Kritiek op het individualisme

Beschrijving

In dit artikel vind je een uitgebreide kritiek terug op het individualisme.

Download
Schrijf een commentaar naar de verantwoordelijk van dit pagina

De volledige beschrijving

    Kritiek op het individualisme

    [nederlands - dutch -الهولندية ]

    revisie: Yassien Abo Abdillah

    Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad)

    2014 - 1435

    Islam voor iedereen

    الرد على الفردانية

    « باللغة الهولندية »

    مراجعة: ياسين أبو عبد الله

    الناشر النا

    2014 - 1435

    بسم الله الرحمن الرحيم

    Het idee van individualisme is de hoeksteen van het zogenaamde modernisme, zijnde hetgeen aan filosofische en politieke ideeën is geresulteerd uit de periode van Verlichting in Europa. Andere voorbeelden van deze specifieke ideeën zijn de eerder bekritiseerde democratie, vrijheid, secularisme en tolerantie. Het individualisme is de hoeksteen van al deze modernistische ideeën, echter, omdat zij allen zijn geresulteerd uit het geloof in individualisme.

    Immanuel Kant (1724 - 1804) heeft middels zijn distinctie tussen de "heteronome wil" en de "autonome wil" uitgelegd waar het individualisme voor staat. De heteronome wil, volgens Kant, is gehoorzaam aan hetgeen hem van buitenaf opgelegd wordt. Dit betekent dat de persoon met een heteronome wil gehoorzaam is aan de wil van iets of iemand buiten hemzelf. Hij is onderdanig aan deze voor hem vreemde wil en gelooft dat geluk, tevredenheid en voorspoed enkel gerealiseerd kan worden door overgave aan deze vreemde wil. Dit betekent in de praktijk dat de heteronome wil de beslissing over goed en kwaad overlaat aan iets of iemand anders, zoals aan een filosofie of een ideologie, of aan een politiek of religieus leider. De donkere periode van de Europese middeleeuwen is het voorbeeld bij uitstek van de heerschappij van heteronomie. De katholieke kerk heerste over Europa en schreef de mensen de wet en de moraal voor. En de mensen onderwierpen zich aan de wet en de moraal verordineert door de kerk. Zij leefden feitelijk als slaven in onderdanigheid aan de kerk. Zij hadden geen eigen wil. Zij beperkten zich tot het willen van hetgeen de kerk van hen eiste, en tot het doen van hetgeen deze wil van de kerk voorschreef. Het is welbekend dat uit de wet en de moraal van de katholieke kerk grote ellende resulteerde voor de mensen van Europa. Deze ellende zette de intellectuelen ertoe aan om na te denken over een alternatief voor de heerschappij van de kerk. Dit leidde tot de ontwikkeling van het idee van individualisme. In het individualisme staat juist de autonome wil centraal. In tegenstelling tot de heteronome wil bepaalt de autonome wil zelf de wet en de moraal. De autonome wil laat zich niet leiden door de mening of wil van anderen. Hij laat zich niet de wet voorschrijven. De autonome wil bepaalt zelf, gebruik makende van de capaciteiten van het verstand, wat goed en kwaad is. En de autonome wil bepaalt zelf wat geluk, tevredenheid en voorspoed is en hoe dit te realiseren.

    De mens met een autonome wil is in het individualisme het ideaal. Nietzsche (1844 - 1900) noemde hem de "supermens (Übermensch)". Het is de man die vrij is van alle normen en waarden. De mens wiens doel het niet langer is om het evenbeeld van God te zijn (zoals in het christendom), of om degene te zijn met wie God tevreden is (zoals in Islam), of om een goede burger te zijn, enzovoorts. De individuele supermens wil enkel zichzelf zijn, niets meer of minder. Hij is een pure egoïst 1.

    Het idee van individualisme stelt dat het geluk gevonden kan worden in het doen van hetgeen men wil doen. Want, zo zegt men, ieder mens heeft een verstand en weet zelf het best wat goed voor hem is. En ieder mens moet derhalve zelf uitmaken wat hij wil doen, zonder zich door anderen voor laten schrijven wat hij zou moeten willen doen. En de mens moet vervolgens ook doen wat zijn autonome wil heeft bepaald, zonder zich door anderen voor te laten schrijven wat hij zou moeten doen. Want enkel zo kan de mens zich ontplooien en geluk realiseren, zegt het idee van individualisme.

