Een correctie van valse impressies aangaande een belangrijke zaak

Beschrijving

Decennia lang doen zich vele verhalen de ronde over Sheikh Mohammed Ibn ‘Abd ul-Wahhaab (moge Allah genadig met hem zijn). Er is woordentwist geweest en nog steeds gaande tussen voor- en tegenstanders van zijn Da’wah.

Download
Schrijf een commentaar naar de verantwoordelijk van dit pagina

De volledige beschrijving

    Een correctie van valse impressies aangaande een belangrijke zaak

    [ nederlands - dutch -الهولندية ]

    auteur: Sheikh Saalih ibn ‚Abdil-Aziez Aal ash-Sheikh

    revisie: Yassien Abo Abdillah

    bron: www.al-yaqeen.com

    Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad)

    2013 - 1434

    Islam voor iedereen

    تصحيح مفاهيم خاطئة في قضية مهمة

    « باللغة الهولندية »

    المؤلف: شيخ صالح بن عبد العزيز آل شيخ

    مراجعة: ياسين أبو عبد الله

    الناشر: www.al-yaqeen.com

    2013 - 1434

    Alle lof behoort aan Allah

    Introductie

    Decennia lang doen zich vele verhalen de ronde over Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab (moge Allah genadig met hem zijn). Er is woordentwist geweest en nog steeds gaande tussen voor- en tegenstanders van zijn Dacwah.

    Eenieder die echter een onbevangen blik werpt op de woorden van degenen die de Sheikh bestrijden en beschuldigen, zal zien dat aan hun woorden geen enkel bewijs ten grondslag ligt. Er is namelijk geen enkel bewijs voor wat zij claimen. Niet in hun uitspraken, noch in hun boeken. Het zijn daarentegen slechts beweringen die in het verleden gedaan zijn en die herhaald worden door de lateren. Niet meer en niet minder.

    Ik ben van mening dat wie de waarheid over hem wil vinden en oprecht hierin is, zal beamen dat de beste en meest correcte manier om dit te doen de volgende is, namelijk: terugkeren naar de hoofdbron.

    De boeken van de Sheikh zijn aanwezig en zijn woorden zijn behouden gebleven. Door hiernaar terug te grijpen, kan men de waarheid en de valsheid vinden van hetgeen over hem verspreid wordt. Wat betreft de beweringen die een gebrek aan onderbouwing kennen; deze zijn niet meer dan bedrog en baseren zich niet op de werkelijkheid.

    In de volgende pagina’s zal ik beknopte fragmenten tonen van de werken van Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab. Hierbij gebruikmakend van zijn citaten uit de betrouwbare boeken waarop ik vertrouw en waarin al zijn uitspraken zijn opgenomen. Ik heb hier niets aan toegevoegd, maar slechts geordend.

    Deze citaten bevatten antwoorden van de Sheikh tegen de meest verspreide beschuldigingen die zijn tegenstanders tegen hem opwerpen en waarin hij het tegenovergestelde verklaart. Ik ben er zeker van dat, met de Wil van Allah, deze antwoorden toereikend zullen zijn in het verhelderen van de waarheid voor degenen die deze zoeken.

    Tegen degenen die hun tijd besteden aan het verspreiden van leugens over de Sheikh zeg ik: “Lieg tegen jullie zelf, want waarlijk, de waarheid is helder. En voorzeker, de religie van Allah is zegevierend. De zon schijnt fel en kan niet met de hand bedekt worden.”

    Hieronder volgt de mening van de Sheikh die het tegendeel van hun claims bewijst en die al hun beschuldigingen weerlegt. Heb je dus woorden van hem die deze tegenspreken, breng het dan naar buiten en verberg deze niet. Indien je dit niet kan doen en je hier niet toe in staat bent, dan adviseer ik je het volgende; dat je opstaat richting Allah, vrij van elke nutteloze begeerte en fanatisme en Hem oprecht vraagt je de waarheid te tonen en je hiernaar te leiden. Overpeins dan hetgeen deze man heeft gezegd. Heeft hij iets voortgebracht dat beter is dan het Woord van Allah en de woorden van Zijn Boodschapper (vrede zij met hem)?

