervolgens: “Het zou misschien beter zijn als jullie dit niet deden.” Toen zij deze gewoonte stopten, werd de opbrengst van de dadelpalmbomen minder dus informeerden ze hem en hij zei: “Ik ben een mens. Dus als ik jullie iets vertel dat deel uitmaakt van de religie, accepteer het, maar als ik jullie iets vertel vanuit mijn persoonlijke mening, houdt in gedachte dat ik een mens ben.” Anas vertelde dat hij eraan toevoegde: “Jullie hebben meer kennis (van technische bekwaamheden) over zaken van deze wereld.” (Sahih Muslim)

    De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) informeerden zijn volgelingen verder dat hij zelfs in geval van wettelijke gerechtelijke oordelen m.b.t. meningsverschillen die aan hem voorgelegd werden, onopzettelijk verkeerd kon beslissen. Aangezien sommige van die beslissingen gebaseerd waren op zijn eigen mening. Oem Salama vertelde dat de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) zei: “Ik ben slechts een mens en jullie brengen je meningsverschillen naar mij. Misschien zijn sommige van jullie wel-bespraakter in hun pleidooi dan anderen en oordeel ik in hun voordeel naar wat ik van hen hoor. Dus, wat ik ook beslis in iemands voordeel wat aan zijn broeder toebehoort; hij moet er niet van nemen omdat ik hem alleen een stuk van de hel heb geschonken..” (Sunan Abu Dawud)

    Zulke beslissingen gebaseerd op een persoonlijke beredenering betekende training voor de metgezellen van de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) in de methodologie van het toepassen van de Shari’ah. Het leerde hen dat een rechter niet verantwoordelijk wordt gehouden als hij een fout in een uitspraak maakt door factoren die buiten zijn macht liggen. En, ten einde dit belangrijke punt verder te benadrukken zei de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) ook: “Een ieder die een beredeneerde beslissing neemt (IJtihaad) en juist is, zal twee beloningen ontvangen, terwijl degene die dat doet en onjuist is één beloning zal krijgen.” (Sahih Al-Bukhari)

    Zulke beslissingen echter, moeten gebaseerd zijn op kennis want de boodschapper van Allah zei ook: “Er zijn drie soorten rechters; een die naar het Paradijs gaat en twee die naar de Hel gaan. Degene in het Paradijs is de man die de waarheid weet en ernaar oordeelt. De man die de waarheid weet en onrechtvaardig is in zijn oordeel zal in de Hel zijn. En de man zonder kennis die oordelen velt over mensen zal ook naar de Hel gaan.” (Overgeleverd door Buraydah en verzameld door Abu Dawud)

    De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) moedigde zijn metgezellen ook aan wettelijke regels te maken ten einde hen voor te bereiden door te gaan met de toepassing van de Shari’ah nadat hij (sallallahu ‘alayhi wasalam) hen had verlaten. Ali ibn Abi Taleb (radiya Allahu ‘anhu) zei: “Allah’s boodschapper stuurde mij als rechter naar Jemen, dus vroeg ik: O boodschapper van Allah! Je stuurt mij en ik ben jong en ik heb geen kennis over het geven van oordelen.?” De profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) antwoordde: “Allah zal je hart leiden en houd je tong standvastig (verbonden aan de waarheid). Wanneer twee procederende partijen voor je zitten, beslis niet totdat je hebt gehoord wat de ander te zeggen heeft op de manier zoals je de eerste hebt gehoord, want het is passender voor het correcte oordeel wat duidelijk voor jou wordt.” (Sunan Abu Dawud)

    Er is overgeleverd dat Sa’eed Al-Khudree heeft gezegd: “De stam van Banu Quraydah gaf zich over op voorwaarde dat Sa’d ibn Mou’aadh over hen een oordeel zou vellen, dus liet de boodschapper van Allah hem komen. Toen Sa’d de Masjeed naderde rijdend op zijn ezel, zei Allah’s boodschapper: “Sta op om jullie leider te ontvangen.” En hij zei tegen Sa’d: “Deze mensen hebben zich overgegeven en accepteren alleen jouw beslissing.” Sa’d zei: “Executeer hun strijders en neem hun vrouwen in kinderen als gevangen.” Bij het horen daarvan zei de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam): “Je hebt geoordeeld volgens het Oordeel van Allah.” (Sahih Muslim)

    Het proces van tot stand komen bij beredeneerde (volgens Koran) beslissingen om nieuwe omstandigheden te creëren en naar de beslissingen zelf, wordt verwezen als ‘IJtihaad’. Zoals we hebben kunnen zien praktiseerde zowel de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) als zijn metgezellen tijdens dit stadium, IJtihaad in de ontwikkeling van de Islamitische wet. Het moet worden opgemerkt dat de IJtihaad’s van de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam), die tijdens deze periode plaatsvonden niet beschouwd werden als een onafhankelijke bron van wet, omdat hun geldigheid afhing van de goddelijke openbaring voor bevestiging. Dus de IJtihaads van de profeet (sallallahu ‘alayhi wasalam) waren hoofdzakelijk een middel om de metgezellen les te geven in de methoden van IJtihaad en de IJtihaads van de metgezellen, waren in dit vroege stadium voornamelijk voor ervaring.

    Alhamdulillahi Rabb Al-'Alamien

    Bron:* The evolution of Fiqh door Dr. Abu Ameenah Bilal Philips.

    __________________

    www.islamhouse.com

    Islam voor iedereen !

    Beoordelingen