    Goed en kwaad is niet een individualistische kwestie

    Men kan zien dat de mensen onder invloed van het individualisme van mening verschillen voor wat betreft goed en kwaad, zelfs wanneer zij zich in één tijd en op één plaats bevinden. Volgens de voorstanders van het individualisme is dit een natuurlijk verschijnsel en zelfs een correct verschijnsel. Zij zien hier geen contradictie in, want volgens de voorstanders van het idee van individualisme verschilt het pad naar geluk van mens tot mens. Derhalve ook moet onder het individualisme ieder mens zelf nadenken en beslissen over hoe hij wil leven. Dit betekent effectief dat ieder mens voor zichzelf uit moet maken wat goed is en wat kwaad is. Daarom, zeggen de individualisten, kunnen goed en kwaad van mens tot mens verschillen. Maar, dit idee kan enkel als een correcte situatie geaccepteerd worden wanneer men tevens accepteert dat goed en kwaad in het geheel niet bestaan.

    De consequentie van de droom van de individualisten, waar iedereen zelf beslist wat voor hem goed en kwaad is, is namelijk dat niemand meer mag of kan zeggen dat iets goed of kwaad is. Want wat de een kwaad vindt, vindt de ander mogelijk goed. Bijvoorbeeld, er van uitgaande dat de mens rationeel is en geen dingen doet die hem enkel schade brengen en geen enkel goeds, moet de moordenaar in de moord iets goeds gezien hebben. Hij kan mogelijk erkend hebben dat aan het moorden bepaalde elementen kleven waardoor het als een kwaad beoordeeld zou kunnen worden, maar de moordenaar moet meer goeds dan slechts gezien hebben in het moorden anders zou hij het niet welbewust gedaan hebben. Want anders zou hij niet gemoord hebben, ten slotte. Zolang de moordenaar middels een autonome wil tot deze beoordeling van moord is gekomen, dan heeft hij volgens het idee van individualisme correct geoordeeld en gehandeld. En volgens het idee van individualisme kan dan niet gezegd worden dat de moordenaar een kwaad heeft begaan. Volgens her slachtoffer van de moord was de daad misschien een kwaad, maar volgens de autonome wil van de moordenaar was de moord meer goed dan kwaad. Sterker nog, indien de moordenaar van het moorden zou afzien omdat het misschien wat vervelend is voor het slachtoffer, die meest waarschijnlijk wil blijven leven en dus de moord als een kwaad beoordeeld, dan zou de moordenaar volgens het idee van individualisme niet correct geoordeeld hebben. Hij zou zich dan hebben laten leiden door de wensen en wil van een ander.

    Als men deze redenatie van de voorstanders van het individualisme volhoud, dan mag dus niemand meer zeggen dat iets goed is of kwaad. Want dit oordeel wordt onder het idee van individualisme een persoonlijk, individueel en subjectief oordeel. Dus, men mag volgens het idee van individualisme niet meer zeggen dat de holocaust een absoluut kwaad was. Het was naar het oordeel van ons misschien een kwaad, maar naar het oordeel van Adolf Hitler was dit blijkbaar anders. Hij gaf immers opdracht tot de Holocaust, en hij moet duw wel gedacht hebben dat de Holocaust goed was (voor hem). En niemand mag dan ook nog zeggen dat de pedofilie van Marc Dutroux een absoluut kwaad was. Hij deed het immers, dus hij moet hier iets goeds in hebben gezien. En niemand mag meer zeggen dat de moord op één miljoen Irakese moslims een absoluut kwaad is, omdat de leiders van de westerse wereld die hiervoor verantwoordelijk zijn hier iets goeds in zien.

    Deze uiteenzetting van de consequentie van dit idee dat goed en kwaad een persoonlijk, individueel en subjectief oordeel is, volstaat om aan te tonen dat het idee van individualisme volstrekt onzinning is. Bovendien, men zou ook moeten kijken naar de consequente van het idee van individualisme voor wat betreft het samenleven. Ook dit zal laten zien dat het idee van individualisme volstrekt onzinnig is en groot probleem schept voor wat betreft het samenleven.