    Overpeins dan een tweede maal: Is er een andere weg naar redding dan het spreken van de waarheid en in de waarheid te geloven? Dus als de waarheid duidelijk voor je wordt, keer dan terug naar de leiding en de waarheid, want dat is beter dan het blijven hangen aan de valsheid. En tot Allah keren alle zaken terug.

    De werkelijkheid betreffende de Dacwah van Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab

    Het is gepast deze verhandeling te beginnen met het overnemen van enkele korte woorden van de Sheikh. Hierin zet hij uiteen waartoe hij oproept. Ver verwijderd van de kwade propaganda die zijn tegenstanders hebben geplaatst. Deze propaganda fungeert slechts als obstakel tussen de moslimgemeenschap en deze Dacwah. Hij heeft gezegd: “Alle lof en zegeningen behoren toe aan Allah en alle Macht komt slechts aan Hem toe. Ik zeg dat mijn Heer mij geleid heeft naar het Rechte Pad, een deugdzame religie, de pure monotheïstische weg van Ibraahiem (vrede zij met hem) die niet tot de veelgodendienaren behoorde. Alle lof zij Allah. Ik roep niet op tot een weg van het Soefisme, één Fiqh-geleerde, scholastische theologie of één van de Imaams die zij verheerlijken.

    Integendeel, ik roep slechts op naar Allah zonder deelgenoten aan Hem toe te kennen. Ik roep op naar de Soennah van de Boodschapper van Allah, waartoe hij (vrede zij met hem) deze hele gemeenschap adviseerde op te blijven. Ik hoop dat ik de waarheid niet zal verwerpen als deze tot mij komt. En Allah, Zijn Engelen en Zijn gehele creatie zijn getuigen van het volgende: Als iemand van jullie één woord van waarheid tot mij brengt, zal ik dit direct accepteren en alles wat hier tegen indruist zal ik tegen de muur gooien. Al zijn het uitspraken van de Imaams. Behalve de uitspraken van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), want waarlijk, hij spreekt niets anders dan de waarheid.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/37-38)

    “Alle lof zij Allah, ik ben een volger (Moettabic) en geen nieuwlichter (Moebtadic).” (Moe’allafaat ash-Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab: 5/36)

    “De correcte voorstelling van zaken is dat ik zeg: ,,Niemand dient aangeroepen te worden, behalve Allah alleen zonder deelgenoten. Allah zegt namelijk in Zijn Boek (interpretatie van de betekenis):“Roept dan naast Allah niet één aan.”(Soerat al-Djinn: 18)

    En Hij zegt betreffende de Profeet (vrede zij met hem): “Zeg: ,,Ik heb geen macht om voor jullie schade te voorkomen en niet om Leiding te geven.”(Soerat al-Djinn; 21)

    Dit is dus het Woord van Allah dat de Boodschapper van Allah aan ons heeft vermeld en waarmee hij ons heeft geadviseerd. Dit is wat tussen jou en mij staat. Als er anders dan dit wordt vermeld, dan is het een leugen en lasterpraat.”(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/32)

    Hoofdstuk 1: De overtuiging van de Sheikh betreffende de Profeet (vrede zij met hem)

    De Sheikh is door zijn tegenstanders beschuldigd met verschrikkelijke aantijgingen aangaande zijn geloof in de Profeet (vrede zij met hem). De beschuldigingen luiden als volgt: Ten eerste; dat hij niet geloofde dat hij (vrede zij met hem) de laatste der profeten was. De boeken van de Sheikh zijn echter gevuld met weerleggingen betreffende deze misconceptie en geven aan dat deze bewering een leugen is. Enkele voorbeelden zijn: “Ik geloof dat onze Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de zegel der profeten en boodschappers is. En het geloof van een dienaar is niet geldig tot hij gelooft in zijn (vrede zij met hem) boodschapperschap en getuigt van zijn profeetschap.”(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/32)