    Het individualisme heeft de realiteit niet correct begrepen

    De realiteit van het menselijk bestaan is dat dit plaatsvindt in gemeenschappen. De mens leeft samen met andere mensen. Wanneer in een gemeenschap de mensen ieder voor zichzelf uitmaken wat goed en kwaad is en niemand van de mensen bij zijn persoonlijke bepaling van goed en kwaad rekening houdt met de andere mensen, zoals het idee van individualisme voorschrijft, en goed en kwaad dus van mens tot mens verschilt, dan kan enkel chaos resulteren. Wanneer niemand in een gemeenschap aandacht heeft voor de mensen met wie hij samenleeft en enkel doet wat hij zelf wil, ongeacht de consequenties hiervan voor anderen, dan resulteert chaos en ellende.

    De voorstanders van het individualisme zouden in reactie op deze vaststelling kunnen zeggen dat het correcte individualistisch denken de mensen uiteindelijk bij eenzelfde essentiële bepaling van goed en kwaad zal doen laten aankomen. De mens zal zich dan realiseren dat het in zijn eigen voordeel is om anderen niet te schaden, en dus zal hij ten gevolge van de autonome wil een goede burger zijn. Volgens een gedeeld essentieel idee betreffende goed en kwaad zullen de mensen dus voortgaan in het leven, en er daardoor harmonie zijn in de gemeenschap. Maar wanneer de aanhangers van het individualisme aldus rederen, dan hebben zij zelf tegen de door hun veronderstelde noodzaak tot individualisme geargumenteerd. Als de uitkomst van het correcte individualistische denken in de essentiële kwestie één en dezelfde is, dan bestaat er immers geen noodzaak voor individualisme. Het correcte individualistische denken van één enkele persoon zou dan volstaan, en al de andere mensen zouden zijn bepaling van goed en kwaad kunnen adopteren. Het eigen correcte individualistische denken zou dan voor wat betreft de essentiële kwesties immers toch tot dezelfde vaststelling van goed en kwaad komen.

    De realiteit van de samenleving is dat deze meer dan één enkel individu is. En de samenleving is ook meer dan een groep individuen, zoals de voorstanders van het idee van individualisme pretenderen. Want een groep individuen is enkel een groep en niet meer dan dat. Iedereen erkent dit feitelijk, want niemand benoemt de groep individuen die samenkomen in een voetbalstadion om een wedstrijd te zien als een samenleving. Nee, zij zijn een groep want na de wedstrijd gaan zij weer uiteen en dan bestaat hun groep niet meer. Daarom zijn zij in het voetbalstadion altijd slechts een groep, ongeacht met hoeveel zij zijn. Want er bestaat geen blijvende band tussen. Na de wedstrijd gaan zij weer uit elkaar en is de onderlinge relatie verbroken. Een samenleving, daarentegen, ontstaat wanneer er tussen de leden van een groep van individuen continue relaties ontstaan. Pas wanneer individuen in een gemeenschap zich niet meer aan hun relaties met andere individuen gemeenschap kunnen onttrekken, dan is een samenleving ontstaan.