    “Dus de meest florerende schepsels en degenen die de grootste zegeningen en hoogste graad zullen krijgen, zijn degenen die hem (vrede zij met hem) volgen en zich conformeren aan hem in zowel kennis als daden.”(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/21)

    Ten tweede; dat hij de rechten van de Profeet (vrede zij met hem) schendt en hem niet de positie geeft die hij (vrede zij met hem) verdient. Om de waarheid te vinden betreffende deze claim, zal ik enkele uitspraken van hem citeren waarin hij duidelijk verklaart wat zijn overtuiging is aangaande de Profeet (vrede zij met hem):“Omdat Allah Zijn Tawhied heersend wilde hebben en Zijn religie vervolmaakt, en omdat Hij Zijn Woord het hoogst wilde hebben en het woord van de ongelovigen het laagst, zond Hij Mohammed (vrede zij met hem). Hij was de laatste der profeten en de geliefde van de Schepper. Hij die bij elke generatie bekend was en vermeld stond in de Thora van Moesaa en de Indjiel van cIesaa. Allah zond deze parel tussen Banoe Kinaanah en Banoe Zahra.

    Hij bracht hem naar voren in een tijdperk waar de behoefte aan een boodschapper groot was en Hij leidde hem naar het meest deugdzame pad. Nog voor hij met de Boodschap werd gezonden, had hij tekenen en indicaties die zijn profeetschap bevestigden. Deze tekenen deden de mensen versteld staan. Allah bracht hem groot op een bijzondere wijze. Dat is waarom hij de meest nobele, de best gemanierde, de vriendelijkste buur, de meest inschikkelijke en de meest waarachtige was. Zodanig dat zijn mensen hem de naam al-Amien (de waarachtige) gaven. Natuurlijk vanwege hetgeen Allah hem had geschonken aan deugdzaamheid en prijzenswaardige karakteristieken.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/19,90)

    “Hij is de belangrijkste van de voorsprekers en bezitter van de meest prijzenswaardige plaats. Zowel Adam als degenen naast hem zullen onder zijn vlag vallen.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/86)

    “De eerste van de boodschappers was Noeh (vrede zij met hem) en de laatste en meest deugdzame van hen was Mohammed (vrede zij met hem).” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/143)

    “Hij verhelderde met de meest diepgaande verklaring en hij completeerde en beëindigde deze. Hij was oprecht tegenover iedereen en meedogend en genadig tegenover de gelovigen. Hij verkondigde de Boodschap, vervolmaakte deze taak en streed omwille van Allah. En hij (vrede zij met hem) bad tot Allah, totdat de dood hem trof.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/21)

    Evenzo vermeldde de Sheikh (moge Allah genadig met hem zijn) dat één van de leerstellingen die van de Profeet (vrede zij met hem) verkregen kan worden, de volgende woorden zijn: “Geen van jullie gelooft werkelijk, totdat ik geliefder ben bij hem dan zijn familie, zijn bezit en de algehele mensheid.” De plicht rust dus om meer van hem te houden dan van jezelf, je familie en je bezittingen.”(Kitaab at-Tawhied; 108)

    Ten derde; de claim dat hij voorspraak van de Profeet (vrede zij met hem) zou verwerpen. De Sheikh reageert op deze misvatting door te zeggen: “Zij beweren dat wij de bemiddeling van de Profeet (vrede zij met hem) afwijzen. Verheven is Allah van deze grote leugen! In plaats hiervan, getuigen wij bij Allah, dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) de bemiddelaar en de bezitter van de prijzenswaardige plaats is. We vragen Allah, de Meest Vrijgevige, Heer van de Verheven Troon, dat Hij hem toestaat voor ons te bemiddelen en dat Hij ons doet opwekken onder zijn vaandel.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/63-64)

    “Niemand verwerpt de bemiddeling van de Profeet (vrede zij met hem), behalve de mensen van innovatie en dwaling. Echter, de bemiddeling zal niet plaatsvinden, behalve wanneer er toestemming wordt verleend (door Allah) en Hij er tevreden mee is. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “En zij zijn niet van voorspraak, behalve voor wie Hem welgevallig zijn.” (Soerat al-Anbiyaa’: 28)