    In een goede samenleving worden deze blijvende relaties tussen de leden van de samenleving op de juiste manier geordend. Want voor ieder individu in de samenleving geldt: zijn gedrag beïnvloedt de andere mensen, en hun gedrag beïnvloedt hem. Dit is wat het betekent om samen te leven. Het is derhalve algemeen geaccepteerd dat iedere samenleving een bepaalde ordening vereist. Het alternatief is anarchie, totale chaos, en behoudens een enkeling zien niet veel mensen hier een ideaalbeeld in 2. Daarom gaan de discussies onder de mensen niet over de vraag of de samenleving geordend moet worden, maar over hoe de samenleving geordend moet worden. De totstandkoming van een ordening vereist dat de mensen nadenken over de andere mensen in hun gemeenschap. Zij moeten nadenken over vragen als "hoe wil ik samenleven met hen", "hoe zouden zij samen willen leven met mij", "wat zou ik waarderen van hen en waarvan zou ik een afkeer hebben" en "wat zouden zij waarderen van mij en waarvan zouden zij een afkeer hebben". Zonder dergelijk denken, het denken over de eigen belangen en de wensen tezamen met de belangen en de wensen van de andere mensen in de samenleving, kan een goede samenleving onmogelijk tot stand komen. Maar wat betekent dit, om de belangen van andere mensen mee in overweging te nemen? Dit betekent denken aan wat andere mensen goed en kwaad vinden. Denken aan hoe andere mensen behandeld wensen te worden. Oftewel, het betekent denken aan de beoordeling van goed en kwaad door de andere mensen in de samenleving. Om hier dan rekening mee te houden bij de eigen bepaling van goed en kwaad. Echter... dit mag nu juist niet onder individualisme! Want om de wil van anderen mee in ogenschouw te nemen, om de wil van anderen van invloed te laten zijn op de eigen wil, dit is immers heteronomie! En dit betekent dat uit het idee van individualisme onmogelijk de juiste samenleving zal kunnen resulteren.

    Het individualisme maakt dus van de bepaling van goed en kwaad een individuele kwestie, terwijl dit geen individuele kwestie is. Om goed en kwaad als individuele kwestie te beschouwen gaat in tegen het verstand, en voorkomt de totstandkoming van een goede samenleving.

    Het verstand is niet in staat om goed en kwaad te bepalen

    De realiteit van het menselijk verstand is dat het een maatstaf behoeft om te kunnen oordelen over goed en kwaad. Zoals men een meetlat nodig heeft om groot en klein te kunnen bepalen, zo heeft men ook een "meetlat" nodig om goed en kwaad te kunnen bepalen. De rol van het verstand in de bepaling van goed en kwaad is om te toetsen aan de maatstaf die men hanteert. Daarom is een klein kind niet in staat om goed en kwaad te bepalen, totdat het een maatstaf is geleerd en het verstand is ontwikkeld. En daarom kunnen volwassen mensen met gezond verstand van mening verschillen voor wat betreft goed en kwaad. Omdat hun maatstaven verschillen.

    Volgens het idee van individualisme mag de maatstaf die het verstand hanteert niet van buitenaf afkomstig zijn. Hij mag niet opgelegd zijn geworden door een externe partij, hij moet van binnenuit komen. Al hetgeen waarmee externe partijen aan komen, zoals ideologie en religie, is immers een vorm van opdringen van een externe wil aan het individu. Dus, zegt het individualisme, de mens mag enkel naar binnen kijken bij de bepaling van goed en kwaad.

    Dit betekent effectief dat de persoonlijke behoeften en instincten de maatstaf voor de bepaling van goed en kwaad worden gemaakt. Want een andere interne maatstaf kent de mens niet. Al het andere waar volgens de mens zou kunnen oordelen, zoals de deugden, zijn ofwel externe maatstaven, of ze zijn geresulteerd uit een beoordeling op basis van de behoeften en instincten. Als iemand zegt "ik deel men de andere mensen, want delen is goed", dan moet hij antwoorden waarom delen goed is. Als hij dan zegt "omdat de mensen mij dan zullen waarderen", dan baseert hij zijn oordeel over goed en kwaad op de mening van andere mensen en dit is niet acceptabel voor de individualisten. Het is enkel acceptabel voor de individualisten wanneer hij zegt "omdat de mensen mij dan zullen waarderen, en ik vind het leuk wanneer mensen mij waarderen". Maar dan baseert deze persoon zich op zijn instincten en behoeften. Namelijk het voortplantingsinstinct, wat zich ondermeer uit in een verlangen naar liefde en geborgenheid. Of wanneer hij zegt "omdat de mensen mij dan zullen waarderen, en dan delen ze ook met mij". Ook dan baseert deze persoon zich ook op zijn instincten en behoeften, namelijk zijn overlevingsinstinct.