    En Allah zegt (interpretatie van de betekenis):“Wie is degene die van voorspraak is bij Hem zonder Zijn Verlof?”(Soerat al-Baqarah: 255) (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/13)

    De Sheikh verduidelijkt de reden waarom deze valse verklaringen over hem worden verspreid, zeggende: “Het is de moslims verplicht gesteld om aanbiddingen alleen aan Allah te richten. Dit conform de overvloedige bewijzen uit de Koran en de Soennah. Dit is ook de mening van alle geleerden. Bovendien is het de moslims verboden om te lijken op de Lieden van het Boek die vóór ons kwamen. Zij erkenden namelijk hun priesters en rabbijnen als goden naast Allah. Toen ik deze mensen melding hiervan maakte, zeiden zij tegen ons: “Jij hebt de status van de profeten, de vrome mensen en de Awliyaa’ (vrienden van Allah) verkleind!” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/50)

    Hoofdstuk 2: De directe familieleden van de Profeet

    Eén van de vele beschuldigingen die tegen de Sheikh worden geuit, is dat hij niet van de directe familieleden van de Profeet zou houden en dat hij hun rechten schendt. Dit is in tegenstrijd met de waarheid. Sterker nog, hij (moge Allah genadig met hem zijn) erkent hun recht volledig om geliefd en geëerd te worden en hij was volhardend hierin. In werkelijkheid bekritiseerde hij juist degenen die zich hier niet aanhielden. Hij zei:“Allah heeft de directe familieleden van de Profeet bepaalde rechten toegekend. Het is voor een moslim niet toegestaan om deze rechten te ontkennen, denkende hiermee een onderdeel van Tawhied te vervullen. In feite is dit extremisme. Het enige wat wij verwerpen is het eren van hen met de (valse) claim dat zij het recht hebben om aanbeden te worden, alsmede het eren van degenen die dit claimen.”(Moe’allafaat ash-Sheikh: 5/284)

    Eenieder die een blik werpt op het leven en de geschiedenis van de Sheikh, zal zich de waarachtigheid van zijn verkondiging realiseren. Het is genoeg om te weten dat de Sheikh zes van zijn zeven kinderen namen heeft gegeven van leden van de Profeets huishouding, namelijk: cAli, cAbdoellah, Hoesein, Hasan, Ibraahiem en Faatimah. Dit is een duidelijk bewijs van de grootse liefde en respect die hij voor hen had.

    Hoofdstuk 3: De wonderlijke gebeurtenissen van de Awliyaa’

    Enkele mensen propageren dat Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab de wonderlijke gebeurtenissen van de Awliyaa’ ontkende. Hetgeen dat deze valse bewering weerlegt, is dat de Sheikh duidelijk op verscheidene plaatsen zijn credo bevestigt. Dit credo staat haaks op hetgeen over hem de ronde gaat. Een voorbeeld hiervan zijn de verklaringen die hij maakt in enkele van zijn redevoeringen waarin hij zijn geloofsovertuiging uitlegt: “En ik bevestig de wonderlijke gebeurtenissen van de Awliyaa’.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/32)

    Ik verbaas mij erover dat de Sheikh van zulke claims wordt beschuldigd, terwijl hij degene is die de ontkenning van deze wonderbaarlijke gebeurtenissen toeschrijft aan de mensen van innovatie en dwaling.

    Hij zegt: “En niemand verwerpt de wonderlijke gebeurtenissen van de Awliyaa’, behalve de mensen van innovatie en dwaling.”(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/32)

    Hoofdstuk 4: Takfier

    Onder de grootste misvattingen die over de Sheikh en zijn volgelingen worden verspreid, is dat zij de gehele moslimgemeenschap als ongelovig verklaren. Ook zouden zij claimen dat men niet met hen mag huwen, behalve als zij tot hun eigen groep behoren of zich daarbij aansluiten.