    Maar wanneer de mens zijn instincten en behoeften tot de maatstaf maakt voor de bepaling van goed en kwaad dan kiest de mens ervoor om zich te verlagen tot het niveau van de dieren. De dieren beoordelen goed en kwaad ook op basis van in instincten en behoeften. Dus waar het individualisme toe aanspoort is de keuze voor een verlaging van het niveau van de mens tot het niveau van de dieren. De mens moet oordelen volgens de maatstaf "als het mij bevredigt dan is het goed, en als het mij niet bevredigt dan is het niet goed". En dit is voor de mens de ultieme laagheid.

    Het menselijk verstand is niet in staat om zelf goed en kwaad te bepalen. Zoals gezegd, het menselijke verstand bepaald goed en kwaad middels een maatstaf, en de mens is niet in staat om zelf een maatstaf te bepalen. Als hij de maatstaf in zichzelf zoekt, dan komt hij uit bij de instincten en behoeften en verlaagt hij zichzelf tot het niveau van de dieren. Als hij de maatstaf buiten enkel zichzelf zoekt, door buiten zijn eigen instincten en behoeften ook de instincten en behoeften van de andere mensen mee inogenschouw te nemen, dan verheft hij zich enigszins van dit niveau. Maar, zelfs dan zal hij niet in staat zijn om de correcte maatstaf tot stand te brengen. Want goed en kwaad moeten beoordeeld worden door de belangen van het individu, de belangen van al de individuen, en de belangen van de gemeenschap als geheel in ogenschouw te nemen. En dit kan het menselijk verstand niet. Hiervoor zijn haar capaciteiten niet toereikend. Want hoe de mens het ook wendt of keert, zijn denken blijft altijd beïnvloedt door de omstandigheden waarin hij verblijft. Voor de mens om te denken voor andere mensen die in andere omstandigheden verblijven, oftewel om een universele maatstaf te bepalen die correct is voor alle mensen in alle omstandigheden, is een onmogelijke opgave.

    De rol van het verstand in de bepaling van goed en kwaad moet dan ook zijn om op te gaan naar degene die wel in staat is om op deze basis, door te kijken naar zowel de belangen van het individu, als de belangen van al de individuen, als de belangen van de gemeenschap als geheel, te oordelen over goed en kwaad. Het moet eerst onderzoeken wie bestaan die zouden kunnen oordelen. En dan ziet hij in dat hijzelf bestaat, en dat God bestaat. En dat deze God de verantwoordelijke voor zijn bestaan is. En dan ziet hij in dat God de enige is die kan, en dus ook zou moeten oordelen over goed en kwaad. Daarom moet het verstand op zoek gaan naar deze God. Wie is Hij, en wat heeft Hij geoordeeld? En als het verstand dan de boodschap van God heeft gevonden, dan moet het proberen deze boodschap te begrijpen. Het moet achterhalen wat precies de boodschap bedoeld te zeggen. Dan vindt het verstand het oordeel betreffende goed en kwaad van de Almachtige en Alwetende Schepper. En dat is het oordeel waarvolgens de mens voort zou moeten gaan, want dit is het universele oordeel. Het oordeel dat correct is voor zowel het individu en de relaties tussen de individuen.

    Individualisme en de realiteit

    Dat de mensen sinds de opkomst van de kapitalistische ideologie alsmaar meer egotistisch en materialistisch zijn geworden is een waarneembaar feit dat niet bediscussieerd kan worden. Dit is vooral waarneembaar daar waar de invloed van de kapitalistische ideologie op de mensen het sterkst is, oftewel in de westerse wereld. Maar aangezien de invloed van de kapitalistische ideologie niet tot de westerse wereld beperkt is, kan deze trend overal waar genomen kan worden. Het alsmaar toenemende egotisme en materialisme onder de mensen uit zich in toenemende criminaliteit in de samenleving, in groeiende onbeschoftheid in de samenleving, in groeiende eenzaamheid in de samenleving, en in de komst van de graaicultuur waaronder geld en macht enkel en alleen worden gebruikt voor de vergaring van meer geld en macht.