    De Sheikh heeft deze misconceptie op verscheidene plaatsen weerlegd, waaronder:“De bewering dat wij de moslims in het algemeen als ongelovigen beschouwen, behoort tot de leugens van de vijanden die de mensen wensen af te houden van deze religie. Wij zeggen dan: “Heilig bent ﷻ‬, dit is een geweldig verzinsel.”(Soerat an-Noer: 16) (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/100)

    “Zij hebben verschillende leugens over ons verteld en zo is de Fitnah toegenomen. Onder deze leugens valt het verspreiden van laster, waarvoor elk weldenkende persoon zou schromen dit door te geven. Laat staan zich hierdoor zou laten beetnemen.

    Een voorbeeld hiervan is hetgeen dat ik alle moslims als ongelovigen zou beschouwen, behalve degenen die mij volgen. En dat ik zou beweren dat het huwen van hen niet geldig is! Hoe vreemd is het dat zo’n denkbeeld kan binnendringen in het verstand van een weldenkende persoon! Zou een moslim zoiets zeggen?! Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen deze bewering, die enkel wordt geëmaneerd door iemand met een gebrekkig intellect en zonder begrip. Moge Allah de mensen van het kwaad en valse doelen vervloeken.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/80)

    “De persoon die ik als ongelovige beschouw, is degene die - nadat hij de religie van de Boodschapper (vrede zij met hem) heeft gekend - zich wendt tot het beschimpen van deze religie, anderen ervan afhoudt en haat heeft voor degenen die zich er wel aan vasthouden. Dit is de persoon die ik tot ongelovige verklaar en het overgrote deel van de gemeenschap is niet zo. Alle lof zij Allah.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/73)

    Hoofdstuk 5: De weg van de Khawaaridj

    Er zijn sommige mensen die de Sheikh ervan beschuldigen zich te bevinden op de overtuiging van de Khawaaridj. De Khawaaridj zijn degenen die de moslims vanwege zonden tot ongelovigen verklaren. Het antwoord hierop van de Sheikh is als volgt: “Ik zeg over niemand van de moslims of hij zich in het Paradijs of het Hellevuur bevindt, behalve over degenen van wie de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hiervan getuigde. Niettemin wens ik het goede voor de verrichter van het goede en vrees ik het slechte voor de verrichter van het kwade. En ik beschouw niemand van de moslims als een ongelovige vanwege een zonde, noch plaats ik hem buiten de Islam.(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/32)

    Hoofdstuk 6: Tadjsiem1

    Wat ook over de Sheikh verkondigd is, is dat hij een Moedjassim was. Iemand die de Eigenschappen van Allah vergeleek met de eigenschappen van de schepping.

    De Sheikh heeft zijn overtuiging in deze kwestie vermeld. We zien dat deze ver verwijderd is van de leugens waar zijn tegenstanders hem van beschuldigen. Hij zegt: “Het is van het geloven in Allah dat men gelooft in hetgeen waarmee Allah Zichzelf heeft beschreven in Zijn Boek en met de tong van Zijn Boodschapper (vrede zij met hem), zonder Tahrief (verdraaiing) of Ta‘tiel (ontkenning). In plaats hiervan behoort men te geloven dat er niets gelijk is aan Allah en dat Hij de Alhorende en de Alziende is. Men dient dus niet hetgeen te ontkennen waarmee Allah Zichzelf heeft beschreven, noch dient men de woorden van hun ware betekenis te ontdoen, Zijn Namen en Eigenschappen te ontkennen, zich uit te laten over de hoedanigheid van deze Eigenschappen of deze te vergelijken met de eigenschappen van de mens. Dit omdat Allah geen gelijke of rivalen heeft. Ook kan Hij niet worden vergeleken met Zijn schepping.

    Waarlijk, Allah is het Meest op de hoogte over Zichzelf en anderen. Hij is de Meest Waarachtige in woorden en de Beste in spraak. Hij heeft Zichzelf dan ook verre verwijderd van datgene waar Zijn tegenstanders Hem mee beschrijven. Dit zijn de mensen van Takyief (beschrijven van een hoedanigheid) en Tamthiel (trekken van een gelijkenis) en de mensen van Tahrief en Ta’tiel. Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “Heilig is jouw Heer, de Heer van de Almacht, boven wat zij toeschrijven. En vrede zij met de gezondenen. En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.”(Soerat as-Saaffaat: 180-182) (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/29)

    “Het is welbekend dat Ta’tiel tegenovergesteld is aan Tadjsiem. En degenen die dit (Ta’tiel) doen, zijn vijanden van degenen die dat (Tadjsiem) begaan. De waarheid ligt in het midden van deze twee (extremen).”(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/11)

    1. Tadjsiem wordt ontrokken van het woord Djism (lichaam) en betekent letterlijk “het plaatsen van iets in een lichaam.” Dit is de term die toegepast wordt op iemand die antropomorfische (menselijke) kwaliteiten toekent aan Allah door te zeggen dat Zijn Hand gelijk is aan mijn hand en Zijn Zicht is gelijk aan mijn zicht etc.)

    Hoofdstuk 7: Het weerspreken van de geleerden

    Sommige mensen zeggen dat Sheikh Mohammed Ibn cAbd ul-Wahhaab de overige geleerden tegensprak in datgene waartoe hij opriep. En dat hij niet terugkeerde naar hun uitspraken of vertrouwde op hun boeken. In plaats hiervan introduceerde hij volgens hen iets nieuws en bracht hij een vijfde wetschool voort. De beste persoon om de waarheid hierover te vertellen, is de Sheikh zelf. Hij (moge Allah genadig met hem zijn) heeft gezegd: “We zijn volgelingen van het Boek, de Soennah en de vrome voorgangers van deze gemeenschap. Ook vertrouwen wij op de meningen van de vier imams: Aboe Haniefah an-Noecmaan ibn Thaabit, Maalik ibn Anas, Mohammed ibn Idries en Ahmad ibn Hanbal (moge Allah hen allen genadig zijn).” (Moe’allafaat ash-Sheikh: 5/96)

    “Dus als jou ter ore komt dat ik een voorschrift heb uitgevaardigd dat niet conform de unanieme consensus van de geleerden is, verwerp dan mijn mening.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/53)

    “Als jij beweert dat de geleerden zich op iets anders bevinden dan hetgeen waarop ik mij bevind, dan zijn hier hun boeken aanwezig.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/58)

    “Ik daag de volgelingen van Aboe Haniefah uit met de meningen van de vroegere Hanafie geleerden. Ook daag ik de volgelingen van Imam Maalik, Imam Shaaficie en Imam Hanbal uit met de meningen van hun geleerden.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/58)

    “Samenvattend zeg ik dat ik het verbied om te geloven dat iemand anders zaken kan verrichten die alleen Allah kan verrichten. Dus als ikzelf iets soortgelijks zeg, beschuldig mij daar dan van. Als je een boek van mij vindt waarin het tegenovergestelde staat, beschuldig mij daar dan ook van. Als ik het citeer van de mensen van mijn wetschool, beschuldig mij daar dan eveneens van.

    Maar als ik iets verklaar op basis van het Bevel van Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) en ik dit gebaseerd heb op hetgeen waar de geleerden van iedere wetschool het unaniem over eens zijn, dan is het niet gepast voor iemand die gelooft in Allah en de Laatste Dag om dit te verwerpen. Niet vanwege de mensen van zijn tijd of zijn land, noch vanwege hetgeen de (meeste) mensen van zijn tijd verwerpen.”