    De relatie tussen de individualistische samenleving en genoemde problemen in de samenleving is zo evident dat een brede discussie is losgebarsten over het goed en kwaad in het individualisme. De criticasters van het individualisme wijzen op het feit dat de opkomst van het individualisme in de samenleving parallel verloopt aan de opkomst van de genoemde problemen in de samenleving. En zij zeggen in reactie dat de mensen teveel individualist zijn geworden, en dat ten gevolge hiervan deze problemen zijn ontstaan. Met andere woorden, zij geven middels bedekte termen het individualisme de schuld van deze problemen.

    De voorstanders van het individualisme claimen in reactie dat het individualisme niet de oorzaak is van het egotisme en materialisme dat de samenleving plaagt. Zij zeggen: "Dit is niet de schuld van individualisme, maar van het feit dat de mensen oppervlakkig denken en zich door oppervlakkig denken laten beïnvloeden". "Zouden de mensen in hun individualisme niet oppervlakkig denken", aldus de voorstanders van het individualisme dan, "dan zouden ze inzien dat altruïsme meer voldoening schenkt dan egotisme, en dat uit opoffering de liefde en de relaties resulteren die gelukkig maken". Oftewel, volgens de voorstanders van het individualisme is het de koppeling van individualisme aan oppervlakkig denken dat ertoe leidt dat de mensen alleen nog maar aan zichzelf en aan materiële geneugten denken. Zouden de individualistische mensen niet oppervlakkig denken dan zouden goede dingen resulteren, zo is de bewering.

    Daar waar zij zich beperken tot het beschrijven van de realiteit zeggen zowel deze halve tegenstanders van het individualisme ("het individualisme is doorgeschoten") als de voorstanders van het individualisme de waarheid. Het is correct om te zeggen dat de opkomst van genoemde problemen in de samenleving parallel verloopt aan de opkomst van het individualisme. En het is correct om te zeggen dat genoemde problemen met oppervlakkig individualistisch denken te maken hebben. Echter, de tweede bewering van de voorstanders van het individualisme zwakt de kritiek op het individualisme in de eerste bewering niet af, zoals de voorstanders van het individualisme veelal denken. Integendeel, juist daar beide stellingen de realiteit beschrijven is feitelijk gebleken dat het idee van individualisme incorrect is en de mensen naar de ondergang leidt. Want (sommige) mensen denken (soms) inderdaad oppervlakkig. En (sommige) mensen laten zich inderdaad (soms) beïnvloeden door anderen, zelfs wanneer deze anderen oppervlakkig denken. Juist omdat dit de realiteit is van het bestaan, kan het individualisme niet correct zijn. Omdat volgens de voorstanders van het individualisme diep of verlicht denken de voorwaarde is voor het correct functioneren van het individualisme. Dit is wat de voorstanders van het individualisme zelf zeggen: individualisme en oppervlakkigheid gaan niet samen. Maar oppervlakkigheid valt niet bij alle mensen in de samenleving uit te sluiten. En als de uitkomst van individualisme enkel goed is wanneer oppervlakkigheid wel uitgesloten is in de samenleving, dan is duidelijk dat individualisme niet correct is. Het individualisme is utopisch, met andere woorden, want het vereist het bestaan van de irrealistische supermens.

    Het individualisme is dus inderdaad een belangrijke oorzaak voor al de sociale en psychologische problemen waarmee de kapitalistische samenlevingen kampen. Niet omdat het doorgeschoten is, maar omdat het niet past bij de realiteit. Een aanpassing van het individualisme, of een beperking van het individualisme zodat deze niet langer doorgeschoten zal zijn, is dan ook niet de oplossing voor deze problemen. Want het individualisme is het probleem, het past niet bij de realiteit, en uit de aanpassing van een fout en incorrect idee resulteert een nog altijd fout en incorrect idee.

    1 In de filosofie wordt verschil gemaakt tussen egoïsme en de egotisme. De egoïst is de individuele mens die enkel zijn autonome wil volgt. De egotist, daarentegen, is degene die zichzelf belangrijker acht dan al het andere. Het lastige hierbij is dat in het dagelijks spraakgebruik de term "egoïst" veelal gebruikt wordt om de filosofische egotist aan te duiden.

    2 En zelfs de anarchisten zeggen dat uit deze chaos de "natuurlijke ordening" ontstaat.

    www.islamhouse.com

    Islam voor iedereen !

    Beoordelingen