    (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/76)

    Conclusie

    Ter afsluitingen volgen hier twee adviezen van de Sheikh:

    Ten eerste; Tegen degenen die deze Dacwah en zijn volgelingen dwarsbomen door ertegen samen te spannen en valse beschuldigingen over hen te uiten, zegt de Sheikh: “Ik herinner degenen die mij tegenwerken aan de verplichting van de mensen om hetgeen te volgen waar de Profeet (vrede zij met hem) zijn gemeenschap toe heeft geroepen (de Soennah). Tegen hen zeg ik: “De boeken zijn met jullie. Bekijk ze en neem geen van mijn woorden aan. Echter, wanneer je bekend wordt met de woorden van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) die vermeld staan in jullie boeken, volg deze dan. Ook al gaan de meeste mensen hiertegen in. Gehoorzaam mij niet (onvoorwaardelijk) of iemand anders, behalve het bevel van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) die ook gevonden kan worden in jullie boeken. En weet dat niets jullie kan redden, behalve het volgen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Dit wereldse leven is tijdelijk en het is iemand met een helder verstand niet gepast vergeetachtig te zijn als het gaat om het Paradijs en de Hel.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/89-90)

    “Ik roep degenen die mij tegenwerken op tot vier zaken: Het Boek van Allah, de Soennah van Zijn Boodschapper (vrede zij met hem), de Idjmaac (consensus) van de geleerden. En als zij dit weigeren dan roep ik hen op tot Moebaahalah[1]. (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/55)

    Ten tweede; Tegen degenen die verward zijn betreffende deze zaak, zegt de Sheikh: “Jij dient Allah constant te smeken en je nederig op te stellen tegenover Hem. Vooral gedurende de tijden waarin smeekbeden worden beantwoord, zoals het laatste derde deel van de nacht, het laatste gedeelte van het gebed en na de Adhaan.

    Ook dien jij gebruik te maken van de smeekbeden die vermeld staan in de bronnen, vooral die in de Sahieh, waarin hij (vrede zij met hem) plachte te zeggen: “O Allah, Heer van Djibriel, Mikaa’iel en Israa’iel, Schepper van de hemelen en de aarde, Alwetende van het ongeziene en het geziene, ﷻ‬ zult oordelen tussen Uw dienaren in de zaken waarin zij verschilden. Leid mij in hetgeen dat verschillend is van de Waarheid, met Uw Wil. Waarlijk, ﷻ‬ leidt wie ﷻ‬ wilt naar het Rechte Pad.”

    Je dient volhardend te zijn in het vragen middels deze smeekbede. Richt hem tot de Verhoorder van de smeekbeden. Degene die Ibraahiem leidde in het weerspreken van de mensen. Zeg: “O Onderwijzer van Ibraahiem, onderwijs mij.”

    En als je moeilijkheden treft in het weerspreken van de mensen, overpeins dan de Woorden van Allah (interpretatie van de betekenis): “Vervolgens plaatsen Wij jou op een juiste weg van de godsdienst. Volg deze dan en volg niet de begeerten van degenen die niet weten. Voorwaar, zij zullen jou beslist in niets kunnen beschermen tegen Allah.” (Soerat al-Djaathiyah: 18-19)

    “En als jij de meesten van hen die op aarde zijn volgt, dan zullen zij jou doen afdwalen van de Weg van Allah. Zij volgen slechts een vermoeden en zij vertellen slechts verzinsels.”(Soerat al-Ancaam: 116)

    En overpeins de woorden van de Profeet (vrede zij met hem) die gevonden kunnen worden in de Sahieh: “De Islam is vreemd begonnen en zal weer vreemd worden, net zoals hij begonnen was.”

    En zijn volgende woorden: “Waarlijk, Allah zal kennis niet wegnemen…”

    “Hou vast aan mijn Soennah en de Soennah van de rechtgeleide kaliefen die na mij komen.”

    “En waakt jullie voor nieuwlichterijen. Want waarlijk elke (religieuze) innovatie is een afdwaling.” (Ad-Doerar as-Saaniyyah; 2/43)

    Moge Allah’s vrede en zegeningen zijn met Zijn dienaar en Boodschapper, onze Profeet en geliefde, Mohammed, evenals zijn familie en al zijn metgezellen.

    Sheikh Saalih ibn cAbdil-Aziez Aal ash-Sheikh

    www.islamhouse.com

    Islam voor iedereen !

    [1] Moebaahalah is de situatie wanneer twee personen die in conflict zijn met elkaar, samenkomen om Allah’s Vloek te vragen over degene die liegt en zich op de valsheid bevindt.